Selecteer een pagina

6.4 Quaker organisatie

De organisatiestructuur van het Religieus Genootschap der Vrienden (Quakers) hangt nauw samen met de ‘kerkorde volgens het evangelie’, waarin het priesterschap van alle gelovigen een belangrijke rol speelt. George Fox zei hierover: Christus is aanwezig te midden van zijn gemeente als regeerder, voogd en regelgever. Het gezamenlijke priesterschap brengt gedeelde verantwoordelijkheden met zich mee.

Quakers zijn wereldwijd georganiseerd in groepen die Maanden Jaarvergaderingen worden genoemd omdat ze traditioneel maandelijks respectievelijk jaarlijks bij elkaar komen om zaken af te handelen in zogenoemde Zakenvergaderingen.
De meeste Jaarvergaderingen zijn aangesloten bij het Quaker Wereldcomité – Friends World Committee for Consultation. Wereldwijd zijn er om en nabij één miljoen Quakers.

De Jaarvergadering is het hoogste besluitvormende orgaan van het Genootschap. De jaarlijkse bijeenkomst van de Jaarvergadering wordt in Nederland de Algemene Vergadering genoemd. Om dringende zaken ook af te kunnen wikkelen tussen de jaarlijkse Algemene Vergaderingen in is er een interim orgaan: de Landelijke Commissie.

De Maandvergadering is de primaire eenheid in de Quaker organisatiestructuur. Maandvergaderingen zijn autonoom. Een groep Quakers die Stille Samenkomsten houden mogen zich pas een Maandvergadering noemen als zij door de Jaarvergadering zijn erkend. In Nederland kennen we op dit moment (2015) de volgende Maandvergaderingen: de Amsterdamse Maandvergadering, de Haagse Maandvergadering, de Noordoost Nederlandse Maandvergadering (in Groningen), de Midden en Zuid Nederlandse Maandvergadering (in Bennekom). Verder zijn er twee – nog niet als Maandvergadering erkende – Quaker- groepen, één in Deventer en één in Zuid-Nederland.

In ons kleine Genootschap zijn bepaalde verantwoordelijkheden ondergebracht bij de Jaarvergadering die in het buitenland bij Maandvergaderingen zijn gelegd. Dit is niet vreemd als men bedenkt dat Maandvergaderingen in grotere landen vaak meer leden hebben dan de hele Nederlandse Jaarvergadering.

Zo berusten bijvoorbeeld de volgende verantwoordelijkheden bij de Nederlandse Jaarvergadering: Beheer van het archief, de Quaker bibliotheek in Amsterdam, het beheer en onderhoud van het onroerend goed (via de Commissie Huizenbeheer) en andere vermogensbestanddelen, de uitgave van (promotionele) Quaker literatuur (via de Literatuur- commissie), vredeswerk, ondersteuning van sociale- en vredesprojecten in binnen- en buitenland (via het Quaker Hulpfonds).

Om Jaarvergadering en Maandvergaderingen goed te laten functioneren benoemen zij ieder een Schrijver uit hun midden. De naam van de functie is ontleend aan een belangrijke onderdeel van de functie, namelijk het begeleiden van het besluitvormingsproces in de Zakenvergaderingen en het vastleggen van het gevoelen van de Zakenvergadering. Hierbij is het algemene gevoelen van de samenkomende Vrienden in dit besluit geleid te worden door de Geest leidend.
Of het nu een grote of een kleine Maand- of Jaarvergadering betreft, het goed bewaren van stukken, met name Minuten, is van groot belang. Het minutenboek is een belangrijk document en wordt te zijner tijd ook een historisch document dat inzicht verschaft in de ontwikkeling van die groep Vrienden.

Kleinere Jaarvergaderingen hebben vaak moeite om voor alle taken Vrienden te vinden die deze goed kunnen vervullen. Vaak hebben die Vrienden ook nog eens een druk beroeps- en familieleven. Daarom streven we ernaar de organisatiestructuur zo eenvoudig mogelijk te houden. Vandaag de dag kan moderne technologie ons hierbij ook vaak een handje helpen. Omdat wij de gewoonte hebben minuten ter plekke schriftelijk vast te leggen kunnen er echter dringende vraagtekens worden gezet bij het gebruik van Skype en e-mail.

De Nederlandse Jaarvergadering is een erkend kerkgenootschap en als zodanig lid van de Raad van Kerken in Nederland.
De Nederlandse Jaarvergadering oefent geen directe invloed uit op de politiek, maar doet dit via de Raad van Kerken in Nederland en de volgende non-gouvernementele organisaties, te weten de Quakerraad voor Europese Aangelegenheden en de Quaker United Nations Office.

Er zijn twee dingen, zonder welke een Quakergemeenschap nimmer zal kunnen stellen: eenheid in God en gemeenschap met elkaar. Beide beleven wij in onze stille wijdingssamenkomsten. Zou de eenheid in God geen ervaarbare eenheid zijn, dan zou de voornaamste grond voor het bestaan van ons Genootschap zijn verdwenen. En de ervaring van deze eenheid is tevens de ervaring van de gemeenschap der mensen.

Adolf Woldendorp, 1958.

Het was George Fox, die eenmaal getuigde:
‘Een ware kerk is geen gebouw, doch een gemeenschap van Gods kinderen, in Zijn Liefde verenigd.’
Het is deze kleine gemeenschap die wij steeds weer opnieuw trachten te zijn, die ik danken wil voor alle steun, liefde en begrip uit alle richtingen ontvangen…
Jo Hofman, 1959.

Quaker meetings en ook de mensen waaruit ze bestaan verschillen van karakter op elk tijdstip, zowel als in de loop der tijden. Sommige perioden zijn vervuld van groei en naar buitengerichte activiteiten. In andere is dat in mindere mate het geval. Misschien zelfs als men zucht onder de inspanningen om vroeger begonnen werken in hun uiterlijke vormen in stand te houden.

Dit brengt ons tot de vraag: Waar staan we vandaag ten opzichte van het geloof en de werken. Gaan we van de juiste volgorde uit: eerst het geloof, dan de werken? Of zetten we werk voort dat ontstaan en drijvende kracht dankte aan het geloof van degenen die ermee begonnen?
Als we in een toestand verkeren waarin de meeting meer taken heeft te verzetten dan er mensen zijn om uit te voeren, of als we meer doeleinden willen nastreven dan we kunnen volhouden, dan is ernstig zelfonderzoek geboden. Misschien moet ons geloof worden versterkt door meer eigen voorbereiding van elk lid van de groep.

Frank Blackwell, 1983.

Er is door verwonderde buitenstaanders, die keken naar het Religieus Genootschap der Vrienden, wel eens gezegd: als je je een geloofsgemeenschap indenkt, door een aantal vrienden opgericht, een gemeenschap die geen bestuur heeft, geen geloofsbelijdenis, geen dogma’s, geen voorgangers in de eredienst, waar nooit wordt gestemd over te nemen besluiten, dan kun je toch niet anders verwachten dan dat zo’n gemeenschap, al is zij nog zo enthousiast en eensgezind begonnen, onmogelijk kan blijven bestaan, maar binnen korte tijd letterlijk spoorloos zal verdwijnen. En nu bestaat het moedergenootschap al ruim drie eeuwen en onze Jaarvergadering al ruim een halve eeuw.
Anton Kalff, 1988.

De organisatie is een noodzakelijk kwaad om de beweging gaande te houden. Maar het levensgrote risico is dat de organisatie de beweging verlamt door dwingende regelgeving, zeg maar de letter die doodt, terwijl de Geest levend maakt. En de Geest is niet in een organisatie te vangen… We hebben veelal geprobeerd conflicten op te lossen door goede afspraken te maken over te volgen procedures. Maar daarmee komen we in de sfeer van het contract. De regeltjes die we dienen na te leven en waar we elkaar op controleren. En als de regels belangrijker worden dan de vriendschap, als we elkaar pijn gaan doen en beschadigen met al onze regels, dan zijn we op de verkeerde weg…

Maar daar zit het echte probleem niet. Als we als Vrienden met elkaar Vrienden willen zijn, en ons door de Geest laten leiden, dan komen we daar wel uit, en kunnen, als dat nodig is, ook wel correcties in onze organisatiestructuur aanbrengen.
Peter Spreij, 2002.

<– Vorige: 6.3 Gesprek vanuit de stilte
Volgende: 6.5 Lidmaatschap –>

Inhoud

4.6 Internationale inzet

Vanuit hun geloofsovertuiging zetten Quakers zich in voor goede internationale betrekkingen, het handhaven van mensenrechten en het bewerkstelligen van vrede en verzoening in de wereld.
Zo geloven wij mee te bouwen aan het Koninkrijk van God hier en nu.

Quakers vormen een wereldwijd religieus genootschap dat niet alleen wars is van dogmatiek, maar ook van nationalisme. Al te vaak heeft nationalisme conflict en oorlog gebracht. Quakers overal ter wereld noemen zich bijvoorbeeld de Nederlandse, de Britse, de Franse Jaarvergadering van het Religieus Genootschap der Vrienden (Quakers), daarmee te kennen gevend dat het Genootschap een wereldwijde, internationale gemeenschap is. Sommige Jaarvergaderingen verenigen zelfs leden uit verschillende landen, zoals bijvoorbeeld de Zuidelijk Afrika Jaarvergadering leden telt uit wel acht verschillende landen.

Al sinds 1948 zijn de Quakers door de Verenigde Naties erkend als non-gouvernementele organisatie en hebben zij vertegenwoordigingen bij de VN in Genève en New York., de zogeheten Quaker United Nations Offices (QUNO). De staf van deze Quakervertegenwoordigingen probeert om de vertegenwoordigers van de lidstaten van de VN achter de schermen en door ‘stille diplomatie’ bijeen te brengen rond een aantal thema’s: ontwapening, vrede, verzoening, conflictpreventie, mensenrechten, inzet voor vluchtelingen, duurzaamheid en milieuverdragen. Waar er verschillen van inzicht bestaan tussen lidstaten over belangrijke ontwerpverdragen rond genoemde thema’s van de VN proberen we als Quakers ze achter de schermen op één lijn te krijgen, zodat een verdrag er daadwerkelijk komt. Op die manier werd er bijvoorbeeld toe bijgedragen dat het verdrag tegen landmijnen substantiële steun kreeg.

In Europees verband zijn de Quakers op een vergelijkbare wijze actief. De Europese Jaarvergaderingen hebben gezamenlijk een Quaker Council for European Affairs (QCEA) in het leven geroepen met een vertegenwoordiging in Brussel. Deze werkt aan soortgelijke thema’s binnen de Europese internationale context: de Europese Unie (Brussel) en de Raad van Europa (Straatsburg). Hier wordt onder meer gewerkt aan de verbetering van de Europese kaders en richtlijnen voor de behandeling van gevangenen en vluchtelingen door de lidstaten. Ook de versterking van burger vredeswerk in het buitenlands beleid van de EU krijgt de nodige aandacht. De laatste jaren wordt door QCEA ook meer werk verricht rond het milieu- en energiebeleid van de EU.

Als voorbeeld van concrete resultaten van QCEA kunnen o.m. worden genoemd: een onderzoek naar de positie van vrouwelijke gevangenen in Europa dat tot daadwerkelijke verbeteringen in het beleid heeft geleid, waardoor hun rechten – bijvoorbeeld voor de omgang met hun kinderen – beter gewaarborgd worden. Zo werden bijvoorbeeld ook praktische aanbevelingen van de Quakers voor het door de EU te ontwikkelen beleid met betrekking tot conflictpreventie en crisismanagement overgenomen.

Als de soevereine vorsten van Europa.. besluiten jaarlijks bijeen te komen (…) in een Europees Parlement of Europese Staat (…) waar alle verschillen van mening (…) besproken kunnen worden (…) en waardoor staten die zich niet aan het oordeel daarvan onderwerpen en toch hun toevlucht zoeken tot gewapend geweld door de andere staten verenigd als één kracht gedwongen kunnen worden zich aan het oordeel van dat Parlement te onderwerpen (…) zou Europa de zo diep verlangde en noodzakelijke vrede verkrijgen voor haar geplaagde burgers. William Penn, 1693 in: An Essay towards the present and Future Peace of Europe.

Ik meen dat het alleszins reden heeft om vooruitgang te steunen en te bevorderen. Als de Europeanen verstandig zijn (meer is niet nodig) wordt Pan Europa een werkelijkheid en zullen de thans opvlammende nationalistische bewegingen de laatste stuiptrekkingen van een uitgaande vlam blijken te zijn.

Anton Kalff, 1937.

Er zijn ogenblikken dat het werk een “vechten tegen de bierkaai” lijkt, en dan is het goed te beseffen dat het immers niet uit en met eigen kracht is dat we deze opdracht vervullen: dat ik zelf slechts een onvolkomen middel ben om uitdrukking te geven aan de goodwill die door de eeuwen heen in de beste mensen en groepen van onze beschavingskring groeide, waaraan ik door traditie deel heb en dat het de levende kracht van onze Heer en Herder is, die alleen goeds kan werken

Piet Kruithof 1958, in een brief vanuit Bolivia, waar hij voor de VN werkte.

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 4.5  Een rechtvaardige samenleving
Volgende: 5. Leven ==>

3.7 Quakers en Jezus

Omdat Quakers een ondogmatische geloofsgemeenschap vormen, is de verwoording van de betekenis die Jezus in het persoonlijk leven van Quakers inneemt zeer verscheiden.
De betekenis van Jezus van Nazareth wordt in Quakerkringen aangegeven met uiteenlopende theologische noties. George Fox zei: “Christus zegt dit en de apostelen zeggen dit, maar wat kan jij zeggen? Ben jij een kind van het Licht en heb jij in het Licht gewandeld? En wat je zegt is dat een ingeving van God?” [1] Daarmee wil hij zeggen dat geloven niet gegrondvest is op het nazeggen van woorden of godsdienstige teksten, maar dat het Bijbelse verhaal over Jezus pas tot zijn recht komt als wij daarover kunnen spreken vanuit het inwaartse Licht. In de Quakertraditie streven wij ernaar de aanmaning “Wees spaarzaam met je woorden”[2] ter harte te nemen. Als onze woordenstroom tot staan komt zwijgt de oude wereld en kan de nieuwe wereld geboren worden. De Quaker traditie maakt ons<\p>

duidelijk dat de mystieke ervaring in de stilte ons niet alleen tot hoorders van het woord gaat maken maar ons ook er toe kan brengen ons ernaar te gedragen [3]. Of met de woorden van William Penn: ‘Ware heiligheid keert mensen niet van de wereld af, maar stelt ze in staat daarin een beter leven te leiden en wekt hen op pogingen te ondernemen deze te verbeteren.’[4]

Het verhaal van Jezus’ leven wijst een weg hoe wij God in ons leven kunnen verstaan en antwoorden. Wij proberen zijn voorbeeld steeds voor ogen te houden. Zijn leer wordt voor ons het kernachtigst samengevat in Mattheüs 5 en 6 – de Bergrede.

In Mattheüs 18:20 lezen we:
‘Want daar waar twee of drie mensen in mijn naam bij elkaar zijn, ben ik zelf in hun midden’ (Statenvertaling).

En in Johannes 15:13-17:
‘Mijn opdracht aan jullie is: heb elkaar lief, zoals ik jullie heb liefgehad. Je kunt je vrienden niet méér liefhebben dan wanneer je je leven voor hen geeft. En jullie zijn mijn vrienden, als je doet wat ik je opdraag. Ik noem jullie niet langer knechten, want een knecht weet niet wat zijn heer doet. Nee, ik noem jullie vrienden, omdat ik jullie alles heb bekend gemaakt wat ik van mijn Vader gehoord heb. Jullie hebben niet mij, maar ik heb jullie uitgekozen, en ik heb jullie opgedragen erop uit te gaan.
Jullie moeten vrucht dragen en je opbrengst aan vruchten niet verloren laten gaan.’

Ik heb jullie mijn Vrienden genoemd. Van wie zijn wij dus eigenlijk als Vrienden vrienden? Zijn wij altijd Zijn Vrienden? Nee, kennelijk alleen zolang wij vanuit dat medeweten (ik heb jullie alles bekend gemaakt, weet dus wat je doet) proberen te doen wat Hij ons opdraagt en voorleeft: God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf.

Kees Nieuwerth, 1986

Want de geboorte van Jezus is geen nuchter feit.
Laten wij toch bese
ffen dat de Schrijvers van de kerstverhalen zo overtuigd waren van het wonderbare, het eenmalige van Jezus, dat zij zijn geboorte niet anders konden zien dan als een wonder en dat zij in hun eenvoud het Wonder dat Jezus heet in stoffelijke en zichtbare beelden beschreven en zich ermee omringden omdat zij voor de geestelijke werkelijkheid van God in Jezus geen woorden wisten.
Anton Kalff, 1988

Kerstfeest is en blijft een ingewikkeld feest. Het roept bij veel mensen tegenstrijdige gevoelens op….Misschien symboliseert het kerstverhaal een oerdroom van mensen. In gedachten zien we de kerststal.

In de stal wordt een kind geboren. De meeste kinderen die in deze nacht ter wereld komen, zullen neergelegd worden in een voerbak, een sinaasappelkistje of op wat bananenbladeren in een hut. Dat merkt het kind niet, het slaapt en droomt toch wel. Maar ieder mensenkind dat geboren wordt vervult onze ziel met hoop. En het herinnert ons aan het kind dat wij waren, dat wij zijn.
…Dromen maken ons weerbaar tegen het kwaad in de wereld. Zo reëel en nuchter is de droom van kerstmis.
Henk Ubas, 1992

Dat de Schepping nochtans niet af is, komt omdat God de mens mede zelf de voltooiing in handen heeft gegeven, zoals uit het door Jezus gegeven voorbeeld is af te leiden. Jezus is in dit opzicht als een baken in zee en als een wijzer op je weg, de weg naar Gods Koninkrijk, een koninkrijk waarin de ander anders is.

Henk Ubas, 1996

Wat mij inspireert en sterk vasthoudt, is de kracht van de levende Geest, de universele Christus, die in alle mensen aanwezig is, en die alle verschillen tussen religies overstijgt. Die kracht was overduidelijk de inspiratie van de historische Jezus, en in die zin is Jezus’ leer voor mij persoonlijk enorm belangrijk
Irene Visser, 2002.

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.6  Quakers en hun visie op de Bijbel
Volgende: 3.8  Houding ten aanzien van geloofsbelijdenissen ==>

3.4 Getuigenissen

Johannes vertelt in zijn evangelie ( Johannes 1:9) dat hijzelf er was om te getuigen van: “het ware licht dat ieder mens verlicht en dat naar de wereld kwam”. Quakers verstaan hieronder dat er “iets van Gods licht”, of anders gezegd: “dat van God” is in ieder mens. Dit verstaan van de wijze waarop God werkt in het leven van mensen, heeft bij de Vrienden geleid tot de inzichten dat iedereen gelijk is voor God, dat we anderen lief horen te hebben als onszelf, dat we op een eenvoudige en duurzame wijze dienen te leven, opdat anderen eenvoudigweg kúnnen leven, dat we de natuurlijke hulpbronnen van onze planeet eerlijker gaan delen en dat we zullen bouwen aan de vrede in onze wereld.

Deze innerlijke leiding, dit inzicht, wordt door Quakers aangeduid als ‘getuigenis’. Er zijn getuigenissen waarnaar Vrienden proberen te leven. De ene Vriend legt meer nadruk op een bepaald getuigenis en een andere weer op een ander getuigenis. Deze getuigenissen hebben in de loop der tijd verschillende prioriteiten en andere bewoordingen gekregen, mede vanwege de maatschappelijke actualiteit. En ook nu is het ene getuigenis wezenlijker voor de één, waar een ander vooral leeft naar een ander, maar ze grijpen in elkaar en zijn aan elkaar verwant omdat ze allemaal voortkomen uit dezelfde innerlijke leiding.

Enkele voorbeelden van Quakergetuigenissen zijn: integriteit, vrede en geweldloosheid, eenvoud van leven, gelijkwaardigheid van allen, het vermijden van gokken, het weigeren de eed af te leggen, verzet tegen de doodstraf, het bevorderen van sociale en economische rechtvaardigheid en een eerlijk delen van de natuurlijke hulpbronnen.

Hierna worden enkele van deze getuigenissen iets meer in detail besproken.

Vrede:

Quakers geloven dat oorlog niet in overeenstemming is met dat wat Jezus ons leert: “Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten” (Lucas 6:27). De eerste Quakers probeerden de wortels van conflicten en oorlog te ontdekken en te handelen in een geest die alle aanleiding tot gewapende conflicten en oorlogvoering wegneemt. Het Vredesgetuigenis
is altijd een bron van inspiratie geweest voor de Vrienden door de eeuwen heen, want het wijst een weg naar een manier van leven die goede relaties tussen alle mensen, ja zelfs alle schepselen, insluit. Als religieuze gemeenschap hebben wij ons gezamenlijke getuigenis tegen oorlog en geweld gedurende onze hele geschiedenis altijd gehandhaafd. Zo hebben Quakers veel gedaan om het verbieden van de inzet van landmijnen en kindsoldaten op de internationale agenda te krijgen.

Voor veel Quakers is dit vredesgetuigenis een van de meest fundamentele Quaker-getuigenissen. Zij zijn zich er van bewust dat het vredesgetuigenis een zware verantwoordelijkheid met zich meebrengt, omdat ook de keuze voor geweldloosheid geen schone handen belooft.

Voor sommigen echter, vooral wanneer zij in situaties leven waarin zij dagelijks geconfronteerd worden met onderdrukking, onrechtvaardigheid en geweld, kan het een moeilijk getuigenis zijn, een ideaal zwaar om naar te leven. Dit is bijvoorbeeld het geval voor Quakers in een aantal Afrikaanse landen. Toch worden Vrienden ook in dergelijke omstandigheden geroepen om voort te gaan op de weg van het vredesgetuigenis.

En die weg houdt in: de kant van de slachtoffers kiezen en tegelijkertijd ‘dat van God’ in de daders blijven zien.

Eenvoud:

De Vrienden hebben elkaar altijd aangemoedigd om zo eenvoudig mogelijk te leven. De eerste Quakers geloofden dat de verleidingen van luxe en zelfingenomenheid de geestelijke ontwikkeling van een persoon in de weg konden staan, reden waarom zij zich inspanden om zich op een eenvoudige wijze te kleden en uit te drukken en waarom zij waar- schuwden tegen het aangaan van schulden. Dit getuigenis van ‘eenvoudig leven’ laat zich nu goed combineren met de oproep tot ‘duurzaam leven’, die tot doel heeft de Schepping zorgvuldig te beheren en te bewaren. Vrienden verzetten zich ook tegen ongeremde eco- nomische groei, in een samenleving die steeds meer materialistisch en egoïstisch wordt, waardoor mensen verleid worden steeds meer aan te schaffen.

Gelijkwaardigheid van allen:

Quakers geloven in ‘dat van God in iedereen’: dat alle mensen gelijk zijn voor God, onge- acht geslacht, ras of leeftijd. Zo konden bijvoorbeeld vanaf de eerste Quaker-samenkom- sten mannen, vrouwen en kinderen getuigen.
Het getuigenis van gelijkwaardigheid heeft Vrienden er steeds toe aangezet om te strijden voor verandering in volgens hen onrechtvaardige situaties. Onderwerpen waarvoor zij zich ingezet hebben én nog steeds inzetten: hervorming van het gevangeniswezen, de afschaffing van de doodstraf, de beweging tegen de slavernij, sociale woningbouw, vredes- werk, overheidsbeleid inzake immigratie en kinderbescherming.

Armoede, onrechtvaardigheid en uitsluiting zijn vaak de diepere oorzaken voor geweld- dadige conflicten en oorlog binnen en tussen staten. Dit is waar het getuigenis van de gelijkwaardigheid samenkomt met het vredesgetuigenis en dat van eenvoudig en duurzaam leven.
Dit brengt ons dichter bij de ervaring van de vroege Vrienden die geen scherpe grenzen trokken tussen de verschillende Quakergetuigenissen, maar deze zagen als één samenhan- gende uiting in de geest van Jezus en voor wie geloven en handelen altijd één waren.

Deze Algemene Vergadering herbevestigt zijn sterke bezwaren tegen het afleggen van de eed in gerechtshoven en bij andere gelegenheden, niet alleen omdat het zweren van een eed verboden is door Jezus Christus, maar ook omdat het een dubbele standaard van waarheid inhoudt. Het veronderstelt stilzwijgend dat een persoon niet gehouden is de waarheid te spreken, tenzij hij onder ede verklaart.

Australia General Meeting, 1929.

Waar onze wil en onze begeerten nog altijd het hoogste woord willen hebben, kan Gods wil in ons en door ons niet geschieden.
Rob Limburg, 1937.

Het is belangrijk te erkennen dat angst en agressie twee factoren zijn, waar ieder in eigen leven onder lijdt.
Door nog meer stilte tot een onderdeel van ons leven te maken, nog meer ons open te stellen voor het Innerlijk Licht, zal een deel van die angst en agressie kunnen worden overwonnen en omgezet worden in vrede in jezelf.

Zendbrief Nederlandse Jaarvergadering, 1977

Quakerisme zonder daden is ondenkbaar. Maar zonder onze mystieke Godservaring is het evenzeer ondenkbaar. We kunnen het in twee woorden samenvatten: “praktische mystiek”. Laten we daarmee verder gaan.
Anton Kalff, 1988

De materiële welvaart die wij verworven hebben heeft ons niet gelukkiger gemaakt en tegelij- kertijd realiseren wij ons dat het een geweldige luxe is dat wij zo sceptisch over onze welvaart kunnen doen.
Het leven van Jezus was een leven zonder zel
fbeveiliging. Maar dan kunnen wij de dingen ook niet laten voor wat ze zijn. Wie voor deze God kiest, omdat Hij voor de mens gekozen heeft, kiest daarmee wat deze God hoog zit. Het gevecht tegen uitbuiting en lijden, tegen geweld en zinloze mensvernietiging, tegen hopeloosheid en berusting, tegen hoogmoed en zelfzucht. Geloven brengt onvermijdelijk met zich mee dat wij stap voor stap onze fundamentele keuze proberen te vertalen in ons handelen. Ondanks ons falen en in al zijn betrekkelijkheid kan ons leven een plek worden waar de hoop gestalte krijgt.

Maria van Everdingen, 1989

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige:3.3 – Inkeer en gebed
Volgende: 3.5 – Wat Quakers verstaan onder een roeping (‘concern’) ==>

3.1 Stille samenkomst

Centraal in het leven van het Religieus Genootschap der Vrienden staat het gemeenschappelijk zoeken naar de ervaring van het Inwaartse Licht. De Vrienden komen regelmatig bij elkaar (meestal op zondagochtend) om samen in stilte te wachten op die ontmoeting met God. De samenkomsten kunnen een bepaalde orde van dienst volgen (een geprogrammeerde samenkomst) of verlopen zonder enige vooraf bepaalde inhoud (een ongeprogrammeerde samenkomst). Daarnaast is er onder Quakers wereldwijd grote verscheidenheid in de mate waarin de stilte een rol speelt. In Nederland worden op dit moment alleen ongeprogrammeerde Quaker samenkomsten gehouden. Daarom beperken wij ons hier tot deze vorm van samenkomst.

De samenkomst staat open voor iedereen, maar het is goed om erbij stil te staan dat zij niet bedoeld is als een op zichzelf staande activiteit: de stille samenkomst maakt deel uit van de weg die de Vrienden willen gaan.
Vrienden hebben door de eeuwen heen ervaren dat allen die zich in de Quaker samenkomst openstellen voor het Inwaartse Licht, zich persoonlijk of als groep door God geleid kunnen voelen. God kan alleen gekend worden door de manier waarop Hij zich in de mens openbaart. Soms dringt deze openbaring tot ons door, soms niet. Maar ook degene die niets van deze openbaring beleeft kan aan de samenkomst een belangrijke bijdrage leveren door zijn/haar (stille) aanwezigheid en die de samenkomst verdiept.

De vorm van de samenkomst

De vorm van de Quaker samenkomst is eenvoudig. Elke plek is geschikt. De inrichting van de plek van samenkomst en de manier waarop de samenkomst precies verloopt zijn afhankelijk van de afspraken die daarover binnen de lokale groep zijn gemaakt. Bij binnenkomst word je begroet door een verwelkomende Vriend. De samenkomst begint wanneer de eerste deelnemer heeft plaatsgenomen. Het einde van de samenkomst wordt aangegeven door een daartoe van tevoren bepaalde Vriend, die gaat staan en zijn/haar buren een hand geeft, waarop iedereen dat doet. Gewoonlijk duurt een stille Quaker samenkomst ongeveer een uur.

Gesproken of gezongen bijdragen

Eén van de aanwezigen kan de inspiratie die in de samenkomst wordt ervaren onder woorden brengen en met de anderen delen. Deze persoon gaat dan staan, verwoordt kort en bondig wat hij of zij te zeggen heeft en gaat weer zitten. Vrienden geloven dat God door ieder mens kan spreken en dat iedereen toegang heeft tot God. Vrienden hechten er waarde aan dat ieder spreken een uitdrukking is van wat men zelf in het hart of leven ervaart
of heeft ervaren. Na elke bijdrage zijn we weer een tijdje stil om de woorden goed tot ons door te laten dringen. Omdat iedereen probeert iets te vertolken van wat er diep in hem/ haar leeft is het niet de bedoeling dat anderen daar in hun bijdragen, op wat voor manier ook, commentaar op leveren.

Wat doet iedereen in die stilte?

George Fox raadt ons voor de Quaker-samenkomst het volgende aan: ‘Wees rustig en kalm in hart en ziel. Laat je eigen gedachten los. Dan zul je ervaren hoe de goddelijke levensbron in jou je geest tot God zal richten. Daardoor zul je zijn kracht ontvangen en de vitaliteit om elke zware storm, orkaan en tegenwind tot bedaren te brengen. Laat daarom een moment je eigen gedachten, je eigen streven, zoeken, verlangen en voorstellingen los. Rust in de goddelijke levensbron in jou om je geest in God zelf tot rust te laten komen en hem nabij te komen. Dan zul je kracht van hem ontvangen en ontdekken dat hij jou in moeilijke tijden, in tijden van nood, tot hulp zal zijn; dat hij een God is die jou altijd nabij blijft’.

Vrienden zoeken hierbij ieder hun eigen weg, in het vertrouwen dat het Inwaartse Licht hen hierbij te hulp komt.
Maar het is wel een gemeenschappelijk zoeken, een “samen op weg”, zodat wij elkaar en God ontmoeten in de Stilte. Als dit werkelijk plaatsvindt spreken we van een ‘in de geest verenigde samenkomst’.

De in de geest ”verenigde” samenkomst

Het komt soms voor dat de stilte haast tastbaar wordt. Alle behoefte aan woorden is verdwenen. Op die momenten kunnen de aanwezigen het gevoel hebben dat ze wezenlijk in het Licht met elkaar verbonden zijn. Een gevoel dat we met verwondering en dankbaarheid ervaren, een teken van liefdevolle eenheid.

Die verbondenheid kan ook naar voren komen doordat iemand iets zegt, soms een enkel zinnetje, waarvan een van de aanwezigen het gevoel heeft dat deze bijdrage net het troostende, verlossende woord was waar hij of zij behoefte aan had.

Voorbereiding op de Stille Samenkomst

Voorbereiding op de Quakersamenkomst betekent dat we zorgen dat we er met de juiste geestesgesteldheid aan beginnen. Dat kan bereikt worden door ook gedurende de week de stilte of de verdieping te zoeken. In de ongeprogrammeerde traditie is het niet gebruikelijk dat iemand een bijdrage thuis voorbereidt, maar het kan wel. Toch zal de beslissing om deze bijdrage ook werkelijk te leveren pas genomen kunnen worden in de Quaker samenkomst zelf, omdat alleen daar ervaren kan worden of die bijdrage bij het gevoelen van de samenkomst past.

…Wanneer iemand toelaat dat hij van slaap in de samenkomst overwonnen wordt dan verliest hij het gevoel van de kracht Gods.
Stephen Crisp, 1669. In: De Oude Waarheyd Ontdekt, Rotterdam, 1684, blz. 629

Dit stille wachten wordt niet bereikt, noch begrepen, wanneer wij niet bereid zijn onze eigen wijsheid en wil opzij te zetten en ons volledig aan God te onderwerpen. De mens handelt zodoende niet zozeer zelf, maar wordt tot handelen gebracht door het Licht. In onze stille samenkomst heeft ieder zodoende deel aan de vernieuwing en versterking van de gemeenschap en de ‘communie’ met allen. Dus zien wij het als een plicht bijeen te komen, waarbij het de verantwoordelijkheid van ieder en allen is te wachten op God. Geleidelijk terugkerend vanuit onze eigen gedachten en beslommeringen ervaren wij dan dat het een bijeenkomst is in zijn Naam, waar Hij temidden van ons is, zoals Hij heeft beloofd.
Robert Barclay, (1676 Proposition XI in Apology)

Wanneer gij tot uw Vergaderingen komt, zit dan in stilzwijgendheid, rustend van uw eigen willen en lopen en wachtend op de Heer, met uw gemoederen in het Licht bevestigd waarmee Christus u verlicht heeft, totdat de Heer zijn leven op u ademt, u verkwikt, u voorbereid en uw geesten en zielen opwekt om u bekwaam te maken voor een zuivere en geestelijke offerande. William Penn, 1677. In: De Oude Waarheyd Ontdekt, Rotterdam, 1684, blz. 29

Om nu en dan met het volk des Heren op hem te wachten en om tot stilheid te komen uit de vele bezigheden die in de wereld zijn en in stilzwijgendheid te wachten om de ontspringing van het leven en de kracht Gods in het innerlijk te voelen.
Elizabeth Hendriks, 1683. In: De Oude Waarheyd Ontdekt, Rotterdam , 1684, blz. 538.

Zij geloven, dat in de stille tijd, dat zij samen zijn, zij gezamenlijk iets vinden, dat zij alleen niet gevonden zouden hebben. Dat is ‘the seed’, het zaad van het goede, dat in ieder mens, zonder enig onderscheid, is verborgen.. De moeilijkheid is dat het leven zo druk is, zo lawaaiig!….Ook in het overdrachtelijke, in het geestelijke is dat het geval. De Quakers zijn mensen, die gezamenlijk even stil staan in dit drukke leven; die gezamenlijk stil zijn en zich rekenschap willen geven van hun eigen stuk eeuwigheid; van hun gezamenlijk stuk eeuwigheid.
Corry Laman Trip, 1935.

Datgene dat wellicht het diepste en het wezenlijkste is bij de Quakers is de zwijgende samen- komst. Het is het sterkste en meest broze, wij laten het leven van alledag in ons wegzinken om het eeuwige deelachtig te worden en voelen dat deze werkelijkheid dieper, rijker, waarachtiger wordt.. Zijn er nog woorden nodig om duidelijk te maken wat de dragende gemeenschap der Vrienden in de zwijgende samenkomst betekent? Waarom hier iets aanwezig is, dat ons ver boven het individuele gebed uit heft?
Manfred Pollatz, 1936

Het woord Inwaarts duidt een beweging aan, evenals er in het woord voorwaarts, opwaarts, neerwaarts, achterwaarts zit. Het is een dynamisch woord.
Het Licht is inwaarts. Het zoekt ons, het vindt ons, het verlicht ons, het verwarmt ons. Het
is ook voorwaarts, naar de wereld toe. Het is ook achterwaarts: Terug als je te ver verkeerd gelopen bent. En neerwaarts, als je je zelf op een te hoog voetstuk hebt gezet, en denkt dat je het zelf wel allemaal alleen kan doen, zonder het Licht, buiten het Licht om.
Dina van Dalfsen, In: Het inwaartse Licht bij de Quakers, 1940.

Een persoonlijke getuigenis, hoe aarzelend en onbeholpen geuit, maar ontsproten aan ter plaatse gevonden contact met God, kan het niveau van een wijdingssamenkomst onverwacht verhogen. Door zulk een verhoging (die ook zonder een gesproken getuigenis tot stand kan komen) gaat de verwachting over in beleving van eenheid. Het deelhebben aan deze collec- tieve ervaring is niet de enige gave die de wijdingssamenkomst in haar schoot bergt. Daarvan weten mensen mee te spreken die in de wijdingssamenkomst een individuele zegen mochten ontvangen. Niet altijd, slechts zelden dringt dit tot derden door. Deze individuele ervaring wordt meestal, als een heilsgeheimenis in de stilte bewaard.
Piet A. Kappers, 1956 .

In iedere bijeenkomst, waar mensen samenkomen om God te zoeken, is het goed zijn. De essentiële waarde van iedere samenkomst wordt bepaald door de God- gerichtheid ervan. Daarom betreur ik in mijn gescheidenheid van u allen vooral dit: dat ik vrijwel nooit een wijdingssamenkomst meemaak. Daar immers zoeken wij, tezamen en als Vrienden, God in de stilte.
Eg van Meer, 1957.

Het was deze stille meeting, in alle ongetrainde onvolkomenheid soms, die ons hart bleef trekken. Want daarin vielen woordschermen weg, die ons in ons traditionele milieu zochten te omhullen. Voor ons, en dit is wellicht uitsluitend een karakteruitkomst en zeker geen verdien- ste, sprak Gods stem onverhulder in deze stilte. Zodat we in een gewone kerkdienst meestal het begin, een lied, een Bijbelwoord, een preekbegin, konden opnemen en daarmee zelf een lijn volgden om met schrik aan ’t eind te merken dat we zelf een preek gedacht hadden.
Rien en Rieke Buter, 1960

Het laatste punt, misschien het belangrijkste, is het feit, dat het Quakerisme “moeilijk” is. Is het niet veel eenvoudiger om een voorganger te hebben, die bemiddelaar is tussen God en de men- sen? De voorganger kan zeggen wat hij mag en niet mag. De Quaker moet het voor zichzelf uitmaken. Van leden zelf wordt veel meer geëist. Er is een zekere “mental training” voor nodig. Ik denk hierbij in de eerste plaats aan de ‘meeting’. De meeste mensen zullen hier in het begin veel moeite mee hebben. Het zal een hele tijd duren eer dat de meeting werkelijk iets voor hen betekent.
Frans Ketner, 1960.

Indien wij het voorbeeld van Jezus navolgen, zal dat ons brengen tot een ijverig zoeken naar meer klaarheid, meer kennis en meer beleving van onze verantwoordelijkheid ten opzichte van het leven. Een dergelijk antwoord op het voorbeeld van Jezus vinden wij van meer belang dan betuigingen van ons geloof in hem. Door in stilte naar God te luisteren en door spontaan deel te nemen aan onze erediensten ontdekken we de kracht om antwoord te geven aan God, die in ons en in onze naaste en in de wereld is. Indien wij willen voorkomen dat ons leven zo wordt ingenomen door andere dingen dat wij aan dat antwoord aan God niet meer toeko- men, moeten wij soberheid gaan betrachten.
Groep jonge Quakers, 1960.

Wij moeten leren onderscheiden tussen onze eigen ideeën en de innerlijke leiding. Wij moeten ontdekken wat het verschil is tussen: dit doe ik, omdat ik zie dat het nuttig en nodig is, en: ik begrijp dit niet, maar ik waag het er mee, omdat ik dit gevoel herken en ondervonden heb dat God mijn weg effent als ik het volg.
Dina van Dalfsen, 1965

Er zijn naar mijn overtuiging vele wegen die kunnen leiden tot een ontmoeting tussen God
en de mens. Een van deze wegen is het “stil-zijn” waarbij de mens zich, alleen of samen met anderen, openstelt voor “dat van God ín hem”. En waarbij hij bidt en God vraagt om inzicht en kracht bij zijn pogen Gods opdracht in zijn levenswijze gestalte te geven. Zij die deze weg bewandelen worden Quakers genoemd. Ik ben Quaker! Mijn ontmoetingen met God waren nooit zo intiem, zo intens, dan de keren dat zij plaats mochten vinden tijdens een meeting waarin ik bewust mijzelf openstelde voor Hem in eerbiedig stil-zijn. Ik heb daarbij nooit Gods stem gehoord noch zijn beeltenis voor ogen gehad, maar ik heb vaak Gods aanwezigheid op een niet te beschrijven wijze ervaren. Zijn wil begrepen, Zijn kracht ontvangen die me in staat stelde Zijn opdracht te aanvaarden. Ook heb ik somtijds in de houding of in de uiting van vrienden, met wie ik in een uur van stilte mocht samenzijn, hún ontmoeting met God herkend, voelend hoe Gods liefde in hen was.
Ton Bosman, 1972

God is liefde, lezen we in de brief van Johannes, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem. Indien er iets van liefde in ons blijft kunnen wij niet helemaal verdwalen. De stilte en de innerlijke eenzaamheid is voorwaarde voor het contact met dat van God. Onze wijdingssamenkomsten kunnen ons helpen deel te hebben aan het leven van de stilte. Onze houding moet een verwachtende houding zijn, op het innerlijke gericht. Dit houdt in, dat ik eerder passief in het leven sta, dan actief.
Adolf Woldendorp, 1972

Je bent een Quaker, je hebt gekozen, je weet dat je in een Quakermeeting met anderen God kunt vinden. Dat samenzijn is een scheppende bron, daar is meer aanwezig dan wat men met ogen kan zien. Daaruit ontstaat de verantwoordelijkheid voor de ander, voor opdrachten in de buitenwereld.
Miep Lieftinck, 1982

‘Mirembe’ – ‘ Ik kom tot je in Vrede’. Met deze hier gebruikelijke groet willen wij alle Vrienden ter wereld groeten vanuit Kaimosi, Kenia, waar wij samen luisteren naar de weg van de vrede; waar wij samen wijdingsdiensten hebben gehouden met stilte, Bijbelteksten, gesproken bijdragen en gezang. Wij hebben ingezien, dat zelfkennis, eerlijkheid tegenover ons zelf en waarheid een onmiskenbaar deel uitmaken van ons Quakergetuigenis. We hebben ervaren, dat de vernieuwende kracht van Gods liefde altijd beschikbaar is, die zowel onze zwakheden als de wanhoop van de wereld in beroering zal overwinnen. Wij zijn onze verschillende manieren van Quakerzijn gaan begrijpen en samen willen wij getuigen van de gelijkwaardigheid van alle mensen, mannen en vrouwen, jongeren en ouderen van alle rassen en volkeren. Deze gelijkwaardigheid vraagt om een nieuwe en krachtige aanpak van sociale verhoudingen, waarbij inbegrepen een zuiver reageren op de noden van zowel onderdrukten als onderdruk- kers. Als wij zelf overheersend of angstig zijn, staan wij het tot stand komen van vreedzame betrekkingen en het zoeken naar vrede in de weg. Ons beschikbaar zijn voor God en ons in stilte open staan voor inspiratie van het Innerlijk Licht zijn onze bronnen van kracht en vrede. Laat ons Vrienden, ons leven en het Religieus Genootschap der Vrienden in Gods handen leggen. Moge die vernieuwende geest in en door ons werken, zodat wij de ons toebedachte rol mogen spelen met moed, hoop en vreugde.
Zendbrief van de 15e driejaarlijkse bijeenkomst van FWCC, Kaimosi, Kenia, 1982.

Het begin van de geloofsgemeenschap ligt niet bij de sacramenten als heils instellingen of symbolen, maar bij het diepe verlangen naar en de ervaring van de gemeenschap, de ver- borgen omgang, met God. Dit wordt voor Quakers het meest volledig uitgedrukt in de stille samenkomst waarin het spontaan gesproken woord, de (Bijbel)lezing, getuigenis en gebed een uitdrukking zijn van dat verlangen, die hoop en die geloofservaring. Onlosmakelijk daarmee verbonden is het handelend in de wereld staan en de bewustwording van onze verantwoorde- lijkheid voor onze medemensen en de schepping.

Uit: Reactie Nederlandse JV op het rapport ‘Doop, Avondmaal en Ambt’ van de Wereld- raad van Kerken, 1985.

Gezamenlijk staan we open voor Gods geest, dat is heel iets anders dan opgaan in de volheid van het Niets. Een toestand die ik niet verlang te kennen. Wij zoeken toch niet in de wijdings- samenkomst de grote Leegte?
Anton Kalff, 1995.

Quakergeloof heeft alles te maken met ervaring. Want dit geloof is de ervaring van Gods na- bijheid, van eenheid met God/het goddelijke. Al moeten we daar tegelijk aan toevoegen: het is ook de ervaring van het ontberen van deze nabijheid, van deze eenheid. Daarom is er sprake van zoeken, verlangen, openstellen. Quakergeloof is dus vervulling, en verlangen. Deze kern heeft zich aan de Vrienden onthuld als levensbron..
Henk Ubas, 1998.

Vrienden kunnen helpen door zich bij het binnenkomen niet te laten afleiden door oppervlak- kige gesprekken voor de meeting, voortdurend geblader in boeken enz. De Vrienden hebben in het verleden steeds weer gewezen op de centrale plaats van de meeting. Het is het centrum van ons dagelijks leven, de tijd waarin we samen de bron van ons leven en de kracht ontdekken – de levende Christus. Iets zo belangrijks vraagt onze constante aandacht. Ook gedurende de voorafgaande week.
Henk Ubas, 1999.

Misschien houden we ons te vaak stil. Of zouden onze daden voor ons moeten spreken? Is dat genoeg (gebleken)? Ik weet het niet. Wel weet ik, dat we onze rijkdom zouden moeten delen; de rijkdom van de kracht, die we ervaren in onze stilte, en die onze menselijke begrippen te boven gaat.

Irene Visser, 2002.

Door mijn stil zijn probeer ik de nabijheid van God te voelen. Die nabijheid is voor mij een alledaagse werkelijkheid, maar ik leef er aan voorbij. Door met anderen stil te zijn voel ik mij met hen verbonden omdat we allen hetzelfde verlangen. In de stilte plaats ik ook mijn zwijgen, dat is als een vaartuig dat leeg blijft door mijn onwetendheid, maar mijn enige antwoord omvat aan het onkenbare Goddelijke mysterie. Het bootje heeft geen ballast, het dobbert rond op de zee van stilte. Soms blaast ineens de wind mijn kleine zeil bol en hoef ik het roer alleen maar vast te houden, niet te sturen.

Thea Droog, 2013

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3 – Geloven
Volgende: 3.2 Bijzondere stille samenkomst ==>