Selecteer een pagina

2.1 Korte geschiedenis van het Genootschap

Engeland, begin zeventiende eeuw. Het is een roerige tijd. Scheuringen in de kerk, politieke onrust en de vorming van een staatskerk. De Bijbel verschijnt voor het eerst in de landstaal en wordt voor een breed publiek toegankelijk. Er ontstaan allerlei nieuwe religieuze stromingen.
In deze tijd groeit George Fox (1624-1691) op in een eenvoudig milieu. Hij is een auto- didact. Op 23-jarige leeftijd raakt hij in een geestelijke crisis. Dan krijgt hij een visioen waarin hij gewaar wordt dat ieder mens, zonder tussenkomst van wie of wat ook direct
in contact kan komen met God. Dit vermogen noemt hij ‘dat van God in ieder mens’, ‘de innerlijke leraar’ of het ‘inwaartse Licht dat ieder mens verlicht’. Vanaf 1652 trekt hij het land door om zijn inzicht te verkondigen dat mensen zich moeten afkeren van alle door mensen opgetuigde religie en zich laten leiden door hun innerlijke Leraar, die hij vereen- zelvigt met Jezus.
Margaret Fell (1604-1702), sluit zich aan bij de Quakers. Zij is een intelligente en doortastende vrouw. Jaren na het overlijden van haar man, die als Vrederechter de Quakers bescherming bood, trouwden George en Margaret en zij worden samen beschouwd als de stichters van het Religieus Genootschap de Vrienden (Quakers). Margaret heeft een grote bijdrage geleverd aan de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Zij schreef o.a. een geschrift over het recht van vrouwen om in het openbaar te spreken.
Het Religieus Genootschap der Vrienden (Quakers) is een van de religieuze groeperingen uit de zeventiende eeuw die nu nog bestaan. Dit is te danken aan de manier waarop de Quaker gemeenschap in staat is geweest om zonder leiders en zonder leerstellingen tot onderlinge verbondenheid te komen vanuit een gezamenlijk stil zoeken. De Quakers werden vaak verward met andere groeperingen. Robert Barclay (1648-1690) heeft een apologie geschreven waarin de geloofsovertuiging van de Quakers uit de doeken wordt gedaan in taal die voor theologen verstaanbaar is. De impuls die de Quakerbeweging gaf aan het geestesleven heeft vanaf 1689, toen de Tolerance Act in Engeland vrijheid van godsdienst inluidde, geleid tot belangrijke maatschappelijke vernieuwingen. William Penn (1644-1718) stichtte in Amerika een kolonie – Pennsylvania – die werd bestuurd op basis van Quaker principes.

De eerste Quakers kwamen in 1653 naar Nederland, dat bekend was om zijn godsdienst- vrijheid, om Quaker waarden uit te dragen. Vooral bekend zijn in dit verband William Ames en William Caton (die Nederlands hadden geleerd) in Amsterdam en Benjamin Furly in Rotterdam. Benjamin was een handelsman die bevriend was met de filosoof John Locke. George Fox logeerde bij hem wanneer hij reisde in Nederland en Noord-Duitsland. De historicus Willem Sewel is een van de eerste Nederlandse sympathisanten. Hij schreef later een Historie van de Nederlandse Quakers! [1]Robert Barclay, George Fox en William Penn kwamen verschillende keren naar ons land en in 1677 kwam het – in aanwezigheid van George Fox – tot de oprichting van de Nederlandse Jaarvergadering.
<\p>

In de 18e eeuw trad in de Quaker beweging een periode in van quiëtisme. Quakers legden zich toen vooral toe op een voorbeeldige levensstijl. Bekende Quakers uit de achttiende eeuw zijn John Woolman (1720-1722), die een belangrijke rol vervulde in de afschaffing van de slavernij, door zijn contacten met de Indianen en door zijn aandacht voor het mili- eu, en Elisabeth Fry (1780-1845) die zich onvermoeibaar inzette voor verbetering van de positie van gevangenen en geesteszieken.

Quakers voelen zich van oudsher zeer verwant met gevangenen omdat velen van hen langdurig in de gevangenis hadden gezeten vanwege hun godsdienstige overtuiging. In de 19e eeuw raakten vele Quakers onder invloed van de evangelische beweging. Tegelijkertijd waren er ook Quakers die zich juist beter thuis voelden bij een meer vrijzinnige geloofsop- vatting, waarbij het “inwaartse Licht” of “dat van God in ieder mens” als een belangrijker leidend beginsel werd beschouwd dan de Bijbel. Dit leidde tot diverse scheuringen binnen de Quakerbeweging. Zo ontstaan er begin 20e eeuw een aantal hoofdstromen met o.a. een evangelische, een orthodoxe, een conservatieve en een liberale richting. Deze verdeeldheid was uitermate pijnlijk voor Quakers die juist willen leven vanuit onderlinge verbondenheid.

Rufus Jones, een visionaire Amerikaanse Quaker, richtte aan de vooravond van de eerste Wereldoorlog een organisatie op voor internationale hulpverlening, de American Friends Service Committee (AFSC), die Quakers de gelegenheid gaf een ‘alternatieve dienst- plicht’ te vervullen zodat ze trouw konden blijven aan hun Vredesgetuigenis dat alle ge- weld afwijst, voor welk doel ook. Deze opzet, waarin de Quakers vanuit diverse richtingen eensgezind samenwerkten, bracht verzoening tussen hen en leidde tot de oprichting van een wereldcomité, het Friends World Committee for Consultation (FWCC), waarin alle Quakertradities verenigd zijn. AFSC en het Britse Quaker Peace and Service kregen in 1947 de Nobelprijs voor de Vrede voor al hun humanitaire werk en met name de hulpver- lening vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In Hoek van Holland herinnert een monument aan de Kindertransporten, waarbij Quakers een belangrijke rol hebben gespeeld. Daardoor konden vlak voor WOII Joodse kinderen uit Duitsland en Oostenrijk aan het Naziregime ontkomen door te vluchten naar Engeland. In Nederland is het Quaker Hulpfonds actief in de werving van fondsen ten bate van humanitaire en ecologische projecten.
Quakers oefenen tegenwoordig onder andere invloed uit op de wereldpolitiek als Non Gouvernementele Organisatie (NGO) bij de Europese Unie en de Raad van Europa, alsmede bij de Verenigde Naties.
In Nederland zijn er actieve Quakergroepen in Amsterdam, Bennekom, Den Haag, Deventer en Groningen.

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 1. Voorwoord
Volgende: 2.2  Levensbeschrijvingen van enkele bekende Vrienden ==>