Religieus Genootschap der Vrienden

Leef avontuurlijk!

door Erik Dries en Sytse Tjallingii, als begin van een inspiratiesnoer, waarin Vrienden opschrijven wat een overweging bij hem of haar inspireert

Leef avontuurlijk! (Overweging 27, blz 16 van het kleine groene boekje): Als er keuzes gemaakt moeten worden, kies je dan de weg die de meeste mogelijkheden biedt om je gaven in dienst te stellen van God en de gemeenschap?
Laat je leven spreken. Als er beslissingen genomen moeten worden, ben je dan bereid samen met anderen naar helderheid te zoeken, om Gods leiding te vragen en elkaar met raad en daad bij te staan?

Sytse:

Deze raadgeving spreekt me heel erg aan. Bij het lezen ervan komt de vraag boven hoe ik dit ‘avontuurlijk’ wil toepassen in mijn leven.
Er komen herinneringen boven van mijn besluit toen ik 22 was en nog geen Quaker was, om naar India te liften om daar vrijwilligers werk in verschillende projecten te doen.

Ook denk ik aan ons besluit in een Quaker meeting om met ons gezin naar Mozambique te gaan om les te geven en mee te werken aan een samenleving van meer eerlijke verdeling en betere omstandigheden voor iedereen. Dit zijn ingrijpende keuzes en spannende, avontuurlijke beslissingen.

Ik heb er toen niet bewust aan gedacht om mijn gaven in dienst te stellen van God en de gemeenschap. Maar wel om tijdens mijn leven zo te kiezen dat ik mijn idealen van een meer rechtvaardige en eerlijker wereld echt om kan zetten in de praktijk.

Avontuurlijk kan voor mij ook beteken dat ik dingen doe die niet zo in het patroon van ‘normaal’ passen, maar tegen de heersende opvattingen in kan gaan. Ik kijk natuurlijk wel of ik ook medestanders kan krijgen

Erik:

Leef avontuurlijk! Helaas. Ik heb geen grote avonturen opgezocht of meegemaakt. Soms loop ik wel eens expres een paar uur met een losse veter. En ik zeg wel eens dat ik geen avonturen nodig heb omdat ik avonturen in mijn hoofd beleef. Elke les, elke tekening is een avontuur voor mij. Maar dan devalueer ik dat woord. Nee, geen avonturen voor mij.

Avontuur in het Opequon Quaker Kamp van de Britse Quakers

Stel ik mijn gaven in dienst van God en de gemeenschap? Als verpleegkundige en docent en kunstenmaker heb ik dat wel geprobeerd. Er staan vier ingewikkelde woorden in die vraag: ik, gaven, god en gemeenschap.
Over alle vier is iets te zeggen. Ik beperk me tot ‘ik’. Die onvermijdelijke, onoverkomelijke illusie. ‘Ik’ als de verzameling herinneringen en verhalen die mijn lijf en ik bij elkaar hebben gefabriceerd. En de illusie dat ik uniek ben. Hetgeen ik natuurlijk ook ben. Er had maar één van de biljoenen zaadcellen van één van mijn honderden, duizenden voorouders anders moeten zwemmen en deze ‘ik’ was er niet geweest. Dan was deze zin niet geschreven, dit kind niet geboren, deze gave niet ingezet. Sjongejonge, wat moet ik dan toch belangrijk zijn. Ja.
Nee. Ja. Elk mens is zo uniek als een sneeuwvlok, als een blad aan een boom, als een grasspriet op de steppe. En kan iets veranderen in het leven van een andere grasspriet. De belangrijkste gave van elke sneeuwvlok, boomblaadje en grasspriet is vriendelijkheid. Want we zijn niets en alles. Om over God nog maar te zwijgen.

Posted on

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *