Religieus Genootschap der Vrienden

Spirituele gaven, de geliefde gemeenschap en het verbond.

Door Emily Provance Pendle Hill Pamphlet 461, febr. 2020. Vertaling Frieda Oudakker

2. Grote Vleugels – Onze spirituele gaven en ‘Naamgeving’.

‘’Als God van ons vraagt om te bouwen aan het koninkrijk van God, dan heeft God ons waarschijnlijk grote vleugels gegeven.”

De musical waarbij ik werkte heet ‘Archipelago’, van LeeAnne Hill Adams. Daarin zegt hij dat engelen “lijken op de zon die door een kristal schijnt”. Licht door een prisma. Dat is het Religieus Genootschap der Vrienden en al de verbondsgemeenschappen daarbinnen. We hebben allemaal het Licht in ons, maar het schijnt door ieder van ons verschillend. We hebben het rood en het oranje en het geel en groen, blauw, indigo en het violet. Natuurlijk is dat prachtig. Het zijn allemaal geweldige manifestaties van het Licht, allemaal weer anders. Als ze allemaal samenkomen zie je het complete spectrum. Klinkt dat niet leuk?

Behalve, in werkelijkheid is het vaak nogal zweterig en smerig. Het kost veel moeite en we stoeien wat af met elkaar. We neigen naar een gevecht over wie de groene en wie gele is – en hebben we indigo wel nódig – en wat ís dat trouwens, indigo? We raken van streek, vallen over elkaar heen en schaven ‘het vel van onze knieën’.

“Ze schitteren en dansen en spelen. Het is prachtig om hen te zien. Hun vleugels zijn als regenbogen, stralend en kleurrijk…… Ze haasten zich naar je toe, handen klappend en hun grote vleugels tonend. “

Wij zijn niet altijd zo goed in het tonen van onze grote vleugels. Nou weet ik wel dat deze passage gaat over de hemel en de engelen. En niemand zei ooit dat wij engelen zijn. Maar het Quakerisme vertelt ons dat het koninkrijk van God op aarde er nú kan zijn, dat wij kunnen en moeten bouwen aan dit koninkrijk.
Theologen noemen dat de ‘gerealiseerde voleinding der wereld’: het idee dat we niet hoeven te wachten dat het koninkrijk er vandáág kan zijn. En als God van ons vraagt om te bouwen aan dat koninkrijk van God, dan heeft God ons waarschijnlijk grote vleugels gegeven.

Dus wat zijn die vleugels? Hoe zijn we verschillend? Hoe manifesteert het Licht van God zich in ieder van ons verschillend? Sommigen van ons zijn organisatoren. Sommigen van ons zijn bidders en sommigen zijn werkers, zorgers, vernieuwers, provocateurs en sommigen zijn healers. En sommigen hebben een geweldig vermogen om lief te hebben.

Jan Wood, een evangelische Vriendin, heeft een groot deel van haar leven besteed aan workshops geven over spirituele gaven. Ik dank veel van mijn begrip van gaven en gemeenschap-zijn aan mijn werk bij Jan. Zij benoemt gaven in Bijbelse taal. Ze noemt er in het totaal ongeveer vierentwintig. Hierbij een paar van mijn favorieten:

Genade. Het vermogen en verlangen om lijden te verlichten. Dat is mijn vriendin Heather. Zij pleegt mij angst aan te jagen door hongerige mannen, die zij op straat tegenkomt, uit te nodigen voor een maaltijd in het lokale fastfood restaurant. Haar drang om hun eenzaamheid en honger te verlichten weegt zwaarder dan de zorg voor haar eigen veiligheid.

Geven. Het verlangen om bezit te delen. Dat is mijn vriendin Sara, die liever alles weggeeft dan het zelf te houden. Hoeveel ze er zelf ook van houdt, het weggeven geeft haar meer voldoening.

Exorcisme. Het vermogen om te bevrijden van systemische onderdrukking. Dat zal Lisa zijn. Zij heeft de gave om patronen van een onderdrukkend systeem zo helder te benoemen, dat zij hele groepen mensen in staat stelt samen te werken aan de opheffing ervan.

En tenslotte helpen. O.a. het vermogen om mensen op leiderschapsposities te ondersteunen. Dat moet Joe zijn. Hij ondersteunt zó voortdurend en in stilte, dat hij zelf bijna nooit opgemerkt wordt.

Er zijn zes stappen in het goed gebruik maken van onze spirituele gaven binnen een gemeenschap. Dat zegt Lloyd Lee Wilson in ‘Essays on the Quaker Vision of Gospel Order’ (Philadelphia Friends Gen. Conf. 2001). De eerste stap is naamgeving, eenvoudig benoemen welke kwaliteiten we bij iemand zien. Dat brengt mij bij een verhaal van Madeleine L’Engle “A Wind in the Door”. Meg, de hoofdpersoon, keert terug naar haar middelbare school en ontmoet haar oude directeur, mr. Jenkins. Alleen is er niet één Mr Jenkins, er zijn er drie. Eén is de echte en de andere twee zijn gevallen engelen, vermomd als Mr. Jenkins. En Meg wordt uitgedaagd om de echte te identificeren.
Eén mr. Jenkins is buitengewoon vriendelijk. Hij haalt alles uit de kast om het haar naar de zin te maken. Een andere mr. Jenkins is streng en ronduit grof. Hij eist dat Meg hem aanwijst als de enige echte mr. Jenkins. Hij is buitengewoon geërgerd als Meg dat niet meteen doet. De derde mr. Jenkins maakt contact en is betrokken bij het gesprek. Hij is erg zichzelf, en dat wil zeggen iemand die niet erg warm en gevoelig is. Dit is, zoals we zullen zien, de echte Mr. Jenkins. Het doet er niets toe dat Meg niet zo houdt van mr. Jenkins. Hij is veeleisend en ongeduldig en erg weinig invoelend. En hij is nooit erg vriendelijk geweest tegen de familie van Meg. Meg zou er zelf niet voor gekozen hebben om met hem om te gaan. Maar dat doet er niet toe. Want op dat moment is het Meg’s taak om mr. Jenkins te zíen, echt te zien. En dat dóet ze. Ze ziet hem, noemt hem bij zijn Naam, met een hoofdletter N, en de gevallen engelen vliegen weg.

De eerste keer dat ik keek naar de lijst van spirituele gaven van mijn vriendin Jan, noemde ze mij bij mijn Naam. Ze hoefde het niet eens aan mij uit te leggen. Het was genoeg dat ze zwart op wit schreef: apostelschap: het vermogen en de natuurlijke autoriteit om voor groepen en organisaties van geloofsgemeenschappen te zorgen en die te leiden. Tot dan toe dacht ik dat iedere Quaker zich persoonlijk verantwoordelijk voelde voor het hele Religieuze Genootschap van Vrienden. Op dat moment, de definitie van apostelschap lezend, wist ik wie ik was.

Heb je ooit die ervaring gehad, dat je bij je Naam genoemd werd? Het gebeurt niet altijd in het kader van spirituele gaven. We kunnen bij onze Naam genoemd worden als iemand ziet hoe we in elkaar zitten. Of als iemand onze pijn herkent, of liefde voor ons uitdrukt. Voor ons als geheel. Niet één aspect van ons, of voor wat we voor ze kunnen dóen, maar voor ons wezen. Dat ze houden van wie we zijn. Dat is een krachtige Naamgeving! Ik heb het over het moment dat iemand zegt: ik weet wie jij bent. Op deze manier gekend te worden is essentieel voor ons welbevinden. Er is er Eén die ons altijd kent, en dat is God. We kunnen teruggaan naar het boek Jeremia 1:5

“Voor ik je vormde in de buik van je moeder kende ik je, en voordat je geboren werd heiligde ik je”.

God maakte ons, heiligde ons en heeft ons grote vleugels gegeven.

Posted on