Religieus Genootschap der Vrienden

Van Gereformeerd tot Quaker

Door Tiny Coffin-Bruning, vertaling Els Ramaker

Op bezoek bij een Quaker-bijeenkomst

Wie als protestantse of katholieke kerkganger voor het eerst in Nederland een wijdingssamenkomst van Quakers bezoekt zal waarschijnlijk vreemd opkijken. De dienst is zo anders dan een traditionele kerkdienst. De tien of twintig aanwezigen zitten op stoelen in een kring, in het midden staat een tafeltje met bloemen en een bijbel. Er is geen preekstoel, geen orgel of piano, geen doopvont. Als je schuchter rondkijkt ontmoet je waarschijnlijk een paar vriendelijk lachende ogen, en iemand wijst naar een lege stoel waarop je dan plaatsneemt. Er wordt niet gesproken. Men is in diepe stilte verzonken. “Wanneer begint het?”, denk je. De dienst is al begonnen. In het komende uur wordt de stilte zo nu en dan onderbroken door iemand die opstaat en een boodschap geeft: een inzicht over een passage uit de bijbel, een persoonlijk ervaring van Gods aanwezigheid, een worsteling met verdriet of ongeloof. Na een uur worden links en rechts handen geschud. Er volgen mededelingen, dan een koffiepauze, mogelijk gevolgd door een groepsdiscussie of een presentatie. Mijn gereformeerde broer die door mijn 15-jarige zoon meegenomen werd naar de wijdingssamenkomst in Amsterdam riep verbaasd uit toen hij thuis kwam: “Geen preek, geen zingen, geen collecte. Niets!”

De Geschiedenis

Om te begrijpen waarom de Quakerdienst zo anders is, moeten we terug naar het begin, naar Engeland in het midden van de zeventiende eeuw. Het was een tijd van enorme religieuze honger. Religie was het gesprek van de dag. Men was er van overtuigd dat een oprechte en juiste verhouding met God het belangrijkste was in dit leven. Er werd gediscussieerd, andersdenkenden werden bespot en aangevallen. Een groep van ‘zoekers’ keerde zich af van alle uiterlijke vormen van religie. Ze kwamen bij elkaar op basis van één centrale gedachte: ‘Christ has come to teach his people himself ‘- Christus is gekomen om zelf de mensen te onderwijzen. Ieder mens heeft een vonk van God in zijn ziel en van Christus in zijn hart, en daarmee het vermogen om Gods boodschap te ontvangen. Daarvoor hoeft men geen theologie gestudeerd te hebben. Het is wel noodzakelijk dat men het eigen ego opzij kan zetten. Dus geen van tevoren geschreven preken, maar alleen datgene wat de Geest van God in de stille samenkomst duidelijk maakte in iemands hart.

De groepen van mensen die zo op zondag bijeen kwamen noemden zichzelf ‘Kinderen van het Licht’. Gehoorzaamheid aan het door God gegeven Licht was het belangrijkste in hun leven. Het gevaar bestond natuurlijk, dat sommigen hun eigen wensen voor Gods wil hielden. Men ging er van uit dat de groep, de meeting, in staat was om onderscheid te maken tussen wat uit de mens zelf voortkwam enerzijds en wat van God was anderzijds. De bijbel was daarbij een grote hulp. God sprak zichzelf niet tegen, meende men.

Hun stille vergaderingen leverden de volgende inzichten op, die nog steeds door Quakers nagevolgd worden: 

 1) Een door God geïnspireerd leven is een eerlijk leven. Dat wil zeggen dat men geen eed zweert, want een eed berust op het idee dat men soms wel en soms niet de waarheid spreekt. Quakers zweren niet, maar stellen zich volkomen verantwoordelijk voor hun woorden. Voor Quakers die winkels hadden betekende dat: vaste prijzen voor iedereen, zonder afdingen. Ouders konden hun kinderen om een boodschap sturen naar een Quaker winkel en er zeker van zijn dat zij net zo eerlijk behandeld werden als een volwassene met een grote mond. Dat was heel ongewoon voor die tijd.

2) Gods Geest is toegankelijk voor mannen en vrouwen. Ze wisten uit ervaring wat de profeet Joel beschreef: “Ik zal mijn Geest uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren.” Vrouwen hebben vanaf het begin een belangrijke rol gespeeld. In Zuid Amerika is het een van de weinige kerken waar vrouwen leidinggevende posities bekleden.

3) Quakers zijn pacifisten. Een mens doden is het blussen van een vonk van God in deze wereld. Geen oorlog, wel de studie van oorlog en vrede en bemiddelen om partijen met elkaar te verzoenen. In de jaren 90 van de twintigste eeuw waren Quakers in Burundi en Kenia de eersten die hun kerken en ‘meeting houses’ openden zodat Hutu’s en Tutsies bij elkaar konden komen om de gruwelijke moorden te verwerken en tot verzoening te komen.

De Quakerbeweging van de zeventiende eeuw begon zichzelf te zien als een kerk, niet alleen als een vernieuwingsbeweging. Het was een vrouw, Margaret Fell, die de belangrijkste rol heeft gespeeld in het organiseren van de kerk, die ‘Het Religieus Genootschap der Vrienden’ ging heten.

 Quakers vandaag de dag hebben zowel een sterk mystieke als een praktische inslag. Ze nemen Jezus’ woorden om het zout en licht der aarde te zijn serieus, en ze helpen elkaar te ontdekken wat ieders persoonlijke roeping is.

Mijn weg

Hoe is het mogelijk dat ik, opgegroeid in een Gereformeerd gezin in Amsterdam, nu lid ben van een Amerikaanse Quaker Meeting?

Het Amerikaanse gedeelte is gemakkelijk. Ik ben in 1965 met een Amerikaanse collega getrouwd toen we allebei les gaven aan de internationale Quakerschool Beverweerd bij Bunnik. 

Ik was het achtste kind in een gezin van tien kinderen. Toen ik arriveerde was het patroon in ons gezin al vastgelegd. Er hoefde door mij geen weg gebaand te worden. Vader las voor uit de bijbel na het eten, moeder uit de kinderbijbel tussen de middag. We gingen twee keer op zondag naar de kerk, we deden samen spelletjes op zaterdagavond, wandelden op zondagmiddag, en zondag ‘s avonds na het eten zongen we rondom het orgel. Voor de oudere kinderen was het allemaal vanzelfsprekend, voor mij natuurlijk ook. Ik was dol op mijn oudere broers en zuster en wat zij deden wilde ik ook doen. Bovendien, ik hield veel van zingen en de gezelligheid van samen spelletjes doen. En ik vond de verhalen uit de bijbel prachtig. Ik twijfelde er niet aan dat alles letterlijk waar was. 

Na een opleiding aan de gereformeerde kweekschool in Amsterdam werd ik onderwijzeres op een Christelijke school in Ede. De kerk en het geloof waren heel belangrijk voor mij. Het was nu mijn eigen keuze; ik volgde niet zomaar in de voetstappen van mijn vader. Bovendien had ik een mystieke aanleg en de geloofservaring was veel, veel belangrijker dan de theologie. Maar ik begreep nog niet dat theologie de structuur was, waarin ik mijn geloof beleefde. 

Toen ik 23 was ging ik M.O. geschiedenis (dit is tegenwoordig een 2e graads onderwijsopleiding) studeren aan het Historisch Instituut van de Universiteit van Utrecht. Afgezien van de hoofdakte opleiding van de kweekschool was dit de eerste keer dat ik lessen volgde aan een niet-christelijk instituut. Ik had helemaal geen ervaring met andersdenkenden. Ik werd voor het eerst gedwongen om dingen van meer dan één kant te bekijken. Eén van de docenten raadde me aan om een boek over bijbelinterpretatie te lezen van de katholieke pater Luc Grollenberg ‘Een Nieuwe Kijk op het Oude Boek’. Ik had al eerder moeite gehad met de elkaar tegensprekende teksten in de bijbel. Dit boek maakte duidelijk hoe betrekkelijk bijbelinterpretaties waren. Het was het moment waarop mijn zekerheid weg viel. Ik had een huis gebouwd op de letterlijke waarheid van de bijbel, en toen vielen er stukken uit weg en alles stortte in elkaar. Ik dacht: Als niet alles klopt, dan klopt er niets. Een paar maanden later zei iemand: ”God bestaat niet.” ”Maar dat wil ik niet,” was mijn reactie. “Ik wil niet dat God niet bestaat.” En meteen daarop dacht ik: Oh, ik geloof alleen omdat ik dat fijn vind. Dat is geen geloof waar ik mee leven kan.

Ik vond het heel erg om mijn geloof te verliezen. Ik vond dat ik niet meer in de kerk kon blijven, maar het was de gemeenschap waarin ik was opgegroeid. Ik kon er niet van scheiden. Pas na mijn huwelijk, toen we naar Amerika verhuisden kon ik die stap nemen. Wat het zo moeilijk maakte was, dat ik binnen het raamwerk van de gereformeerde theologie altijd een sterke religieuze belevenis heb gehad. Die was ik ook kwijt, en dat was het ergste.

Toen we, wonend in de VS, uitgenodigd werden om een Quakerbijeenkomst te bezoeken gingen we er met de kinderen heen. Mijn man John en de kinderen vonden het fijn en gingen elke week. Ik ging met ze mee, maar ik wilde niet ingepalmd worden door iets dat ik dan weer zou moeten opgeven. ,,Maak je niet zo bezorgd,” zei een lieve oudere Quakervrouw, ,,in de stille samenkomst open je je hart voor de Geest”. Geen theologische beweringen, alleen een aanmoediging om open te zijn. 

En in die Quakerstilte is God weer binnengekomen in mijn leven.

Posted on

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.