Religieus Genootschap der Vrienden

Heb je vijanden lief!

Deel I

Door Gijs van den Brink – hoofdredacteur Centrum voor Bijbelonderzoek

Het belang van geweldloosheid bij Jezus blijkt ook uit zijn uitspraak over vijanden: “U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken, doe goed aan hen die u haten; en bid voor degenen die u beledigen en u vervolgen”(Mat. 5:43-44, HSV). Jezus citeert een verkorte vorm van Lev.19:18. De kern van het vers wordt verbonden met een ingeburgerde consequentie: uw vijand zult u haten. Zo leerde men in Qumran bv. expliciet het haten van vijanden. (IQS 1:4,10-11; 9:21-26)

In dit vers blijkt ook wat Jezus onder vijanden verstaat. Het zijn niet alleen persoonlijke tegenstanders, maar ook mensen die de discipelen vervolgen en gewelddadig behandelen, d.w.z. tegenstanders en vijanden van God. Jezus benadrukt het gebod “u zult uw naaste liefhebben” en legt het duidelijk uit: als onze naaste zich vijandig tegen ons opstelt, ons bijvoorbeeld vervloekt, haat, bedreigt of vervolgt, moeten wij hem toch liefhebben. Toch heeft de liefde voor onze vijanden een ander karakter dan voor onze vrienden. Als het om onze geliefden gaat is er sprake van natuurlijke liefde, die in ons hart geboren wordt, terwijl bij het liefhebben van onze vijanden de wil en de daad een veel grotere rol spelen. Dat blijkt uit de andere geboden,die Jezus geeft (zegent, doet wel en bidt voor hen). Het zegenen van hen die ons vervloeken en het bidden voor onze vervolgers vooronderstelt dat we hen vergeven hebben en spreekt dus over onze gezindheid bij het liefhebben van vijanden.

Goed met kwaad vergelden is wat de duivel doet, goed met goed en kwaad met kwaad is wat de mens doet, en kwaad met goed vergelden is Gods weg.

Dit laatste is ook de houding die van ons christenen vandaag gevraagd wordt, in de tijd vóór de wederkomst van Christus. We laten het oordeel aan God over. In de toekomst zal Hij ieder mens beoordelen naar wat op aarde gedaan is, en dan zaler ofwel vrijspraak zijn ofwel vergelding.

bron: https://www.studiebijbel.nl/artikel/geweldloosheid-en-vijanden/

Deel 2

Heb je vijanden lief (Mattheüs 5:44)

Uitgewerkte inleiding door Marianne IJspeert voor de online gespreksgroep ‘Quakers en ik’

Het voorgaande artikel vind ik een goed overzicht van de bijbels-theologische context waarbinnen we deze tekst m.i. beter zouden kunnen begrijpen. Dat betekent niet dat ik het helemaal eens ben met de schrijver, Gijs van den Brink.

Ik denk dat je de uitspraak van Jezus: ‘Heb je vijanden lief’ moet zien als een nadere specificatie van het gebod om de naaste lief te hebben als jezelf (Lev. 19:18; Mt. 19:19 en Mt. 22: 36-40). In die laatste tekst noemt Jezus de twee grootste geboden (God en de naaste liefhebben) de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.

Je vijand is ook een naaste, een medemens die op je pad komt. Als je wilt weten wat Jezus onder de naaste verstond, moet je de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan lezen (Luc. 10: 25-37). Joden en Samaritanen gingen in die tijd niet met elkaar om. Wie je naaste is, heeft dus niets te maken met afkomst of ras.

In de Bergrede geeft Jezus zijn interpretatie van de wet van Mozes, zonder er iets op af te willen dingen. Hij zegt dat hij is gekomen om de Wet en de Profeten tot vervulling te brengen (Mt. 5:17). Een terugkerende stijlfiguur in de Bergrede is: ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd… En ik zeg jullie…’ Jezus zet daarmee de zaken op scherp, zoals Peter Spreij ook al aangaf, Jezus doet er een schepje bovenop. Maar de regel dat je je vijand zou moeten haten, heb ik nooit terug kunnen vinden in het Eerste Testament. Gijs van den Brink verwijst naar Leviticus 19:18, maar dat klopt volgens mij niet. Dat is juist de eerste tekst waarin het gebod om de naaste lief te hebben als jezelf genoemd wordt. Maar het kan heel goed zijn dat het een ingeburgerde interpretatie was van de wet en de regels van Mozes. De gemeenschap van Qumran zou wel een dergelijke wet gehad hebben, volgens Gijs van den Brink. Ik heb dat niet gecontroleerd.

De volgende vraag die opkomt is wat Jezus met liefhebben bedoelt. Niet het liefhebben van iemand die jou al liefheeft, zoals hij uitlegt in Mt. 5: 46-47. Het gaat er allereerst om: de vijand als mens te blijven zien en te behandelen. In oorlogsretoriek wordt dat principe vaak losgelaten. Als de vijand niet meer uit mensen bestaat, maar uit bijvoorbeeld een minderwaardig soort dieren, wordt dat gebruikt als een legitimatie om ze te doden.

Ik denk bij de liefde voor de vijand aan: de ander recht doen en de Gulden Regel volgen en behandel de ander zoals je zelf behandeld zou willen worden (Mt. 7:12 / Luc. 6:31). Jezus noemt die regel in Mattheüs het hart van de Wet en de Profeten.

De Gulden Regeltoepassen (Mt 7:12 )

Een ander belangrijk principe is om niet voor eigen rechter te gaan spelen. ‘Neem geen wraak, maar laat God uw wreker zijn.’ (Rom. 12:19).
Je moet vijandschap bestrijden, niet de vijand… De ander zo behandelen dat de vijandschap verdwijnt, bijvoorbeeld door te overdrijven, zoals door de andere wang toe te keren (Mt. 5:39) of de extra mijl te lopen (Mt. 5:41).

Posted on