Religieus Genootschap der Vrienden

Gedachten van Ghandi

Gedachten van Gandhi.

door Joke Hofman.

(uit tous les hommes sont frères)

Niets is absoluut, zelfs de waarheid niet. Leg jouw normen niet aan anderen op, leef het voor, maar laat ieder de vrije keuze.

Door Joke Hofman

Ik ben voor mezelf tot de overtuiging gekomen, dat volledige geweldloosheid de enige weg is. Toch: toen een groep Hindoes, die Ahimsa (= zonder geweld leven en tevens de kracht van de liefde en nederigheid aanwenden) nog niet toepaste, mij om raad vroeg, omdat mensen uit een ander dorp hun vrouwen wilden verkrachten, heb ik gezegd, dat ze hun vrouwen mogen verdedigen. Om te begrijpen wat ik bedoel, vertel ik je het volgende: in een dorp werd de oogst steeds door een groep apen opgegeten en vernield, zodat er honger heerste. Ik zou geen mens, maar ook geen dier kwaad doen, maar we kunnen in de maatschappij nog niet zonder landbouw en we kunnen helaas nog niet elke vorm van leven respecteren. Dus stond ik toe dat de apen werden gedood, in de hoop dat er een moment zal komen, waarop we een betere oplossing zullen vinden.

Ik wil mijn mening niet blijven verdedigen, want al zou je elke mogelijkheid van de taal benutten, dan kun je nog niet de gehele complexiteit van een idee uitdrukken. Ik ken mijn grenzen, maar ik zal tot die grenzen gaan. Vrijheid die veroverd is door het vergieten van bloed, kan nooit echte vrijheid zijn. Alleen waarheid, liefde en geweldloosheid kunnen leiden tot Vrede.

Ik ben de dienaar van de Moslims, de Christenen, de Joden, de Hindoes. Voor dienen is liefde nodig, geen aanzien. Ik voel me altijd heel ongemakkelijk als men mij beschouwt als een beroemdheid. Christelijke vrienden van mij proberen me al jaren te bekeren tot het Christendom. Ik heb een open geest en als mij hetzelfde was overkomen als Paulus, had ik me wel bekeerd. Maar het dogmatisme in het Christendom heeft de boodschap van Christus vervormd. Jezus was een Aziaat. Toen zijn boodschap door een Romeinse keizer werd gesteund, werd de boodschap imperialistisch en dat is ze nog steeds.

De scheiding van India in India en Pakistan heeft me verwond. Ik houd van alle mensen evenveel want in ieder hart woont het Goddelijke. Alleen door liefde kun je de mensheid dienen.

Hoofdstuk 2. – Mijn liefde voor de waarheid maakt dat ik me met politiek bemoei. – God is in ieder van ons. – Meer dan woorden, laat onze levens spreken voor ons! Jezus heeft niet 2000 jaar geleden het kruis één keer gedragen. Hij sterft nog elke dag en hij staat ook weer op. Het zou toch triest zijn als we afhankelijk zouden zijn van een God die 2000 jaar geleden gestorven is! Dus verkondig hem niet historisch, in een bepaald tijdperk, maar als degene die nu in je leeft. Ik geloof niet dat de Veda’s de enige teksten zijn die door God zijn geïnspireerd. Ik ben ervan overtuigd dat dezelfde inspiratie geldt voor de Bijbel, de Koran, de Zend Avesta. Maar ik geloof niet dat elk woord door God is geïnspireerd dat in die boeken staat. – Ik weet te goed hoeveel onvolmaaktheid er in mij is, dus zal ik me ook nooit ergeren aan die van anderen.

Hoofdstuk 4: Ahimsa en de weg van de geweldloosheid. Ik kan me voorstellen dat je een dier uit zijn lijden verlost. En ik kan me ook voorstellen dat je een mens kunt doden uit liefde voor de anderen, bijv. een gevaarlijke gestoorde die om zich heen schiet en tientallen mensen doodt, dan is het je plicht deze mens te doden om de anderen te sparen.

Ahimsa betekent: hebt uw vijanden lief. Het geloof in reïncarnatie is voor mij een grote troost. Ik ben tegen geweld omdat het schijnbare goede dat het aanricht altijd tijdelijk is en het kwaad dat het aanricht blijvende schade oplevert. Ik ben een onverbeterlijke optimist. Volgens mij zijn de mogelijkheden om de geweldloosheid verder te ontwikkelen onbegrensd. Hoe meer je deze kwaliteit in je zelf ontwikkelt, des te besmettelijker is haar invloed, totdat het zal schij- nen over de hele wereld. Om zich te verdedigen hoeft men niet te doden. Men moet de kracht hebben om te sterven. Als je geheel bereid bent om te sterven, wil je je niet verzetten tegen geweld. De geschiedenis laat zien dat veel mensen die dit kunnen, `harde’ harten hebben laten smelten.

Hoofdstuk 6. Ik wil niet dat mijn leven de dood van een ander wezen zou kosten, zelfs niet van een slang. Ik zou liever sterven aan zijn beet dan hem te doden. Goed en slecht zijn relatieve begrippen. Wat goed is voor de ene mens, kan slecht zijn voor een ander. Iets zeggen dat een ander stoort, is niet gewelddadig, het hangt af van het motief en de mate van waarheid van wat er wordt gezegd. Het is dus alleen gewelddadig als we met onze woorden anderen willen schaden. Mensen zijn vaak bang te zeggen wat ze denken en voelen. Als je wil dat de geweldloosheid zich verbreidt, moet de waarheid gezegd worden, ook als dat hard is voor een ander. En wees ook niet bang dat een ander je niet meer aardig vindt! Slechts één op de miljoen mensen is werkelijk in staat om haar leven volkomen aan God te wijden. Dus vraag niet van ze om niet te trouwen! Een goed huwelijk is ook een toewijding aan God. Consequent zijn lijkt een goede eigenschap. Maar ik heb in mijn leven zoveel nieuwe dingen geleerd, dat dat niet werkt. Want flexibiliteit en liefde zijn veel belangrijker. Dus als ik schrijf, vraag ik me niet af of het wel overeenkomt met wat ik eerder heb gezegd of geschreven. Anders maak je geen ontwikkeling door. Als iemand je goede raad niet opvolgt, probeer dat dan geheel te accepteren en voel je niet beledigd! Ik zou willen dat het woord “misdadiger” uit elke taal werd geschrapt.

Posted on

Herfst

Thea Droog, 2013 (Geloven en Werken blz 153)

De grond rondom mijn woning is vadaag totaal bedekt met mango gele en bruinleren bladeren.
Hoezeer ik ook van ontluikend groen hou – er gaat niets boven de tinten van een vers herfsttapijt, zoals dat hier nu ligt uit te rusten na een grote storm, zich nog niet bewust van toekomstige regenpap.

Mijn ogen zwerven door alle tinten van het tapijt, van de bomen, van de ene te laat nog tot bloei gekomen zomerroos en de rode bottels. Straks is dat alles weg, er komt een lange winter van onthouding aan: kale takken, grijze luchten, donkere kleding.
Alleen in huis krijgen mijn ogen dan nog voeding van Miró en van Hundertwasser.
Ik ben een Quaker die leeft van kleuren en dat in deze eeuw gelukkig ook mag zeggen.
God schiep de kleuren en gaf ons de bijbehorende ogen, Deo gratias.

Thea Droog, 2013 (Geloven en Werken blz 153)

Posted on

Klimaatmarsen in Den Haag en Arnhem

Klimaatstaking in Den Haag 

Naar schatting namen vrijdag 27 september zo’n 35.000 mensen, voornamelijk jongeren, deel aan de klimaatdemonstratie door Den Haag voor een ambitieuzer klimaat 

beleid. Er waren er ongeveer 10 Quakers, die meeliepen! “De opkomst is totaal boven verwachting, echt gigantisch”, vertelde een woord voerder. 

We verzamelden vrijdag rond 13.00 uur op de Koe- kamp. “De eerste mensen moesten al om 13.10 uur gaan lopen, omdat er geen plek op het terrein meer was”, aldus de organisatie. De tocht zou eigenlijk om 13.45 van start gaan. 

en in Arnhem….

Door Irene Peters (zie aquarel op de achterkant van deze Vriendenkring) 

Ik was er bij, in Amsterdam op 10 maart, in de stromende regen Ik was het er helemaal mee eens, dat dit vaker zou moeten gebeuren. Nu dus weer, en ik wist. dat er ook een groepje Quakers mee zou lopen, dit keer dus in Den Haag. Maar ik liep enorm te twijfelen; bovendien nog behept met een licht schuldgevoel: ben ik zelf wel zo milieubewust bezig? 

Ik doe mijn best, en denk er veel bij na, maar toch…ik gebruik wel erg veel papier, wat ik deels probeer te recyclen, vooral plaatjes uit tijdschriften, ik doe zo nu en dan aan boekenruil, eet meestal biologisch, en soms uit eigen tuin, ben al jaren vegetariër, maar alles bij elkaar lijkt het te weinig. Plasticvrij leven schijnt al helemaal niet te lukken, tot nog toe. Het kan allemaal veel beter. Bovendien werd er diezelfde dag in Arnhem ook een mars gehouden, die achteraf zelfs de krant haalde. Georganiseerd door mensen van het Museum. Tja…… Woorden wist ik nog steeds niet te vinden, maar mijn gevoel zei: ”Ja!” Dus laat ik maar op weg gaan. De stoet had zich al in beweging gezet, dus ik sloot me ergens onderweg aan. Net als destijds in Amsterdam, liepen er veel mensen met zelfgemaakte borden….ik had geen bord; ook geen woorden, tot dan. Maar uiteindelijk toch wel het gevoel, dat ik er bij moest zijn. Het was een behoorlijk lange stoet, met relatief veel kinderen en een vertegen woordiging van een politieke partij. Al die kinderen…..dat raakte mijn hart. Het lijkt wel, alsof de kinderen (een deel van) de macht gaan overnemen. 

Zij beginnen wakker te worden, en dat te uiten. Soms wat ongenuanceerd, maar daar hebben ze de leeftijd voor. Dat schept ook duidelijkheid, want zij raken wellicht de kern, zelfs als de feiten niet altijd zouden kloppen.
Tijdens de toespraak op het plein bij de kerk werd Greta Thunberg genoemd en verdedigd, want ze krijgt veel negativiteit over zich heen. Ze is pas 16 jaar, heeft de VN toegesproken, en is daarvoor niet met het vliegtuig naar New York gegaan, maar met een zeilboot. 

De spreker, Jan vd Venis, beklemtoonde: ”Nelson Mandela heeft in zijn jeugd wel ergere dingen gedaan, zoals geweld gebruikt en zie nu eens. Greta mag zich dan pittig uiten, maar is eigenlijk heel lief”.
Het artikel in De Gelderlander meldt verder, dat er ruim 400 mensen meelie pen, waaronder veel kinderen. Eén van hen kreeg het woord, na de slogan “Why do we bother? Because we are destroying our mother”. 

Het Museum heeft tijdelijk onderdak in de Walburgkerk en daar was de stoet gestart, na een workshop borden maken, waar ik niet bij was. De stoet werd ontbonden op het plein bij het Filmtheater en de Eusebiuskerk. In de Walburgkerk was een tentoonstelling, die ermee te maken had. Enerzijds kunst, tot stand gebracht via recycling, anderzijds allerlei filmpjes, soms op heel groot formaat, waarvan ik nogal onder de indruk was. Aan de ene kant werd getoond hoe mooi de Aarde nog steeds is. Er waren bijvoorbeeld beel den van de Grand Canyon. Anderzijds beelden van misbruik Zo blijkt de katoenteelt uiterst vervuilend. In India bijvoorbeeld gaat dat dan ook nog ge paard met allerlei maatschappelijke misstanden en uitbuiterij. Ook waren er beelden van de wateroverlast in Bangladesh, die te lijf gegaan werd door het alsmaar aansjouwen van zakken modder, om die vervolgens in het water te gooien. Ik wist niet, wat ik zag, en het leek wel onbegonnen werk. Je zag hele rijen mensen voorbij komen, met een zak modder op de schouder. Hoe zwaar moet dat wel niet zijn! Het leek wel, alsof het niets opschoot, het ging heel erg langzaam. 

Tijdens de tocht werd er ook een lied gezongen, en uiteraard deed ik daar aan mee. Nee, ik heb geen spijt, maar hoe nu verder? Eerst maar eens de hand in eigen boezem steken, lijkt me. En daarnaast wordt er natuurlijk ook actie ge voerd, om de regering wakker te maken. 

Hier is de tekst van het lied dat wij zongen, op de wijs van Bella Ciao. 

Wij willen groen! 

1.
De lieve aarde
Wij zien haar waarde
Wij willen groen, wij willen schoon Wij willen duurzaamheid!
Wij willen samen een groene toekomst En die begint voor ons vandaag, 

2.
Wij worden wakker
Wij worden wijzer
Wij willen weten hoe het staat
Wij willen duurzaamheid!
Wij willen samen een groene toekomst En die begint voor ons vandaag 

3.Wij gaan voor eenvoud
Voor weinig uitstoot
Voor zuinig aan met energie
Wij gaan voor duurzaamheid!
Wij willen samen een groene aarde Wij zijn al volop aan de gang 

4.Ons consumeren
Dat geeft ons impact
Wij kopen fair en circulair
Wij kopen duurzaamheid!
Wij kopen samen een groene aarde Een veilig thuis voor al wat leeft 

5.Ja, waarom wachten
En redeneren?
Wij willen groen, wij willen schoon, Wij willen duurzaamheid!
De lieve aarde, wij zien haar bloeien Wij zien haar rijk, gezond en GROEN! 

Posted on

Conflicten een mogelijkheid om te groeien?

Vrede begint in onszelf. Het moet ingebed worden in onze gezinnen, in onze meetings, in ons werk en in onze vrije tijd, nationaal en internationaal. Die taak zal nooit klaar zijn. Vrede is een proces van verbonden zijn (to engage in), niet een doel dat moet worden bereikt. (Sydney Bailey, 1993)

Het Quaker vredesgetuigenis is ontstaan in een tijd dat de Quakers met zeer veel tegenstand en geweld te maken hadden. In onze tijd is dat gelukkig niet
zo en daarom vraagt het minder van ons. Misschien is dat de reden dat we conflicten liever vermijden dan op een liefdevolle manier elkaar te confronteren met de mogelijkheden en de groei die een conflict kan opleveren.

Conflict en avontuurlijk leven horen bij elkaar. Conflicten kunnen de zaken vastzetten (constrain), maar ook bevrijdend werken en dat hangt geheel van ons af!

Vrienden denken vaak dat een conflict hebben verkeerd is. We hebben tenslotte ons vredesgetuigenis en we moeten vredelievend zijn. Maar hoe
vredelievend zou onze meeting zijn als George Fox of John Woolman binnen kwamen? Zij gingen confrontaties niet uit de weg, maar deze confrontaties werden gekenmerkt door het liefdevolle respect waarmee zij de mensen, waar zij een conflict mee hadden, benaderden. En de oprechtheid van hun boodschap was voelbaar voor de mensen tegen wie ze spraken.

Twee voorbeelden van een probleem in een meeting:

  • Er is iemand die vaak en langdurig een bijdrage levert in de meeting en die zich niets aantrekt van de discipline die binnen de Quakers op dit gebied bestaat.
  • Iemand met een sterke persoonlijkheid is zeer dominant in de groep.

Vraag: worden problemen in onze meeting (h)erkend en onder ogen gezien? Als je avontuurlijk leeft, ontstaan er altijd conflicten. De kunst is om er op een constructieve manier mee om te gaan. En dat kunnen we leren dankzij de kwaliteit van ‘eldership’ in onze groep. ‘Eldership’ is natuurlijk niet een op gave van een paar mensen, die we daarvoor gevraagd hebben, maar het is het delen van de wijsheid en ervaring van elk lid.

Het is heel nuttig als we een aantal simpele richtlijnen hebben voor gasten. Richtlijnen zijn ook heel fijn om de ervaren leden er af en toe aan te herinneren waar ook zij zich aan moeten houden! Als er een “moeilijk” iemand de meeting bezoekt, is het goed te bedenken, dat we bijna allemaal wel eens een keer moeilijk zijn geweest voor een ander!

Moeilijk gedrag ontstaat meestal als we het ( al of niet terechte) gevoel hebben dat onze gevoelens niet worden gerespecteerd. Vaak blijkt trouwens dat die moeilijke mensen ons het meest over onszelf hebben geleerd….

We weten dat anti-sociaal gedrag meestal het gevolg is van een diep emotioneel trauma. We moeten wel bedenken dat een meeting geen therapiecentrum is. Luisteren is het enige (maar echt luisteren kunnen niet veel mensen en het is hard nodig en helend) dat we kunnen doen.

De mediator moet geloven in een oplossing. Maar geen oplossingen aandragen! En geen adviezen, persoonlijke belevenissen! Luisteren en zorgen dat de oplossing uit de deelnemers komt. Je moet de persoonlijke waarde van ieder bevestigen en objectief blijven. Geen oordeel en geen sympathieën en antipathieën mogen meespelen. Niet onderbreken, geen zinnen voor de anderen afmaken. Het enige dat echt werkt: actief, oordeelloos, werkelijk LUISTEREN.

Vier belangrijke vragen:

  1. Wat is het probleem?
  2. Wat is je gevoel erbij. Wat voor effect heeft het op jou?
  3. Wat wil je dat er gebeurt?
  4. Wat kun je zelf doen?
Posted on

Grensbijeenkomst in Sittard

Wij gingen vrijdag rond 11 uur op weg naar Sittard. Onderweg moesten we eerst de hond van Frieda in Venlo in pension brengen. We wilden vroeg aanwezig zijn in het Bezinningshuis Regina Carmeli. Het Bezinningshuis maakt deel uit van het klooster. Er wonen/werken 30 nonnen.

Het Bezinningshuis Carmeli met de mooie tuin (foto Joke Hofman)

We wilden nog de naamkaartjes, kamerindeling e.d. klaarleggen voordat de deelnemers zouden arriveren. En misschien moesten we nog stoelen klaar zetten. Dat viel allemaal mee. Zuster Gisela, onze gastvrouw, had al veel geregeld.

Ik was hier voor de eerste keer. Wat een goede locatie: ieder een eigen douche en toilet, mooie royale ruimtes waar we gebruik van konden maken. En een prachtige tuin overal om de gebouwen heen.

Rond 16 uur kwamen de eerste deelnemers binnendruppelen. Behalve Vrienden uit Nederland, waren er Vrienden uit Duitsland, België, Groot Brittannië en Ierland. Een fiks aantal van hen was al eerder bij een grensbijeenkomst, dus was het een vrolijk weerzien.

Het weekend begon met een broodmaaltijd met een heerlijke soep. Na het eten heette Frieda ons allen “hartelijk” welkom. Ze gebruikte “hartelijk” met name vanwege het woord “hart”. Ze sprak over de fase van afstemming op de hart-energie. Dat betekent dat je ánders werkt, bewust en alert aanwezig bent je voelhorens uitzet, meer aandacht voor rust en stilte, voor intuïtie.

Ze concludeerde: contact – vanuit ons hart – met onszelf, met de mensen om ons heen, dat stroomt vanzelf door naar de hele wereld.

Mieke van Opheusden zorgde ervoor dat wij elkaars namen leerden te onthouden middels een paar leuke kennismakingsspelletjes.

Daarna introduceerde Erik zijn onderdeel van het programma: Quakers en Kunst. Op de tafels waren plakken rode kool, maiskolven, venkel e.d. neergelegd en ook papier, potloden en stiften. Er werden wenkbrauwen opgetrokken bij het zien van de groenten. Wat daarmee te doen? Sommigen begonnen al met natekenen. Erik vroeg ons wie zich creatief zou willen noemen. Aanvankelijk reageerde iedereen terughoudend, maar na een paar voorbeelden van creativiteit, kwamen de tongen los: de een hield van creatief koken, de ander van tuinieren, weer een ander noemde creatief lesgeven of creatief opvoeden. Maar ook creatief een ziekte doormaken, met een handicap omgaan enz.

Hij gaf ons veel informatie niet alleen over wat kunst is, maar ook over kunstenaars. In ieder van ons is creativiteit; zonder creativiteit zou de mens de evolutie niet zijn doorgekomen.

Toen was er koffie of thee met een koekje (ook voor de diëten!)

Tot slot van de avond vertelde Thea Droog een mooi zelfgeschreven sprookje: “De wandelende bomen van het oerbos”

Marlies Tjallingii en Susanne Odeh lieten diegenen op zaterdagmorgen bewe­gen, die er iets vroeger voor op wilden staan.

Tai Chi ’s morgens

Toen ontbijt en om 9 uur vervolgde Erik zijn programma.

Hij noemde benoemde de link tussen creativiteit en religie. Kunst komt van diep binnenin je. Je zou kunnen zeggen: kunst is als bidden. Kunst is groeien als mens.

Er was ook klei op tafel gelegd. Onderwijl kon je daar mee bezig zijn.

Er zijn in de geschiedenis van de Quakers ook heel wat kunstenaars geweest: schilders, dichters, schrijvers, componisten.

Over de componisten gaf Joke Hofman na de koffie de workshop: introductie in Quaker muziek: De eerste Quakers verwierpen muziek, omdat het hoorde bij de traditionele kerkorde. Als je zong, gebruikte je de voorgeschreven teksten en daar wilden zij juist mee breken. Het werd ook frivool gevonden. Het hield je af van waar het werkelijk over ging. Maar… George Fox zong toen hij in de gevangenis zat, ook al veroordeelde hij psalmen zingen en straatmuziek!

Joke noemde latere Quaker tekstschrijvers/dichters, die inmiddels bekende liederen hebben geschreven, b.v. Greenleaf Whitties and Baptist Robert Lowry (“How can I keep from singing”)

Meer eigentijds denken we aan Tony Biggin, componist van “The gates of Greenham” en “Cry of the earth”. Beide zijn ‘peace passions’.

Joke liet ook een aantal liederen horen van Quaker componisten of – tekstschrijvers.

Na de koffie kon men kiezen uit een aantal workshops: Quaker muziek (de liederen zingen o.l.v. Joke, die voorheen genoemd waren) Creatief fotograferen o.l.v. Sytse Tjallingii en Kunst en Verzet door Mieke van Opheusden. Mieke liet mooie foto’s met voorbeelden zien van kunst, gebruikt bij bijv. demonstraties. Soms drukt een banner beter uit waar het over gaat, vaak op kunstzinnige wijze. Bijvoorbeeld met woordspelingen die heel goed gevonden zijn. Of uitbeeldingen. We zagen een politieagent op een foto met aan beide kanten naast zich twee clowns, die hem omhelsden. Er ontstond een gesprek hierover. Was dit helemaal geweldloos? Hoe voelde de agent zich?

Het was een boeiende workshop.

Foto workshop

Na de uitgebreide warme maaltijd, waren er opnieuw workshops te kiezen: sacred dance o.l.v. Frieda Oudakker en botanische tekeningen en schilderijen van Sydney Parkinson (1745-1771) o.l.v. Janet Kreysa. Hij was een Quaker die tijdens een (zeil-)bootreis Australië, Nieuw Zeeland en Tahiti bezocht. Hij was de eerste Europeaan die tekeningen maakte (zo’n 1300 stuks) van de planten die hij onderweg aantrof. Janet had zich in hem verdiept en vertelde over zijn leven en liet ook diverse van zijn illustraties zien.

Mike Zipsen liet een aantal Vrienden kennis maken met het brailleschrift.

Na de thee kon je opnieuw één van de workshops kiezen of gewoon fijn contact hebben met elkaar.

’s Avonds hadden we een bar gezellige avond o.l.v. Anneke Janssen. Er werden gedichten voorgedragen en de hele groep werd uitgedaagd om een verhaal te vertellen waarin een paar muziekinstrumenten een rol moesten spelen. Verrassend om te zien wat de verschillende groepen daarvan maakten!

Als afsluiting deden we met elkaar de dans ‘De Bron’, waarbij we elkaar ondersteunden bij het naar de wereld dragen van het waardevolle dat we uit onze diepste Bron putten..

Toen was het weer de laatste dag. Na het ontbijt ontruimden we de kamers en daarna liet Sytse Tjallingii prachtige foto’s zien die tijdens de fotoworkshop gemaakt waren.

Van 11-12 uur hadden we een fijne “silent meeting” samen.

Ik had heel sterk een gevoel van verbinding.

Het weekend eindigde na de warme lunch.

Het was een heerlijk weekend!

Posted on

Dakloosheid in London

Het laat me niet los. Al ben ik niet iemand, om iets te organiseren, maar er over schrijven kan ik wel Ik hoor het Brian Deighton nog zeggen: ”Het is een schande! En er zijn heel veel uitbehandelde psychiatrische patiënten bij”. Brian is een Londense Quaker, tevens kunstschilder, die ik op één van mijn vorige reizen ontmoette. De daklozenkrant, the Big Issue, heeft vaak goede artikelen. Ik heb er een paar voor jullie vertaald.

Alles in het leven heeft twee kanten—zodra je de moed hebt, je daar bewust van te worden, wat tijd en energie kan kosten. Zo ook dakloosheid. Ik ga beide kanten belichten, de negatieve, maar dan ook een positieve kant. Wat doet dit met mensen? Dit werd geschreven bij de gewelddadige dood van een dakloze, vriendelijke man:

Paul Kelly werd begraven op een rustig kerkhof bij Glasgow.”

“Mensen, die de Big Issue verkopen, of mensen, die buiten slapen en zij, die op straat leven, worden niet als individu gezien. Ze zijn een groep van gelijksoortige mensen. De nood­lij­denden, de armen, zij met de onverzorgde baarden en verweerde gezichten, de ongelukkigen in nood. Zij worden niet gezien als individuen met dezelfde ver­wor­ven gedachten zoals jij en ik die hebben, en dezelfde wens om dingen te verkondigen over de wereld waarin we leven.

De begrafenis van Paul illustreerde twee dingen: de eerste is, dat uiteraard ieder mens zijn/haar verhaal te vertellen heeft. Dat iedereen een stempel op de wereld zet dat verschilt van dat van een ander. En…. hoe de wereld geschokt is, en dit projecteert op de situatie, waarin zij zich bevinden

Slapende en ontwakende dakloze vrouw in Oxford Street

Iets anders, wat bleek bij de begrafenis van Paul is, dat in het verhaal van elk mens, er normaliter sprake is van familie en vrienden. Als mensen in nood een beroep doen op de Big Issue, heeft er ergens op hun weg een ontwrichting of verstoring plaatsgevonden. En dat kan vervreemding van familie betekenen. Big Issue kan dan één van de middelen zijn om dingen weer op te bouwen. Zoals in het volgende verhaal bijvoorbeeld.

Street Art, een kunstproject voor mensen die aan de zelfkant van de maatschappij leven. Er zijn prints te koop bij bigissueshop.com, waarvan minstens de helft van de opbrengst naar de kunstenaar gaat.

De ‘street-art’ kunstenares Geraldine heeft de laatste tijd gewerkt aan een serie in olieverf op papier, met als onderwerp Ierse landschappen. Ze is de 60 gepasseerd en had in het verleden de strijd moeten aangaan met drugsverslaving en is tot tweemaal toe dakloos geweest., terwijl ze op straat leefde in de buurt van Victoria, London.

Het maken van kunst heeft veel bijgedragen aan de rehabilitatie van Geraldine. Vorig jaar sloot ze een verblijf af bij Old Diorama Arts Centre in London. Meer recent begon ze met het begeleiden van een groep mede-artiesten, die een betrokkenheid hebben met dakloosheid en dit met hulp van de Café Art Charity. Ze zegt: ”Ik schilder nog in mijn studio thuis, en verkoop op de kunstmarkt van Bayswater Road.”

Zie ook geraldinecrimmins.co.uk

Daklozententjes bij het station van Stratford
Posted on

Werkdagen in Calais

Een beetje onwennig staan we bij elkaar: tien Britse Quakers en ik. Vanuit de jeugdherberg in Calais zijn we met de bus naar het Vluchtelingen Magazijn gereisd. Een enorme hal met een enorme keuken en enorme massa aan goederen.

We krijgen eerst een rondleiding: híer je rugzak bergen (anders wordt-ie meegenomen met de grote hoop goederen die verdeeld kunnen worden); hier is de afdeling voor schoenen, kinderkleren, waar de tenten gecontroleerd worden, naaiafdeling, speelgoed, hygiënehoek (zeep, maandverband, luiers). Ik begin in de keuken: met twee anderen staan we de hele morgen drie flinke kisten knoflook te pellen. Voor zo’n 500 maaltijden die hier elke dag gekookt worden, is een hele hoop nodig. Nog voor de lunch kan ik jeans op maat leggen en na het eten ontpit ik kilo’s abrikozen. De kokkin wil een soort mueslikoeken maken. De abrikozen waren oud en verschrompeld, maar een nacht weken doet wonderen. Ik bedenk dat degenen van ons die in de naaihoek werken, pittenzakjes kunnen maken en was de pitten (nogal een klus). Ze drogen in de zon.

De volgende dag komen we al als “ervaren” vrijwilligers aan. Ik start weer in de keuken: nu schil en snijd ik de hele ochtend wortelen. Kisten vol! Daarna kan ik kinderkleertjes sorteren en na de lunch maak ik een pittenzakje.

Op de laatste ochtend vraagt een vrijwilligster twee andere Quakers en mij of we een huis willen schoonmaken. Het is een huis waar degenen die extra rust nodig hebben, een bed gegund wordt. Er waren bedwantsen die met vergif behandeld zijn. Maar dan moet iedereen uit huis. In dit geval was dat een zwangere vrouw met haar kind. Zij heeft ook nog haar been gebroken. Gelukkig konden ze haar ergens anders onderbrengen. Dus is het nu een goede gelegenheid om het huis goed onder handen te nemen. Met vier vrijwilligsters worden we weggebracht. In het huis staan 16 bedden: soms slapen er 35 mensen, meest mannen. We verdelen de taken: ik begin op zolder: alle kieren stofzuigen. Daarna ben ik een flinke tijd bezig met de badkamer. Er mogen ook regelmatig groepjes mannen douchen, dus je kunt je voorstellen dat bij zulk intensief gebruik er wel wat valt schoon te maken. Zo verloopt de dag: een slaapkamer poetsen, lunchen met elkaar, nog een planken vloer stofzuigen, kinderspeelgoed afwassen. Anderen doen ook kamers, zoeken kleding uit, maken bedden op; een vrouw is de hele dag aan het wassen (alles op 60⁰); ik ontstop een afvoer.

Daarna lopen we terug naar de jeugdherberg. Weer een welbestede dag. Dus drie heel verschillende dagen waarop een hoop werk verzet is!

Enkele cijfers: in juni waren er 565 vluchtelingen: 25 % is onder de 18 jaar; en 70% tussen 18-35 jaar. In het “Refugee Warehouse” maken ze 3500 maaltijden per week. Tijdens ons verblijf, waren er 70 – 100 vrijwilligers: veel jonge mensen die een deel van hun vakantietijd (of rondreis) daar werken.

Op de eerste avond in Calais werd een stukje uit Quaker Faith and Practice voorgelezen. Het is erg toepasselijk gebleken:

Het individu en de gemeenschap (Uit Quaker Faith and Practice 23. 52), Deborah Haines, 1978

Ik denk dat ik een groot deel van mijn leven heb verspild met het wachten op een grote missie die de wereld zou veranderen. Ik heb gezocht naar belangrijke sociale bewegingen. Ik heb een grote en belangrijke bijdrage willen leveren aan de doelen waar ik in geloof. Ik denk dat ik te bereid ben geweest om de echte leidraden die mij zijn gegeven als zaken van weinig belang te verwerpen. Het heeft lang geduurd voordat ik hoorde dat gehoorzaamheid betekent doen wat we moeten doen, zelfs als het zinloos of onbelangrijk of zelfs gek lijkt. De grote sociale bewegingen van onze tijd maken misschien wel deel uit van onze roeping. De idealen van vrede en rechtvaardigheid en gelijkheid die deel uitmaken van onze religieuze traditie staan vaak in het middelpunt van het debat. Maar we kunnen ons niet eenvoudig onderdompelen in deze activiteiten. We moeten ons eigen unieke sociale getuigenis ontwikkelen, in gehoorzaamheid aan God. We moeten luisteren naar het zachte gefluister dat ons zal vertellen hoe we ons leven in grotere harmonie met de hemel kunnen brengen.

Situatie in Calais 6 maanden geleden. Inside the Calais migrant camps | ITV News
YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=qM7yURWmmvE
Posted on

Migranten in Sid* in de knel

De afgelopen maanden is de situatie voor migranten in Zuid-Europa steeds slechter geworden. Er komen er meer. Regeringen behandelen hen als criminelen in plaats van mensen die vluchten van oorlog en armoede. In Kroatië heeft de presidente toegegeven dat zij de politie heeft opgedragen internationale regels te negeren, en dus handelt de politie gewelddadig aan de grenzen om ze terug te dringen. We horen voortdurend over ernstige verwondingen. Bovendien worden de omstandigheden in de officiële kampen slechter en mogen ngo’s deze niet betreden, met name om psychologische hulp te bieden. Mensen die migranten helpen worden ook als criminelen behandeld. Wat we zien en horen is dat migranten zichzelf schade toebrengen, zelfmoord plegen en steeds vaker geweld gebruiken. Dit is niet verwonderlijk gezien het feit dat ze niet verder kunnen gaan en ook niet kunnen terugkeren naar hun regio van herkomst. Ze schamen zich ook om naar huis te gaan, omdat hun familie van hen verwachtte dat ze zouden slagen en hen uit de gruwelen zouden halen van wat ze hebben meegemaakt.

Foto’s van YouTube: Europe’s migrant crisis: the ghosts of Sid

Om ethische redenen kan ik niet over een bestaande persoon vertellen, maar het is een verhaal over de harde werkelijkheid.

Laten we de jongeman Ahmad noemen. Hij is nu 18. Hij komt uit Afghanistan. Hij heeft ongeveer twee jaar gereisd. Hij heeft een paar jaar voortgezet onderwijs. Hij verliet Afghanistan na dienstplicht, waarin hij moest strijden tegen de Taliban. Hij zag hoe een oom werd gemarteld en gedood. Zijn ouders wisten de ruwweg € 4000 te vinden die de smokkelaars vroegen. Hij bracht ongeveer een jaar door in Turkije om te werken en een beetje geld te krijgen. Hij stapte toen op een rubberboot naar Samos. De boot lekte en verschillende anderen in de boot verdronken, waaronder een kind. Na een aantal maanden op het eiland slaagde hij erin het vasteland te bereiken. Wederom werd hij door Noord-Macedonië naar Servië gesmokkeld. Hij belandde in Belgrado.

Daar woonde hij in tenten en parken, met andere migranten. Hij werd door verschillende smokkelaars gedwongen om voor hen te werken onder moeilijke omstandigheden en werd niet betaald. Meerdere keren onderweg werden alle dingen die hij bij zich had door politie en smokkelaars van hem afgenomen. Hij besloot toen om verder te gaan. Zijn ultieme doel is Duitsland of misschien Zweden. Het volgende land op zijn route is Kroatië. Hij is echter nog niet zover. Hij bevindt zich nu in Šid, aan de Servische kant van de grens. Hij bevindt zich in een zogenaamde ‘squat’, een verwoeste fabriek met een paar tenten. Het wordt onderhouden door vrijwilligers van een organisatie genaamd No Name Kitchen. De vrijwilligers proberen zo goed mogelijk te helpen. De meeste zijn echter jonge studenten die een paar weken of hoogstens een maand of twee blijven. Ze zijn ongetraind en worden gemakkelijk secundair getraumatiseerd. Ze vormen ook relaties met de bewoners van de squat, die vervolgens worden verbroken wanneer ze vertrekken. In de squat is er een hiërarchie, met de smokkelaars bovenaan. Ze geven bevelen aan de andere bewoners, bijna allen jonge mannen zoals Ahmad. Ze misbruiken ook de jonge­mannen seksueel en Ahmad is verschillende keren verkracht. Hij heeft geen behandeling gekregen, omdat de psychologen in de stad niet naar de squat gaan.

Migranten in een half afgebroken fabriek

Mensen zoals Ahmad moeten naar een plaats gaan waar de smokkelaars hem niet zullen zien, als ze behandelingen willen. Hij heeft er nog geen behandeling gehad. Om de paar nachten gaat een groep bewoners van het kraakpand met “het spel (“the game”), dat wil zeggen, ze proberen de Kroatische grens over te steken. Er is echter een grote hoeveelheid elektronische detectieapparatuur geïnstalleerd. Tijdens deze pogingen, is Ahmad verschillende keren gewond geraakt. De laatste keer was het serieus genoeg dat hij een aantal dagen in bed moest blijven. Hij was bang om naar het ziekenhuis te gaan. Zelfs als mensen naar het ziekenhuis gaan, weigeren veel artsen hen te behandelen. Zo gaan een aantal mensen dood.

Twee migranten in een half afgebroken fabriek

Dit is een zeer korte versie van het verhaal van Ahmad. We willen jullie graag meer vertellen over de achtergrond van mensen zoals Ahmad en wat we denken dat hun toekomst in petto heeft. We willen je ook meer vertellen over wat volgens ons moet worden gedaan om hen te helpen. Toch weten we niet of we tot 2020 zullen overleven. We doen wat we kunnen door online onderwijs en supervisie van de vrijwilligers. Maar zoals hierboven vermeld, blijven ze voor zeer korte periodes en zijn ongetraind. We zijn erg gefrustreerd, maar we willen doorgaan, willen jullie ons ondersteunen via het Quakerhulpfonds? https://www.youtube.com/watch?v=Nr8if7PTPZw

Veel meer boeiende informatie op de website van CWWPP: https://www.cwwpp.org/

Graag bijdragen voor het werk van Charles via het Quakerhulpfonds: Bankrek. is NL94 TRIO 0338 4113 64. t.n.v. Quaker Hulpfonds Religieus Genootschap der Vrienden, Quakers, te den Haag.

Posted on

Ontluikende identiteit

Uit vluchtelingenwerk magazine | zomer 2019, ingezonden door Joke Hofman Tekst Annemieke van der Pol; Fotografie Goedele Monnens

Haven van herkenning

Gabriël (53) Werkte jarenlang als docent en als productieleider van theatervoorstellingen. Gabriël wil het bewustzijn over (trans)genderidentiteit in Nederland vergroten.

De wieg van Ftoen stond in Irak, die van Gabriël in Nederland. Maar allebei werden ze geboren in een lichaam dat hun niet paste. Opgroeiend in Nederland, had ik al een enorme worsteling achter de rug. Dat dacht ik tenminste, maar toen ik de verhalen hoorde van transgenders met een vluchtelingachtergrond bleek het nog veel erger te kunnen. In Nederland had ik ouders die mij steunden, een medische wereld die achter mij stond en de wet die meewerkte. Maar de vluchtelingen die ik sprak, moesten een
leven lang hun identiteit verhullen.’

Veilige toeverlaat

Gabriël Bos werd geboren in een meisjeslichaam, maar identificeert zichzelf als man. Ftoen groeide op in Irak, als vrouw in het lijf van een man. In een land waar zelfs geen naam bestond voor wat ze al jaren heimelijk voelde. Ftoen: ‘Het woord “transgender” bestaat niet in Irak. Alleen het woord “gay”, hoewel daar meestal allerlei scheldwoorden voor worden gebruikt. Ik kon nooit precies duiden hoe ik me voelde. Pas na mijn vlucht ontmoette ik andere transgenders en kwam de herkenning.’ Onder de indruk van zijn ontmoetingen met transvluchtelingen, door zijn werk als redacteur bij het magazine Trans, klopte Gabriël niet lang daarna aan bij het kantoor van Vluchtelingen Werk in Zaandam. ‘Ik heb vroeger veel steun gehad aan mensen die transgender zijn,’ vertelt hij. ‘Mensen in wie ik mij herkende. Misschien, zo hoopte ik, kan ik iemand zijn bij wie een ander zich veilig voelt.’ In zijn werk als maatschappelijk begeleider ligt zijn kracht op het gebied van psychosociale en sekse gerelateerde kwesties. Daarom begeleidt hij in Zaandam alleen lhbt+* vluchtelingen, waar gemiddeld meer uitgenodigde vluchtelingen wonen met deze achtergrond.

Geroddel en geschimp

Ook Ftoen kwam anderhalf jaar geleden op uitnodiging van de overheid naar Nederland. Het leven had haar tot dat moment niet gespaard. ‘Omdat ik op mannen val, wilden mijn vader en broers mij vermoorden. Met hulp van mijn moeder vluchtte ik uit Irak naar Libanon, waar ik samen met mijn toenmalige partner een nieuw leven probeerde op te bouwen. Maar ook daar konden we niet veilig over straat en was het leven hels. Nederland bleek onze redding, maar ik was doodmoe toen we hier aankwamen. Moe van het vechten en nog steeds erg bang.’ Zo gewend aan uitsluiting en geweld was Ftoen niet overtuigd dat het leven in Nederland anders zou zijn. Helaas bleek die angst niet volledig ongegrond. De buurt waar Ftoen een woning kreeg, was minder gastvrij dan gehoopt. ‘Op straat werd Ftoen beschimpt, en als ze haar buren groette werd er niets teruggezegd,’ vertelt Gabriël. ‘Ook in haar inburgerings klas werd ze door medecursisten genegeerd en hoorde ze achter haar rug het gelach en geroddel. Ik wil dat Ftoen zich in Nederland veilig voelt en heb de situatie aangekaart op school. De klas werd erop gewezen dat iedereen welkom is en discriminatie verboden, maar helaas gingen de pesterijen door.’

Afgeveegde lippenstift

Ftoen (27) Werkte in Irak als advocaat en stond mensen bij in kwetsbare posities. In Nederland hoopt ze ooit haar beroep weer op te kunnen pakken.

In het gemoedelijke huiskamercafé Bind in Zaandam vertellen Ftoen en Gabriël hun aangrijpende verhalen. De plek is belangrijk voor Ftoen, die hier een paar dagen in de week als vrijwilliger achter de bar werkt. Hier voelt ze zich veilig en is ze nog nooit uitgelachen. Ftoen: ‘Het contact met mijn familie is verbroken. Ik heb alleen mijn moeder nog, en Gabriël, die altijd voor me klaarstaat. Gabriël zorgde ervoor dat ik een goede psycholoog vond, toen ik nachtmerries kreeg over mijn verleden. Hij hielp me bij het vinden van een fijne inburgeringsschool, en vond voor mij ook
een kamer in een andere buurt. Ook meldde Gabriël mij aan bij de genderafdeling van het ziekenhuis en introduceerde me bij stichting TransAmsterdam, waar ik een goede vriendin heb leren kennen: Celine uit Jordanië. Zij heeft hetzelfde meegemaakt als ik.’ Gabriël: ‘In die eerste weken in Nederland durfde Ftoen niet naar buiten. Nu pakt ze steeds meer haar ruimte, ook in haar vrouwelijkheid. Ze koopt lippenstift, lakt haar nagels. Ze slaat haar eigen weg in en wordt minder afhankelijk van mij. Die ontwikkeling is prachtig om te zien. Ik bewonder Ftoen enorm. Ze luistert naar haar eigen ritme en bewaakt haar grenzen goed. Ik heb cliën ten die in transitie zijn [de weg om fysiek van geslacht te veranderen, red.], maar Ftoen geeft aan die keuze nu nog niet te willen maken. Eerst wil Ftoen haar identiteit aan haar moeder vertellen, die ontzettend belangrijk voor haar is.’

Posted on

De Britse Jaarlijkse vergadering

Voor het Quakerhuis zitten groepjes Quaker

Het Quakerhuis ligt aan de overkant van het station waar ik aankom. Het is een enorm huis met van binnen een doolhof van gangen, trappen, zalen en zaaltjes. Ik zie de ontvangstbalie, met mensen die klaar staan om allerlei informatie te geven en nóg een andere groep ontvangende Vrienden: de bekende tafels met naamkaartjes. In dit geval is dat een grote organisatie, die een aantal tafels en mensen vraagt. Handig, de buitenlandse gasten hebben een eigen ontvangsttafeltje. Daar herken ik ineens de vriend van Emmy Touwen herken als één van de ontvangende Vrienden.

Er zijn 2 bibliotheken, een echt restaurant, een binnenplaats waar nóg meer lekkere hapjes en gerechten te koop zijn, een ontmoetingsruimte voor ontspanning – gesprek en spelletjes, een stilteruimte, een community-hub – wat is dat nou weer?? Oh, een hub is een soort stekkerdoos, maar dan digitaal, hier dus kennelijk een soort knooppunt. (Klopt dat?) Een garderobe waar we onze koffers en jassen kwijt kunnen, met een ontvangstbewijs. En nog veel meer functionele ruimtes.

De grote meetingzaal met de sessie over privileges: Eén van de vragen was: Waren er meer dan 50 boeken in het huis waar je opgroeide?

Daarna kom ik bij trappenhuizen naar verdiepingen met nóg meer zalen. De zalen hebben namen van de vroege Quakers. Leuk om zó in het centrum van het Quakerisme te zijn, maar ik voel me overweldigd door de hoeveelheid mensen in het ingewikkelde gebouw. En dan de gróte meetingzaal, een zaal voor duizend mensen! In alle gangen en kamers zijn mensen. Ze zitten geanimeerd te praten of hun werk te doen of lopen door elkaar heen hun weg te zoeken. Overal bordjes en A4tjes als richtingaanwijzers naar verschillende bijeenkomsten, groepen en
zalen, alles zorgvuldig georganiseerd en goed aangegeven.
Ik zoek de ruimte waar ik kan deelnemen aan ‘Preparing for Yearly Meeting’. Dat lijkt me wel zinnig als start. Eens kijken wat ze nog te vertellen hebben ter voorbereiding op deze dagen. Naast de meer dan 50 pagina’s die ik via de mail al toegestuurd heb gekregen. Ik hoor dat het thema van dit weekend voortkomt uit een minuut van 2010 over duurzaamheid en een minuut van een jongerengroep van een paar jaar geleden. Die hebben samen geleid tot aan dacht voor de samenhang van alle getuigenissen. Het zijn bv. de armen die nu weer het meest lijden onder de klimaatverandering. Hoe werken onze macht en mogelijkheden als rijke, machtige landen in het verleden en nu dóór en wat Voor het Quakerhuis zitten groepjes Quakers kunnen wij daar nu aan doen? Uit het verlangen daar meer zicht op te krijgen komt het thema van dit weekend voort: ‘privileges’ . Waar zien en voelen we de privileges uit het verleden nu nog? Waar komen we het tegen, ook intern, binnen onze maandvergaderingen én persoonlijk, plaatselijk, nationaal, internationaal?

Door alle toegestuurde informatie en die op de website, kon ik gelukkig van tevoren al kiezen waar ik naar toe wilde. Hierná ontmoet ik andere buitenlandse gasten, die ‘overseaers’ genoemd worden. Die term maakt mij meteen bewust van het feit dat iedereen die hier aankomt en geen Brit is, van ‘over de zee’ komt – het eiland-bewustzijn van de Britten. Het samen zijn met de buitenlandse gasten is een fijn. Iedereen kan zichzelf voorstellen. Zo leren we alvast een paar namen en gezichten kennen en kunnen we eventueel afspraken maken. En we worden verwend met een heerlijk buffet. Hoe vind ik in vredesnaam Henrica Taken? Ik ken haar van de Duitse grensbijeenkomst, een Nederlandse vrouw die al ruim 40 jaar in Engeland woont.

Liefdevolle betrokkenheid

Ik heb mijn hoop gevestigd op haar als gids in deze overweldigende setting. En ja hoor, ik zie haar ineens. Henrica zoekt nl. ook naar mij n.a.v. het mail contact dat we van tevoren hadden. Ik dacht dat ik nooit één iemand zou
kunnen vinden tussen duizend mensen. Dat valt dus mee. Het is te behappen. Dat gevoel blijft de rest van deze vier intensieve dagen. Alles gaat rustig en is nauwgezet en duidelijk georganiseerd. De ontvangst is zorgvuldig, want ‘dat van God’ moet met zorg en respect behandeld worden. Het is niet te geloven, maar zo gaat het steeds meer voelen, ondanks alle hectiek van een evenement met meer dan duizend mensen. Steeds voel ik rustige vriendelijke aandacht, respect en waardering voor elkaar. Dat lijkt natuurlijk ook op onze Algemene Vergaderingen, waar we blij zijn om elkaar weer te ontmoeten. Alleen is het tot mijn verbazing alsof hier meer rust is. Bijzonder, dat het mogelijk is, met zó veel mensen die door elkaar heen krioelen. Alsof het een in de jaren gegroeide verworvenheid is, die zich gesetteld heeft in deze groep mensen. Ik ervaar de gevolgen van een in 3 1/2 eeuw opgebouwd Quaker-bewustzijn.

Dat voel ik zeker soms in de grote meetinghal. Iedere dag is er minstens één moment dat ik met tranen in mijn ogen zit, zo word ik geraakt door de rustige, aandachtige zorg en liefdevolle betrokkenheid die ik voel, hoor en zie. Aan het begin van het weekendprogramma worden we voorgesteld aan mensen waaraan je hulp kan vragen. Mensen met een paarse sjerp zijn de
‘elders’, mensen met een groene sjerp zijn de ‘overseers’ die overzicht hebben om te zien of mensen niet in de knel komen. En dan zijn er nog men- sen met een blauwe sjerp, dit zijn ‘stewards’ voor meer praktische hulp. Zo heb ik het opgevat tenminste. Ze hebben niet zomaar kleine bandjes om voor de herkenning, het zijn brede glimmende sjerpen. Je
kunt ze niet missen als je iemand nodig hebt.

Wat heb ik het afgelopen jaar ‘elders’ gemist! Ik had behoefte aan mensen die niet vanuit een eigen praktische betrokkenheid op zaken reageren, maar vanuit een neutraal standpunt. Met aandacht voor waar ieders motivatie vandaan komt. Mensen die kijken vanuit achterliggende Quaker-waarden. Ik neem tenminste aan dat ‘elders’ dat doen. Waarom hebben de Nederlandse Vrienden die niet? Als ik het aan iemand vraag hoor ik: “Dat willen ze niet”. Welke ZE? Het zou fijn zijn om het er nog eens over te hebben. Zou het iets met privileges in ons Genootschap te maken kunnen hebben? Als je niet veel in de melk te brokkelen hebt, kun je erg veel behoefte aan ‘elders’ hebben, heb ik gemerkt.

Ursula Fuller geeft een verslag van de Quaker ‘Stewardship’ Commissie.

De woorden diversiteit en inclusiviteit komen steeds terug. Het lijkt alsof de Britse Vrienden gezamenlijk bezig zijn om de capaciteiten van ieder mens in hun Genootschap te verwelkomen en in te zetten. Om alle stukjes van God een plekje te geven. Samen bouwen aan steeds meer begrip en inzicht. Ik hoor daarin doorklinken dat we allemaal facetten van God zijn, heel divers! Respect voor allemaal verschillende benaderingen, die allemaal iets anders belichten en samen één geheel vormen.

Ik voel mij wel eens een botte buitenlander hier. Als ik ergens naar toe op weg ben, probeer ik soms tussen mensen door te glippen, even snel. Door de rust om mij heen word ik mij ervan bewust dat ik dan over mensen heen wals. Waar is die haast voor nodig en waardoor ontstaat die haast? Serieus nemen om ‘dat van God in ieder mens’ te zien, te voelen en te horen, betekent ook thema’s vanaf de basis met de hele gemeenschap opbouwen.

Aan het begin van de herschrijving van ‘Quaker Faith and Practice’ wordt er een cursus over gegeven in Woodbrooke. Iedere maandvergadering wordt uitgenodigd om een deelnemer af te vaardigen. Wat een voordeel van zo’n grote gemeenschap. Misschien kunnen wij daar meer van profiteren. Wij doen zo ons best met ons kleine groepje Quakers. Ik word mij hier steeds meer bewust van het belang van de stilte. Niet alleen in de wijdingssamenkomst, maar juist in het gewone dagelijkse bezig zijn. Ik word mij gewaar van de mogelijkheid tot een doorgaand contact met ‘dat van God’. Ik zie hier dat het kan, zelfs met honderden mensen. Én ik voel dat het discipline vraagt. Wij Nederlandse Vrienden houden daar niet zo van. We nemen het, afgezien van in de stille Wijdingssamenkomsten, niet altijd zo nauw met die stilte. We zijn nogal eigenwijs. We lachen er wat om als het genoemd wordt. Het lijkt ‘niet nodig’ in onze kleine groepen. We redden het zo ook wel. Dat zijn zowat opmerkingen die ik hoor en ik zie de rommelige informele manier waarop veel zakenvergaderingen gaan. Op deze plek voel ik dat het dan binnen in mij ontbreekt aan rust en stilte en dus aan contact met het Hogere. Wel belangrijk toch, die basis van ons Quaker-zijn, ook als we met praktische zaken bezig zijn?

In de grote zaal wordt regelmatig een pauze ingelast, als de concentratie niet goed meer kan worden vast gehouden. De schrijver vraagt consequent om de stilte in de zaal te handhaven en buiten pas te gaan praten. En dat gebeurt! Ik zie dat de schrijver respectvolle aandacht geeft en een rustige aanpassing geeft aan de behoefte van de Vrienden in de zaal. Bij het begin van een programmadeel op zondag kijken de schrijver en de assistent schrijver elkaar glimlachend aan. De schrijver is al twee keer opgestaan met haar map in de hand, waaruit zij zaken voorleest en aan de Vrienden voorlegt. Ongeveer gelijk met haar staat een Vriend op om een bijdrage te leveren. Beide keren wordt de microfoon, door degenen die die taak hebben, naar de staande Vriend gebracht. De schrijver gaat weer zitten en kijkt bij de tweede keer glimlachend haar buurvrouw aan. De rest van die sessie blijft ze zitten en geeft aanwijzingen naar wie de microfoon moet.

Kijken door de ogen van privileges naar klimaat rechtvaardigheid en insluiten

Kennelijk is het belangrijker dat gemotiveerde en betrokken Vrienden hun bijdragen geven over de facetten die hen raken in dit thema, dan dat zij haar plan uitvoert. Het maakt geen inbreuk op de rustige gedisciplineerdheid die in de zaal heerst. Centraal staat de gezamenlijke betrokkenheid en vormgeving aan het thema. Daar is de inzet voor, met z’n allen. Ik ben onder de indruk van de verantwoordelijkheid die de Britse Vrienden nemen voor het koloniale verleden. Er wordt gevarieerd ver-
kend wat het thema privileges inhoudt. Schuldgevoelens en schaamte worden benoemd, maar ook werken met de mogelijkheden die privileges nu soms kunnen geven om ongelijkheid te herstellen, ons bevoorrecht-zijn nú positief gebruiken om te werken aan verbeteringen. Ik heb mij deze dagen gevoed gevoeld. Wat is er in 3½ eeuw Quakerisme veel opgebouwd aan het in praktijk brengen van de getuigenissen, aan doelgericht voortgaand werken aan de praktische invulling van onze Quakerwaarden.

Ik hoop gebruik te kunnen gaan maken van de mogelijkheden van deze grote gemeenschap. In een parallelle sessie werd een cursus besproken: Equipment for Ministry. Ik voel vaak weerstand om in de stilte van een
meeting op te staan en mij te uiten. Ik klap dicht in directe contacten die
niet positief zijn, als er spanning is. Het is een cursus van twee jaar, die
ik ingebed, in contact met mijn eigen Quaker achterban zou moeten
doen. Wat kan ik daar veel leren! En hopelijk kunnen we er met elkaar van profiteren. Mensen die deze cursus gevolgd hebben vertelden over een wezenlijk veranderingsproces dat zij hebben doorgemaakt. Het lijkt mij fijn om mij een tijdje te laven aan de verworvenheden van onze Britse Vrienden. Ik ga enthousiast terug naar huis en denk: “Ik voel mij opgetild, het kan dus écht, leven vanuit de Quakerwaarden.”

Tot mijn verrassing pak ik thuis ineens allerlei dingen aan die al liggen te
wachten sinds mijn verhuizing. Zomaar vanzelf komt ineens ergens een hele boel energie vandaan!
Ik raad je aan om de Britse Jaarvergadering te bezoeken als je kunt!

Posted on