Religieus Genootschap der Vrienden

De Britse Jaarlijkse vergadering

Voor het Quakerhuis zitten groepjes Quaker

Het Quakerhuis ligt aan de overkant van het station waar ik aankom. Het is een enorm huis met van binnen een doolhof van gangen, trappen, zalen en zaaltjes. Ik zie de ontvangstbalie, met mensen die klaar staan om allerlei informatie te geven en nóg een andere groep ontvangende Vrienden: de bekende tafels met naamkaartjes. In dit geval is dat een grote organisatie, die een aantal tafels en mensen vraagt. Handig, de buitenlandse gasten hebben een eigen ontvangsttafeltje. Daar herken ik ineens de vriend van Emmy Touwen herken als één van de ontvangende Vrienden.

Er zijn 2 bibliotheken, een echt restaurant, een binnenplaats waar nóg meer lekkere hapjes en gerechten te koop zijn, een ontmoetingsruimte voor ontspanning – gesprek en spelletjes, een stilteruimte, een community-hub – wat is dat nou weer?? Oh, een hub is een soort stekkerdoos, maar dan digitaal, hier dus kennelijk een soort knooppunt. (Klopt dat?) Een garderobe waar we onze koffers en jassen kwijt kunnen, met een ontvangstbewijs. En nog veel meer functionele ruimtes.

De grote meetingzaal met de sessie over privileges: Eén van de vragen was: Waren er meer dan 50 boeken in het huis waar je opgroeide?

Daarna kom ik bij trappenhuizen naar verdiepingen met nóg meer zalen. De zalen hebben namen van de vroege Quakers. Leuk om zó in het centrum van het Quakerisme te zijn, maar ik voel me overweldigd door de hoeveelheid mensen in het ingewikkelde gebouw. En dan de gróte meetingzaal, een zaal voor duizend mensen! In alle gangen en kamers zijn mensen. Ze zitten geanimeerd te praten of hun werk te doen of lopen door elkaar heen hun weg te zoeken. Overal bordjes en A4tjes als richtingaanwijzers naar verschillende bijeenkomsten, groepen en
zalen, alles zorgvuldig georganiseerd en goed aangegeven.
Ik zoek de ruimte waar ik kan deelnemen aan ‘Preparing for Yearly Meeting’. Dat lijkt me wel zinnig als start. Eens kijken wat ze nog te vertellen hebben ter voorbereiding op deze dagen. Naast de meer dan 50 pagina’s die ik via de mail al toegestuurd heb gekregen. Ik hoor dat het thema van dit weekend voortkomt uit een minuut van 2010 over duurzaamheid en een minuut van een jongerengroep van een paar jaar geleden. Die hebben samen geleid tot aan dacht voor de samenhang van alle getuigenissen. Het zijn bv. de armen die nu weer het meest lijden onder de klimaatverandering. Hoe werken onze macht en mogelijkheden als rijke, machtige landen in het verleden en nu dóór en wat Voor het Quakerhuis zitten groepjes Quakers kunnen wij daar nu aan doen? Uit het verlangen daar meer zicht op te krijgen komt het thema van dit weekend voort: ‘privileges’ . Waar zien en voelen we de privileges uit het verleden nu nog? Waar komen we het tegen, ook intern, binnen onze maandvergaderingen én persoonlijk, plaatselijk, nationaal, internationaal?

Door alle toegestuurde informatie en die op de website, kon ik gelukkig van tevoren al kiezen waar ik naar toe wilde. Hierná ontmoet ik andere buitenlandse gasten, die ‘overseaers’ genoemd worden. Die term maakt mij meteen bewust van het feit dat iedereen die hier aankomt en geen Brit is, van ‘over de zee’ komt – het eiland-bewustzijn van de Britten. Het samen zijn met de buitenlandse gasten is een fijn. Iedereen kan zichzelf voorstellen. Zo leren we alvast een paar namen en gezichten kennen en kunnen we eventueel afspraken maken. En we worden verwend met een heerlijk buffet. Hoe vind ik in vredesnaam Henrica Taken? Ik ken haar van de Duitse grensbijeenkomst, een Nederlandse vrouw die al ruim 40 jaar in Engeland woont.

Liefdevolle betrokkenheid

Ik heb mijn hoop gevestigd op haar als gids in deze overweldigende setting. En ja hoor, ik zie haar ineens. Henrica zoekt nl. ook naar mij n.a.v. het mail contact dat we van tevoren hadden. Ik dacht dat ik nooit één iemand zou
kunnen vinden tussen duizend mensen. Dat valt dus mee. Het is te behappen. Dat gevoel blijft de rest van deze vier intensieve dagen. Alles gaat rustig en is nauwgezet en duidelijk georganiseerd. De ontvangst is zorgvuldig, want ‘dat van God’ moet met zorg en respect behandeld worden. Het is niet te geloven, maar zo gaat het steeds meer voelen, ondanks alle hectiek van een evenement met meer dan duizend mensen. Steeds voel ik rustige vriendelijke aandacht, respect en waardering voor elkaar. Dat lijkt natuurlijk ook op onze Algemene Vergaderingen, waar we blij zijn om elkaar weer te ontmoeten. Alleen is het tot mijn verbazing alsof hier meer rust is. Bijzonder, dat het mogelijk is, met zó veel mensen die door elkaar heen krioelen. Alsof het een in de jaren gegroeide verworvenheid is, die zich gesetteld heeft in deze groep mensen. Ik ervaar de gevolgen van een in 3 1/2 eeuw opgebouwd Quaker-bewustzijn.

Dat voel ik zeker soms in de grote meetinghal. Iedere dag is er minstens één moment dat ik met tranen in mijn ogen zit, zo word ik geraakt door de rustige, aandachtige zorg en liefdevolle betrokkenheid die ik voel, hoor en zie. Aan het begin van het weekendprogramma worden we voorgesteld aan mensen waaraan je hulp kan vragen. Mensen met een paarse sjerp zijn de
‘elders’, mensen met een groene sjerp zijn de ‘overseers’ die overzicht hebben om te zien of mensen niet in de knel komen. En dan zijn er nog men- sen met een blauwe sjerp, dit zijn ‘stewards’ voor meer praktische hulp. Zo heb ik het opgevat tenminste. Ze hebben niet zomaar kleine bandjes om voor de herkenning, het zijn brede glimmende sjerpen. Je
kunt ze niet missen als je iemand nodig hebt.

Wat heb ik het afgelopen jaar ‘elders’ gemist! Ik had behoefte aan mensen die niet vanuit een eigen praktische betrokkenheid op zaken reageren, maar vanuit een neutraal standpunt. Met aandacht voor waar ieders motivatie vandaan komt. Mensen die kijken vanuit achterliggende Quaker-waarden. Ik neem tenminste aan dat ‘elders’ dat doen. Waarom hebben de Nederlandse Vrienden die niet? Als ik het aan iemand vraag hoor ik: “Dat willen ze niet”. Welke ZE? Het zou fijn zijn om het er nog eens over te hebben. Zou het iets met privileges in ons Genootschap te maken kunnen hebben? Als je niet veel in de melk te brokkelen hebt, kun je erg veel behoefte aan ‘elders’ hebben, heb ik gemerkt.

Ursula Fuller geeft een verslag van de Quaker ‘Stewardship’ Commissie.

De woorden diversiteit en inclusiviteit komen steeds terug. Het lijkt alsof de Britse Vrienden gezamenlijk bezig zijn om de capaciteiten van ieder mens in hun Genootschap te verwelkomen en in te zetten. Om alle stukjes van God een plekje te geven. Samen bouwen aan steeds meer begrip en inzicht. Ik hoor daarin doorklinken dat we allemaal facetten van God zijn, heel divers! Respect voor allemaal verschillende benaderingen, die allemaal iets anders belichten en samen één geheel vormen.

Ik voel mij wel eens een botte buitenlander hier. Als ik ergens naar toe op weg ben, probeer ik soms tussen mensen door te glippen, even snel. Door de rust om mij heen word ik mij ervan bewust dat ik dan over mensen heen wals. Waar is die haast voor nodig en waardoor ontstaat die haast? Serieus nemen om ‘dat van God in ieder mens’ te zien, te voelen en te horen, betekent ook thema’s vanaf de basis met de hele gemeenschap opbouwen.

Aan het begin van de herschrijving van ‘Quaker Faith and Practice’ wordt er een cursus over gegeven in Woodbrooke. Iedere maandvergadering wordt uitgenodigd om een deelnemer af te vaardigen. Wat een voordeel van zo’n grote gemeenschap. Misschien kunnen wij daar meer van profiteren. Wij doen zo ons best met ons kleine groepje Quakers. Ik word mij hier steeds meer bewust van het belang van de stilte. Niet alleen in de wijdingssamenkomst, maar juist in het gewone dagelijkse bezig zijn. Ik word mij gewaar van de mogelijkheid tot een doorgaand contact met ‘dat van God’. Ik zie hier dat het kan, zelfs met honderden mensen. Én ik voel dat het discipline vraagt. Wij Nederlandse Vrienden houden daar niet zo van. We nemen het, afgezien van in de stille Wijdingssamenkomsten, niet altijd zo nauw met die stilte. We zijn nogal eigenwijs. We lachen er wat om als het genoemd wordt. Het lijkt ‘niet nodig’ in onze kleine groepen. We redden het zo ook wel. Dat zijn zowat opmerkingen die ik hoor en ik zie de rommelige informele manier waarop veel zakenvergaderingen gaan. Op deze plek voel ik dat het dan binnen in mij ontbreekt aan rust en stilte en dus aan contact met het Hogere. Wel belangrijk toch, die basis van ons Quaker-zijn, ook als we met praktische zaken bezig zijn?

In de grote zaal wordt regelmatig een pauze ingelast, als de concentratie niet goed meer kan worden vast gehouden. De schrijver vraagt consequent om de stilte in de zaal te handhaven en buiten pas te gaan praten. En dat gebeurt! Ik zie dat de schrijver respectvolle aandacht geeft en een rustige aanpassing geeft aan de behoefte van de Vrienden in de zaal. Bij het begin van een programmadeel op zondag kijken de schrijver en de assistent schrijver elkaar glimlachend aan. De schrijver is al twee keer opgestaan met haar map in de hand, waaruit zij zaken voorleest en aan de Vrienden voorlegt. Ongeveer gelijk met haar staat een Vriend op om een bijdrage te leveren. Beide keren wordt de microfoon, door degenen die die taak hebben, naar de staande Vriend gebracht. De schrijver gaat weer zitten en kijkt bij de tweede keer glimlachend haar buurvrouw aan. De rest van die sessie blijft ze zitten en geeft aanwijzingen naar wie de microfoon moet.

Kijken door de ogen van privileges naar klimaat rechtvaardigheid en insluiten

Kennelijk is het belangrijker dat gemotiveerde en betrokken Vrienden hun bijdragen geven over de facetten die hen raken in dit thema, dan dat zij haar plan uitvoert. Het maakt geen inbreuk op de rustige gedisciplineerdheid die in de zaal heerst. Centraal staat de gezamenlijke betrokkenheid en vormgeving aan het thema. Daar is de inzet voor, met z’n allen. Ik ben onder de indruk van de verantwoordelijkheid die de Britse Vrienden nemen voor het koloniale verleden. Er wordt gevarieerd ver-
kend wat het thema privileges inhoudt. Schuldgevoelens en schaamte worden benoemd, maar ook werken met de mogelijkheden die privileges nu soms kunnen geven om ongelijkheid te herstellen, ons bevoorrecht-zijn nú positief gebruiken om te werken aan verbeteringen. Ik heb mij deze dagen gevoed gevoeld. Wat is er in 3½ eeuw Quakerisme veel opgebouwd aan het in praktijk brengen van de getuigenissen, aan doelgericht voortgaand werken aan de praktische invulling van onze Quakerwaarden.

Ik hoop gebruik te kunnen gaan maken van de mogelijkheden van deze grote gemeenschap. In een parallelle sessie werd een cursus besproken: Equipment for Ministry. Ik voel vaak weerstand om in de stilte van een
meeting op te staan en mij te uiten. Ik klap dicht in directe contacten die
niet positief zijn, als er spanning is. Het is een cursus van twee jaar, die
ik ingebed, in contact met mijn eigen Quaker achterban zou moeten
doen. Wat kan ik daar veel leren! En hopelijk kunnen we er met elkaar van profiteren. Mensen die deze cursus gevolgd hebben vertelden over een wezenlijk veranderingsproces dat zij hebben doorgemaakt. Het lijkt mij fijn om mij een tijdje te laven aan de verworvenheden van onze Britse Vrienden. Ik ga enthousiast terug naar huis en denk: “Ik voel mij opgetild, het kan dus écht, leven vanuit de Quakerwaarden.”

Tot mijn verrassing pak ik thuis ineens allerlei dingen aan die al liggen te
wachten sinds mijn verhuizing. Zomaar vanzelf komt ineens ergens een hele boel energie vandaan!
Ik raad je aan om de Britse Jaarvergadering te bezoeken als je kunt!

Posted on

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *