Religieus Genootschap der Vrienden

Ons vredesgetuigenis in praktijk

Door Helen Steven, 1984, Uit Faith and Practice 24.27, vert. Marlies Tjallingii

Als Vrienden zijn we er nooit van overtuigd geweest dat gezamenlijke verklaringen en persoonlijke getuigenissen voldoende zijn. We hebben altijd geprobeerd om een praktische uitdrukking te geven aan ons geloof. Actie heeft verschillende vormen aangenomen en omvatte publiek protest, het verlichten van lijden, wederopbouw en het wegnemen van de oorzaken van oorlog door middel van bemiddeling, verzoening, ontwapening, het opbouwen van vredesinstellingen, het bevorderen van sociale rechtvaardigheid en het werken aan de basis van conflicten en geweld in ons persoonlijk gedrag.

Protest tegen nucleaire onderzeeërs

Ik wil niet ontkennen dat ik op 4 april, de sterfdag van Martin Luther King, in de Faslane Submarine Base was en dat ik daar opzettelijk was. Ik erken dat ik schuldig ben aan de aanklachten, want als ik het anders had gedaan, zou ik schuldig zijn geweest aan veel grotere misdaden tegen mijn geweten en tegen de menselijkheid.

Als het mag, zou ik heel kort de redenen willen schetsen om zo te handelen. Niet zozeer om mijn schuld te verzachten, maar eerder als een intentieverklaring. Zolang die motivatie blijft, moet ik blijven optreden zoals mijn geweten mij ingeeft.

De beschuldiging is, dat ik een beschermd gebied ben binnengegaan zonder autoriteit of toestemming. Mijn claim is dat ik gezag had – het gezag van mijn christelijke overtuiging dat een evangelie van liefde niet kan worden verdedigd door de dreigende vernietiging van miljoenen onschuldige mensen. Het kan nooit moreel juist zijn om deze afschuwelijke wapens wanneer dan ook te gebruiken, hetzij als eersten, hetzij als ondenkbare vergelding nadat we zelf ten dode zijn opgeschreven.

Ik handelde ook uit naam van de naamloze miljoenen die nu van honger sterven, omdat we ervoor kiezen om £ 11,5 miljard aan de Trident (onderzeeër) uit te geven, terwijl er elke 15 seconden een kind sterft.

Verder voel ik mij gemachtigd door mijn 13-jarige Vietnamese peetdochter wiens voogd ik ben. Ze werd geadopteerd en naar Schotland gebracht om haar weg te halen van die onuitsprekelijk gruwelijke oorlog in Vietnam. Als alles wat ik had gedaan was om haar dichter bij de nucleaire holocaust te brengen, dan ben ik door haar veroordeeld voor de meest cynische onmenselijkheid.

Ik ben aangeklaagd op grond van een wet die het beheer en de beschikking over land geeft aan de koningin, het Lagerhuis bijeenkomend in het parlement en uiteindelijk de staatssecretaris. Ik geloof dat de wereld Gods schepping is. Deze prachtige, delicate wereld in al zijn oneindige wonderen wordt met uitsterven bedreigd. Dat is voor mij godslastering.

En dus, uit liefde, liefde voor mijn peetdochter, liefde voor mijn wereld, moest ik handelen. Ik vind dat die basis in Faslane moreel verkeerd en tegen mijn diepste overtuigingen is. Ik vind dat net zo verkeerd als de gaskamers van Auschwitz. Het is zo verkeerd als het opzettelijk uithongeren van kinderen. Ik vergoelijk het wat daar gebeurt door te zwijgen.

Faslane Nucleaire Onderzeeërs Basis

Op 4 april heb ik een keuze gemaakt. Ik koos ervoor om de droom van een andere weg te creëren. Mijn enige misdaad is dat ik niet hard genoeg, of lang genoeg, of snel genoeg werk aan de vervulling van die droom. Als mijn acties een misdaad waren, dan ben ik schuldig.

Posted on