Religieus Genootschap der Vrienden

Its crown is meekness

Het 14de Nayler Sonnet van Kenneth Boulding

HOW every virtue casts a mimic shade Of subtle vice, so like in form and face That shadow oft usurps the royal place Of substance, in unholy masquerade.

So rotten pride, in pity’s garb arrayed. Drops hidden poison in the springs of grace, And selfishness transmutes to metal base The gold of love, by lesser love betrayed.

But most of all, the very crown of good, Unconquerable Meekness, is pursued
By the grey ghost compliance, bland and lewd,

And cowardice seeks to stand where courage stood.
Yet no deceit of words can hide for long
The seed of life, the madness of the strong.

Zachtmoedigheid

Hertaling van dit Sonnet door Erik Dries

Als iets in het licht baadt,
Is er altijd schaduw te vinden.
Zo is het ook met de goede daad;
Je kunt er immer iets duisters aan verbinden.

Vergeven doe je dat uit je hart en meer?
Of om jezelf op de borst te kunnen slaan?
En hoe vaak is egoïsme j’ eigenlijke drijfveer, En is echte liefde van de baan?

Zelfs zachtmoedigheid
Kan vergiftigd worden door toegeeflijkheid. En moed door lafheid aangeraakt.

Gelukkig trappen we daar niet in, ik ben het althans niet van plan
Zie het licht vóórdat het schaduwen maakt;
En wordt er dronken van!

Posted on