Religieus Genootschap der Vrienden

Geld als relatie

Quaker Najaarsbijeenkomst

Door Herman Verbeek

Allereerst: wat een mooi weekend was het, vol ontmoetingen en gesprekken. Mijn eerste Quaker-weekend in de Bosbeek, want ik mag me pas betrekkelijk kort Quaker noemen.

Terwijl ik door een nat bos – het regende behoorlijk – naar de Bosbeek fietste, merkte ik hoezeer ik uitkeek naar dat weekend. Dat had ook met het thema ‘vermogen’ te maken, dat in zijn tweezijdigheid – spiritualiteit, onze vermogens en ons financieel vermogen en bezit – aan economische vragen raakt waar ik me al lang mee bezig houd.

Ik heb tijdens de najaarsmeeting in de Bosbeek, nu zo’n vier weken geleden, op zondagmorgen een korte bijdrage uitgesproken.

Het weekend stond in het teken van elkaar weer te kunnen ontmoeten, van aangezicht tot aangezicht. Het thema was ons ‘vermogen’: Welke talenten hebben wij? Zijn we ons wel bewust van de spirituele gaven die we hebben? Wat doen we ermee? Wat vinden we belangrijk? En hoe denken we over ons vermogen, maar dan financieel? En hoe denken we over bezit?

Mijn bijdrage had vooral op die laatste twee vragen betrekking, maar had ook een bredere strekking. Vanuit de stilte zei ik: Geld is geen ‘ding’, maar een relatie. De bijbel spreekt ook vanuit die visie over het kwijtschelden van schulden in een jubeljaar (o.a. Lev. 25 en Luc 4:16).

Geld als relatie brengt ons direct bij de ethische implicaties van geldbezit en geldgebruik. Wat geldbezit betreft: een relatie ‘bezitten’, is niet mogelijk, want het impliceert ongelijkheid. Geld als relatie drukt je meteen met je neus op je persoonlijke verantwoordelijkheid.

In deze bijdrage wil ik wat verder ingaan op geld als relatie, op de manier waarop die visie in de bijbel tot uitdrukking komt. En op wat dat mijns inziens voor een Quaker betekent.

De tweezijdigheid van het thema (vermogen als geld en vermogen als talent) geldt ook voor het tweede begrip dat in de vraagstelling een grote rol speelt: talent. We kennen het begrip uit de gelijkenis van de talenten (Matt 25:14-30). Een talent was een gewichtsmaat die in bijbelse tijden ook als munteenheid werd gebruikt. Een talent woog ong. 34 kilo (Bijbel NBV21, woordenlijst), en vertegenwoordigde dus een grote som gelds. Jezus gebruikt het begrip talent in die gelijkenis, mijns inziens, in tweevoudige betekenis, zinnebeeldig, maar ook vanuit wat mensen kunnen doen met geld. Je mag ‘woekeren met je talenten’ is de boodschap of als je het bijbehorende risico en onzekerheid over de uitkomst niet aandurft mag je het desnoods op de bank zetten, zodat het tenminste rente opbrengt. Je mag een talent zeker niet begraven of als in die bekende Nederlandse uitdrukking ‘in een ouwe sok stoppen’ onder je bed.

Over geld, risico en onzekerheid schrijft de bekende econoom Lans Bovenberg in zijn essay ‘Leven met Lef’ in het boekje ‘Economie draait niet om geld; relaties als principe voor een nieuwe economie’ (2015), uitgegeven door Forum C, Forum voor Geloof, Wetenschap en Samenleving. In dat boekje gaat Lans Bovenberg, samen met twee andere economen (Dirk Bezemer en Heleen Toxopeus), in op het thema geld en ruil. Lans Bovenberg betoogt dat mensen zich teveel trachten te beschermen tegen risico en de altijd aanwezig onzekerheid over de toekomst door schuldcontracten dicht te timmeren, met wantrouwen. Ze onderschatten de onzekerheid zelf, zowel als hun vermogen om daarmee om te gaan. Teveel zelfbescherming leidt tot een paradox en resulteert in meer in plaats van minder onzekerheid. Lansbergen roept op om schuldrelaties te bouwen op basis van vertrouwen en wederzijdse kwetsbaarheid.

Dirk Bezemer geeft met zijn essay ‘Schuld’ de aftrap. Hij schrijft vanuit het gegeven “dat alle financiële middelen een vorm van schuld zijn, en dat schuld de neerslag van een relatie is.”

Schuld, zo schrijft Bezemer, moet er geweest zijn sinds arbeidsdeling en handel ontstonden. Seizoensgebonden producten zoals graan en door een jager geschoten wild konden alleen geruild worden door een schuldrelatie aan te gaan: de jager ruilde zijn wild tegen later te leveren graan. Die ruil gebeurde aanvankelijk vaak, denk ik, op basis van vertrouwen. Maar al snel ontstaan er, ook in kleine samenlevingen, complexe schuldnetwerken. Dan is het zaak schulden vast te leggen in meer formele schuldbekentenissen. In onze eigen geschiedenis kennen wij (tot in de 19e eeuw) het gebruik van kerfstokken voor dat doel. Die kerfstokken konden verhandeld worden als geld op een geldbeurs. Het Engelse begrip ‘Stockmarket’ (voor aandelenbeurs) verwijst naar die tijd en dat gebruik.

Schuld heeft vanaf het ontstaan ook een morele connotatie gehad. Schuld is niet goed. ‘Vergeef ons onze schulden’. Ook kerfstokken komen zo in onze taal voor. Je zal maar iets op je kerfstok hebben.

In het oude Sumerië, het huidige Mesopotamië, dienden kleitabletten als schuldbekentenis en als geld. Op die kleitabletten was ook rente verschuldigd. Als in de Bijbel over geld gesproken wordt gaat het over een geldsysteem dat de joden na de ballingschap van de Sumeriërs overnamen. Sumeriërs en Joden (en zij niet alleen) waren zich bewust van de last en het risico van schuldslavernij, die een te hoge rentedragende schuld met zich mee brengt. Zo kwam het Jubeljaar tot stand. Eens in de zoveel tijd werden schulden vergeven. In de joodse wet werd het jubeljaar vastgelegd op eenmaal per vijftig jaar (zie Leviticus 25). In het Nieuwe Testament komt het begrip jubeljaar terug als ‘genadejaar’. Als Jezus in Lucas 4:16 in Nazareth het woord neemt, krijgt hij een gebedsrol aangereikt met Jesaja. “Die rolt hij af tot de plaats (Jes. 61) waar geschreven staat” dat hij is gekomen om aan de armen het goede nieuws te brengen (….)” en “om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.” Ook de Quakers in Pennsylvania hadden het jubeljaar in gedachten toen zij op de in hun opdracht gegoten Liberty Bell – nog steeds te bewonderen in Philadelphia – naar Leviticus 25 verwezen. De in de klok gegraveerde tekst is ontleend aan Lev 25:10 en luidt “Roep de vrijheid uit voor het hele land en al zijn inwoners.” Die tekst in deze bewoordingen zal ontleend zijn aan de Engels Bijbelvertaling die de Quakers gebruikten. Het woord schuld komt in die tekst niet voor. Dat is anders in de nieuwste Nederlandse Bijbelvertaling (NBV21). “Elk vijftigste jaar zal voor jullie een heilig jaar zijn waarin kwijtschelding wordt afgekondigd voor alle inwoners van het land.”


Liberty Bell: Lev. 25:10: Roep vrijheid uit in het hele land aan al haar inwo- ners.

Tot slot: Geld zien als een relatie kan ons Quakers, denk ik, veel leren, van het woekeren met onze talenten, het handelen in vertrouwen, tot het vergeven van schulden, ook letterlijk.

Posted on