Religieus Genootschap der Vrienden

4.1 Bouwers met God

Het Inwaartse Licht heeft de Vrienden doen ervaren dat God rechtstreeks toegankelijk is voor iedereen die zoekt naar Licht en Leiding. Deze stille omgang met God roept ons tot het ontplooien van activiteiten die Gods liefde en zorg voor deze wereld realiseren. Het Licht geeft ons de energie om te bouwen aan het Koninkrijk van God in deze wereld, hier en nu.

Als Religieus Genootschap der Vrienden hebben we in de loop van onze geschiedenis een bijzondere visie ontwikkeld op het Koninkrijk Gods. Voor ons is dat niet een verafgelegen plaats in termen van tijd en ruimte, een soort van hiernamaals of alleen toekomstige tijd.

Quakers geloven in wat wel de ‘gerealiseerde eschatologie’ genoemd wordt: we geloven dat het Koninkrijk dichtbij is, dat het hier en nu begint en dat wij als Vrienden van Jezus daar deel van uitmaken. We ‘leven het Koninkrijk’ zeggen Quakers: we leven alsof het Koninkrijk er al is en door zo te leven, brengen we het dichterbij. Bijvoorbeeld, wanneer William Penn een vredesverdrag met de Indianen in Pennsylvania sluit, dan wordt op zo’n moment het vredesvisioen van Jesaja gerealiseerd.

Het ‘werk van God’ richt zich op de groei en ontwikkeling van ‘dat van God in ieder mens’, de Schepping van het goede. Dit werk is nog niet af, niemand kan geloven dat het Woord van God zich al ten volle heeft geopenbaard, maar het fundament van de Stad van God is al wel gelegd door Jezus. God bedient zich van menselijke werktuigen, en zij zien het als de eigenlijke taak van de mens om medewerker van God te zijn. Gods liefde kan zichtbaar worden in het werk dat wij doen.

Dat het broodnodig is hier en nu aan het Koninkrijk te bouwen, laat de wereld ons zien in allerlei onderling samenhangende crisissituaties en als gevolg daarvan een niet afnemend aantal gewapende conflicten en oorlogen. Desondanks blijven wij geloven dat het Licht op deze wereld schijnt, en dat iedereen tot het goede in staat is. De overtuiging dat iedereen, zonder uitzondering, ‘dat van God’ in zich draagt, is geen naïeve optimistische mensvisie, die alles wat mensen doen met de mantel der liefde bedekt. Sommige mensen houden hun ‘dat van God’ maar al te goed verborgen, ook voor zichzelf. Het betekent ook niet dat we niet over de daden van anderen zouden mogen oordelen, integendeel, het vermogen te oordelen is een van de geschenken die we hebben meegekregen. Het betekent wel dat we mensen een nieuwe kans geven, en niemand ooit totaal ‘afschrijven’.

We beseffen dat het nog veel inspanning en geduld zal vergen. Dat ons mensen zijn voorgegaan die met eindeloos geduld geprobeerd hebben Gods bedoelingen te verstaan. Dat zij zich liefdevol ingezet hebben voor hun medemensen, is een aanwijzing dat dit bouwen betekenisvol wordt wanneer we de Geest een kans geven. Nieuwe mogelijkheden voor vooruitgang openen zich. Nieuwe en rechtvaardige relaties tussen mensen worden mogelijk. Zij beginnen meer en meer te beseffen wat liefde en gemeenschap inhoudt. Gemeenschap betekent zorg hebben voor elkaar, maar ook: deel hebben aan het werk van God. Zoals een oude Quakeruitspraak zegt: wanneer gaan wij mensen ‘leven op een manier die elke aanleiding tot oorlog wegneemt?’ Wanneer zetten we ons daadwerkelijk in voor een duurzaam leven voor allen in deze wereld, voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de Schepping?

Politiek kan niet overgeplaatst worden naar een plek ergens anders, maar moet worden erkend als een aspect van het leven dat net zo goed de roeping is van religieuze mensen en een religieuze organisatie als welk ander deel van het leven ook. Nee, meer dan dit, de ordening van de mens in een samenleving zodat hij de kans krijgt op een volledige ontplooiing, is en was altijd een van de voornaamste roepingen van het Quakerisme.
Lucy F. Morland, 1919, QF&P, 23.06

Wij hebben de geest van Christus pas dan begrepen wanneer wij ons er helder van bewust zijn dat het Koninkrijk van God op aarde werkelijkheid kan worden door samenwerking van God en mens.
Christus geloofde dat gewone mensen als wij in staat waren het zout en het licht der wereld te worden, in een wereld vol oorlog vredebrengers te zijn en een tweede mijl te gaan.

Rufus Jones, 1931.

De grote kracht die ik bij de Quakers heb gevonden, is dat zij zoveel overlaten aan de eigen inspanning, het zelf moeite doen, en zelf zoeken; dat zij zoveel overlaten en verwachten van Gods werk in ieder mens. Dat vertrouwen: ik kan gedeeltelijk iets vertellen, soms, als het gevraagd wordt – maar mijn werk is slechts mensenwerk – en God moet werken – dat vertrouwen op het werk van God in ieder hart – dat is een van de geheimen van de Quakers.

Corry Laman Trip, 1938

We weten dat Jezus zichzelf identificeerde met hen die lijden en de zondaars, de armen en de onderdrukten. We weten dat hij zich inspande om vriend te zijn van hen die sociaal uitgesloten worden. We weten dat hij ons waarschuwde voor de bedrieglijkheid van rijkdom,
dat weelde en bezit gemakkelijk tussen ons en God kunnen komen en ons scheiden van onze naasten. Het aanbidden van het comfort van de middenklasse is zeer zeker een zijkapel in de tempel van Mammon. Het trekt echter grote gemeenten en ook Vrienden hebben haar bezocht. We weten dat Jezus een compassie had voor het volk en het vele zaken aangaande het Koninkrijk onderwees. Hij respecteerde de gewone mensen, sprak hen aan en had meer hoop op een reactie van hen dan van de rijken en de knappe koppen. Toch vleide hij de werkers nooit, stimuleerde in hen geen gevoelens van jaloezie en haat, en moedigde hen nooit aan de klas- senstrijd meedogenloos aan te gaan om voor hun eigen belangen op te komen. Hij riep hen op hun vijanden lief te hebben en voor diegenen te bidden die hen boosaardig misbruikten.
Herbert G. Woods, 1958, QF&P, 23.03

De plicht van het Genootschap der Vrienden is de stem te zijn van de onderdrukten en zich
er tegelijkertijd bewust van te zijn dat we zelf een deel van die onderdrukking zijn….. Laten we onszelf niet bedriegen door te geloven dat politieke actie alles is dat van ons gevraagd wordt, of dat onze persoonlijke relatie met God ons ontslaat van het actief con
fronteren van het kwaad in deze wereld. De politiek en sociale strijd moet aangegaan worden, maar een persoon is meer en heeft meer nodig dan alleen politiek, anders verkeren we in het gevaar dat we de hele wereld winnen, maar onze ziel verliezen.

Eva I. Pinthus, 1987, QF&P 23.04

Er is een wand die de wereld scheidt van het Koninkrijk van God..
Die scheidswand is onze beperktheid, onze zelfzucht, onze hardheid.
Maar er breekt telkens een straal van dat Koninkrijk door een scheur in die wand. Maar ook als gewone mensen zich geven in de strijd voor de vrede, gerechtigheid, hulp aan anderen, daar breekt iets van dat Koninkrijk door, zoals een zonnestraal kan doorbreken door de zwarte wolken.
Bram Burger, geciteerd in de Vriendenkring, 2003

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.11  Quakers en andere godsdiensten
Volgende: 4.2  Vredesgetuigenis in de praktijk ==>

Posted on