Religieus Genootschap der Vrienden

5.2 Alleenstaanden

Quakers hebben van oudsher geen boodschap aan plichtplegingen. Zij hechten vooral waarde aan wat men ervaart, aan de kwaliteit van leven. Zij zetten zich al vroeg af tegen de visie dat alleen de man/vrouw combinatie goed zou zijn en accepteerden allerlei relatievormen, evenzeer als de wens alleen door het leven te willen gaan. Men keek vroeger heel anders tegen alleenstaanden aan dan nu. Het huwelijk had status en mensen die niet getrouwd waren vond men beklagenswaardig. Als de partner overleed nam de nabestaande rouw aan, en het kwam voor dat die rouw niet meer werd afgelegd en dat vooral een weduwe voor de rest van haar leven in het zwart liep. Daarmee werd aan het alleenstaan een bepaalde mate van legitimiteit gegeven. Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw komt het vaker voor dat personen gedurende hun leven geheel of gedeeltelijk alleen leven. Naast overlijden van een partner kan de oorzaak zijn dat er een scheiding heeft plaatsgevonden, dat de juiste partner niet werd ontmoet, maar ook dat iemand bewust verkiest zelfstandig en alleen te leven.
In onze tijd is er ruimte ontstaan voor allerlei vormen van alleen-zijn. Alleen staan is dus iets dat je kan overkomen, maar waar je ook voor kunt kiezen.
Elke relatievorm heeft voordelen en nadelen. Een nadeel van alleen leven is, dat er niet automatisch iemand aanwezig is. Een voordeel van alleen leven is dat men voor elk verschillend aspect van de persoonlijkheid een antwoord kan zoeken bij verschillende vrienden. Alleenstaanden hebben daarom vrienden nodig die er voor ze zijn, met wie ze dingen samen kunnen doen, die hun intieme gedachten en diepste ervaringen kunnen delen en met wie ze de problemen die het leven met zich meebrengt kunnen bespreken.
De Maandvergadering kan hierin een rol spelen. Immers, zij is er om elkaars Vrienden te zijn en elkaar op weg te helpen bij het volgen van ieders geloofsen levenspad.

Ik vastte veel en wandelde vele dagen buiten op eenzame plaatsen en nam vaak mijn Bijbel, waarna ik in een holle boom ging zitten en op afgelegen plekken tot de nacht viel; geregeld liep ik treurend over mijzelf door de nacht. Want ik was een man met smarten ten tijde van de eerste roerselen van de Heer in mij.

George Fox, 1647

De mate van eenzaamheid die te verdragen is of juist heilzaam kan zijn in een individueel leven, is een zaak die ieder van ons voor zichzelf moet bepalen Een zekere mate van alleen zijn is een belangrijke voorwaarde voor geestelijke gezondheid. Dus als het ons lot of onze keuze is om geen deel te hebben aan een van die duurzame relaties die voor de meeste mensen vorm geven aan hun leven en het vervult – laten we dan geen haast hebben om die leegte te vullen, laten we niet nonchalant of te snel de kans vergooien om die diepere en meer duurzame kennismaking met de onzienlijke en eeuwige zaken aan te gaan die de natuurlijke en prachtige compensatie is voor het gemis aan eenvoudiger geneugten. De eenzaamheid die we werkelijk vrezen is niet die van de afwezigheid van menselijke gezichten en stemmen – het is de afwezigheid van liefde…

Caroline Emelia Stephen, 1908, QF&P, 22.30.

Er is een deel van ons dat van jongs af aan volkomen alleen is. Als we verliefd worden stellen we ons voor dat we de ultieme leniging van die eenzaamheid hebben gevonden. Dit is niet zo. Wat we in een goed huwelijk of een innige vriendschap in feite vinden is een metgezel in ons alleen-zijn.

Damaris Parker-Rhodes, 1977, QF&P, 22.05.

Velen van ons, weduwen of weduwnaar, gescheiden of uiteengegaan, homoseksueel en heteroseksueel, vrijgezellen of vrijgezellinnen, zullen althans voor een deel van onze jaren alleen leven. Sommigen treuren nog steeds over het verlies van een geliefde; sommigen voelen nog steeds de wonden van een eerdere verbroken relatie en zijn bang om verdere risico’s te nemen; anderen hebben de spanningen en pijnen van een ongelukkig huwelijk beleefd. Weer anderen weten niet waarom zij, zonder een bewuste keuze te hebben gemaakt, alleen zijn gebleven… Bij al deze verschillen blijft de behoefte van ieder mens bestaan om te beminnen en bemind te worden.

Groep Vrienden in Westminster, 1990, QF&P, 22.32.

We kunnen in een andere val lopen – die van te denken dat een leven met een partner één en al geluk is. Vrienden met een relatie zullen ons snel duidelijk maken dat dit niet zo is, terwijl zij zich toch verheugen over al het goede dat een gelukkig partnerschap met zich meebrengt. Het alleenstaan kan een eigen mate van vervulling geven.

Jennifer Johnson, 1990, QF&P, 22.31.

<– Vorige: 5.1 Duurzame relaties
Volgende: 5.3  Seksualiteit

Inhoud

Posted on