Religieus Genootschap der Vrienden

7.3 Overwegingen en Vragen – LD

1.
Vrienden, wees alert op de ingevingen van liefde en waarheid in je hart. Ze kunnen een vingerwijzing zijn van het Licht van God dat ons onze duisternis toont en ons tot nieuw leven brengt.

2.
Orden je hele leven naar Jezus’ voorbeeld.
Ben je ontvankelijk voor de helende kracht van Gods liefde?
Koester dat van God in je, opdat die liefde in je mag groeien en je zal leiden. Laten je eerbied voor God en je dagelijks leven elkaar wederzijds verrijken.
Waardeer de manier waarop je zelf God ervaart, hoe deze ervaring ook tot je komt. Besef dat de navolging van Jezus een levensweg is en niet slechts een begrip of een verzameling opvattingen.

3.
Probeer je tijd vrij te houden om stil te zijn en je zo open te stellen voor de Geest?
Dit is nodig om onze weg te vinden naar en in de stilte. Streef ernaar diep van binnen innerlijk stil te zijn, zelfs midden in je dagelijkse beslommeringen. Daardoor worden we ons steeds dieper bewust van ‘dat van God’ en vinden we de bron van onze innerlijke kracht. Moedig je jezelf aan om je elke dag te richten naar Gods leidende Licht?
Houd jezelf en anderen in het Licht, je ervan bewust dat God iedereen liefheeft.

4.
Het Religieus Genootschap der Vrienden heeft altijd inspiratie geput uit het leven en de lessen van Jezus. Hoe zie jij jouw geloof in het licht van deze erfenis? Hoe spreekt Jezus tot jou vandaag? Volg je Jezus’ voorbeeld van liefde-in-de-praktijk? Kom je door zijn leven tot inzicht wat het werkelijk betekent God te volgen en wat dat kost? Hoe word jij geïnspireerd door Jezus’ relatie met God?

5.
Neem de tijd om te leren van de ervaring die anderen hebben met het Licht. Vergeet het belang van de Bijbel niet, de geschriften van Vrienden en alle andere geschriften die Gods wegen zichtbaar maken.
Besef dat ook twijfel en het stellen van vragen kunnen leiden tot spirituele groei en tot een dieper bewustzijn van het Licht dat in ons allen aanwezig is.
Kun jij op jouw beurt vrijmoedig doorgeven wat je zelf hebt geleerd?
Respecteer de ervaringen en meningen van anderen maar wees niet bang te spreken over wat je zelf hebt ontdekt.

6.
Zoek je van harte samenwerking met andere levensbeschouwelijke groeperingen om gemeenschappelijke doelen te realiseren?
Probeer om met behulp van je inlevingsvermogen en loyaal aan de Quaker getuigenissen het leven en de getuigenissen van andere geloofsgemeenschappen en groeperingen te begrijpen en op deze wijze vriendschapsbanden aan te gaan.

7.
Probeer je ervan bewust te worden dat de Geest van God in jou aan het werk is. Onze geestelijke ontwikkeling gaat ons hele leven door, vaak op onverwachte manieren. In alles om ons heen kunnen we inspiratie vinden: in de natuur, in kunst en wetenschappen, in ons werk en onze vriendschappen, in ons verdriet en in onze vreugde.
Sta je open voor nieuw licht, uit welke bron dan ook?
Overweeg je nieuwe ideeën met onderscheidingsvermogen?

8.
Eerbied is ons antwoord op de betekenis van God in ons leven. Dat kunnen we voelen
als we alleen zijn, maar ook als we ons samen met anderen verlangend openstellen. Dan ontdekken we wellicht een diepere ervaring van Gods aanwezigheid. In de Quaker samenkomsten zoeken we stilte in verbondenheid, zodat we allen voelen hoe de kracht van Gods Liefde ons bij elkaar brengt en ons leven richting geeft.

9.
In de samenkomst zoeken we contact met en geven wij gehoor aan God. Bereid je met hart en hoofd voor op de samenkomst. Geef jezelf en al je beslommeringen over aan God en je zult merken dat het kwade in jou zal verzwakken en het goede in kracht zal toenemen1) R. Barclay (1648-1690), Apology, Propositie 11,sectie 7. .

10.
Kom regelmatig naar de samenkomst, ook al ben je boos, gedeprimeerd, moe of voel je je geestelijk leeg. Sta open voor de ondersteuning van anderen die met jou in de stilte God zoeken. Probeer een spirituele heelheid te zoeken waarin ruimte is voor lijden, dankbaarheid en vreugde. Gebed dat vanuit de diepte van het hart opwelt kan genezing en heelheid bewerken. Laat de stilte van de samenkomst doorwerken in je hele leven.

11.

Wees eerlijk tegen jezelf. Zijn er voor jou ongemakkelijke waarheden die je uit de weg gaat? Laat je niet ontmoedigen als jij je eigen tekortkomingen onderkent. In de gemeenschappelijke stilte en aandacht kunnen we de zekerheid vinden van Gods liefde en zijn kracht zodat we met nieuwe moed verder kunnen gaan.

12.

Wanneer je in de samenkomst door andere dingen in beslag genomen wordt laat de gedachten die je afleiden en hinderen dan rusten en keer terug naar het besef van Gods tegenwoordigheid onder ons en in de wereld. Ontvang het getuigenis van anderen in een geest van zachtmoedigheid en creativiteit. Probeer de woorden te doorgronden, je ervan bewust dat zelfs als het voor jou niet Gods woord is, dat misschien wel zo is voor anderen. Vergeet niet dat wij allen in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor de samenkomst, of wij onze bijdrage leveren in woorden of in stilte.

13.

Ga er niet vanuit dat het nooit op jouw weg ligt een gesproken getuigenis bij te dragen. Als jij je geroepen voelt te spreken, wacht dan rustig af om te kunnen onderscheiden of je bijdrage op zijn plaats is. Laat je niet weerhouden door een te grote bescheidenheid. Wacht tot je er zeker van bent dat wat je zegt werkelijk uit je eigen diepe ervaring komt, en vertrouw er op dat de juiste woorden zullen komen terwijl je spreekt. Probeer duidelijk en verstaanbaar te spreken, met aandacht voor de anderen. Hoed je ervoor te voorspelbaar of te vaak te spreken en laat toevoegingen tegen het eind van de samenkomst, als alles al gezegd is, achterwege.

14.

Houden jullie je Zakenvergadering in een sfeer van eerbied en vertrouwen op Gods leidend Licht? Bedenk dat we niet uit zijn op een meerderheid van stemmen en zelfs niet op consensus. We weten uit ervaring dat, als we geduldig wachten op het Licht, de juiste weg zich voor ons zal openen, zodat we tot eenheid komen.

15.

Neem je zo vaak je kunt deel aan de zakenvergaderingen? Ben je voldoende op de hoogte van onze gedisciplineerde manier van vergaderen om er aan bij te dragen? Neem je de tijd om je met hoofd en hart over moeilijke kwesties te beraden?
Ben je bereid je eigen inzichten en verlangens naast die van de anderen, of zelfs opzij te leggen, wanneer de weg die de vergadering gaat daarom vraagt? Als je zelf niet naar op de vergadering kunt komen, wees er dan in gedachten bij.

16.

Sta je positief tegenover de verscheidenheid aan culturen, talen en geloofsuitingen in onze Jaarvergadering en in de wereldgemeenschap van Vrienden?
Werk eraan om vanuit dit rijke erfgoed en brede scala aan geestelijke inzichten je eigen begrip te verruimen.

17.

Respecteer je ‘dat van God’ in iedereen, ook al wordt het misschien op een ongewone manier geuit of is dat moeilijk te ontwaren?
Ieder van ons ervaart God op een eigen specifieke wijze, en we moeten allemaal onze eigen weg vinden om daar trouw aan te zijn. Als woorden vreemd of verontrustend klinken probeer dan aan te voelen waar ze vandaan komen en wat het leven van de ander heeft gevoed. Luister geduldig en zoek de waarheid die de mening van anderen voor jou kan bevatten. Vermijd kwetsende kritiek en aanstootgevende taal. Zorg ervoor dat de kracht van jouw overtuiging je er niet toe brengt over zaken of mensen uitspraken te doen die onjuist of onrechtvaardig zijn of dingen te zeggen die geen recht doen aan de ander. Houd de mogelijkheid in gedachten dat jij je vergist.

18.

Hoe kunnen we van onze Maandvergadering een gemeenschap maken waarin een ieder zich opgenomen voelt en waarin bezoekers zich welkom voelen?
Tracht elkaar te leren kennen in de dingen, die eeuwig zijn, verdraag elkaars onvolkomenheden en houd elkaar in het Licht.

Als we zachtmoedig de vreugde en het verdriet van elkaars leven durven te delen, we hulp durven te geven en te ontvangen kan onze Maandvergadering een kanaal worden van Gods liefde en vergeving.

19.

Verheug je in de aanwezigheid van kinderen en jongeren in ons midden en waardeer de bijdragen die van hun kant komen. Bedenk dat de Maandvergadering als geheel verantwoordelijkheid draagt voor ieder kind onder onze hoede. Zoek voor hen, net als voor jezelf, de volle ontplooiing van Gods gaven en de volheid van leven, die, zoals Jezus ons leerde, ons deel kan zijn.

Hoe laat je kinderen delen in jouw diepste geloofsovertuiging, terwijl je hen toch vrij laat om zich te ontwikkelen zoals Gods geest dat met hen voorheeft?
Geef je hen de ruimte om hun diepste gevoelens en belevenissen met jou te delen? Ben je bereid van hen te leren, maar ook jouw verantwoordelijkheid jegens hen te aanvaarden?

20.

Laten we aandacht hebben voor allen die met onze Maandvergadering verbonden zijn. Neem je de tijd jouw opvattingen wat betreft het geloofsleven, de wijdingssamenkomsten, dienstbetoon en jouw betrokkenheid bij de getuigenissen van het Genootschap te delen met anderen die naar de samenkomst komen, zowel nieuwkomers, als degenen die al lang lid zijn?

Geef je naar vermogen een deel van je inkomsten aan Quaker werk? 156

21.

Krijgen jullie vriendschappen aandacht en zorg, zodat ze zich verder kunnen ontwikkelen in begrip en wederzijds respect? In diepgaande relaties lopen we de kans gekwetst te worden, maar we kunnen er ook grote vreugde in vinden. Wanneer we groot geluk voelen of veel pijn beleven, zouden we meer open kunnen staan voor het werken van de Geest.

22.

Respecteer de rijke verscheidenheid onder ons, in ons leven en onze relaties. Onthoud je van oordelen over de levenswandel van anderen.
Koester je de geest van wederzijds begrip en vergiffenis die de navolging van ons vraagt? Onthoud dat ieder van ons uniek, kostbaar en een kind van God is.

23.

Het huwelijk is door Vrienden nooit enkel beschouwd als een burgerlijk contract, maar als een religieuze verbintenis. Daarbij verklaren beide partners de intentie om elkaar, met Gods hulp, levenslang lief te hebben en te steunen. Bedenk wel, dat echt geluk afhankelijk is van wederzijds begrip en standvastige liefde. Denk in moeilijke tijden aan de waarde van het gebed, aan doorzettingsvermogen en een goed gevoel voor humor.

24.

Kinderen en jongeren hebben liefde en stabiliteit nodig. Doen wij er alles aan om ouders en anderen die voor deze zorg verantwoordelijk zijn te steunen?

25.

Een langdurige relatie brengt naast vervulling ook spanningen met zich mee. Als de relatie met je partner onder veel druk staat, zoek dan iemand die je kan helpen om het standpunt van de ander te begrijpen en je eigen gevoelens te verkennen, omdat die heftig en destructief kunnen zijn.

Als er kinderen bij betrokken zijn, houd dan rekening met hun wensen en gevoelens en bedenk dat zij steeds liefde en geborgenheid nodig hebben. Zoek in de stilte naar leiding. Als een stukgelopen relatie tot grote verslagenheid en pijn leidt, probeer dan toch zoveel mogelijk op een meelevende manier enig contact met elkaar te onderhouden. Zo kunnen zaken geregeld worden met een minimum aan verbittering.

26.

Zie je en onderken je de behoeften, maar vooral ook de gaven van ieder gezinslid, jezelf niet uitgezonderd?
Probeer van je huis een thuis te maken. Een plek van liefde, vriendschap en vreugde, waar ieder die er woont of komt vrede en verkwikking mag vinden.

27.

Leef avontuurlijk!
Als er keuzes gemaakt moeten worden, kies je dan de weg die de meeste mogelijkheden biedt om je gaven in dienst te stellen van God en de gemeenschap?

157

Laat je leven spreken.
Als er beslissingen genomen moeten worden, ben je dan bereid samen met anderen naar helderheid te zoeken, om Gods leiding te vragen en elkaar met raad en daad bij te staan?

28.

Iedere fase van ons leven biedt nieuwe mogelijkheden. Geef aandacht aan wat de liefde van je vraagt, ook als het geen gewichtige zaken betreft. Probeer in overeenstemming met die liefde het juiste moment te vinden om verantwoordelijkheden op je te nemen of los te laten, zonder onnodige trots of schuldgevoel. Wees attent op wat in liefde van je verlangd wordt, maar laat het geen last worden.

29.

Ben je in staat het ouder worden moedig en hoopvol te benaderen? Tref, indien mogelijk, tijdig maatregelen voor je verzorging, opdat je anderen niet onnodig belast. Ouderdom kan in toenemende mate gebreken en vereenzaming met zich meebrengen, maar de oude dag kan ook rust, onthechting en wijsheid brengen. Bid dat je ook in je laatste levensjaren in staat mag zijn nieuwe wegen te ontdekken om Gods liefde te ontvangen en uit te stralen.

30.

Kun je nadenken over je eigen dood en de dood van hen die je het meest naast staan? Pas als we de dood aanvaarden, zijn we vrij ten volle te leven. Wanneer je een zwaar verlies geleden hebt, geef jezelf dan de tijd voor verdriet. Als anderen rouwen, omring hen dan met je liefde.

31.

We zijn geroepen om te leven in overeenstemming met “dat leven en die macht, die de oorzaak van alle oorlogen wegneemt”. Blijf je trouw aan ons getuigenis dat oorlog en elke voorbereiding voor oorlog onverenigbaar zijn met de boodschap van Jezus?
Onderzoek wat in jouw leefstijl kiemen van oorlog zouden kunnen zijn. Blijf standvastig in ons Vredesgetuigenis, zelfs als anderen gewelddadig handelen of op conflicten aansturen, maar vergeet daarbij nooit dat ook zij kinderen van God zijn.

32.

Laat het Licht schijnen op al die gevoelens, opvattingen en vooroordelen van je, die zouden kunnen leiden tot agressie en conflicten, en erken dat ook jij vergiffenis en genade nodig hebt.
Hoe ben jij betrokken bij verzoening tussen individuen, groeperingen en volkeren?

33.

Blijf je alert op praktijken in je eigen omgeving en elders in de wereld, die mensen discrimineren op grond van wie of wat ze zijn of op grond van hun overtuiging? Getuig van “dat van God in ieder mens”, ook in degenen die de conventies en wetten van de samenleving schenden. Blijf zoeken naar nieuwe aanzetten tot groei en vernieuwing van het sociale

158

en economische leven. Probeer te begrijpen, wat de oorzaken zijn van onrecht, sociale spanningen en angst.
Ben je actief betrokken bij het tot stand komen van een rechtvaardige en barmhartige samenleving die alle mensen in staat stelt hun individuele mogelijkheden te ontwikkelen en die mensen aanmoedigt hun gaven in dienst van de gemeenschap in te zetten?

34.

Denk aan de verantwoordelijkheid die je als burger draagt voor de uitvoering van zaken van plaatselijk, nationaal en internationaal belang. Trek je niet terug wanneer dat tijd en inspanning van je vraagt.

35.

Eerbiedig de wetten van de staat, maar laat je hoogste loyaliteit bij God liggen. Als je je vanuit een diepe overtuiging gedwongen voelt de wet te overtreden, ga dan eerst uitvoerig bij je geweten te rade, en vraag je Quakergroep om je in het Licht te houden. Dat zal je kracht geven als de juiste weg duidelijk wordt.

36.

Steun je degenen die vanuit een sterke betrokkenheid of roeping handelen, zelfs als hun weg niet de jouwe is? Kun je je eigen verlangens en vooroordelen opzij zetten als je samen met anderen zoekt naar de goede weg voor hen?

37.

Ben je eerlijk en oprecht in al wat je zegt en doet?
Ben je onkreukbaar in je manier van zaken doen en je omgang met personen en organisaties? Ga je zorgvuldig om met geld en informatie die aan jou zijn toevertrouwd? Het afleggen van een eed houdt in dat je zonder eed misschien wel niet de waarheid zou spreken. Daarom is een eenvoudige belofte voldoende, mits je beseft dat je daarmee zegt integer te zijn.

38.

Wanneer er druk op je wordt uitgeoefend om concessies te doen aan je integriteit, ben je dan bereid die druk te weerstaan?
Onze verantwoordelijkheid tegenover God en onze naaste zou kunnen betekenen dat we impopulaire standpunten innemen. Laat de wens geaccepteerd te worden, of de vrees eigenaardig gevonden te worden, je beslissingen niet bepalen.

39.

Denk na over welke wegen naar het geluk, die de maatschappij ons biedt, echte voldoening geven en welke leiden tot verderf en vernietiging. Wees scherpzinnig in het kiezen van vormen van ontspanning en het verkrijgen van informatie. Bied weerstand aan het verlangen bezit of inkomen te verwerven door onethische investeringen, speculatie of kansspelen.

40.

Ga na of het, met het oog op de schade die alcohol, tabak en andere verslavende middelen aanrichten, niet verstandiger is het gebruik ervan te minderen, of er helemaal mee te stoppen. Vergeet niet dat het gebruik van alcohol of drugs het oordeelsvermogen aantast en zowel de gebruiker als anderen in gevaar kan brengen.

41.

Probeer sober te leven. Een vrijwillig gekozen eenvoudige levensstijl kan een bron van kracht zijn. Laat je niet ompraten om te kopen wat je niet nodig hebt, en zeker niet wat je je niet kunt veroorloven.
Houd je je op de hoogte van de gevolgen die jouw levensstijl kan hebben voor de economie en het milieu wereldwijd?

42.

De wereld behoort niet aan ons en de schatten van deze aarde zijn niet de onze om er naar willekeur over te beschikken. Behandel alle schepselen met liefdevolle eerbied. Probeer de schoonheid en verscheidenheid in de wereld te behouden. Werk eraan dat onze toenemende macht over de natuur op een verantwoorde manier en met eerbied voor het leven wordt uitgeoefend. Verheug je in de glorie van Gods voortgaande schepping.

Wees een toonbeeld, wees een voorbeeld in alle landen, op alle plaatsen en eilanden, voor alle volkeren, waarheen je ook gaat, opdat jij, te midden van en aan alle soorten mensen, door jouw levenshouding een boodschap kunt brengen. Dan zul je met vreugde over deze aarde wandelen en ‘dat van God’ in ieder mens herkennen en aanspreken.

George Fox, 1656

References

1. R. Barclay (1648-1690), Apology, Propositie 11,sectie 7.
Posted on

7.2 Inleiding en verantwoording bij de Overwegingen en Vragen – LD

Als Vrienden hechten we aan een wijze van samenkomen waarbij God zich direct aan ons kan openbaren en ons kan transformeren. Wij hebben de gemeenschappelijk ervaring dat de Geest ons kan leiden in waarheid, eenheid en liefde; al onze getuigenissen komen voort uit die Leiding. In onze Stille Samenkomst stellen we ons open voor God en elkaar. In onze lange geschiedenis hebben wij ervaren dat de vruchten van Gods geest, waaronder wij met Paulus (Galaten 5:22) onder meer vreugde, geduld, vertrouwen, goedheid, zachtaardigheid en zelfbeheersing verstaan, ons leiden naar waarheid, eenheid en liefde.

Onze Quaker gemeenschap wordt voornamelijk gekenmerkt door de manier waarop Quakers tegen het leven en de medemens aankijken en niet door leerstelligheid. We kennen geen geschreven geloofsbelijdenis, geen dogma’s, geen voorgangers of leiders, geen sacramenten of rituelen, geen heilige teksten, dagen of gebouwen.

Niemand weet meer over God dan iemand. Daarom verwelkomen we juist non-conformistische opvattingen en voelen we ons meer thuis bij twijfel dan bij ‘geloof ’.
Quakers zoeken God op een heel directe manier te ervaren in zichzelf, in hun relatie met anderen en in de wereld om hen heen. De aarde, de medemens, het hele dagelijkse, avontuurlijke leven zelf zijn onze sacramenten. Die ervaring van God inspireert ons tot rechtvaardig en liefdevol handelen. Quakers zijn vanouds mystici én doeners, die zich laten inspireren door Gods geest.

Onze weg richt zich naar het leven en de leringen van Jezus, maar staat ook open voor inzichten uit andere religies en levensbeschouwingen.
Deze Overwegingen en Vragen zijn niet alleen bedoeld voor gebruik in de Stille Samenkomst, maar ook voor persoonlijke overweging. Ze zijn voor ons een bron van uitdaging en inspiratie in ons persoonlijk en gezamenlijk leven. In hun geheel vormen zij een compacte weergave van onze overtuigingen en van de manier waarop we die in ons dagelijks leven toepassen.

Binnen onze gemeenschap is er een grote verscheidenheid aan gaven en overtuigingen en in taalgebruik. De Overwegingen en Vragen kunnen ons helpen elkaar daarin beter te begrijpen en onszelf in dienst van elkaar te stellen. We moedigen elkaar aan om bescheiden en met begrip naar elkaar te luisteren, vol vertrouwen in het Licht dat onze menselijke inspanning en ons begrip overstijgt. Van oudsher hechten wij er aan dat onze geloofsuitspraken gebaseerd zijn op persoonlijke ervaringen. Taal schiet vaak tekort in het formuleren van wat ons ten diepste raakt, en dit is een van de redenen waarom onze vorm van samenkomst is gebaseerd op het ‘wachten in stilte’.

Vanwege onze open theologie, die elke leerstelligheid afwijst en de persoonlijke religieuze ervaring hoogacht, is er in deze hertaling van de Overwegingen en Vragen voor geko-
zen om de meest gebruikte termen uit de Quaker traditie te variëren, om het gevaar van verstening en daardoor betekenisverlies te voorkomen, en opdat eenieder vanuit zijn en haar individuele opvattingen er herkenning in kan vinden. Voor ‘God’ staat daarom soms ook ‘Licht’, ‘Innerlijk Licht, ‘Inwaarts Licht’, ‘Liefde’ en ‘de Eeuwige’: elke benaming is slechts een beeld van het onnoembare dat ons inspireert. We hebben beelden nodig, omdat het nu eenmaal niet mogelijk is een relatie te hebben met een beeldloze. Het ene beeld spreekt de één aan, het andere een ander, maar we moeten ons ervan bewust blijven dat onze woorden en beelden betrekkelijk zijn.

Posted on

6. Organisatie – LD

George Fox begreep al van meet af aan dat een religieuze beweging een minimum aan structuur nodig heeft om haar inzichten en ervaring door te kunnen geven aan toekomstige generaties. Hij ontwikkelde een organisatiestructuur voor het Religieus Genootschap der Vrienden die vandaag de dag nog steeds bestaat. Ook werden binnen het Genootschap bijzondere vormen van overleg ontwikkeld, die in dit hoofdstuk beschreven worden.

Posted on

10. Register

10.1 Personen

Ames, William
Amyraut, Moïse
Ariëns Kappers, Piet
Arps, Kitty

Balijon, Wim
Barclay, Robert
Barton, John
Barton, William
Beck, Christopher
Blackwell, Frank
Boeke, Kees
Boeke-Cadbury, Betty
Boelsma, Marianne
Boetes, Otto
Bosman, Ton
Bright, Jacob
Bright, John
Brusse, Jos
Bowen, William
Burger, Bram
Burr, Elizabeth
Burrough, Edward
Buter, Rieke
Buter, Rien

Carmen, Jean
Catchpool, Corder
Caton, William
Ceresole, Pierre
Cobden, John
Collin, Peter
Crisp, Stephen
Croese, Gerard
Curtis, William

Daamen, Daan
Davies, Cathy
de Hartog, Jan
de Winter, Jan
Dibbits, Tjeerd
Doncaster, Hugh

Drewett, Gerald
Dries, Erik
Droog, Thea
Durham, Geoffrey
Earnshaw, Angus
Ellwood, Thomas
Farnsworth, Richard
Faulkner, Jennifer
Fell, Margaret
Fell, Thomas
Fliedner, Theodore
Fothergill, John
Fox, George
Frenkel, Emilie
Fry, Elisabeth
Fry, Joseph
Furly, Benjamin
Furnée, Willem

Gandhi
Gould, Helen
Greenleaf Whittier, John
Gregorius, Sophia
Grimké, Sarah

Haigh, Clifford
Hendriks, Elizabeth
Herrebout, Inge
Heydecker, Jane
Hicks, Edward
Hofman, Jo
Howgill, Francis
Huis, Susanna
Hummels, Erik

IJspeert, Marianne

Jones, Rufus
Johnson, Jennifer

Kalff, Anton
Ketner, Pieter
Kruithof, Piet
Kuipers, Leuntje

Laman Trip, Corry
Lawson, Thomas
Lemberg, Rudolf
Lieftinck, Jim
Lieftinck, Louise
Lieftinck, Miep
Limburg, Rob
Loe, Thomas
Locke, John
Mendl, Wolf
Molenaar, Coby
Mollet, Jean Etienne
Morland, Lucy

Naylor, James
Nichols, Val
Nieuwerth, Kees

Nusselder, Wim
Oats, William

Papunehang
Parker-Rhodes, Damaris
Parkinson, Sydney
Pearson, Anthony
Penington, Isaac
Penington, Mary
Penn, William
Pinthus, Eva I.
Pollatz, Karl-Heinz
Pollatz, Manfred
Priestman, Elisabeth
Proude, Mary

Reine Cotta, Sophie
Riedel, Mien
Rowntree, Joseph

Savery, William
Schreuder, Mien
Scurfield, Liz
Sewel, Jacob
Sewel, William
Simons, Menno
Smith, Robert Lawrence
Spreij, Peter
Steere, Douglas
Stephen, Caroline Emilia

Talcot, Ann
Tse, Lao
Tweet, Kathy

Ubas, Henk

van Andel, Lyd
van As, Antoni
van Dalfsen, Dina
van der Hoek, Laura
van Everdingen, Maria
van Meer, Eg
van Oosten, Aad
van Schuurman, Anna Maria
van de Wissel, Anton
Visser, Irene

Weening, Hans
Weitsch, Martina
Windsor, Arthur
Windsor, Ursula
Woldendorp, Adolf
Woods, Herbert G.
Woolman, John
Woolman, Samuel

Zaru, Jean
Zevenbergen, Jethro
Zinspenning, Judith

10.2 Onderwerpen

Avondmaal: 1, 2, 3
Bijbel: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18
Burgerlijke ongehoorzaamheid: 1, 2
Dood, begrafenis en rouwbetoon: 1, 2
Doop: 1, 2, 3, 4
Duurzaamheid: 1, 2, 3, 4
Eenvoud: 1, 2, 3, 4
Eed of belofte: 1, 2, 3
Ethische vragen rond leven en dood: 1, 2
Gelijkwaardigheid: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8
Geloofsbelijdenissen: 1, 2, 3, 4, 5
Getuigenissen: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9
Geweldloosheid: 1, 2, 3, 4
Gewetensbezwaren: 1, 2
God: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
Heilige Geest: 1, 2, 3
Huwelijk: 1, 2, 3
Internationale inzet: 1
Inwaarts Licht/Innerlijk Licht: 1, 2, 3, 4 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12
Jezus: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15
Kinderen: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10
Koninkrijk Gods: 1, 2, 3, 4
Kunsten: 1
Lidmaatschap: 1, 2
Mystiek: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8
Oecumene: 1
Opvoeding: 1, 2, 3
Organisatie: 1, 2, 3
Ouderdom: 1, 2
Raad van Kerken/Wereldraad van Kerken: 1, 2 3, 4, 5
Sacramenten: 1, 2, 3, 4
Schrijver: 1
Slavernij: 1, 2, 3, 4, 5, 6 7, 8, 9
Stille Samenkomst/wijdingssamenkomst: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9
Strafstelsel: 1
Vrede: 1
Vredesgetuigenis: 1, 2, 3, 4, 5, 6
Vredesopvoeding: 1, 2
Seksualiteit: 1
Overwegingen en vragen: 1, 2, 3, 4, 5
Rechtvaardigheid: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
Roeping/concern: 1
Vluchtelingenwerk: 1
Vrouwenrechten: 1, 2

Posted on

7.1 Historische achtergrond – LD

De Raadgevingen en Vragen – zoals ze van oudsher werden genoemd – zijn bedoeld om te gebruiken in de Stille Samenkomsten, bij stille inkeer en reflectie, als een uitdaging en inspiratie in ons persoonlijk leven en ons leven als geloofsgemeenschap. Zij geven in beknopte vorm een indruk van ons geloven en werken. Ze zijn al in de zeventiende eeuw ontstaan toen de Britse Jaarvergadering in 1682 besloot de Maandvergaderingen de volgende drie vragen te stellen.

De eerste vraag was welke Vrienden sinds de laatste Algemene Vergadering overleden waren. De tweede vraag was welke Vrienden omwille van hun getuigenis in de gevangenis beland waren sinds de laatste Algemene Vergadering. De derde vraag luidde: Hoe is de Waarheid gegroeid onder jullie sinds de laatste Algemene Vergadering en hoe staat het met de vrede en eenheid onder de Vrienden? Deze eerste vragen waren bedoeld om feitelijke informatie over de Vrienden te verzamelen, inzicht in de ontwikkeling van het Genootschap te krijgen en vast te stellen of er ergens ondersteuning nodig was.

De drie vragen werden later uitgebreid naar zes. Vanaf 1700 werd een formele schriftelijke reactie gevraagd aan de Maandvergaderingen. Daardoor begon ook het karakter van de vragen te veranderen. Toen de Britse Jaarvergadering midden achttiende eeuw leden verloor en kleiner werd, bezocht een soort visitatiecommissie alle Maandvergaderingen. Deze commissie vroeg om – wat toen heette – de Raadgevingen en Vragen regelmatig te lezen en te beantwoorden.

Periodiek werden de raadgevingen en vragen herzien in de daaropvolgende eeuw. De Vrienden werden beïnvloed door de evangelische beweging en dit kwam tot uiting in de herziening van 1833. De Raadgevingen en Vragen werden toen geheel herschreven en uitgebreid. Begin negentiende eeuw begonnen de Vrienden kritische vragen te stellen rond de traditionele praktijken van het Genootschap, met inbegrip van het periodieke lezen en beantwoorden van de Raadgevingen en Vragen. De waarde ervan voor reflectie als individuele Vrienden én als Maandvergaderingen werd vanaf het begin benadrukt en als belangrijker gezien dan de formele beantwoording, die dan ook werd afgeschaft. Veel Maandvergaderingen namen de gewoonte aan om een van de Raadgevingen en Vragen te lezen aan het begin of het slot van een Stille Samenkomst.

Pas in 1928 werden de Raadgevingen en Vragen opnieuw herzien. Tegen die tijd stonden de Vrienden onwennig tegenover het enigszins evangelische taalgebruik en wensten zij ook meer nadruk op de maatschappelijk inzet van Quakers. De raadgevingen over gesproken bijdragen in de Stille Samenkomsten werden toen zo herschreven dat Vrienden die aarzelen te spreken in de Stille Samenkomst worden aangemoedigd dit wel te doen.

In 1949 werd het taalgebruik opnieuw aan de tijd aangepast. Bij een herziening in 1964 werd een aantal verwijzingen naar nieuwe maatschappelijk verschijnselen in de Raadgevingen en Vragen opgenomen. Weer twintig jaar later ontstond opnieuw een vraag naar herziening. Er was kritiek op de masculiene en soms ook theologische formuleringen. Toen de Britse Jaarvergadering in 1986 een commissie benoemde om het gehele Quaker Faith and Practice te herzien werden ook de Raadgevingen en Vragen weer herschreven. Dit resulteerde in een conceptversie van de Raadgevingen en Vragen die eerst een tijdlang beproefd werd door de Maandvergaderingen. Op basis van de reacties bood de commissie een bijgewerkte versie aan in 1994, die door de Britse Jaarvergadering werd goedgekeurd. De huidige Nederlandse hertaling van de Raadgevingen en Vragen is op die laatste, door de Britse Jaarvergadering in 1994 goedgekeurde versie gebaseerd, maar grondig hertaald en bij de tijd gebracht.
In de loop der tijd meenden sommigen onder ons dat de Raadgevingen en Vragen soms wat bevoogdend zijn, alleen de naamgeving Raadgevingen al!
Daarom is hier gekozen voor de bewoordingen Overwegingen en Vragen.

Posted on

6.5 Lidmaatschap – LD

Belangstellenden die gedurende enige tijd hebben deelgenomen aan de Stille Samenkomsten en andere activiteiten van de Maandvergadering in hun regio kunnen tot het besluit komen lid te worden. Het lidmaatschap betekent het aanvaarden van discipelschap binnen een ruim christelijk en religieus perspectief en het accepteren van onze Quaker traditie, waarbij de wijze waarop we leven even belangrijk is als de getuigenissen die ons dierbaar zijn. Lidmaatschap wordt gekenmerkt door elementen als toewijding en verantwoordelijkheid, maar ook vreugde en viering. Lidmaatschap is een openbare aanvaarding van wezenlijke elementen van het Quakerzijn: het zoeken naar de leiding van de Geest, de Stille Samenkomst en de wijze van besluitvorming in de Samenkomst voor Zaken en de getuigenissen als de uitdrukking van innerlijke overtuiging (zie Quaker getuigenissen, blz. 83.)

Door het lidmaatschap aan te vragen bevestigt men de aard van de gemeenschap en aanvaardt men de verantwoordelijkheid daaraan actief bij te dragen. Lidmaatschap vraagt om toewijding aan haar waarden en daadwerkelijke deelname aan de Quaker gemeenschap en haar activiteiten.

Een lidmaatschapsaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij de Schrijver van de Maandvergadering in de regio. In deze brief kan enige informatie gegeven worden waarom de aanvrager zich aangetrokken voelt tot het Religieus Genootschap der Vrienden. Tijdens de eerstvolgende Zakenvergadering zal de Schrijver de aanvraag onder de aandacht van de Vrienden brengen en worden twee Vrienden aangewezen om het aspirant-lid te bezoeken. Deze Bezoekende Vrienden zullen in gesprek met het aspirant-lid nagaan of deze vertrouwd is met ons Genootschap en de verantwoordelijkheden die het lidmaatschap inhoudt. Het bezoek is niet bedoeld als een toelatingsgesprek maar om na te gaan of de betrokken partijen er goed aan doen deze verbintenis aan te gaan. Dit gesprek biedt de gelegenheid het aspirant-lid op een meer persoonlijke manier te leren kennen en voor het aspirant-lid om dieper in te gaan op typische Quaker waarden en getuigenissen en daar met meer ervaren Vrienden over te praten. Het is gebruikelijk dit gesprek te laten beginnen en af te sluiten met een korte periode van stilte. Van aspirant-leden wordt verwacht dat zij zich verdiept hebben in onze Quaker geschiedenis, getuigenissen en activiteiten en organisatie- en besluitvormingsstructuur.

De Bezoekende Vrienden brengen over hun bevindingen schriftelijk verslag uit aan de Maandvergadering. In de eerstvolgende Zakenvergadering wordt dit verslag voorgelezen en door de Bezoekende Vrienden toegelicht. Het aspirant-lid, indien aanwezig, zal gevraagd worden de vergadering te verlaten terwijl de Maandvergadering de lidmaatschapsaanvraag behandelt. Vrienden dienen zorgvuldig om te gaan met gevoelige persoonlijke informatie die tijdens het gesprek met de Bezoekende Vrienden aan de orde is gekomen. Aanvragen worden meestal positief verwelkomd. In een enkel geval krijgt het aspirant-lid in het gesprek met de Bezoekende Vrienden het advies wat meer tijd te nemen om zich vertrouwd te maken met onze Quaker gemeenschap. In heel uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een lidmaatschapsaanvraag afgewezen wordt.

Wanneer de Zakenvergadering meent dat het goed is iemand als lid te verwelkomen zal
de Schrijver hiervan een Minuut maken en een kopie daarvan aan het nieuwe lid en aan de Schrijver van de Jaarvergadering sturen. Bij de eerstvolgende Algemene Vergadering kunnen nieuwe leden van Maandvergaderingen welkom geheten worden en ingeschreven worden in een ledenregister met verwijzing naar de Minuut van de Maandvergadering. Vrienden die voor langere tijd naar een andere plaats of ander land verhuizen kunnen hun lidmaatschap van hun oude Maandvergadering naar de nieuwe over laten schrijven. Hiertoe kunnen Vrienden de Schrijver van de Maandvergadering waarvan zij lid zijn verzoeken dit te doen. Dit wordt gewoonlijk gedaan in de vorm van een Minuut die aan de andere Maandvergadering gestuurd wordt.

Als een Vriend zijn of haar lidmaatschap wil beëindigen wordt dit schriftelijk medegedeeld aan de Schrijver van de Maandvergadering. Deze brief wordt op de eerstvolgende Zakenvergadering behandeld. Twee Vrienden worden benoemd die een gesprek voeren om met de betrokken Vriend te spreken over de redenen om het lidmaatschap te beëindigen. De Bezoekende Vrienden brengen hun verslag uit aan de Maandvergadering. Het lidmaatschap van de betrokken Vriend blijft nog van kracht. Na een jaar wordt deze Vriend gevraagd of hij/zij bij de opzegging blijft. Is dit het geval dan wordt dit bij Minuut vastgesteld en doorgegeven aan de Schrijver van de jaarvergadering.

Wanneer een Vriend overlijdt wordt in de eerstvolgende Zakenvergadering hiervan een Minuut gemaakt. Een kopie van deze Minuut wordt aan de Schrijver van de jaarvergadering gestuurd.

Advies aan Bezoekende Vrienden
Probeer zodanig een tijdstip en plaats met het kandidaat-lid af te spreken, dat in alle rust en openheid een gesprek kan plaats vinden. Het is goed het gesprek te beginnen met een korte stilte en probeer het ook te beëindigen met een stilte. Maak aan het begin van het gesprek aan het kandidaat-lid duidelijk wat de bedoeling van het gesprek zal zijn.
Om de Maandvergadering in de gelegenheid te stellen een goed besluit te nemen over een lidmaatschapsaanvraag zullen de bezoekende Vrienden in het gesprek met een kandidaat-lid vooral na dienen te gaan of hij/zij een bescheiden leerling wil zijn in de school van Jezus; dat hij/zij zich richt naar het Licht; dat hij steun ervaart door en in onze Stille Samenkomsten, ondanks het ontbreken van uiterlijke vormen. Wij zijn overtuigd dat onze getuigenissen een uitvloeisel zijn van de geloofservaring van de Vrienden, maar dat een volledige overeenstemming met ons, wat betreft geloof of levensstijl niet hoeft te worden verlangd.
Toch dient men zich er zorgvuldig van te vergewissen of een kandidaat-lid het eens is met de opvattingen en praktijken van de Vrienden, niet zozeer theoretisch, maar in het besef dat deze een uitvloeisel zijn van een oprecht geloof in God, zoals dit is geopenbaard in het leven van Jezus en zich nog altijd als een Licht openbaart in de harten van de mensen.
De kandidaat dient op de hoogte gebracht te worden van de verantwoordelijkheden die het lidmaatschap met zich meebrengt: dat men niet alles geven noch ontvangen kan wat het lidmaatschap inhoudt als men niet regelmatig aan Stille Samenkomsten en Zakenvergaderingen deelneemt en een passend aandeel neemt in de werkzaamheden van het Genootschap en de verantwoordelijkheid daarvoor.
Leven uit het Innerlijk Licht, 1952, blz. 266-270 (bewerkt) en Leidraad Bezoekende Vrienden Amsterdamse MV.

“Rechten” verkrijgt men niet door het lidmaatschap; zelfs niet het recht om zich op dit lidmaatschap te beroepen, bijvoorbeeld door te zeggen: ‘ik ben immers Quaker’. Men kan hoogstens zeggen: zo moet ik om mijn gewetens wil handelen, en daarom behoor ik tot de Quakers! Het Genootschap der Vrienden is geen vereniging waarvan men lid wordt en waarvoor men weer bedankt! Het is ook niet voldoende, wanneer men zegt: ik ben humanist en de arbeid der Quakers is mij uiterst sympathiek; of: ik heb mijn leven geheel in dienst van de naastenliefde gesteld. Dat zijn allemaal zeer belangrijke dingen maar bij de kwestie van het lidmaatschap gaat het niet om een vraag van ons aan het Genootschap, maar om een, die het Genootschap aan ons stelt, en dat is de kwestie der verantwoordelijkheid.

Instemming met het geloof en werken van het Genootschap is zeker voorwaarde voor het lidmaatschap, maar in de instemming zonder meer ligt nog iets passiefs. Lidmaatschap echter betekent activiteit, zij het dan niet in de vaak voorkomende zin van activiteiten tot elke prijs. Manfred Pollatz 1936.

De Quaker groep is van gevoelen dat Vrienden op zijn minst drie jaar Quaker moeten zijn geweest om te kunnen worden gekozen tot Bezoekende Vrienden voor lidmaatschap. Haagse Maandvergadering, Minuut 20, 1937.

Essentieel betekent ons Genootschap, als zodanig, niets, d.w.z. het formele lidmaatschap ervan sluit niet een beter, of zelfs ook maar ander “christen zijn” in. Wij willen slechts met elkaar en met anderen in stilte samenkomen, omdat wij ervaren hebben, dat, waar twee of meer in Christus’ naam verenigd zijn, Hij met ons is. Hier vinden wij de bron van eeuwig leven.
Eg van Meer, 1957.

Mijn dochter moest een voordracht houden over de Quakers in de hoogste klas der middelbare school. Zij riep mijn hulp hierbij in. Ik wist niets van de Quakers af, maar had in de krant gelezen dat er iedere zondag op het Raphaelplein een Quaker dienst gehouden werd. Daar trokken wij toen samen enkele keren heen. Zij was meer geboeid dan ik. Die vreemde stilte maakte me onrustig.

Enige tijd verliep. Ik maakte toen een heel moeilijke tijd door en vond geen oplossing in een gewetensconflict. Na enkele maanden bezocht ik weer een meeting. Toen was het dat in mij een sterk licht begon te schijnen. Ik ervoer met zekerheid de alles omvattende liefde van God. Ik wist vanuit de ervaring ook hoe ik moest handelen. Sindsdien had ik een sterke behoefte de zondagse meetings mee te maken, een grote vreugde vervulde mij.

Emilie Frenkel, 1960.

Een heel belangrijke factor was mijn gevoel dat ik er eigenlijk al bij hoorde, dat het lid worden het bevestigen was van een bestaande toestand. Bepalend was verder mijn overtuiging dat de wijdingssamenkomst mij dichter tot God bracht dan enig andere vorm van eredienst. De plezierige persoonlijke verhoudingen en de openheid waarmee ik van het begin af tegemoet getreden was speelden ook een belangrijke rol. Dan was er de verbondenheid met Vrienden in andere landen en het werk dat door de Vrienden werd en wordt gedaan om anderen te helpen, om betere verhoudingen te bevorderen en door beter begrip de vrede dichterbij te brengen. Tenslotte was er de verdraagzaamheid en eerbied voor andere religieuze opvattingen, zowel onder elkaar als in het werken en spreken met andersdenkenden. Mien Schreuder, 1960.

Ik heb al even genoemd het vrije karakter van het Genootschap. Enkele elementen daarvan zijn: geen menselijke leiding en geen opgelegde godsdienstige of maatschappelijke dogma’s. Maar dit wil niet zeggen dat het lid-zijn van het Genootschap een vrijblijvende zaak is. Immers, het trachten te luisteren naar de innerlijke stem en de bereidheid daaraan te gehoorzamen, zal, als het goed is, de basis zijn van ons persoonlijk en gemeenschappelijk leven.

Adolf Woldendorp, 1972.

Quaker worden was voor mij niets meer of minder dan het besluit om mezelf voortaan aan te laten spreken op de Quakeridealen, het besluit om mijn ideeën en mijn handelen te delen met (andere) Quakers, zodat ze me zouden kunnen helpen om die ideeën en dat handelen beter in overeenstemming te brengen met mijn (onze) idealen.

Wim Nusselder, 1985.

Als voornaamste voorwaarde waaraan iemand die het lidmaatschap aanvraagt moet worden getoetst werd altijd door de Engelse Vrienden genoemd dat hij/zij ‘een nederige leerling in
de school van Christus is’. In de praktijk wordt hier niet altijd op gelet. Het kan zijn dat de werkelijkheid van de Inwaartse/Uitwaartse reis niet de nadruk krijgt en dat sommigen lid
worden omdat zij het vredesgetuigenis of een andere activiteit steunen, zonder dat ze beseffen dat Quakeractiviteiten voortvloeien uit een geestelijke bron. Dit kan leiden tot individualisme en het verlies van de gemeenschappelijke relatie tot God.
Henk Ubas, 2001.

<– Vorige: 6.4 Quaker Organisatie
Volgende: 7: Overwegingen en Vragen: historische achtergrond –>

Inhoud

Posted on

6.4 Quaker organisatie – LD

De organisatiestructuur van het Religieus Genootschap der Vrienden (Quakers) hangt nauw samen met de ‘kerkorde volgens het evangelie’, waarin het priesterschap van alle gelovigen een belangrijke rol speelt. George Fox zei hierover: Christus is aanwezig te midden van zijn gemeente als regeerder, voogd en regelgever. Het gezamenlijke priesterschap brengt gedeelde verantwoordelijkheden met zich mee.

Quakers zijn wereldwijd georganiseerd in groepen die Maanden Jaarvergaderingen worden genoemd omdat ze traditioneel maandelijks respectievelijk jaarlijks bij elkaar komen om zaken af te handelen in zogenoemde Zakenvergaderingen.
De meeste Jaarvergaderingen zijn aangesloten bij het Quaker Wereldcomité – Friends World Committee for Consultation. Wereldwijd zijn er om en nabij één miljoen Quakers.

De Jaarvergadering is het hoogste besluitvormende orgaan van het Genootschap. De jaarlijkse bijeenkomst van de Jaarvergadering wordt in Nederland de Algemene Vergadering genoemd. Om dringende zaken ook af te kunnen wikkelen tussen de jaarlijkse Algemene Vergaderingen in is er een interim orgaan: de Landelijke Commissie.

De Maandvergadering is de primaire eenheid in de Quaker organisatiestructuur. Maandvergaderingen zijn autonoom. Een groep Quakers die Stille Samenkomsten houden mogen zich pas een Maandvergadering noemen als zij door de Jaarvergadering zijn erkend. In Nederland kennen we op dit moment (2015) de volgende Maandvergaderingen: de Amsterdamse Maandvergadering, de Haagse Maandvergadering, de Noordoost Nederlandse Maandvergadering (in Groningen), de Midden en Zuid Nederlandse Maandvergadering (in Bennekom). Verder zijn er twee – nog niet als Maandvergadering erkende – Quaker- groepen, één in Deventer en één in Zuid-Nederland.

In ons kleine Genootschap zijn bepaalde verantwoordelijkheden ondergebracht bij de Jaarvergadering die in het buitenland bij Maandvergaderingen zijn gelegd. Dit is niet vreemd als men bedenkt dat Maandvergaderingen in grotere landen vaak meer leden hebben dan de hele Nederlandse Jaarvergadering.

Zo berusten bijvoorbeeld de volgende verantwoordelijkheden bij de Nederlandse Jaarvergadering: Beheer van het archief, de Quaker bibliotheek in Amsterdam, het beheer en onderhoud van het onroerend goed (via de Commissie Huizenbeheer) en andere vermogensbestanddelen, de uitgave van (promotionele) Quaker literatuur (via de Literatuur- commissie), vredeswerk, ondersteuning van sociale- en vredesprojecten in binnen- en buitenland (via het Quaker Hulpfonds).

Om Jaarvergadering en Maandvergaderingen goed te laten functioneren benoemen zij ieder een Schrijver uit hun midden. De naam van de functie is ontleend aan een belangrijke onderdeel van de functie, namelijk het begeleiden van het besluitvormingsproces in de Zakenvergaderingen en het vastleggen van het gevoelen van de Zakenvergadering. Hierbij is het algemene gevoelen van de samenkomende Vrienden in dit besluit geleid te worden door de Geest leidend.
Of het nu een grote of een kleine Maand- of Jaarvergadering betreft, het goed bewaren van stukken, met name Minuten, is van groot belang. Het minutenboek is een belangrijk document en wordt te zijner tijd ook een historisch document dat inzicht verschaft in de ontwikkeling van die groep Vrienden.
Kleinere Jaarvergaderingen hebben vaak moeite om voor alle taken Vrienden te vinden die deze goed kunnen vervullen. Vaak hebben die Vrienden ook nog eens een druk beroeps- en familieleven. Daarom streven we ernaar de organisatiestructuur zo eenvoudig mogelijk te houden. Vandaag de dag kan moderne technologie ons hierbij ook vaak een handje helpen. Omdat wij de gewoonte hebben minuten ter plekke schriftelijk vast te leggen kunnen er echter dringende vraagtekens worden gezet bij het gebruik van Skype en e-mail.

De Nederlandse Jaarvergadering is een erkend kerkgenootschap en als zodanig lid van de Raad van Kerken in Nederland.
De Nederlandse Jaarvergadering oefent geen directe invloed uit op de politiek, maar doet dit via de Raad van Kerken in Nederland en de volgende non-gouvernementele organisaties, te weten de Quakerraad voor Europese Aangelegenheden en de Quaker United Nations Office.

Er zijn twee dingen, zonder welke een Quakergemeenschap nimmer zal kunnen stellen: eenheid in God en gemeenschap met elkaar. Beide beleven wij in onze stille wijdingssamenkomsten. Zou de eenheid in God geen ervaarbare eenheid zijn, dan zou de voornaamste grond voor het bestaan van ons Genootschap zijn verdwenen. En de ervaring van deze eenheid is tevens de ervaring van de gemeenschap der mensen.

Adolf Woldendorp, 1958.

Het was George Fox, die eenmaal getuigde:
‘Een ware kerk is geen gebouw, doch een gemeenschap van Gods kinderen, in Zijn Liefde verenigd.’
Het is deze kleine gemeenschap die wij steeds weer opnieuw trachten te zijn, die ik danken wil voor alle steun, liefde en begrip uit alle richtingen ontvangen…
Jo Hofman, 1959.

Quaker meetings en ook de mensen waaruit ze bestaan verschillen van karakter op elk tijdstip, zowel als in de loop der tijden. Sommige perioden zijn vervuld van groei en naar buitengerichte activiteiten. In andere is dat in mindere mate het geval. Misschien zelfs als men zucht onder de inspanningen om vroeger begonnen werken in hun uiterlijke vormen in stand te houden.

Dit brengt ons tot de vraag: Waar staan we vandaag ten opzichte van het geloof en de werken. Gaan we van de juiste volgorde uit: eerst het geloof, dan de werken? Of zetten we werk voort dat ontstaan en drijvende kracht dankte aan het geloof van degenen die ermee begonnen?
Als we in een toestand verkeren waarin de meeting meer taken heeft te verzetten dan er mensen zijn om uit te voeren, of als we meer doeleinden willen nastreven dan we kunnen volhouden, dan is ernstig zelfonderzoek geboden. Misschien moet ons geloof worden versterkt door meer eigen voorbereiding van elk lid van de groep.

Frank Blackwell, 1983.

Er is door verwonderde buitenstaanders, die keken naar het Religieus Genootschap der Vrienden, wel eens gezegd: als je je een geloofsgemeenschap indenkt, door een aantal vrienden opgericht, een gemeenschap die geen bestuur heeft, geen geloofsbelijdenis, geen dogma’s, geen voorgangers in de eredienst, waar nooit wordt gestemd over te nemen besluiten, dan kun je toch niet anders verwachten dan dat zo’n gemeenschap, al is zij nog zo enthousiast en eensgezind begonnen, onmogelijk kan blijven bestaan, maar binnen korte tijd letterlijk spoorloos zal verdwijnen. En nu bestaat het moedergenootschap al ruim drie eeuwen en onze Jaarvergadering al ruim een halve eeuw.
Anton Kalff, 1988.

De organisatie is een noodzakelijk kwaad om de beweging gaande te houden. Maar het levensgrote risico is dat de organisatie de beweging verlamt door dwingende regelgeving, zeg maar de letter die doodt, terwijl de Geest levend maakt. En de Geest is niet in een organisatie te vangen… We hebben veelal geprobeerd conflicten op te lossen door goede afspraken te maken over te volgen procedures. Maar daarmee komen we in de sfeer van het contract. De regeltjes die we dienen na te leven en waar we elkaar op controleren. En als de regels belangrijker worden dan de vriendschap, als we elkaar pijn gaan doen en beschadigen met al onze regels, dan zijn we op de verkeerde weg…

Maar daar zit het echte probleem niet. Als we als Vrienden met elkaar Vrienden willen zijn, en ons door de Geest laten leiden, dan komen we daar wel uit, en kunnen, als dat nodig is, ook wel correcties in onze organisatiestructuur aanbrengen.
Peter Spreij, 2002.

<– Vorige: Gesprek vanuit de stilte
Volgende: Lidmaatschap –>

Inhoud

Posted on

6.3 Gesprek vanuit de stilte – LD

Het Gesprek vanuit de Stilte is een samenkomst die vooral bedoeld is om gevoelens en gedachten met elkaar te delen. Meestal is het geconcentreerd rondom een bepaald onder- werp dat vooraf kort wordt ingeleid.

Net als in andere Quaker samenkomsten is de stilte een belangrijk hulpmiddel om ook tijdens zo’n gesprek in contact te blijven met “dat van God in ieder mens”. Stilte vormt een open ruimte waarin Vrienden zich samen geborgen kunnen voelen zodat ze zich vrij kunnen uiten.

De stilte geeft iedereen de gelegenheid om intens te luisteren naar de ander, maar ook naar zichzelf en zo de motieven te overwegen van waaruit men iets wil zeggen. Deze motieven kunnen veelsoortig zijn: de wil om te troosten, te imponeren, te helpen, terecht te wijzen, de aandacht te trekken, de stilte te verdrijven… Echte communicatie ontstaat pas als de woorden iets meedelen over dat wat werkelijk in degene die spreekt zelf leeft. De woorden zijn in dat geval niet bedoeld om iets in de omgeving te bewerkstelligen, maar om een zo getrouw mogelijk beeld te schetsen van wat er ten diepste in het innerlijk leeft en beweegt. Meestal levert dit geen woordenstroom op, maar eerder een stamelend zoeken naar die woorden die de innerlijke mens aan de buitenwereld kunnen openbaren. Woorden die niet kunnen kwetsen en niet weersproken kunnen worden.

Het Gesprek vanuit de Stilte is als een vijver met stil, helder water, waar de gesprekspart- ners omheen zitten.1) Het beeld van de vijver is ontleend aan Patricia Loring: Listening Spirituality De gesproken bijdrage is als een steentje dat in het water wordt geworpen. De bewegingen die in het water ontstaan zijn als de emoties die door de bijdrage in de aanwezigen wordt opgewekt. De deelnemers wachten in stille aandacht hoe alle beweging en rimpeling in het water tot rust komt. Vanaf dat moment is er ruimte voor een nieuwe gesproken bijdrage. Aan het einde van het gesprek vormen de stenen op de bodem van de vijver een mozaïek dat tot slot van het gesprek nog enige tijd in stilte door alle deelnemers wordt overdacht en overwogen.

Door onbevangen en intens te luisteren naar wat een ander zegt, stimuleer je deze om zijn of haar diepste gevoelens te verwoorden. Dit werkt bevrijdend. Woorden die vanuit het hart van een spreker komen, hebben vaak het vermogen om diep door te dringen in het hart van de luisteraar. Zo komt echte communicatie tot stand. Net als bij de Stille Samen- komst is ook de bijdrage van degenen die het gesprek zwijgend met hun stille aandacht dragen, van grote waarde.

Wat ik het meest gewaardeerd heb tijdens mijn tijd op Woodbrooke was de mogelijkheid deel te nemen aan gesprekken vanuit de stilte. Ik geloof dat deze van fundamentele betekenis zijn voor individuele geestelijke groei en persoonlijk welbevinden en voor de gezondheid van de gemeenschap waarvan men een actief lid is. Ik ontwikkel een capaciteit om beter te luisteren naar ontboezemingen van zorgen en vreugde wanneer anderen vertellen over hun geestelijke reizen. Er is de voorzichtige hoop dat we op begrip mogen rekenen bij ons onhandig proberen te communiceren. Moed groeit echter als we de zorg van anderen ervaren waar wij diepe pijn voelen. Meevoelend luisteren vraagt de inzet van heel het hart. Het is door wilskracht en om niet dat we in staat gesteld worden vertrouwen en geestelijke intimiteit te bereiken.

Kathy Tweet, 1933, QF&P, 2.80.

<– Vorige: 6.2  Samenkomst ter Verheldering
Volgende: 6.4 Quaker organisatie –>

Inhoud

References

1. Het beeld van de vijver is ontleend aan Patricia Loring: Listening Spirituality
Posted on

6.2 Samenkomst ter Verheldering – LD

In een Samenkomst ter Verheldering wordt vanuit de Stilte een zorg, een roeping, of een levensvraag waarmee een Vriend worstelt “in het Licht gehouden”. Zo’n samenkomst
is gericht op gezamenlijke gewaarwording, of onderscheiding (‘discernment’) van het probleem om samen helderheid te krijgen over de weg die hij/zij zou kunnen gaan. Ook in conflictsituaties wordt soms een Samenkomst ter Verheldering gehouden. Van oorsprong werd deze procedure gebruikt voor het toetsen van een roeping.

Vanaf het allereerste begin van onze gesprekken was er een sterk gevoel dat het ‘klopte’, dat het ‘juist was’, wat we bespraken. De ideeën vloeiden vrijelijk, en hoewel we het op dat moment ons niet realiseerden, zouden we nu zeggen dat we duidelijk geleid werden in ons werk.
Barry en Jill Wisher, over het ontstaan in 1978 van de Quaker Peace Action Caravan.

Helderheid verkrijgen over een roeping is een bijzondere oefening in onderscheiding. Het is een proces dat begint met aanzienlijke persoonlijke reflectie en het stellen van een aantal stevige vragen. Is dit een verlangen dat iemand anders iets gaat doen, of is het echt een roeping om zelf in actie te komen? Komt het werkelijk van God?

QF&P, 1999, 13.05.

Een Samenkomst ter Verheldering kan een middel zijn om tot begrijpen te komen, en verandering te helpen bewerken.
Geoffrey Durham, Being a Quaker, a Guide for Newcomers. Oxford 2011.

<– Vorige: 6.1  Samenkomst voor Zaken
Volgende: 6.3  Gesprek vanuit de stilte –>

Inhoud

Posted on

6.1 Samenkomst voor Zaken – LD

De Samenkomst voor Zaken wordt gehouden in dezelfde geest als de Stille Samenkomst. In deze samenkomst worden de zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor de plaatselijke groep (Maandvergadering) behandeld. Het belangrijkste kenmerk van deze vorm van samenkomst is dat de Vrienden bijeenkomen om in onderlinge verbondenheid te zoeken naar de leiding van de Geest bij het nemen van besluiten. Het gaat dus niet om het zoeken van consensus, maar om het gezamenlijk gevoelen naar een besluit geleid te zijn.

Net als bij de Stille Samenkomst geldt ook hier dat men naar een Samenkomst voor Zaken komt, voorbereid ‘met hart en hoofd’, want zo kunnen de aanwezige Vrienden zich concentreren op de onderwerpen op de agenda en bijdragen leveren die de groep helpen wegen vooruit te vinden.

De samenkomst wordt bijeengeroepen en ondersteund door de Schrijver, een van de weinige functies binnen het Genootschap. De Schrijver draagt verantwoordelijkheid voor het opstellen van de agenda, zodat de leden weten om welke aangelegenheden het gaat. Maar het is de verantwoordelijkheid van alle leden om aan de besluitvorming goed geïnformeerd deel te nemen, hetgeen overigens niet inhoudt dat hun besluit al van tevoren vaststaat. Uit rustig overleg vanuit de stilte kan een weg vooruit zichtbaar worden, die beter is dan die welke enige individuele deelnemer aan de samenkomst van tevoren had voorzien. Het is de taak van de Schrijver om het ‘gevoelen van de samenkomst’ te peilen en samen te vatten in de vorm van een ‘Minuut’ (schriftelijk vastgelegd besluit). Als Schrijver is men een dienaar van de samenkomst.

Door persoonlijke houding en het organiseren van de agenda zou de Schrijver die geest van aandachtig luisteren kunnen scheppen die ook kenmerkend is voor onze Stille Samenkomsten.
De geest waarin onze samenkomsten voor zaken gehouden wordt is er een van wederzijds respect en zorg voor elkaar en voor de zaken van gemeenschappelijk belang die aan de orde zijn.
De Samenkomst voor Zaken begint met een periode van stilte, terwijl er ook voldoen-
de momenten van stilte in acht genomen worden tussen gesproken bijdragen tijdens de samenkomst.
Alle besluiten worden genomen in een geest van eenheid. Wanneer die gevoelde eenheid

niet bereikt kan worden en de besproken zaak geen urgentie heeft, dan kan deze uitgesteld worden tot een volgende bijeenkomst. Een enkele keer komt het voor dat een Vriend zich echt niet kan vinden in de door de groep gevoelde eenheid. Mocht dat gevoelen zeer zwaarwegend zijn dan kan die Vriend de groep vragen het besluit nog niet te nemen.
Er is echter ook de mogelijkheid dat die ene Vriend zich bereid verklaart het gevoelen van de vergadering te respecteren en het besluit niet in de weg te zullen staan.
Een Samenkomst voor Zaken vraagt evenals een Stille Samenkomst een zekere discipline van de deelnemers. Hierbij hoort onder meer het in acht nemen van stilte tussen de bijdragen, het vermogen om persoonlijke inzichten los te laten als blijkt dat zij niet sporen met de door de groep ervaren leiding en de gewoonte de Schrijver te ondersteunen door en vanuit de stilte. Alle besluiten van een Samenkomst voor Zaken worden vastgelegd in Minuten. In de loop der geschiedenis zijn dergelijke Minuten, die in Minutenboeken worden opgeschreven, documenten van grote historische waarde gebleken. Zij weerspiegelen de ontwikkeling van en binnen ons Genootschap.

Samenkomsten voor zaken zijn open voor leden van het Genootschap en ‘vrienden van de Vrienden’ (sympathisanten die langdurig en regelmatig onze bijeenkomsten bijwonen maar nog geen lid zijn). Echter, wanneer zaken aangaande lidmaatschap en gevoelige aangelegenheden aan de orde zijn, kan de groep besluiten dat deze bijeenkomsten slechts open zijn voor leden. Besluitvorming in deze samenkomsten is altijd de taak van de aanwezige leden omdat zij verantwoordelijkheid dragen voor de zaken, de activiteiten en het leven van ons Genootschap. De discipline van het lidmaatschap vraagt van Vrienden een actieve deelname aan de samenkomst voor de zaken. Zij vraagt ook van Vrienden die verhinderd waren, dat zij het besluit dat de groep bereikte, respecteren en steunen. Het besluit is immers een besluit voor de hele Maandvergadering of groep.

Gewoontegetrouw worden de Minuten aan het eind van de samenkomst waarin zij aangenomen zijn, getekend door de Schrijver. Tegenwoordig, bij het gebruik van laptop-computers en e-mail, bestaat er immers een risico dat Minuten naderhand nog gewijzigd worden of dat er geen Minuten ter ondertekening voorliggen. Het is echter een wezenlijk element in ons Quaker besluitvormingsproces dat de Minuten in de samenkomst die ze aangenomen heeft worden getekend. De betekenis hiervan is dat Minuten niet gewijzigd mogen worden als ze eenmaal getekend zijn, behalve dan waar het feitelijke fouten of kleine grammaticale puntjes betreft.

Als iets kenmerkend is voor de Quakers, is het de Quaker manier van besluitvorming. Niet de stille wijdingsbijeenkomst. Wereldwijd kent de meerderheid van de Quakers geprogrammeerde wijdingsbijeenkomsten. De essentie van Quaker besluitvorming is mijns inziens het gezamenlijk zoeken naar Goddelijke leiding. De Quaker Zaken-vergadering is niet om rationeel te discussiëren (de emoties die dat losmaakt niet uit het oog verliezend). De bedoeling is om die bijdragen de ruimte te geven die leiden tot een gezamenlijke religieuze ervaring, een gevoel van verbondenheid in een goddelijk project. Bijdragen die daar niet toe leiden kunnen gewoon genegeerd worden. Ze hoeven niet expliciet tegengesproken te worden. Door de houding van ‘samen zoeken’ voelt degene wiens bijdrage genegeerd wordt zich niet persoonlijk genegeerd.

Het gaat hooguit samen met discussie die bewust gericht is op besluitvorming waarin zoveel mogelijk gezichtspunten en argumenten tegen elkaar worden afgewogen, discussie waarin het persoonlijke belang bij bepaalde gezichtspunten en argumenten losgelaten wordt. Zo’n rationele discussie is echter niet voldoende voor goede Quaker besluitvorming; het overstijgt nog niet ons collectieve beoordelingsvermogen.

Wim Nusselder, 1992.

Zeer waarschijnlijk zijn Maandvergaderingen wel eens te voorzichtig geweest en hebben zo de uitvoering van belangrijk werk vertraagd. In verschillende geschriften van Vrienden vindt men echter uitspraken waaruit blijkt dat zij achteraf zagen hoezeer het de uitvoering van hun opdracht ten goede was gekomen dat ze extra tijd voor bezinning hadden gehad.
Mien Schreuder, 2001.

<– Vorige: 5.10 Dood begravenis en rouwbetoon
Volgende: Samenkomst ter verheldering –>

Inhoud

Posted on