Religieus Genootschap der Vrienden

Ontluikende identiteit

Uit vluchtelingenwerk magazine | zomer 2019, ingezonden door Joke Hofman Tekst Annemieke van der Pol; Fotografie Goedele Monnens

Haven van herkenning

Gabriël (53) Werkte jarenlang als docent en als productieleider van theatervoorstellingen. Gabriël wil het bewustzijn over (trans)genderidentiteit in Nederland vergroten.

De wieg van Ftoen stond in Irak, die van Gabriël in Nederland. Maar allebei werden ze geboren in een lichaam dat hun niet paste. Opgroeiend in Nederland, had ik al een enorme worsteling achter de rug. Dat dacht ik tenminste, maar toen ik de verhalen hoorde van transgenders met een vluchtelingachtergrond bleek het nog veel erger te kunnen. In Nederland had ik ouders die mij steunden, een medische wereld die achter mij stond en de wet die meewerkte. Maar de vluchtelingen die ik sprak, moesten een
leven lang hun identiteit verhullen.’

Veilige toeverlaat

Gabriël Bos werd geboren in een meisjeslichaam, maar identificeert zichzelf als man. Ftoen groeide op in Irak, als vrouw in het lijf van een man. In een land waar zelfs geen naam bestond voor wat ze al jaren heimelijk voelde. Ftoen: ‘Het woord “transgender” bestaat niet in Irak. Alleen het woord “gay”, hoewel daar meestal allerlei scheldwoorden voor worden gebruikt. Ik kon nooit precies duiden hoe ik me voelde. Pas na mijn vlucht ontmoette ik andere transgenders en kwam de herkenning.’ Onder de indruk van zijn ontmoetingen met transvluchtelingen, door zijn werk als redacteur bij het magazine Trans, klopte Gabriël niet lang daarna aan bij het kantoor van Vluchtelingen Werk in Zaandam. ‘Ik heb vroeger veel steun gehad aan mensen die transgender zijn,’ vertelt hij. ‘Mensen in wie ik mij herkende. Misschien, zo hoopte ik, kan ik iemand zijn bij wie een ander zich veilig voelt.’ In zijn werk als maatschappelijk begeleider ligt zijn kracht op het gebied van psychosociale en sekse gerelateerde kwesties. Daarom begeleidt hij in Zaandam alleen lhbt+* vluchtelingen, waar gemiddeld meer uitgenodigde vluchtelingen wonen met deze achtergrond.

Geroddel en geschimp

Ook Ftoen kwam anderhalf jaar geleden op uitnodiging van de overheid naar Nederland. Het leven had haar tot dat moment niet gespaard. ‘Omdat ik op mannen val, wilden mijn vader en broers mij vermoorden. Met hulp van mijn moeder vluchtte ik uit Irak naar Libanon, waar ik samen met mijn toenmalige partner een nieuw leven probeerde op te bouwen. Maar ook daar konden we niet veilig over straat en was het leven hels. Nederland bleek onze redding, maar ik was doodmoe toen we hier aankwamen. Moe van het vechten en nog steeds erg bang.’ Zo gewend aan uitsluiting en geweld was Ftoen niet overtuigd dat het leven in Nederland anders zou zijn. Helaas bleek die angst niet volledig ongegrond. De buurt waar Ftoen een woning kreeg, was minder gastvrij dan gehoopt. ‘Op straat werd Ftoen beschimpt, en als ze haar buren groette werd er niets teruggezegd,’ vertelt Gabriël. ‘Ook in haar inburgerings klas werd ze door medecursisten genegeerd en hoorde ze achter haar rug het gelach en geroddel. Ik wil dat Ftoen zich in Nederland veilig voelt en heb de situatie aangekaart op school. De klas werd erop gewezen dat iedereen welkom is en discriminatie verboden, maar helaas gingen de pesterijen door.’

Afgeveegde lippenstift

Ftoen (27) Werkte in Irak als advocaat en stond mensen bij in kwetsbare posities. In Nederland hoopt ze ooit haar beroep weer op te kunnen pakken.

In het gemoedelijke huiskamercafé Bind in Zaandam vertellen Ftoen en Gabriël hun aangrijpende verhalen. De plek is belangrijk voor Ftoen, die hier een paar dagen in de week als vrijwilliger achter de bar werkt. Hier voelt ze zich veilig en is ze nog nooit uitgelachen. Ftoen: ‘Het contact met mijn familie is verbroken. Ik heb alleen mijn moeder nog, en Gabriël, die altijd voor me klaarstaat. Gabriël zorgde ervoor dat ik een goede psycholoog vond, toen ik nachtmerries kreeg over mijn verleden. Hij hielp me bij het vinden van een fijne inburgeringsschool, en vond voor mij ook
een kamer in een andere buurt. Ook meldde Gabriël mij aan bij de genderafdeling van het ziekenhuis en introduceerde me bij stichting TransAmsterdam, waar ik een goede vriendin heb leren kennen: Celine uit Jordanië. Zij heeft hetzelfde meegemaakt als ik.’ Gabriël: ‘In die eerste weken in Nederland durfde Ftoen niet naar buiten. Nu pakt ze steeds meer haar ruimte, ook in haar vrouwelijkheid. Ze koopt lippenstift, lakt haar nagels. Ze slaat haar eigen weg in en wordt minder afhankelijk van mij. Die ontwikkeling is prachtig om te zien. Ik bewonder Ftoen enorm. Ze luistert naar haar eigen ritme en bewaakt haar grenzen goed. Ik heb cliën ten die in transitie zijn [de weg om fysiek van geslacht te veranderen, red.], maar Ftoen geeft aan die keuze nu nog niet te willen maken. Eerst wil Ftoen haar identiteit aan haar moeder vertellen, die ontzettend belangrijk voor haar is.’

Posted on

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *