Religieus Genootschap der Vrienden

Joop, de dakloze zwerfafval opruimer

Door Marlies Tjallingii

Zaterdag 18 december ging ik met een aantal leden van mijn politieke partij op stap om met mensen een gesprek aan te gaan over hoe ze wonen en wat zij graag zouden willen veranderen in hun omgeving. Ik liep een tijd met Margriet, een van de gemeenteraadsleden en later met Miriam die net als ik op de kandidaten lijst staat voor de verkiezingen van de gemeenteraad. Mar- griet geeft Engelse les op een MBO school. Ze vertelde dat ze thuis zit omdat het veel te veel is op school. Ze wil iets doen met internationalise- ring. Ze is dus zoekende.

Margriet en ik zagen een man zitten met een plastic zak naast zich en een opraap knijper. Hij zat in een bushalte die niet meer zo gebruikt wordt, omdat de bus een andere route heeft gekregen. Margriet vertelde
mij dat ze man eerder had gezien en dat hij zwerfvuilaan het oprapen was. “Zullen we naar hem toe gaan en
een praatje maken?” vroegen we ons af. Hij ontving ons vriendelijk. Naast hem lag een grijze afvalzak en een afvalknijper. Op de grijze zak lag een witte zak met brood. Hij vertelde dat hij dat had gekregen van iemand. Hij had ook twee blikjes bier. Aan de drank? We stelden hem die vraag niet. Hij vroeg om € 0,50. Margriet had die bij zich. Koop er wat melk voor suggereerde ze. Op zijn handen had hij tatoeages. Op de ene hand stond ‘LOVE’ en op de andere zijn naam: Joop. Ik zei met een brok in mijn keel: “Zo heette mijn broer ook, die is overleden toen hij 48 jaar was, lang geleden”.

Anke en Mara die ook mee liepen om gesprekken te voeren gingen ook even bij hem langs. Ook hen vroeg hij om geld. Eerst zeiden ze dat ze geen geld hadden. Maar Anke gaf hem later toch geld. €10,00. Dat was een groot bedrag. Joop was er heel blij mee. Anke dacht: hier lopen we duidelijk herkenbaar en we lopen voorbij? Nee dus. Toen ik later met Miriam verder ging (Margriet ging eerder weg) zagen we Joop nog een keer aan de over- kant van de straat. Hij zei: “Wat hebben jullie mijn dag goed gemaakt”. Hij zag ons als de groep van wie hij het geld had gekregen en die samen voor hem een goede dag hadden gemaakt.

Wat maakt dat hij dakloos is? Misschien de drank? Misschien …?
Toch heeft hij plekken om te slapen, onder andere bij het Leger des Heils. Miriam is een vrouw uit Congo, die in Nederland woont, omdat ze met een Congolese man, die in Den Haag woonde, is getrouwd. Ze heeft drie kinderen, woont nu alleen met de kinderen in Zwolle en is actief bij Amnesty International. Ze heeft in Congo politicologie gestudeerd en was jarenlang werkzaam in het parlement in Congo. Zo was ik die ochtend ondergedom- peld in de verhalen van de mensen met wie ik even samen werkte. Op de terugweg loop ik nog even met Miriam na te praten. Ze zegt: “Ik kan alles verstaan, maar ik heb nog moeite met spreken”. Ik erken dat ik soms snel antwoord en haar dan niet de ruimte geef die zij misschien graag zou willen. Maar dat was voor haar oké, omdat de mensen bij wie we aanbellen soms weinig tijd hebben. We zien samen hoe veel energie het kost om na een car- rière in het eigen land, ook hier weer een carrière op te bouwen. Dat klopt voor haar
Na de actie ga ik nog een boodschap doen. Dan zie ik de oudere vrouw die met haar rollator zwerfvuil opraapt. Ik sprak haar ooit en ze vertelde dat ze eerst boos was op de mensen die mondkapjes weggooiden. Later besefte ze dat die niet moedwillig op de grond gegooid waren, maar uit de zakken gerold, net zoals de vele handschoenen die vaak op de weg liggen. Ze had toen meer voldoening van het oprapen ervan.

Rose Weiss (Quaker Vriendin die in Den Haag woonde) deed dit ook zelf met een rollator. Ze heeft dit jaren gedaan. Kinderen vroegen haar, waarom ze dit deed. Dan antwoordde Rose: “Omdat jullie dat niet doen!”

Op de terugweg raap ik de blikjes op die ik op de heenweg zag liggen. Bij het thuiskomen vroeg Sytse: wat heb je beleefd? Dit dus, een ochtend met bijzondere avonturen!

Posted on

De uitdaging van de oecumene

Voor en aan ons als quakers. Deel 1

Kees Nieuwerth, Alg. Vergadering, Mei 2021

Mij werd al in 2019 gevraagd iets te willen vertellen over de waarden van waaruit ik mijn oecumenische werk doe. Tijdens de Algemene Vergadering in mei 2021 gaf ik daaraan gehoor. Op verzoek van een aantal Vrienden heb ik die inleiding nu bewerkt tot een artikel voor de Vriendenkring. De centrale vraag is: wie en wat mij inspireert mij daarbij…hoe ik dat werk kan volhouden. Waar word je door ‘gedragen’? En om ook iets te delen over de zorgen en twijfels die –uiteraard- wel eens de kop opsteken bij dat werk. Sterker nog: één Vriend –in tweeledige zin- we kennen elkaar al meer dan vijftig jaar- zei: ‘we willen in je ziel kunnen kijken’. De verwachtingen zijn dus nogal hoog gespannen.

Nu stelt zich allereerst de vraag ‘wat is dat WERK’ dan?

Mijn werkzame leven begon ik als burgerdienstplichtige/gewetensbe- zwaarde in de ontwikkelingssamenwerking in Kenia. Daarna volgden nog projecten in Nigeria en -een korte periode- in Mali. Afrika heeft een enorme indruk op mij gemaakt. Na mijn eerste jaar in Kenia besloot Hylkia me te volgen en trouwden we in Nakuru. Later werden onze eerste twee kinderen in Nigeria geboren. Hopelijk heb ik/ hebben wij door ons werk een bijdrage mogen leveren aan de ontwikkeling van Afrika, maar in elk geval heeft Afrika een grote bijdrage geleverd aan mijn/onze ontwikkeling. We leerden dat onze ‘westerse’ logica veelal niet werkte in een Afrikaanse context, met andere woorden: dat logica eigenlijk contextueel is. We leerden dat een taal – dus ook de Bantoetalen – impliciet een levensfilosofie weerspiegelt en dat de Afrikaanse en de ‘Europese’ levensfilosofie bepaald niet gelijk oplopen. We leerden veel over de Afrikaanse geschiedenis, over oude onafhankelijke koninkrijken die onder de voet gelopen werden door de koloniale mogendheden. We zagen met eigen ogen de armoede en hoe mensen zich daaraan trachtten te ontworstelen. Het was zonder meer een uiterst inspirerende tijd, die ons wereldbeeld ingrijpend heeft veranderd.
Er was een duidelijke reden om na allerlei omzwervingen terug te keren naar Nederland. Mijn vader kreeg een hartkwaal en onderging een zware operatie. In Afrika werd ons geleerd dat het van belang is dat kleinkinderen hun grootouders leren kennen/ van hun grootouders leren… We streken dus neer in Almelo, mijn geboortestad. Daar kregen we al snel een sociale huurwoning toegewezen omdat we –gelet op de conditie van mijn vader- niet langer bij mijn ouders konden inwonen. Ik begon te solliciteren. Dat werd een lange zoektocht. Vele brieven, vele pogingen. Soms werd ik uitgenodigd. Soms een goed gesprek. Soms ook een ergerniswekkend gesprek, waarbij ik slechts uitgenodigd werd om mij vragen te stellen over Afrika, zoals ‘heb je daar ook giraffen gezien?’ Uiteindelijk vond ik werk bij het Ministerie van Landbouw en Natuur (LNV) op het vlak van natuur- en land- schapszorg, waar ik me vele jaren heb ingezet, onder andere voor het realiseren van de zogeheten Ecologische Hoofdstructuur, een nationaal natuurnetwerk.

Op een goede dag in 1982 vroeg onze Vriendin Maria van Everdingen of ze bij ons in Almelo langs mocht komen. Ze bleek een bijzondere reden te heb- ben voor dat bezoekje. Ze vroeg mij –mede namens de Commissie van Voordracht- of ik bereid was haar op te volgen als vertegenwoordiger van ons Quakers in de Raad van Kerken in Nederland! Na ‘erover geslapen’ te hebben, heb ik daar toen – om in de sfeer te blijven- ‘ja en amen’ op gezegd. Eigenlijk ben ik sindsdien –in verschillende rollen- verbonden aan die Raad van Kerken. In 2015 koos de Raad mij tot vicevoorzitter, hetgeen dus bete- kent dat ik het Raadswerk nu dus doe voor alle 18 geloofsgemeenschappen die daarin vertegenwoordigd zijn. Over de Raad en wat de Raad zoal doet kunnen jullie overigens voldoende lezen in het goede jaarverslag dat onze huidige Quaker vertegenwoordiger in de Raad – Jethro Zevenbergen – geschreven heeft.

Het werk van en voor de Raad van Kerken.

In meer dan één opzicht vormt de oecumene een uitdaging voor ons Quakers. In de eerste plaats heeft dit van doen met onze non-dogmatische en zelfs non-sacramentele opvattingen -die we alleen delen met één andere lidkerk, het Leger des Heils- en het desondanks begrip opbrengen voor andere christelijke tradities. Maar de uitdagingen van de oecumene voor ons als Quakers is of wij als Quakers nog wel (volop) meedoen met de voor- hoede in de strijd tegen bijvoorbeeld armoede en onrecht, racisme en vreemdelingenhaat, klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit, waarin de wereldwijde oecumene volop betrokken is.

En de Nederlandse Quakers?
Over dat werk voor en in de Raad en vanuit welke waarden ik dat doe, wie en wat me daartoe inspireert en wat me zorgen baart wil ik met jullie dus nu iets delen. Er gaat veel tijd, reistijd en energie zitten in de vele vergaderin- gen en vertegenwoordigingen. Daarbij dient bedacht te worden dat ik op tenminste een drietal niveaus van de oecumene opereer: dat van de Raad van Kerken in Nederland, de Europese Raad van Kerken en de Wereldraad van Kerken. En daar hoort in zekere zin organisch ook bij mijn inzet in het bestuur van de Europese oecumenische vredesbeweging Church and Peace. Voor de Europese Raad zit ik bijvoorbeeld in een werkgroep voor van theologen, economen en ecologen die momenteel een constructief-kritische analyse van (Timmerman’ s) EU Green Deal maken, onder de voorlopige titel: From a Green Deal to a Green Economy – Inspired by Green Theology. En juist omdat ik daaraan werk heeft de Raad onlangs – toen er een uitnodiging kwam om deel te nemen aan een door een grote groep Nederlandse wetenschappers opgerichte Commissie Duurzame Toekomst– besloten mij daarnaar af te vaardigen. Deze groep ziet met de nodige zorg dat politici doorgaans maar een tijdshorizon van vier jaar kennen. Dit terwijl de uitdagingen waarvoor wij staan om een lange termijn analyse én visie vragen, een visie tot op zijn minst 2050. Daaraan gaat die Commissie werken. Enkele van de aanstichters daarvan waren destijds reeds leden van de Club van Rome. Weten jullie nog: Grenzen aan de Groei.

Bij de Wereldraad heb ik veel energie gestoken in de dialoog over ‘Rechtvaar- dige Vrede’, samen met vertegenwoordigers van de andere ‘traditionele vredeskerken’ (Doopsgezinden en Brethren, maar ook Moravians en Waldenzers).

In meerdere opzichten is het deelnemen aan de Raad van Kerken verrijkend: ik ben onder de indruk van het maatschappelijk werk van het Leger des Heils, vind de poëtische liturgie met dichterlijke – en daardoor ondogmatische- teksten van St. Efraïm van de Syrisch Orthodoxe kerk prachtig, heb groot respect voor de pauselijke encyclieken Laudato Si en Fratelli Tutti en zeg mét de Doopsgezinden dat we moeten spreken wat bondig is – in tweeërlei opzicht!

Soms zijn de vergaderingen ook best vermoeiend, zeker nu ze vaker via Zoom verlopen. Als ik dan soms moe thuis kom, mag ik nog heel graag even in onze tuin werken. Ook dat is een rustpunt en een inspiratiebron voor me. Maar er zijn natuurlijk ook momenten dat ik ́met gekrulde tenen ́ zit tijdens een overleg. Vooral als het gaat over dogmatiek en ‘de leer’ – daar kom ik later nog op terug. Ook was het onlangs toch nog spannend om de Raad van Kerken te brengen tot een herbevestiging van het onvoorwaarde- lijk nee tegen kernwapens uit de 70 ́er en 80 ́er jaren. Dat terwijl de Wereldraad en het Vaticaan eensgezind zijn dat productie, bezit, dreigen met – laat staan de inzet ervan – zondigen tegen ons geloof is! Maar sommigen zijn blijkbaar nog niet bekeerd tot ‘rechtvaardige vrede’ en willen ’wapenbeheersing’ in plaats van radicale ontwapening!

Een ander voorbeeld: het Moderamen ( Dagelijks Bestuur) van de Raad besloot onlangs adhesie te betuigen met een brief van de Wereldraad van Kerken en de Raad van Kerken in het Midden-Oosten richting het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Het ging om een protest tegen de mogelijke annexatie van grote delen van de Westbank door Israël. Niet alleen zou dit in strijd zijn met het internationaal recht, het zou ook de ‘twee-staten-oplossing’ in Israël-Palestina volkomen onmogelijk maken. Er werd in die brief dus gesuggereerd dat – indien Israël dat daadwerkelijk zou doen – economische sancties te overwegen waren. Dat heeft de Raad geweten: er volgde een campagne van ‘Christenen voor Israël’ die opriep de Raad én de lidkerken te bestoken met protestmails en brieven. De Raad ontving honderden mails, sommige daarvan konden zelfs omschreven worden als ‘haatmails’. In sommige van die berichten werd ge- vraagd ‘of we wel wisten dat de woorden West Bank en Palestijnen nergens

Posted on

Het Sneeuwvlokje

Misschien ontbreekt er nog maar één mens om tot vrede te komen. (Claire Nuer)

Door de redactie, naar een tekst uit de Happinez kalender

“Wil je me vertellen wat een sneeuwvlokje weegt?” vroeg het winterkoninkje aan de tortelduif.
“Niets, het is te verwaarlozen.” was het antwoord.

“Dan wil ik je graag over een bijzondere gebeurtenis vertellen” zei het winterkoninkje.
“Ik zat een keer op de tak van een zilverspar, vlak bij de stam om te schuilen voor de sneeuw die met eindeloos veel vlokjes naar beneden viel. Het was stil en je kon de sneeuwvlokjes niet horen vallen, zo zacht is ieder vlokje. Ik zat goed beschut onder andere takken zodat ik er geen last van had. En omdat ik het een mooi gezicht vond en ik nieuwsgierig was, begon ik de sneeuwvlokjes die op de naalden en kleine zijtakjes van mijn tak vielen, te tellen. Ik was precies bij het 4 miljoen 365.721ste vlokje, toen de 4 miljoen 365.722ste sneeuwvlokje op de tak viel. Dus een extra gewicht van niets, te verwaarlozen gewicht, zoals je zei. Toen brak de tak af.”

De tortelduif die sinds de tijd van de ark van Noach een professional in vredeszaken en liefde is, begon even stil te worden over dit verhaal. Na een tijdje zei de tortelduif tegen de winterkoning:
“Wat is het gewicht van één stem? …..

Misschien ontbreekt er nog maar de stem van één mens om tot vrede en liefde in de wereld te komen.”

Posted on

Minuten van de Haagse Maandvergadering op maandag 13 december 2021

Je moet inloggen om deze inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Nog geen lid? Meld je aan
Posted on

Kernontwapening en de Nederlandse inzet tijdens de tiende toetsingsconferentie van het NPT (jan 2022)

Om te beginnen wil ik mijn waardering uitspreken voor het 18 pagina lange ‘position paper’ gestuurd door de Minister van Buitenlandse Zaken aan de Tweede Kamer op 1 december 2021, dat zojuist door Mevr. Ingeborg Denissen mooi werd samengevat. Daarin zet de Nederlandse regering de doeleinden uiteen bij de komende tiende Toetsingsconferentie van het NPT.
Mijn naam is Kees Nieuwerth. Ik ben vicevoorzitter van de Raad van Kerken
in Nederland. Mij n bijdrage en opmerkingen zouden dus gezien moeten worden in het licht van de jarenlange strijd van kerken wereldwijd om kernwapens als massavernietigingswapens te verbieden, wat al eerder gebeurde met andere massavernietigingswapens, zoals biologische en chemische wapens.
Na twee verschrikkelijke wereldoorlogen en het vernietigende bombardement van Hiroshima en Nagasaki met kernbommen verklaarde de Wereldraad
Van Kerken tijdens de oprichtingsvergadering in Amsterdam in 1948
‘Oorlog is tegen de wil van God’ en begon aan de jarenlange strijd tegen oorlog als oplossing voor politieke conflicten in het algemeen en het uitbannen van kernwapens in het bijzonder. Zoals u wellicht weet woont ICAN, de coalitie die de Nobelprijs voor de Vrede won met de ontwikkeling van het Verdrag voor een Verbod op Kernwapens (TPNW) in bij de Wereldraad van Kerken, het bureau van ICAN zit in het hoofdkwartier van de Wereldraad.
De Wereldraad verklaarde zich één en andermaal tegen de productie van, het bezit van, het dreigen met en –laat staan – de inzet van kernwapens. Wat de Rooms-Katholieke kerk betreft: in zijn recente encyclieken is de Paus hierover eveneens zeer duidelijk. Kerken wereldwijd hebben zich bij herhaling op soortgelijke wijze geuit. De Raad van Kerken in Nederland heeft nog onlangs zijn onvoorwaardelijk afwijzing van deze massavernietigingswapens herbevestigd en de Nederlandse overheid opgeroepen te werken aan de uitvoering van artikel VI van het NPT – eindelijk na vijftig jaar – de kernbommen gestationeerd op Nederlands grondgebied te verwijderen en zeker niet te moderniseren en het TPNW te ondertekenen.
Het is prijzenswaard dat het ‘position paper’ de inspanningen van de Nederlandse regering inzake het bereiken van het doel van een
kernwapenvrije wereld beschrijft in termen van ‘een aantal in elkaar grijpende maatregelen(blz. 8).
Dit getuigt van het bewustzijn van de Nederlandse overheid dat de Engelse uitdrukking ‘the merits of multiplicity’( de voordelen van veelvuldigheid) ook hier van toepassing is. Complexe doelen vragen er soms inderdaad om de energie te investeren in verschillende middelen en kanalen tegelijkertijd om ze te kunnen bereiken. En dus beschrijft de brief aan de Tweede Kamer niet alleen he kanaal van het NPT, maar ook van een aantal gerelateerde initiatieven, zoals het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI), Stepping Stones Initiative (SIND), International Partnership for Nuclear Disarmament Verification (INPNDV), Creating an Environment for Nuclear Disarmament (CEND), Vienna Group of Ten (VGT), waarin groepen van VN lidstaten in een telkens wisselende samenstelling aan verschillende aspecten van kernontwapening werken. Natuurlijk kunnen we deze benadering alleen maar toejuichen.
Echter, daarom is het des te teleurstellender voor ons dat TPNW niet eveneens wordt beschouwd als één van die ‘in elkaar grijpende maatregelen’! Dit zou toch ook kunnen gelden voor TPNW?
Echter de brief stelt opnieuw dat TPNW het NPT dreigt te ‘ondermijnen’. Maar: vorig jaar kwam een studie van het wetenschappelijk adviesbureau van de Duitse volksvertegenwoordiging tot de slotsom dat het TPNW – integendeel – juist beschouwd kan worden als complementair aan h et NPT en dat die twee dus als wederzijds versterkend moeten worden gezien. Dus heeft de nieuwe Duitse regering – die dit serieus neemt – besloten om als waarnemer deel te nemen aan de ‘meeting of the parties’ van het TPNW in Wenen volgend jaar.
Noorwegen – nog een NAVO-lid – heeft eveneens aangegeven aan die belangrijke top deel te willen nemen. Wij willen de Nederlandse regering – nogmaals – dringend vragen om ook de moed te wonen en die stap te nemen.
Dat zou immers mogelijkheden openen voor Nederland om zich ook als bruggenbouwer tussen het NPT en het TPNW in te zetten, een verdrag dat immers gesteund wordt door een betekenisvol en groeiend aantal VN-lidstaten.
Eerder voerde de Nederlandse regering aan dat NAVO-bondgenootschappelijke verplichtingen ondertekening van het TPNW verdrag in de weg zouden staan, alhoewel het NAVO-verdrag de lidstaten geenszins verplicht tot het integreren van kernwapens in hun militaire strategie – zie de voorbeelden van Denemarken, Noorwegen, Spanje en IJsland. In dit ‘position paper’ wordt nu gesteld dat het TPNW niet van toepassing is op ‘kernwapen bezittende landen’ (blz 5) alsof dit ook de ‘hosting countries’ die VS-kernwapens op hun grondgebied toestaan in zou sluiten (België, Duitsland, Italië, Nederland, Turkije).
Dit vraagt erom de Nederlandse regering er nog eens aan te herinneren dat het een weloverwogen mening is dat het huisvesten – laat staan moderniseren- van die VS-kernwapens op zichzelf onverenigbaar is met het NPT!
Dit brengt me tenslotte nog tot een fundamentele kanttekening bij het ‘position paper’ rond de mogelijke bijdrage die vreedzame toepassing van kernenergie zou kunnen leveren aan de VN SDG Agenda. Sommige (bij medicinale of landbouwkundige toepassingen) wellicht. Maar: zelfs de EU nog niet heeft besloten of kernenergie werkelijk geclassificeerd kan worden als duurzaam en deze nog niet opgenomen heeft in de ‘green taxonomy’ als bron van groene energie. Immers er zijn ernstige problemen: de voorraad van de grondstoffen gebruikt voor het genereren van nucleaire energie zijn ook eindig én er is het welhaast onoplosbare probleem van het afvel (generatieslang!). Laat staan het feit dat kernenergie en kernwapens vaak beschouwd worden als een soort tweeling; de één kan leiden tot het ontwikkelen van de ander.
Als we echt willen dat de toetsing van het NPT en kernwapenbeleid een wezenlijke bijdrage zullen leveren aan de uitvoering van de VN SDG agenda laten we dan de enorme investeringen in het aanhouden en moderniseren van deze wapens tenietdoen en die fondsen inzetten bij de uitvoering van die SDG agenda!
Wanner we echt beide existentiële bedreigingen van het overleven van de mensheid en inderdaad de hele schepping willen wegnemen, namelijk die van een nucleaire oorlog EN die van de klimaatveranderingen, dan ben ik ervan overtuigd dat de jongere generaties in onze wereld vandaag met meer vertrouwen naar de toekomst zullen kijken dan zij nu doen!
En dat zijn wij aan hen verschuldigd!
De afdeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken die de bijdrage van
Nederland aan de toetsingsconferentie van het NPT verzorgt heet
‘Ontwapening, Non-Proliferatie en kernwapenzaken’.
Aangezien ontwapening – geheel juist – hier vooropstaat : ga er dan voor!
Ga voor echte vooruitgang bij het –eindelijk – uitvoeren van artikel VI en kernontwapening in een actieprogramma voor de volgende vijf jaar!
Dank u voor uw aandacht.

Kees Nieuwerth
13 December 2021.

Posted on

Het verhaal van de dienaren met het geld

uit Mattheus 25

14 Jezus zei: “Het is hetzelfde als met een man die naar het buitenland vertrok. Voordat hij ging, riep hij zijn dienaren bij zich. Hij gaf hun een bedrag waarmee ze voor hem zaken moesten doen. 15 Eén dienaar gaf hij 1200 goudstukken, een andere 500 goudstukken en een derde 250 goudstukken. Hij gaf ieder de hoeveelheid geld waarvan hij wist dat die dienaar daar goed mee zou kunnen omgaan. Daarna ging hij op reis.

16 De man die 1200 goudstukken had gekregen, ging onmiddellijk op weg om zaken te doen. Hij verdiende er 1200 goudstukken bij. 17 De man met de 500 goudstukken verdiende er 500 bij. 18 Maar de man die 250 goudstukken had gekregen, groef een gat in de grond en stopte er het geld van zijn heer in.

19 Na lange tijd kwam de heer van die dienaren terug. Hij wilde weten hoeveel ze met zijn geld voor hem verdiend hadden. 20 De man die 1200 goudstukken had gekregen, ging naar zijn heer. Hij bracht ook de 1200 goudstukken mee die hij had bijverdiend en zei: ‘Heer, u had mij 1200 goudstukken gegeven. Kijk, ik heb er 1200 bijverdiend.’ 21 Zijn heer zei tegen hem: ‘Goed gedaan! Je bent een goede en trouwe dienaar. Ik heb je eerst weinig gegeven. Daar ben je goed mee omgegaan. Daarom zal ik je nu véél geven. En je bent welkom op mijn feest.’

22 De man die de 500 goudstukken had gekregen, ging ook naar zijn heer. Hij zei: ‘Heer, u had mij 500 goudstukken gegeven. Kijk, ik heb er 500 bijverdiend.’ 23 Zijn heer zei tegen hem: ‘Goed gedaan! Je bent een goede en trouwe dienaar. Ik heb je eerst weinig gegeven. Daar ben je goed mee omgegaan. Daarom zal ik je nu véél geven. En je bent welkom op mijn feest.’

24 Toen kwam ook de man die maar 250 goudstukken had gekregen. Hij zei: ‘Heer, ik wist dat u een hard mens bent. U maait waar u niet heeft gezaaid en u verzamelt op plaatsen waar u niets heeft uitgestrooid. 25 Omdat ik bang voor u was, heb ik uw 250 goudstukken in de grond gestopt. Hier zijn ze weer.’ 26 Zijn heer zei tegen hem: ‘Je bent een slechte en luie dienaar! Je zegt dat ik maai waar ik niet heb gezaaid, en dat ik verzamel waar ik niet heb uitgestrooid. 27 Dan had je mijn geld naar de bank moeten brengen. Dan had ik het bij mijn terugkomst met rente van de bank kunnen halen! 28 Neem hem de 250 goudstukken af. Geef ze aan hem die 2400 goudstukken heeft.’

29 Want aan iedereen die heeft, zal meer gegeven worden, en hij zal meer dan genoeg hebben. Maar van wie niet heeft, zal afgenomen worden wat hij heeft. 30 En de heer zei: ‘En gooi die nutteloze dienaar in de donkerste kerker. Daar zal hij huilen en met zijn tanden knarsen van spijt.’ “

Posted on

Energy Ball for Peace Ceremony

Op één van onze reizen naar Israël en Palestina logeren we bij Miriam Ahuva- tel, een Israëlische zangeres, wonend in Jerusalem, die we via het cocounselen kennen. Zij nodigt ons uit om mee te ko- men naar een Vredesceremonie. We gaan samen naar de bijeenkomst. Er zijn Israëlische joden en christenen en moslims. Ook Palestijnen van de Westbank die naar Jerusalem kunnen komen hier- voor. Dat is helaas niet voor iedere Palestijn mogelijk.

Jeffrey leidt ons in de ceremonie met de bal van energie. Hij werkt met de lichaamsenergie die er altijd is en die we bewust sterker kunnen maken. Ik ken dat ook van Reiki geven aan mezelf en aan anderen. We beginnen allemaal met onze handen tegen elkaar aan te wrijven zodat ze warm worden. Dan houden we de handpalmen naar elkaar toe en ervaren (soms wel, soms niet) de warmte die tussen de handen is: helende energie. Die kunnen we ook aan onszelf geven.


Daarna doen we dat in tweetallen. We nemen rustig de tijd om de energie te ervaren, die we samen creëren. Dan doen we dat in een viertal en daarna in de grote cirkel. Wat een mooi proces om zo in deze kring dit te ervaren en ook te voelen dat dit het proces is wat de wereld nodig heeft. Ook bijzonder om dit in Jerusalem te doen met mensen die ook vrede willen tussen de Israeliërs en de Palestijnen. Dit zouden we eigenlijk iedere dag kunnen doen. Voor onszelf en de wereld!

We kopen een boekje van Jeffrey, dat in de kast blijft staan. Voor de Najaarsbijeenkomst zoekt Sytse boeken om te verkopen op de verkooptafel. Ik zie het en ik wil het nog niet kwijt. En wat was het bijzonder om de oefening samen te doen op de najaarsbijeenkomst!


Posted on

Samen zijn

Quaker Najaarsbijeenkomst

Door A.S.

Bij de Haagse Quakers hebben we onlangs, n.a.v. het thema ‘Vermogen’ op de najaarsvergadering doorgepraat over dit onderwerp. Voor mij was het bijzonder om te merken hoe beide bijeenkomsten samen mijn gedachten hierover gevormd hebben. Op de najaarsvergadering heb ik vooral genoten van het weer samen zijn met een groep Vrienden. Ik merkte, net als vele keren hiervoor, hoe verrijkend en inspirerend ik het vind om met Vrienden over belangrijke thema’s te praten. Het was niet zozeer het onderwerp ‘Vermogen’ dat mij raakte, maar het waren de gesprekken, het gezamenlijk zoeken, het kunnen delen met en leren van andere Vrienden. Ik genoot van het samen plezier hebben van ieders kunsten op de bonte avond en evengoed van de saamhorigheid die ik voelde tijdens de wijdingssamenkomst. Ik kwam terug van dat weekend met een gevoel van dankbaarheid voor de Quakergemeenschap – waar anders kan ik uitwisselen over hoe ik Gods leiding ervaar in mijn eigen leven en kan ik door anderen gesteund en geïnspireerd worden om dat Innerlijke Licht onderdeel te laten zijn van mijn dagelijks leven?

Enige tijd later spraken we tijdens een Hap-Stil-Snap (HSS) bijeenkomst van de HMV opnieuw over ons vermogen. We waren het erover eens dat er op financieel gebied veel onrechtvaardigheid is in de wereld. Dat de kloof tussen arm en rijk heel erg is en dat wij in Nederland, onafhankelijk van hoeveel geld we hebben, ons allemaal aan de ‘rijke’ kant van die kloof bevinden.


‘energy ball’ zaterdagavond met twee kinderen op tafel

Wat is dan dat ‘vermogen’ dat we als Quakers met anderen kunnen delen? Zijn het onze financiële middelen? Wij hebben wel geld ja, en daar kunnen we zeker goede dingen mee doen, maar op grote schaal bekeken is ons economische kapitaal maar klein, en zouden we helaas maar een heel klein verschil kunnen maken in de grote nood die er op allerlei niveau is in de wereld. Dat neemt niet weg dat het goed is om ons geld in te zetten voor goede doelen, maar de vraag is wat we nog meer hebben om van te delen. Wanneer je je rijk en gezegend voelt, wil je delen van datgene dat je dit gevoel geeft. Ik kwam terug van het najaarsweekend, niet dankbaar vanwege het feit dat de Quakers financieel vermogend zijn, maar dankbaar voor wat ze mij spiritueel en als gemeenschap bieden. Dát wil ik delen met anderen. Daar lijkt bijna een zekere arrogantie uit te spreken.

Wie zijn wij om te denken dat anderen behoefte zouden hebben aan onze ideeën en ons geloof? Maar toen dacht ik terug aan die HSS avond onlangs. Een van de Vrienden zei dat het misschien onbescheiden klonk, maar dat hij één van zijn kostbaarste bezitten deelde met het genootschap, namelijk zijn tijd. En ik durf met zekerheid te stellen dat niemand dat onbescheiden vond, maar dat we simpelweg inderdaad allemaal erg dankbaar waren voor die specifieke gift. En zo vroeg ik mij af, geldt dat niet ook voor wat ons Genootschap de maatschappij te bieden heeft? Is het onbescheiden om te denken dat iemand daarop zit te wachten? Of mogen we geloven dat net zo goed als dat ik het als iets moois en kostbaars beschouw, anderen dat ook zo kunnen ervaren? Ik denk dat we dat vertrouwen mogen hebben.

Dan kom ik weer terug bij dat financiële kapitaal, dat immers nog steeds op die bankrekening staat. Ik zal niet beweren te weten hoeveel je weg moet geven aan goede doelen en hoeveel je op de rekening moet laten staan zodat nog lang de vruchten geplukt kunnen worden van dat vermogen. Maar ik hoop van harte dat het geld ook deels gebruikt kan worden om ons meest kostbare bezit te delen met anderen, namelijk: ons geloof, onze waarden en ideeën en de gemeenschap die we zijn. En om misverstanden te voorkomen, niet specifiek bedoeld als outreach en niet vanuit een ‘schaarste-denken’ in de zin van ‘we hebben meer mensen nodig om te overleven als Genoot- schap’ of vanuit de angst om te verdwijnen. Maar vanuit een besef van de ‘rijkdom’ die we bezitten, van hoe gezegend we daarmee zijn. Dat we die zegeningen willen delen met onze medemensen.

En ik weet best, het is niet meteen duidelijk hoe je dat dan zou moeten doen, hoe je daar praktisch handen en voeten aan geeft, maar elke weg begint met een idee en een intentie…


Bamford Quaker Community UK, Delen van de rijkdom
Posted on

Geld als relatie

Quaker Najaarsbijeenkomst

Door Herman Verbeek

Allereerst: wat een mooi weekend was het, vol ontmoetingen en gesprekken. Mijn eerste Quaker-weekend in de Bosbeek, want ik mag me pas betrekkelijk kort Quaker noemen.

Terwijl ik door een nat bos – het regende behoorlijk – naar de Bosbeek fietste, merkte ik hoezeer ik uitkeek naar dat weekend. Dat had ook met het thema ‘vermogen’ te maken, dat in zijn tweezijdigheid – spiritualiteit, onze vermogens en ons financieel vermogen en bezit – aan economische vragen raakt waar ik me al lang mee bezig houd.

Ik heb tijdens de najaarsmeeting in de Bosbeek, nu zo’n vier weken geleden, op zondagmorgen een korte bijdrage uitgesproken.

Het weekend stond in het teken van elkaar weer te kunnen ontmoeten, van aangezicht tot aangezicht. Het thema was ons ‘vermogen’: Welke talenten hebben wij? Zijn we ons wel bewust van de spirituele gaven die we hebben? Wat doen we ermee? Wat vinden we belangrijk? En hoe denken we over ons vermogen, maar dan financieel? En hoe denken we over bezit?

Mijn bijdrage had vooral op die laatste twee vragen betrekking, maar had ook een bredere strekking. Vanuit de stilte zei ik: Geld is geen ‘ding’, maar een relatie. De bijbel spreekt ook vanuit die visie over het kwijtschelden van schulden in een jubeljaar (o.a. Lev. 25 en Luc 4:16).

Geld als relatie brengt ons direct bij de ethische implicaties van geldbezit en geldgebruik. Wat geldbezit betreft: een relatie ‘bezitten’, is niet mogelijk, want het impliceert ongelijkheid. Geld als relatie drukt je meteen met je neus op je persoonlijke verantwoordelijkheid.

In deze bijdrage wil ik wat verder ingaan op geld als relatie, op de manier waarop die visie in de bijbel tot uitdrukking komt. En op wat dat mijns inziens voor een Quaker betekent.

De tweezijdigheid van het thema (vermogen als geld en vermogen als talent) geldt ook voor het tweede begrip dat in de vraagstelling een grote rol speelt: talent. We kennen het begrip uit de gelijkenis van de talenten (Matt 25:14-30). Een talent was een gewichtsmaat die in bijbelse tijden ook als munteenheid werd gebruikt. Een talent woog ong. 34 kilo (Bijbel NBV21, woordenlijst), en vertegenwoordigde dus een grote som gelds. Jezus gebruikt het begrip talent in die gelijkenis, mijns inziens, in tweevoudige betekenis, zinnebeeldig, maar ook vanuit wat mensen kunnen doen met geld. Je mag ‘woekeren met je talenten’ is de boodschap of als je het bijbehorende risico en onzekerheid over de uitkomst niet aandurft mag je het desnoods op de bank zetten, zodat het tenminste rente opbrengt. Je mag een talent zeker niet begraven of als in die bekende Nederlandse uitdrukking ‘in een ouwe sok stoppen’ onder je bed.

Over geld, risico en onzekerheid schrijft de bekende econoom Lans Bovenberg in zijn essay ‘Leven met Lef’ in het boekje ‘Economie draait niet om geld; relaties als principe voor een nieuwe economie’ (2015), uitgegeven door Forum C, Forum voor Geloof, Wetenschap en Samenleving. In dat boekje gaat Lans Bovenberg, samen met twee andere economen (Dirk Bezemer en Heleen Toxopeus), in op het thema geld en ruil. Lans Bovenberg betoogt dat mensen zich teveel trachten te beschermen tegen risico en de altijd aanwezig onzekerheid over de toekomst door schuldcontracten dicht te timmeren, met wantrouwen. Ze onderschatten de onzekerheid zelf, zowel als hun vermogen om daarmee om te gaan. Teveel zelfbescherming leidt tot een paradox en resulteert in meer in plaats van minder onzekerheid. Lansbergen roept op om schuldrelaties te bouwen op basis van vertrouwen en wederzijdse kwetsbaarheid.

Dirk Bezemer geeft met zijn essay ‘Schuld’ de aftrap. Hij schrijft vanuit het gegeven “dat alle financiële middelen een vorm van schuld zijn, en dat schuld de neerslag van een relatie is.”

Schuld, zo schrijft Bezemer, moet er geweest zijn sinds arbeidsdeling en handel ontstonden. Seizoensgebonden producten zoals graan en door een jager geschoten wild konden alleen geruild worden door een schuldrelatie aan te gaan: de jager ruilde zijn wild tegen later te leveren graan. Die ruil gebeurde aanvankelijk vaak, denk ik, op basis van vertrouwen. Maar al snel ontstaan er, ook in kleine samenlevingen, complexe schuldnetwerken. Dan is het zaak schulden vast te leggen in meer formele schuldbekentenissen. In onze eigen geschiedenis kennen wij (tot in de 19e eeuw) het gebruik van kerfstokken voor dat doel. Die kerfstokken konden verhandeld worden als geld op een geldbeurs. Het Engelse begrip ‘Stockmarket’ (voor aandelenbeurs) verwijst naar die tijd en dat gebruik.

Schuld heeft vanaf het ontstaan ook een morele connotatie gehad. Schuld is niet goed. ‘Vergeef ons onze schulden’. Ook kerfstokken komen zo in onze taal voor. Je zal maar iets op je kerfstok hebben.

In het oude Sumerië, het huidige Mesopotamië, dienden kleitabletten als schuldbekentenis en als geld. Op die kleitabletten was ook rente verschuldigd. Als in de Bijbel over geld gesproken wordt gaat het over een geldsysteem dat de joden na de ballingschap van de Sumeriërs overnamen. Sumeriërs en Joden (en zij niet alleen) waren zich bewust van de last en het risico van schuldslavernij, die een te hoge rentedragende schuld met zich mee brengt. Zo kwam het Jubeljaar tot stand. Eens in de zoveel tijd werden schulden vergeven. In de joodse wet werd het jubeljaar vastgelegd op eenmaal per vijftig jaar (zie Leviticus 25). In het Nieuwe Testament komt het begrip jubeljaar terug als ‘genadejaar’. Als Jezus in Lucas 4:16 in Nazareth het woord neemt, krijgt hij een gebedsrol aangereikt met Jesaja. “Die rolt hij af tot de plaats (Jes. 61) waar geschreven staat” dat hij is gekomen om aan de armen het goede nieuws te brengen (….)” en “om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.” Ook de Quakers in Pennsylvania hadden het jubeljaar in gedachten toen zij op de in hun opdracht gegoten Liberty Bell – nog steeds te bewonderen in Philadelphia – naar Leviticus 25 verwezen. De in de klok gegraveerde tekst is ontleend aan Lev 25:10 en luidt “Roep de vrijheid uit voor het hele land en al zijn inwoners.” Die tekst in deze bewoordingen zal ontleend zijn aan de Engels Bijbelvertaling die de Quakers gebruikten. Het woord schuld komt in die tekst niet voor. Dat is anders in de nieuwste Nederlandse Bijbelvertaling (NBV21). “Elk vijftigste jaar zal voor jullie een heilig jaar zijn waarin kwijtschelding wordt afgekondigd voor alle inwoners van het land.”


Liberty Bell: Lev. 25:10: Roep vrijheid uit in het hele land aan al haar inwo- ners.

Tot slot: Geld zien als een relatie kan ons Quakers, denk ik, veel leren, van het woekeren met onze talenten, het handelen in vertrouwen, tot het vergeven van schulden, ook letterlijk.

Posted on

De verwondering

Bij de Quaker Najaarsbijeenkomst, Door Marlies Tjallingii

Vrijwel aan het begin van de wijdingssamenkomst op zondag tijdens de najaarsbijeenkomst sta ik op. Quakers hebben het over “Dat van God in iedereen”.
De vraag die bij mij boven komt is: hoe kan ik dat ervaren?

Vrijwel aan het begin van de wijdingssamenkomst op zondag tijdens de najaarsbijeenkomst sta ik op. Quakers hebben het over “Dat van God in iedereen”.
De vraag die bij mij boven komt is: hoe kan ik dat ervaren?

Wat mooi dat ik zaterdag met Hylkia en Ruben heb gewandeld op het kabouterpaadje in het bos. We horen een specht tikken tegen een boom. Hoe mooi is het dat we specht ook echt zien. De verwondering bij het zien ervan! Op deze zondagochtend zie ik Hylkia met Ruben wandelen. We zien samen een roodborstje. Weer die verwondering: wat een prachtig vogeltje. Daar voel ik: dat van God in de natuur en ook in hoe we ernaar kijken en in Ruben die zo vertrouwd aan de hand van ‘oma Hylkia’ de wereld verkent. Voor mij is dat: dat van God ontdekken in iedereen en in alles.


Verwondering, ontdekken dat van God in elk levend wezen. Grote bonte specht tikt tegen een boom (foto Sytse Tjallingii
Posted on