Religieus Genootschap der Vrienden

7.1 Historische achtergrond – LD

De Raadgevingen en Vragen – zoals ze van oudsher werden genoemd – zijn bedoeld om te gebruiken in de Stille Samenkomsten, bij stille inkeer en reflectie, als een uitdaging en inspiratie in ons persoonlijk leven en ons leven als geloofsgemeenschap. Zij geven in beknopte vorm een indruk van ons geloven en werken. Ze zijn al in de zeventiende eeuw ontstaan toen de Britse Jaarvergadering in 1682 besloot de Maandvergaderingen de volgende drie vragen te stellen.

De eerste vraag was welke Vrienden sinds de laatste Algemene Vergadering overleden waren. De tweede vraag was welke Vrienden omwille van hun getuigenis in de gevangenis beland waren sinds de laatste Algemene Vergadering. De derde vraag luidde: Hoe is de Waarheid gegroeid onder jullie sinds de laatste Algemene Vergadering en hoe staat het met de vrede en eenheid onder de Vrienden? Deze eerste vragen waren bedoeld om feitelijke informatie over de Vrienden te verzamelen, inzicht in de ontwikkeling van het Genootschap te krijgen en vast te stellen of er ergens ondersteuning nodig was.

De drie vragen werden later uitgebreid naar zes. Vanaf 1700 werd een formele schriftelijke reactie gevraagd aan de Maandvergaderingen. Daardoor begon ook het karakter van de vragen te veranderen. Toen de Britse Jaarvergadering midden achttiende eeuw leden verloor en kleiner werd, bezocht een soort visitatiecommissie alle Maandvergaderingen. Deze commissie vroeg om – wat toen heette – de Raadgevingen en Vragen regelmatig te lezen en te beantwoorden.

Periodiek werden de raadgevingen en vragen herzien in de daaropvolgende eeuw. De Vrienden werden beïnvloed door de evangelische beweging en dit kwam tot uiting in de herziening van 1833. De Raadgevingen en Vragen werden toen geheel herschreven en uitgebreid. Begin negentiende eeuw begonnen de Vrienden kritische vragen te stellen rond de traditionele praktijken van het Genootschap, met inbegrip van het periodieke lezen en beantwoorden van de Raadgevingen en Vragen. De waarde ervan voor reflectie als individuele Vrienden én als Maandvergaderingen werd vanaf het begin benadrukt en als belangrijker gezien dan de formele beantwoording, die dan ook werd afgeschaft. Veel Maandvergaderingen namen de gewoonte aan om een van de Raadgevingen en Vragen te lezen aan het begin of het slot van een Stille Samenkomst.

Pas in 1928 werden de Raadgevingen en Vragen opnieuw herzien. Tegen die tijd stonden de Vrienden onwennig tegenover het enigszins evangelische taalgebruik en wensten zij ook meer nadruk op de maatschappelijk inzet van Quakers. De raadgevingen over gesproken bijdragen in de Stille Samenkomsten werden toen zo herschreven dat Vrienden die aarzelen te spreken in de Stille Samenkomst worden aangemoedigd dit wel te doen.

In 1949 werd het taalgebruik opnieuw aan de tijd aangepast. Bij een herziening in 1964 werd een aantal verwijzingen naar nieuwe maatschappelijk verschijnselen in de Raadgevingen en Vragen opgenomen. Weer twintig jaar later ontstond opnieuw een vraag naar herziening. Er was kritiek op de masculiene en soms ook theologische formuleringen. Toen de Britse Jaarvergadering in 1986 een commissie benoemde om het gehele Quaker Faith and Practice te herzien werden ook de Raadgevingen en Vragen weer herschreven. Dit resulteerde in een conceptversie van de Raadgevingen en Vragen die eerst een tijdlang beproefd werd door de Maandvergaderingen. Op basis van de reacties bood de commissie een bijgewerkte versie aan in 1994, die door de Britse Jaarvergadering werd goedgekeurd. De huidige Nederlandse hertaling van de Raadgevingen en Vragen is op die laatste, door de Britse Jaarvergadering in 1994 goedgekeurde versie gebaseerd, maar grondig hertaald en bij de tijd gebracht.
In de loop der tijd meenden sommigen onder ons dat de Raadgevingen en Vragen soms wat bevoogdend zijn, alleen de naamgeving Raadgevingen al!
Daarom is hier gekozen voor de bewoordingen Overwegingen en Vragen.

Posted on

6.5 Lidmaatschap – LD

Belangstellenden die gedurende enige tijd hebben deelgenomen aan de Stille Samenkomsten en andere activiteiten van de Maandvergadering in hun regio kunnen tot het besluit komen lid te worden. Het lidmaatschap betekent het aanvaarden van discipelschap binnen een ruim christelijk en religieus perspectief en het accepteren van onze Quaker traditie, waarbij de wijze waarop we leven even belangrijk is als de getuigenissen die ons dierbaar zijn. Lidmaatschap wordt gekenmerkt door elementen als toewijding en verantwoordelijkheid, maar ook vreugde en viering. Lidmaatschap is een openbare aanvaarding van wezenlijke elementen van het Quakerzijn: het zoeken naar de leiding van de Geest, de Stille Samenkomst en de wijze van besluitvorming in de Samenkomst voor Zaken en de getuigenissen als de uitdrukking van innerlijke overtuiging (zie Quaker getuigenissen, blz. 83.)

Door het lidmaatschap aan te vragen bevestigt men de aard van de gemeenschap en aanvaardt men de verantwoordelijkheid daaraan actief bij te dragen. Lidmaatschap vraagt om toewijding aan haar waarden en daadwerkelijke deelname aan de Quaker gemeenschap en haar activiteiten.

Een lidmaatschapsaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij de Schrijver van de Maandvergadering in de regio. In deze brief kan enige informatie gegeven worden waarom de aanvrager zich aangetrokken voelt tot het Religieus Genootschap der Vrienden. Tijdens de eerstvolgende Zakenvergadering zal de Schrijver de aanvraag onder de aandacht van de Vrienden brengen en worden twee Vrienden aangewezen om het aspirant-lid te bezoeken. Deze Bezoekende Vrienden zullen in gesprek met het aspirant-lid nagaan of deze vertrouwd is met ons Genootschap en de verantwoordelijkheden die het lidmaatschap inhoudt. Het bezoek is niet bedoeld als een toelatingsgesprek maar om na te gaan of de betrokken partijen er goed aan doen deze verbintenis aan te gaan. Dit gesprek biedt de gelegenheid het aspirant-lid op een meer persoonlijke manier te leren kennen en voor het aspirant-lid om dieper in te gaan op typische Quaker waarden en getuigenissen en daar met meer ervaren Vrienden over te praten. Het is gebruikelijk dit gesprek te laten beginnen en af te sluiten met een korte periode van stilte. Van aspirant-leden wordt verwacht dat zij zich verdiept hebben in onze Quaker geschiedenis, getuigenissen en activiteiten en organisatie- en besluitvormingsstructuur.

De Bezoekende Vrienden brengen over hun bevindingen schriftelijk verslag uit aan de Maandvergadering. In de eerstvolgende Zakenvergadering wordt dit verslag voorgelezen en door de Bezoekende Vrienden toegelicht. Het aspirant-lid, indien aanwezig, zal gevraagd worden de vergadering te verlaten terwijl de Maandvergadering de lidmaatschapsaanvraag behandelt. Vrienden dienen zorgvuldig om te gaan met gevoelige persoonlijke informatie die tijdens het gesprek met de Bezoekende Vrienden aan de orde is gekomen. Aanvragen worden meestal positief verwelkomd. In een enkel geval krijgt het aspirant-lid in het gesprek met de Bezoekende Vrienden het advies wat meer tijd te nemen om zich vertrouwd te maken met onze Quaker gemeenschap. In heel uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een lidmaatschapsaanvraag afgewezen wordt.

Wanneer de Zakenvergadering meent dat het goed is iemand als lid te verwelkomen zal
de Schrijver hiervan een Minuut maken en een kopie daarvan aan het nieuwe lid en aan de Schrijver van de Jaarvergadering sturen. Bij de eerstvolgende Algemene Vergadering kunnen nieuwe leden van Maandvergaderingen welkom geheten worden en ingeschreven worden in een ledenregister met verwijzing naar de Minuut van de Maandvergadering. Vrienden die voor langere tijd naar een andere plaats of ander land verhuizen kunnen hun lidmaatschap van hun oude Maandvergadering naar de nieuwe over laten schrijven. Hiertoe kunnen Vrienden de Schrijver van de Maandvergadering waarvan zij lid zijn verzoeken dit te doen. Dit wordt gewoonlijk gedaan in de vorm van een Minuut die aan de andere Maandvergadering gestuurd wordt.

Als een Vriend zijn of haar lidmaatschap wil beëindigen wordt dit schriftelijk medegedeeld aan de Schrijver van de Maandvergadering. Deze brief wordt op de eerstvolgende Zakenvergadering behandeld. Twee Vrienden worden benoemd die een gesprek voeren om met de betrokken Vriend te spreken over de redenen om het lidmaatschap te beëindigen. De Bezoekende Vrienden brengen hun verslag uit aan de Maandvergadering. Het lidmaatschap van de betrokken Vriend blijft nog van kracht. Na een jaar wordt deze Vriend gevraagd of hij/zij bij de opzegging blijft. Is dit het geval dan wordt dit bij Minuut vastgesteld en doorgegeven aan de Schrijver van de jaarvergadering.

Wanneer een Vriend overlijdt wordt in de eerstvolgende Zakenvergadering hiervan een Minuut gemaakt. Een kopie van deze Minuut wordt aan de Schrijver van de jaarvergadering gestuurd.

Advies aan Bezoekende Vrienden
Probeer zodanig een tijdstip en plaats met het kandidaat-lid af te spreken, dat in alle rust en openheid een gesprek kan plaats vinden. Het is goed het gesprek te beginnen met een korte stilte en probeer het ook te beëindigen met een stilte. Maak aan het begin van het gesprek aan het kandidaat-lid duidelijk wat de bedoeling van het gesprek zal zijn.
Om de Maandvergadering in de gelegenheid te stellen een goed besluit te nemen over een lidmaatschapsaanvraag zullen de bezoekende Vrienden in het gesprek met een kandidaat-lid vooral na dienen te gaan of hij/zij een bescheiden leerling wil zijn in de school van Jezus; dat hij/zij zich richt naar het Licht; dat hij steun ervaart door en in onze Stille Samenkomsten, ondanks het ontbreken van uiterlijke vormen. Wij zijn overtuigd dat onze getuigenissen een uitvloeisel zijn van de geloofservaring van de Vrienden, maar dat een volledige overeenstemming met ons, wat betreft geloof of levensstijl niet hoeft te worden verlangd.
Toch dient men zich er zorgvuldig van te vergewissen of een kandidaat-lid het eens is met de opvattingen en praktijken van de Vrienden, niet zozeer theoretisch, maar in het besef dat deze een uitvloeisel zijn van een oprecht geloof in God, zoals dit is geopenbaard in het leven van Jezus en zich nog altijd als een Licht openbaart in de harten van de mensen.
De kandidaat dient op de hoogte gebracht te worden van de verantwoordelijkheden die het lidmaatschap met zich meebrengt: dat men niet alles geven noch ontvangen kan wat het lidmaatschap inhoudt als men niet regelmatig aan Stille Samenkomsten en Zakenvergaderingen deelneemt en een passend aandeel neemt in de werkzaamheden van het Genootschap en de verantwoordelijkheid daarvoor.
Leven uit het Innerlijk Licht, 1952, blz. 266-270 (bewerkt) en Leidraad Bezoekende Vrienden Amsterdamse MV.

“Rechten” verkrijgt men niet door het lidmaatschap; zelfs niet het recht om zich op dit lidmaatschap te beroepen, bijvoorbeeld door te zeggen: ‘ik ben immers Quaker’. Men kan hoogstens zeggen: zo moet ik om mijn gewetens wil handelen, en daarom behoor ik tot de Quakers! Het Genootschap der Vrienden is geen vereniging waarvan men lid wordt en waarvoor men weer bedankt! Het is ook niet voldoende, wanneer men zegt: ik ben humanist en de arbeid der Quakers is mij uiterst sympathiek; of: ik heb mijn leven geheel in dienst van de naastenliefde gesteld. Dat zijn allemaal zeer belangrijke dingen maar bij de kwestie van het lidmaatschap gaat het niet om een vraag van ons aan het Genootschap, maar om een, die het Genootschap aan ons stelt, en dat is de kwestie der verantwoordelijkheid.

Instemming met het geloof en werken van het Genootschap is zeker voorwaarde voor het lidmaatschap, maar in de instemming zonder meer ligt nog iets passiefs. Lidmaatschap echter betekent activiteit, zij het dan niet in de vaak voorkomende zin van activiteiten tot elke prijs. Manfred Pollatz 1936.

De Quaker groep is van gevoelen dat Vrienden op zijn minst drie jaar Quaker moeten zijn geweest om te kunnen worden gekozen tot Bezoekende Vrienden voor lidmaatschap. Haagse Maandvergadering, Minuut 20, 1937.

Essentieel betekent ons Genootschap, als zodanig, niets, d.w.z. het formele lidmaatschap ervan sluit niet een beter, of zelfs ook maar ander “christen zijn” in. Wij willen slechts met elkaar en met anderen in stilte samenkomen, omdat wij ervaren hebben, dat, waar twee of meer in Christus’ naam verenigd zijn, Hij met ons is. Hier vinden wij de bron van eeuwig leven.
Eg van Meer, 1957.

Mijn dochter moest een voordracht houden over de Quakers in de hoogste klas der middelbare school. Zij riep mijn hulp hierbij in. Ik wist niets van de Quakers af, maar had in de krant gelezen dat er iedere zondag op het Raphaelplein een Quaker dienst gehouden werd. Daar trokken wij toen samen enkele keren heen. Zij was meer geboeid dan ik. Die vreemde stilte maakte me onrustig.

Enige tijd verliep. Ik maakte toen een heel moeilijke tijd door en vond geen oplossing in een gewetensconflict. Na enkele maanden bezocht ik weer een meeting. Toen was het dat in mij een sterk licht begon te schijnen. Ik ervoer met zekerheid de alles omvattende liefde van God. Ik wist vanuit de ervaring ook hoe ik moest handelen. Sindsdien had ik een sterke behoefte de zondagse meetings mee te maken, een grote vreugde vervulde mij.

Emilie Frenkel, 1960.

Een heel belangrijke factor was mijn gevoel dat ik er eigenlijk al bij hoorde, dat het lid worden het bevestigen was van een bestaande toestand. Bepalend was verder mijn overtuiging dat de wijdingssamenkomst mij dichter tot God bracht dan enig andere vorm van eredienst. De plezierige persoonlijke verhoudingen en de openheid waarmee ik van het begin af tegemoet getreden was speelden ook een belangrijke rol. Dan was er de verbondenheid met Vrienden in andere landen en het werk dat door de Vrienden werd en wordt gedaan om anderen te helpen, om betere verhoudingen te bevorderen en door beter begrip de vrede dichterbij te brengen. Tenslotte was er de verdraagzaamheid en eerbied voor andere religieuze opvattingen, zowel onder elkaar als in het werken en spreken met andersdenkenden. Mien Schreuder, 1960.

Ik heb al even genoemd het vrije karakter van het Genootschap. Enkele elementen daarvan zijn: geen menselijke leiding en geen opgelegde godsdienstige of maatschappelijke dogma’s. Maar dit wil niet zeggen dat het lid-zijn van het Genootschap een vrijblijvende zaak is. Immers, het trachten te luisteren naar de innerlijke stem en de bereidheid daaraan te gehoorzamen, zal, als het goed is, de basis zijn van ons persoonlijk en gemeenschappelijk leven.

Adolf Woldendorp, 1972.

Quaker worden was voor mij niets meer of minder dan het besluit om mezelf voortaan aan te laten spreken op de Quakeridealen, het besluit om mijn ideeën en mijn handelen te delen met (andere) Quakers, zodat ze me zouden kunnen helpen om die ideeën en dat handelen beter in overeenstemming te brengen met mijn (onze) idealen.

Wim Nusselder, 1985.

Als voornaamste voorwaarde waaraan iemand die het lidmaatschap aanvraagt moet worden getoetst werd altijd door de Engelse Vrienden genoemd dat hij/zij ‘een nederige leerling in
de school van Christus is’. In de praktijk wordt hier niet altijd op gelet. Het kan zijn dat de werkelijkheid van de Inwaartse/Uitwaartse reis niet de nadruk krijgt en dat sommigen lid
worden omdat zij het vredesgetuigenis of een andere activiteit steunen, zonder dat ze beseffen dat Quakeractiviteiten voortvloeien uit een geestelijke bron. Dit kan leiden tot individualisme en het verlies van de gemeenschappelijke relatie tot God.
Henk Ubas, 2001.

<– Vorige: 6.4 Quaker Organisatie
Volgende: 7: Overwegingen en Vragen: historische achtergrond –>

Inhoud

Posted on

6.4 Quaker organisatie – LD

De organisatiestructuur van het Religieus Genootschap der Vrienden (Quakers) hangt nauw samen met de ‘kerkorde volgens het evangelie’, waarin het priesterschap van alle gelovigen een belangrijke rol speelt. George Fox zei hierover: Christus is aanwezig te midden van zijn gemeente als regeerder, voogd en regelgever. Het gezamenlijke priesterschap brengt gedeelde verantwoordelijkheden met zich mee.

Quakers zijn wereldwijd georganiseerd in groepen die Maanden Jaarvergaderingen worden genoemd omdat ze traditioneel maandelijks respectievelijk jaarlijks bij elkaar komen om zaken af te handelen in zogenoemde Zakenvergaderingen.
De meeste Jaarvergaderingen zijn aangesloten bij het Quaker Wereldcomité – Friends World Committee for Consultation. Wereldwijd zijn er om en nabij één miljoen Quakers.

De Jaarvergadering is het hoogste besluitvormende orgaan van het Genootschap. De jaarlijkse bijeenkomst van de Jaarvergadering wordt in Nederland de Algemene Vergadering genoemd. Om dringende zaken ook af te kunnen wikkelen tussen de jaarlijkse Algemene Vergaderingen in is er een interim orgaan: de Landelijke Commissie.

De Maandvergadering is de primaire eenheid in de Quaker organisatiestructuur. Maandvergaderingen zijn autonoom. Een groep Quakers die Stille Samenkomsten houden mogen zich pas een Maandvergadering noemen als zij door de Jaarvergadering zijn erkend. In Nederland kennen we op dit moment (2015) de volgende Maandvergaderingen: de Amsterdamse Maandvergadering, de Haagse Maandvergadering, de Noordoost Nederlandse Maandvergadering (in Groningen), de Midden en Zuid Nederlandse Maandvergadering (in Bennekom). Verder zijn er twee – nog niet als Maandvergadering erkende – Quaker- groepen, één in Deventer en één in Zuid-Nederland.

In ons kleine Genootschap zijn bepaalde verantwoordelijkheden ondergebracht bij de Jaarvergadering die in het buitenland bij Maandvergaderingen zijn gelegd. Dit is niet vreemd als men bedenkt dat Maandvergaderingen in grotere landen vaak meer leden hebben dan de hele Nederlandse Jaarvergadering.

Zo berusten bijvoorbeeld de volgende verantwoordelijkheden bij de Nederlandse Jaarvergadering: Beheer van het archief, de Quaker bibliotheek in Amsterdam, het beheer en onderhoud van het onroerend goed (via de Commissie Huizenbeheer) en andere vermogensbestanddelen, de uitgave van (promotionele) Quaker literatuur (via de Literatuur- commissie), vredeswerk, ondersteuning van sociale- en vredesprojecten in binnen- en buitenland (via het Quaker Hulpfonds).

Om Jaarvergadering en Maandvergaderingen goed te laten functioneren benoemen zij ieder een Schrijver uit hun midden. De naam van de functie is ontleend aan een belangrijke onderdeel van de functie, namelijk het begeleiden van het besluitvormingsproces in de Zakenvergaderingen en het vastleggen van het gevoelen van de Zakenvergadering. Hierbij is het algemene gevoelen van de samenkomende Vrienden in dit besluit geleid te worden door de Geest leidend.
Of het nu een grote of een kleine Maand- of Jaarvergadering betreft, het goed bewaren van stukken, met name Minuten, is van groot belang. Het minutenboek is een belangrijk document en wordt te zijner tijd ook een historisch document dat inzicht verschaft in de ontwikkeling van die groep Vrienden.
Kleinere Jaarvergaderingen hebben vaak moeite om voor alle taken Vrienden te vinden die deze goed kunnen vervullen. Vaak hebben die Vrienden ook nog eens een druk beroeps- en familieleven. Daarom streven we ernaar de organisatiestructuur zo eenvoudig mogelijk te houden. Vandaag de dag kan moderne technologie ons hierbij ook vaak een handje helpen. Omdat wij de gewoonte hebben minuten ter plekke schriftelijk vast te leggen kunnen er echter dringende vraagtekens worden gezet bij het gebruik van Skype en e-mail.

De Nederlandse Jaarvergadering is een erkend kerkgenootschap en als zodanig lid van de Raad van Kerken in Nederland.
De Nederlandse Jaarvergadering oefent geen directe invloed uit op de politiek, maar doet dit via de Raad van Kerken in Nederland en de volgende non-gouvernementele organisaties, te weten de Quakerraad voor Europese Aangelegenheden en de Quaker United Nations Office.

Er zijn twee dingen, zonder welke een Quakergemeenschap nimmer zal kunnen stellen: eenheid in God en gemeenschap met elkaar. Beide beleven wij in onze stille wijdingssamenkomsten. Zou de eenheid in God geen ervaarbare eenheid zijn, dan zou de voornaamste grond voor het bestaan van ons Genootschap zijn verdwenen. En de ervaring van deze eenheid is tevens de ervaring van de gemeenschap der mensen.

Adolf Woldendorp, 1958.

Het was George Fox, die eenmaal getuigde:
‘Een ware kerk is geen gebouw, doch een gemeenschap van Gods kinderen, in Zijn Liefde verenigd.’
Het is deze kleine gemeenschap die wij steeds weer opnieuw trachten te zijn, die ik danken wil voor alle steun, liefde en begrip uit alle richtingen ontvangen…
Jo Hofman, 1959.

Quaker meetings en ook de mensen waaruit ze bestaan verschillen van karakter op elk tijdstip, zowel als in de loop der tijden. Sommige perioden zijn vervuld van groei en naar buitengerichte activiteiten. In andere is dat in mindere mate het geval. Misschien zelfs als men zucht onder de inspanningen om vroeger begonnen werken in hun uiterlijke vormen in stand te houden.

Dit brengt ons tot de vraag: Waar staan we vandaag ten opzichte van het geloof en de werken. Gaan we van de juiste volgorde uit: eerst het geloof, dan de werken? Of zetten we werk voort dat ontstaan en drijvende kracht dankte aan het geloof van degenen die ermee begonnen?
Als we in een toestand verkeren waarin de meeting meer taken heeft te verzetten dan er mensen zijn om uit te voeren, of als we meer doeleinden willen nastreven dan we kunnen volhouden, dan is ernstig zelfonderzoek geboden. Misschien moet ons geloof worden versterkt door meer eigen voorbereiding van elk lid van de groep.

Frank Blackwell, 1983.

Er is door verwonderde buitenstaanders, die keken naar het Religieus Genootschap der Vrienden, wel eens gezegd: als je je een geloofsgemeenschap indenkt, door een aantal vrienden opgericht, een gemeenschap die geen bestuur heeft, geen geloofsbelijdenis, geen dogma’s, geen voorgangers in de eredienst, waar nooit wordt gestemd over te nemen besluiten, dan kun je toch niet anders verwachten dan dat zo’n gemeenschap, al is zij nog zo enthousiast en eensgezind begonnen, onmogelijk kan blijven bestaan, maar binnen korte tijd letterlijk spoorloos zal verdwijnen. En nu bestaat het moedergenootschap al ruim drie eeuwen en onze Jaarvergadering al ruim een halve eeuw.
Anton Kalff, 1988.

De organisatie is een noodzakelijk kwaad om de beweging gaande te houden. Maar het levensgrote risico is dat de organisatie de beweging verlamt door dwingende regelgeving, zeg maar de letter die doodt, terwijl de Geest levend maakt. En de Geest is niet in een organisatie te vangen… We hebben veelal geprobeerd conflicten op te lossen door goede afspraken te maken over te volgen procedures. Maar daarmee komen we in de sfeer van het contract. De regeltjes die we dienen na te leven en waar we elkaar op controleren. En als de regels belangrijker worden dan de vriendschap, als we elkaar pijn gaan doen en beschadigen met al onze regels, dan zijn we op de verkeerde weg…

Maar daar zit het echte probleem niet. Als we als Vrienden met elkaar Vrienden willen zijn, en ons door de Geest laten leiden, dan komen we daar wel uit, en kunnen, als dat nodig is, ook wel correcties in onze organisatiestructuur aanbrengen.
Peter Spreij, 2002.

<– Vorige: Gesprek vanuit de stilte
Volgende: Lidmaatschap –>

Inhoud

Posted on

6.3 Gesprek vanuit de stilte – LD

Het Gesprek vanuit de Stilte is een samenkomst die vooral bedoeld is om gevoelens en gedachten met elkaar te delen. Meestal is het geconcentreerd rondom een bepaald onder- werp dat vooraf kort wordt ingeleid.

Net als in andere Quaker samenkomsten is de stilte een belangrijk hulpmiddel om ook tijdens zo’n gesprek in contact te blijven met “dat van God in ieder mens”. Stilte vormt een open ruimte waarin Vrienden zich samen geborgen kunnen voelen zodat ze zich vrij kunnen uiten.

De stilte geeft iedereen de gelegenheid om intens te luisteren naar de ander, maar ook naar zichzelf en zo de motieven te overwegen van waaruit men iets wil zeggen. Deze motieven kunnen veelsoortig zijn: de wil om te troosten, te imponeren, te helpen, terecht te wijzen, de aandacht te trekken, de stilte te verdrijven… Echte communicatie ontstaat pas als de woorden iets meedelen over dat wat werkelijk in degene die spreekt zelf leeft. De woorden zijn in dat geval niet bedoeld om iets in de omgeving te bewerkstelligen, maar om een zo getrouw mogelijk beeld te schetsen van wat er ten diepste in het innerlijk leeft en beweegt. Meestal levert dit geen woordenstroom op, maar eerder een stamelend zoeken naar die woorden die de innerlijke mens aan de buitenwereld kunnen openbaren. Woorden die niet kunnen kwetsen en niet weersproken kunnen worden.

Het Gesprek vanuit de Stilte is als een vijver met stil, helder water, waar de gesprekspart- ners omheen zitten.1) Het beeld van de vijver is ontleend aan Patricia Loring: Listening Spirituality De gesproken bijdrage is als een steentje dat in het water wordt geworpen. De bewegingen die in het water ontstaan zijn als de emoties die door de bijdrage in de aanwezigen wordt opgewekt. De deelnemers wachten in stille aandacht hoe alle beweging en rimpeling in het water tot rust komt. Vanaf dat moment is er ruimte voor een nieuwe gesproken bijdrage. Aan het einde van het gesprek vormen de stenen op de bodem van de vijver een mozaïek dat tot slot van het gesprek nog enige tijd in stilte door alle deelnemers wordt overdacht en overwogen.

Door onbevangen en intens te luisteren naar wat een ander zegt, stimuleer je deze om zijn of haar diepste gevoelens te verwoorden. Dit werkt bevrijdend. Woorden die vanuit het hart van een spreker komen, hebben vaak het vermogen om diep door te dringen in het hart van de luisteraar. Zo komt echte communicatie tot stand. Net als bij de Stille Samen- komst is ook de bijdrage van degenen die het gesprek zwijgend met hun stille aandacht dragen, van grote waarde.

Wat ik het meest gewaardeerd heb tijdens mijn tijd op Woodbrooke was de mogelijkheid deel te nemen aan gesprekken vanuit de stilte. Ik geloof dat deze van fundamentele betekenis zijn voor individuele geestelijke groei en persoonlijk welbevinden en voor de gezondheid van de gemeenschap waarvan men een actief lid is. Ik ontwikkel een capaciteit om beter te luisteren naar ontboezemingen van zorgen en vreugde wanneer anderen vertellen over hun geestelijke reizen. Er is de voorzichtige hoop dat we op begrip mogen rekenen bij ons onhandig proberen te communiceren. Moed groeit echter als we de zorg van anderen ervaren waar wij diepe pijn voelen. Meevoelend luisteren vraagt de inzet van heel het hart. Het is door wilskracht en om niet dat we in staat gesteld worden vertrouwen en geestelijke intimiteit te bereiken.

Kathy Tweet, 1933, QF&P, 2.80.

<– Vorige: 6.2  Samenkomst ter Verheldering
Volgende: 6.4 Quaker organisatie –>

Inhoud

References   [ + ]

1. Het beeld van de vijver is ontleend aan Patricia Loring: Listening Spirituality
Posted on

6.2 Samenkomst ter Verheldering – LD

In een Samenkomst ter Verheldering wordt vanuit de Stilte een zorg, een roeping, of een levensvraag waarmee een Vriend worstelt “in het Licht gehouden”. Zo’n samenkomst
is gericht op gezamenlijke gewaarwording, of onderscheiding (‘discernment’) van het probleem om samen helderheid te krijgen over de weg die hij/zij zou kunnen gaan. Ook in conflictsituaties wordt soms een Samenkomst ter Verheldering gehouden. Van oorsprong werd deze procedure gebruikt voor het toetsen van een roeping.

Vanaf het allereerste begin van onze gesprekken was er een sterk gevoel dat het ‘klopte’, dat het ‘juist was’, wat we bespraken. De ideeën vloeiden vrijelijk, en hoewel we het op dat moment ons niet realiseerden, zouden we nu zeggen dat we duidelijk geleid werden in ons werk.
Barry en Jill Wisher, over het ontstaan in 1978 van de Quaker Peace Action Caravan.

Helderheid verkrijgen over een roeping is een bijzondere oefening in onderscheiding. Het is een proces dat begint met aanzienlijke persoonlijke reflectie en het stellen van een aantal stevige vragen. Is dit een verlangen dat iemand anders iets gaat doen, of is het echt een roeping om zelf in actie te komen? Komt het werkelijk van God?

QF&P, 1999, 13.05.

Een Samenkomst ter Verheldering kan een middel zijn om tot begrijpen te komen, en verandering te helpen bewerken.
Geoffrey Durham, Being a Quaker, a Guide for Newcomers. Oxford 2011.

<– Vorige: 6.1  Samenkomst voor Zaken
Volgende: 6.3  Gesprek vanuit de stilte –>

Inhoud

Posted on

6.1 Samenkomst voor Zaken – LD

De Samenkomst voor Zaken wordt gehouden in dezelfde geest als de Stille Samenkomst. In deze samenkomst worden de zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor de plaatselijke groep (Maandvergadering) behandeld. Het belangrijkste kenmerk van deze vorm van samenkomst is dat de Vrienden bijeenkomen om in onderlinge verbondenheid te zoeken naar de leiding van de Geest bij het nemen van besluiten. Het gaat dus niet om het zoeken van consensus, maar om het gezamenlijk gevoelen naar een besluit geleid te zijn.

Net als bij de Stille Samenkomst geldt ook hier dat men naar een Samenkomst voor Zaken komt, voorbereid ‘met hart en hoofd’, want zo kunnen de aanwezige Vrienden zich concentreren op de onderwerpen op de agenda en bijdragen leveren die de groep helpen wegen vooruit te vinden.

De samenkomst wordt bijeengeroepen en ondersteund door de Schrijver, een van de weinige functies binnen het Genootschap. De Schrijver draagt verantwoordelijkheid voor het opstellen van de agenda, zodat de leden weten om welke aangelegenheden het gaat. Maar het is de verantwoordelijkheid van alle leden om aan de besluitvorming goed geïnformeerd deel te nemen, hetgeen overigens niet inhoudt dat hun besluit al van tevoren vaststaat. Uit rustig overleg vanuit de stilte kan een weg vooruit zichtbaar worden, die beter is dan die welke enige individuele deelnemer aan de samenkomst van tevoren had voorzien. Het is de taak van de Schrijver om het ‘gevoelen van de samenkomst’ te peilen en samen te vatten in de vorm van een ‘Minuut’ (schriftelijk vastgelegd besluit). Als Schrijver is men een dienaar van de samenkomst.

Door persoonlijke houding en het organiseren van de agenda zou de Schrijver die geest van aandachtig luisteren kunnen scheppen die ook kenmerkend is voor onze Stille Samenkomsten.
De geest waarin onze samenkomsten voor zaken gehouden wordt is er een van wederzijds respect en zorg voor elkaar en voor de zaken van gemeenschappelijk belang die aan de orde zijn.
De Samenkomst voor Zaken begint met een periode van stilte, terwijl er ook voldoen-
de momenten van stilte in acht genomen worden tussen gesproken bijdragen tijdens de samenkomst.
Alle besluiten worden genomen in een geest van eenheid. Wanneer die gevoelde eenheid

niet bereikt kan worden en de besproken zaak geen urgentie heeft, dan kan deze uitgesteld worden tot een volgende bijeenkomst. Een enkele keer komt het voor dat een Vriend zich echt niet kan vinden in de door de groep gevoelde eenheid. Mocht dat gevoelen zeer zwaarwegend zijn dan kan die Vriend de groep vragen het besluit nog niet te nemen.
Er is echter ook de mogelijkheid dat die ene Vriend zich bereid verklaart het gevoelen van de vergadering te respecteren en het besluit niet in de weg te zullen staan.
Een Samenkomst voor Zaken vraagt evenals een Stille Samenkomst een zekere discipline van de deelnemers. Hierbij hoort onder meer het in acht nemen van stilte tussen de bijdragen, het vermogen om persoonlijke inzichten los te laten als blijkt dat zij niet sporen met de door de groep ervaren leiding en de gewoonte de Schrijver te ondersteunen door en vanuit de stilte. Alle besluiten van een Samenkomst voor Zaken worden vastgelegd in Minuten. In de loop der geschiedenis zijn dergelijke Minuten, die in Minutenboeken worden opgeschreven, documenten van grote historische waarde gebleken. Zij weerspiegelen de ontwikkeling van en binnen ons Genootschap.

Samenkomsten voor zaken zijn open voor leden van het Genootschap en ‘vrienden van de Vrienden’ (sympathisanten die langdurig en regelmatig onze bijeenkomsten bijwonen maar nog geen lid zijn). Echter, wanneer zaken aangaande lidmaatschap en gevoelige aangelegenheden aan de orde zijn, kan de groep besluiten dat deze bijeenkomsten slechts open zijn voor leden. Besluitvorming in deze samenkomsten is altijd de taak van de aanwezige leden omdat zij verantwoordelijkheid dragen voor de zaken, de activiteiten en het leven van ons Genootschap. De discipline van het lidmaatschap vraagt van Vrienden een actieve deelname aan de samenkomst voor de zaken. Zij vraagt ook van Vrienden die verhinderd waren, dat zij het besluit dat de groep bereikte, respecteren en steunen. Het besluit is immers een besluit voor de hele Maandvergadering of groep.

Gewoontegetrouw worden de Minuten aan het eind van de samenkomst waarin zij aangenomen zijn, getekend door de Schrijver. Tegenwoordig, bij het gebruik van laptop-computers en e-mail, bestaat er immers een risico dat Minuten naderhand nog gewijzigd worden of dat er geen Minuten ter ondertekening voorliggen. Het is echter een wezenlijk element in ons Quaker besluitvormingsproces dat de Minuten in de samenkomst die ze aangenomen heeft worden getekend. De betekenis hiervan is dat Minuten niet gewijzigd mogen worden als ze eenmaal getekend zijn, behalve dan waar het feitelijke fouten of kleine grammaticale puntjes betreft.

Als iets kenmerkend is voor de Quakers, is het de Quaker manier van besluitvorming. Niet de stille wijdingsbijeenkomst. Wereldwijd kent de meerderheid van de Quakers geprogrammeerde wijdingsbijeenkomsten. De essentie van Quaker besluitvorming is mijns inziens het gezamenlijk zoeken naar Goddelijke leiding. De Quaker Zaken-vergadering is niet om rationeel te discussiëren (de emoties die dat losmaakt niet uit het oog verliezend). De bedoeling is om die bijdragen de ruimte te geven die leiden tot een gezamenlijke religieuze ervaring, een gevoel van verbondenheid in een goddelijk project. Bijdragen die daar niet toe leiden kunnen gewoon genegeerd worden. Ze hoeven niet expliciet tegengesproken te worden. Door de houding van ‘samen zoeken’ voelt degene wiens bijdrage genegeerd wordt zich niet persoonlijk genegeerd.

Het gaat hooguit samen met discussie die bewust gericht is op besluitvorming waarin zoveel mogelijk gezichtspunten en argumenten tegen elkaar worden afgewogen, discussie waarin het persoonlijke belang bij bepaalde gezichtspunten en argumenten losgelaten wordt. Zo’n rationele discussie is echter niet voldoende voor goede Quaker besluitvorming; het overstijgt nog niet ons collectieve beoordelingsvermogen.

Wim Nusselder, 1992.

Zeer waarschijnlijk zijn Maandvergaderingen wel eens te voorzichtig geweest en hebben zo de uitvoering van belangrijk werk vertraagd. In verschillende geschriften van Vrienden vindt men echter uitspraken waaruit blijkt dat zij achteraf zagen hoezeer het de uitvoering van hun opdracht ten goede was gekomen dat ze extra tijd voor bezinning hadden gehad.
Mien Schreuder, 2001.

<– Vorige: 5.10 Dood begravenis en rouwbetoon
Volgende: Samenkomst ter verheldering –>

Inhoud

Posted on

5.9 Ethische vragen rond leven en dood – LD

De visie van Quakers op ethische vraagstukken wordt bepaald door hun geloof in de voortgaande openbaring van God aan de mens en het belang dat zij hechten aan het spreken uit persoonlijke ervaring en betrokkenheid. Quakers hebben respect voor de traditie, omdat God ook daar werkzaam is, maar zij geloven niet dat daarin kant en klare antwoorden gevonden kunnen worden op actuele ethische vraagstukken. Er zal altijd minstens een vertaalslag moeten plaatsvinden naar de actuele situatie. Dat geldt dus ook voor complexe ethische vraagstukken rond bijvoorbeeld euthanasie, abortus en de toepassing van gen-technologie of orgaantransplantatie.

Van oudsher zijn het vooral de Quaker getuigenissen en de Bijbel die voor de Vrienden een kader vormden voor moreel handelen, maar het inwaartse Licht – de werking van Gods Geest in ieder mens, de innerlijke leraar – heeft voor de Vrienden het ‘laatste woord’. Bij ethische vragen rond leven en dood zullen zij dan ook altijd hun toevlucht zoeken bij het Licht door zich daarvoor gezamenlijk open te stellen en samen de weg te zoeken die het Licht hun wijst. Wanneer we de beantwoording van vragen rond leven en dood zouden reduceren tot het raadplegen van tradities of het toepassen van regels die door mensen zijn bedacht, dan verliezen we uit het oog dat vrijwel elk besluit direct of indirect mensen raakt. Bij een moreel verantwoord besluit zal het altijd nodig zijn vanuit een liefdevolle houding de belangen van alle betrokkenen mee te wegen. Dit leidt vaak tot dilemma’s en deze kunnen onmogelijk vanuit algemeen opgestelde regels worden opgelost.

Zulke dilemma’s kunnen, ook bij iemand die een weloverwogen besluit heeft genomen, tot veel onzekerheden en schuldgevoelens leiden. Wanneer een besluit het resultaat was van een gezamenlijk zoeken naar de weg van het Licht ligt het voor de hand dat de Vrienden die hierbij betrokken waren de eersten zullen zijn om de persoon in kwestie te ondersteunen bij de verwerking van deze gevoelens.

Ik las ooit in een boek van een feministische filosofe, dat logisch gezien alleen pacifisten tegen abortus konden zijn omdat alleen zij de absolutistische houding aannemen dat het altijd verkeerd is een leven te beëindigen. Maar wat als je zowel pacifist bent als iemand die gelooft dat vrouwen het recht hebben keuzen te maken over hun eigen leven? […] Dat betekent niet dat abortus zelf goed is, maar dat, wanneer mensen in een situatie terecht komen waar elke keuze verkeerd is, er moedige en verantwoordelijke beslissingen moeten worden genomen, en daarna met de consequenties moet worden geleefd.
Anonymus, 1990, QF&P, 22.55.

Toen het slechte nieuws kwam moest er snel een beslissing genomen worden. Ik wist dat mijn kind, zelfs als het geboren zou worden, waarschijnlijk geen zes maanden zou leven, en niet normaal gevoed kon worden. (…) Ondertussen voorzag ik de rest van de zwangerschap, die een gelukkige tijd zou moeten zijn, maar waarin ik de hele tijd zou moeten vertellen dat mijn kind niet gezond geboren zou worden. Voor ons zou er geen blijde voorbereiding zijn van wieg en speelgoed en kleertjes. (…) Ik besloot de zwangerschap te beëindigen. (…) We bleven berooid achter zonder het normale kind waar we zo naar hadden verlangd.

Jane Heydecker, 1994, QF&P, 22.57.

Posted on

5.8 Ouderdom als opgave – LD

Elke nieuwe levensfase brengt nieuwe uitdagingen, maar ook verlies met zich mee. Een van de uitdagingen van de ouderdom, is het leren omgaan met verlies. Verlies van vrienden en geliefden, verlies van fysieke en mogelijk ook mentale mogelijkheden.
Wie vroeg begint om bij elk verlies van mogelijkheden iets anders in de plaats van het verlorene te zetten, stimuleert de eigen creativiteit in het omgaan met verlies, en blijft de ogen richten op de rijkdom van het leven. Bij ouderdom hoort het omgaan met verandering: ook deze levensfase kan avontuurlijk zijn!

Desalniettemin zijn er verliezen waar geen vervanging voor bestaat. Voor vrienden die er niet meer zijn, bestaat geen vervanging: ook al zullen er altijd anderen zijn in wie we het Licht kunnen zien en stimuleren. Verlies van geheugen, verlies van helderheid in het denken gaan gepaard met angsten: wat gaat er met me gebeuren, kan ik het nog aan, kan ik mijn waardigheid nog behouden. Zulk leven wordt zeer kwetsbaar, en het voelt alsof men leeft op de rand van een afgrond. Dat is moeilijk.

Daartegenover staat dat juist het besef van de eigen achteruitgang ruimte schept om het eigen leven te overzien en te integreren. Ook ouderdom is een gift waarvan ieder van ons moet onderzoeken wat we ermee kunnen. Als het hele leven sacrament is, mogen we daar niet verlies en verdriet van buitensluiten.

Wanneer de autonomie bedreigd wordt, kan men leren passiever te leven en zo de eigenwaarde te bewaren. Men kan leren loslaten. Minder verantwoordelijkheid geeft tijd om rustig te aanschouwen in plaats van steeds te doen.
Wanneer er angst is, kan men oefenen oude zekerheden los te laten. Als dat met twijfel aan God of het Licht gepaard gaat, kan men leren rustig in de twijfel te verblijven. We weten het immers niet… en vanuit ons niet weten kunnen nieuwe inzichten komen, juist omdat blijkt dat oude zekerheden niet meer voldoen. Er is tijd voor reflectie, er is tijd om op een nieuwe manier te leren bidden.

Op deze wijze gebeurt er toch allerlei nieuws in het leven in ouderdom.
Het is een fase waarin we anderen meer nodig hebben. Mensen die we kunnen vertrouwen, want we zijn kwetsbaar. Het is vaak moeilijk uit te spreken wat er niet goed gaat, om niet voor zeur te worden aangezien.
Wanneer we iemand die oud of ziek is bezoeken is goed luisteren belangrijk, niet alleen naar wat er wordt gezegd, maar ook naar wat er niet wordt gezegd. Soms is het nodig naar oplossingen te helpen zoeken, maar soms is alleen luisteren genoeg omdat het dan gaat om delen. Delen is in het toenemende isolement van de ouderdom altijd een grote troost. Juist als men zoveel nabijen verloren heeft, is het erg belangrijk het gevoel te hebben, werkelijk door een ander te worden begrepen.

Ben je in de Duisternis? Neem dat niet te zwaar op, want als je dat doet zul je er nog meer vervuld van raken, maar sta stil en handel niet, en wacht in geduld tot het Licht uit de duisternis naar boven komt om je te leiden.
James Nayler rond 1660, QF&P, 21.65.

Ik ben blij dat ik hier ben geweest. Nu is alles helder voor mij, volledig helder… Alles is goed

(…) God regeert over alles en ook over de dood. En hoewel ik zwak ben in het lichaam, is de kracht van God desondanks over alles (…) en regeert (…) over al die geesten die nog niet tot helderheid zijn gekomen.
George Fox, kort voor zijn dood, 1691, QF&P, 21.49.

Als we ouder worden, wordt het moeilijker te erkennen dat we niet geroepen zijn geweest om op een spectaculaire wijze te dienen, dat het niet erg waarschijnlijk is dat we de wereld nog in beweging zullen zetten, en dat onze vroegere dromen om een of ander belangrijk werk op het gebied van heelwording te doen behoorlijk wat persoonlijke ambities in zich borgen.

Vele mannen en vrouwen hebben deze moeilijk te verteren les moeten leren – en hebben toen ontdekt dat zich alom nieuwe mogelijkheden aandienen. We hoeven niet tot het einde der aarde te gaan om ze te vinden; we hoeven niet jong, slim, fit, knap, getalenteerd, welsprekend of erg wijs te zijn. We vinden ze in onze buurt en onder vreemden, in onze eigen families en in onbekende kringen – schitterende gelegenheden om aardig te zijn, geduldig en begrijpend. Clifford Haigh, 1962, QF&P, 21.43.

Als we onszelf niet op enige wijze hebben voorbereid op onze dood, wat hebben we dan wel gedaan? Onder ogen zien dat je doodgaat geeft een voller bewustzijn van het God-gegeven leven. […]Uit de nabijheid van mijn eigen dood weet ik: God is. De dood is geen ontkenning van het leven maar een aanvulling erop die er een geheel van maakt; hoe gruwelijk het feitelijke sterven ook is, leven en dood zijn beide deel van het geheel en dat geheel rust in God. Ik heb altijd moeite met de conventionele woorden ‘opstanding en eeuwig leven’, maar ik weet dat het overweldigende gevoel van Jezus’ nabijheid na zijn dood zijn discipelen heeft bevrijd van hun angst. Ik geloof dat eeuwig leven in elk moment van het leven aanwezig is, hier en nu; de echte tragedie is niet hoe of wanneer we sterven, maar dat we niet het leven dat we gekregen hebben ten volle leven, met al onze mogelijkheden.

Jennifer Faulkner, 1982, QF&P, 21.57.

Het leven is een ravijn geworden.
De harde, rotsige muren van mijn handicap drukken steeds meer op me.
Er is minder hemel; en het begin is voorlopig heel ver weg.
Soms denk ik dat het gemakkelijker zou zijn wanneer ik één van de geestelijk gehandicapten zou zijn
en me onbewust door de dagen zou laten meeslepen, schijnbaar onaangedaan.
En dat terwijl ik daarentegen de ontmoedigende neergaande grafiek van mijn prestatie extrapoleer
en geen troost vind.
Maar in het halfduister kruipen soms slechte en lelijke dromen
van al lang verdwenen klachten en ruzies
en niemand kan ze opvrolijken
Terwijl ik, met een waakzame en wakkere geest
toch niet kan communiceren.
Maar ik moet moed verzamelen en geduld oefenen
Ik kan genieten van een grap; ik kan mijn geest richten

op het oplossen van problemen, het worstelen met angsten, het aangaan van mijn uitdagingen of het bewust doorbladeren van herinneringen en plezierige gedachten,
om het huidige, voorbijgaande moment in perspectief te plaatsen.
Ik kom uit mijn ravijn en denk aan anderen

alhoewel ik hen niet meer kan geven dan tweede hands liefde. Ik kan genieten van muziek;
Ik ben niet zo geïsoleerd als de doven.
Tel je zegeningen dwaas!

Val Nichols, 1989
In: This We Can Say – Australian Quaker Life, Faith and Thought, 4.40, 2004.

We kunnen over onze dood nadenken, maar wij denken zelden na over de lange periodes tegen het eind van ons leven wanneer we extra zorg en aandacht nodig hebben, omdat onze lichamen broos worden. Zij die ons liefhebben zullen al het mogelijke doen om ons dan te helpen, maar wij zijn mogelijk niet meer in staat hun besluiten te beïnvloeden. Met enige voorzorg en vooruitdenken kunnen we echter het hartzeer verminderen, zowel voor onszelf als voor diegenen die wij liefhebben.

Cathy Davies. 1998.
In: This We Can Say – Australian Quaker Life, Faith and Thought, 4.30, 2004.

Toen de dichter Milton blind werd schreef hij een gedicht over zijn blindheid. Daarin verklaarde hij ‘God nam mijn zicht weg opdat mijn ziel zou zien.’ Dat geloof ik niet. Mijn God zou niemand blindheid toebrengen. Maar mijn God heeft me wel de moed gegeven om de komende duisternis, de onzekerheid binnen te treden en nieuwe vaardigheden te leren, een grotere waardering van de kleur en schoonheid die ik nog steeds kan zien, en de verborgen schoonheid in mensen en de wereld om mij heen.

Ik weet niet wat de toekomst brengen zal. Soms voel ik dat ik bij de bevoordeelden hoor omdat ik nog steeds mobiel ben. Ik hoop dat er nog steeds iets van waarde is dat ik voor de wereld kan doen. Ik marcheer voort met geloof en hoop op de muziek van mijn eigen drummer.
Jean Carmen, 1999.

In: This We Can Say – Australian Quaker Life, Faith and Thought, 4.38, 2004.

Ik bevind me duidelijk in de laatste levensfase waarin ik in toenemende mate verliezen ervaar. Verlies van geliefden, maar ook verlies van lichamelijke en geestelijke mogelijkheden. Hoe ga ik hiermee om? Het is een uitdaging verliezen te accepteren. Het betekent veelal loslaten en het aanvaarden van de levenssituatie waarin ik mij bevind. Het aanvaarden geeft ruimte en zin aan het bestaan. Het biedt de mogelijkheden om met vertrouwen toe te groeien naar het einde van dit leven.

William Penn schreef in “More Fruits of Solitude” o.a.: “De dood is slechts het oversteken van deze wereld naar een andere wereld, zoals vrienden een zee oversteken; zij leven, hoewel gescheiden. nog in elkander. Want zij, die leven en liefhebben in dat, wat alomtegenwoordig is, blijven verbonden.”

Ik vond in familie papieren een knipsel met een citaat dat mij aanspreekt en dat aansluit bij het bovenstaande:
“Leven is eeuwig en liefde is onsterfelijk
en de dood is slechts een horizon

en een horizon is niets anders
dan een grens aan ons gezichtsvermogen”
Wim Balijon, 2019.

Posted on

5.7 Quakers en de kunsten – LD

Avontuurlijk leven vraagt behalve moed, ook veel creativiteit. Vroeger keurde men echter in Quaker kringen uitingen van creativiteit af wanneer die niet op het eerste gezicht nuttig leken. De geschiedenis van de Vrienden laat een traditie zien waarin zich een geleidelijk toenemende diversiteit van opvattingen over de kunsten aftekent. De neerslag hiervan vinden we terug in de opeenvolgende versies van de zogenoemde ‘Raadgevingen en Vragen’ en de periodiek verschijnende uitgaven van de ‘Books of Christian Discipline’ ofwel ‘Quaker Faith and Practice’. Hoewel de uitspraken in al deze versies in de tijd verschilden vormen de Quaker getuigenissen steeds de rode draad.

Sommige aspecten van wat Quakers van persoon op persoon en van generatie op generatie overdroegen veranderden meer dan andere. Zo wijzigde zich de houding die de Quakers gedurende de eerste 200 jaar van het bestaan van het Genootschap innamen ten opzichte van de autonome schone kunsten. Zíj werden beschouwd als afleidende verstrooiing, die door hun meeslepend beroep op emoties de betrokkenheid op wat mensen op deze aarde ter harte moest gaan, aantastte. Het verpozen in de schijnwereld van het theater en de dans, met hun soms overdreven dramatiek en theatrale betoveríng, vonden de vroegere Quakers gevaarlijk dicht bij het gangbare patroon van triviaal vermaak liggen. Zo sloten Quakers zich oorspronkelijk af voor de muzikale traditie omdat zij die in de eerste plaats associeerden met de hofcultuur en de liturgische cultuur enerzijds, ofwel met de vulgaire cultuur van kermissen, dans, pret, zinnelijk vermaak anderzijds. Religieuze muziek werd beschouwd als iets wat de directe omgang tussen God en mens verstoorde. Daarbij kwam dat men er rekening mee hield dat gemeenschappelijke zang, als onderdeel van de samenkomst, gelovigen zou brengen tot het zingen van teksten die buiten de persoonlijke geloofservaring stonden. In de negentiende eeuw brachten de opwekkingsbewegingen in de Verenigde Staten de gemeentezang binnen de Quaker kring, en begonnen de Quakers te beseffen dat naast het ‘stille uur’ ook kunst een positieve waarde kan hebben. Elizabeth Fry pleitte in 1833 voor een plaats van kunst in de opvoeding.

In de loop van de negentiende eeuw veranderden deze opvattingen en allengs kreeg men in Quaker kring oog voor de positieve waarde die de kunsten in het menselijk leven kunnen hebben. Men begon ruimte te maken voor persoonlijke keuzen, voor de vorming van een moreel én een esthetisch oordeel op een terrein dat eerst door hen werd gemeden.

Het kiezen tussen mooi en lelijk, net zoals de keuze tussen goed en kwaad kon men nu ook zien als een onvervreemdbaar aspect van het menselijk leven. Het luisteren naar muziek, het met elkaar musiceren, het lezen, acteren, boetseren enzovoort, kortom het aanspreken van de creatieve mogelijkheden in onszelf, kunnen bijdragen tot het hervinden van ons evenwicht in een wereld die soms uit balans lijkt te zijn. Schoonheidsbeleving en het scheppend vermogen ging men zien als een door God gegeven kwaliteit van mensen.

Om een dans te maken moest ik het gevoel krijgen dat ik geleid was. Ik luisterde naar binnen door de lichamen, persoonlijkheden en capaciteiten van de dansers in een poging om naar
het diepste niveau te gaan en te ontdekken wat voor bewegingen daaruit wilden opkomen. Dan volgde ik de gouden bewegingsdraad waar en hoe die zich wilde ontwikkelen. Altijd probeerde ik goed te luisteren en te volgen. Het voelt hetzelfde als de leiding om een boodschap in de wijdingssamenkomst te delen. Van binnen naar buiten in beweging en gebaar, de bijna universele taal, van hart en ziel naar hart en ziel spreken, het toneel als wijdingssamenkomst. Dat was mijn roeping als choreograaf en mijn ervaring.

Christopher Beck, 2013.

De grond rondom mijn woning is vandaag totaal bedekt met mangogele en bruinleren bladeren. Hoezeer ik ook van ontluikend groen hou – er gaat niets boven de tinten van een vers herfsttapijt, zoals dat hier nu ligt uit te rusten na een grote storm, zich nog niet bewust van toekomstige regenpap.

Mijn ogen zwerven door alle tinten van het tapijt, van de bomen, van de ene te laat nog tot bloei gekomen zomerroos en de rode bottels. Straks is dat alles weg, er komt een lange winter van onthouding aan: kale takken, grijze luchten, donkere kleding. Alleen in huis krijgen mijn ogen dan nog voeding van Miró en van Hundertwasser. Ik ben een Quaker die leeft van kleuren en dat in deze eeuw gelukkig ook mag zeggen.

God schiep de kleuren en gaf ons de bijbehorende ogen, Deo gratias.

Thea Droog, 2013.

Wat ‘Kunst’ maken betekent, ach, dat is lastig te zeggen.
Ik weet dat ik er veel van leer. Bijvoorbeeld:
Tevreden zijn, misschien zelfs trots als iets vandaag gelukt is. Verbazing. En de volgende dag vele tekortkomingen zien en me daar nederig en bescheiden door voelen. Evalueren en relativeren dus. Wat anderen over mijn producten zeggen, zegt niet veel over die producten maar alles over de ander. Ik leer door te tekenen het belang van de grote lijn én de details, en de verhouding daartussen. Ik zie dat de schets soms mooier is dan het eindresultaat, ik merk dat een idee niet altijd gerealiseerd kan worden. Dat afstand nemen erg belangrijk is: als je ergens te lang bovenop zit, zie je het niet goed meer. Het zijn allemaal dingen die in mijn dagelijks leven doorklinken….
Ik kan er niets aan doen dat ik kan tekenen, het hoort bij me.
En ik heb beter leren kijken natuurlijk.
Als ik echt aan een langer durend werk bezig ben, is de stemming erg belangrijk. Er is geen denken tijdens het schilderen. Er is een stemming en het lichaam dat ‘gehoorzaamt’. En een geest die luistert.
Erik Dries, 2013.

Posted on

5.6 Natuur, milieu en duurzaamheid – LD

Zorg voor natuur en zorg voor milieu zijn belangrijk bij Quakers. Zij hebben een lange traditie op dit gebied. Zo noemde William Penn George Fox een “gelovige natuurliefhebber”. Hij was tegen jagen en valkenieren en stimuleerde jonge mensen tot het bestuderen van de natuur. In de visie van Fox openbaarde God zich niet alleen in zijn ‘Woorden, maar ook in zijn Werken’, dat wil zeggen in de wonderbaarlijke pracht van de schepping. ‘Zeggen dat we God liefhebben en tegelijkertijd wreedheden begaan tegen de minste van Zijn schepselen is een tegenstelling in zichzelf ’ zie John Woolman.

In de Bijbel geldt de regenboog als teken van Gods eeuwige verbondenheid met de hele schepping: ‘Dit zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond dat ik met alle levende wezens op aarde gesloten heb’ (Genesis 9:17).

Ondanks het feit dat Quakers in het zeventiende-eeuwse Engeland niet toegelaten werden tot universitaire studies telde het Genootschap toch vele grote natuurwetenschappers, bijvoorbeeld: John Barton, William Barton, Thomas Lawson, William Curtis, Peter Collinson, John Fothergill. en zo voer Sydney Parkinson mee als natuurvorser op het schip Endeavour tijdens de ontdekkingsreis van Captain Cook in de Stille Zuidzee.

Alle studie en onderzoek deden en doen Quakers beseffen dat zij onlosmakelijk verbonden zijn met de schepping en daar dus zorg voor horen te dragen. Al in de achttiende eeuw zei Woolman dat wat de aarde voortbrengt een gift is van onze Schepper aan de bewoners en dat roofbouw plegen en de aarde uitputten schade toebrengt aan de schepping en voor de komende generaties. Onze niet te stillen honger naar grondstoffen put de aarde uit. Die hebzucht geeft aanleiding to klimaatverandering en oorlog.

Door de begrippen milieu en omgeving wordt gesuggereerd dat de mens centraal staat en zonder meer kan heersen over de natuur. Wij mensen zijn echter een deel van het wereldomspannende netwerk van leven en zijn daar niet alleen afhankelijk van, maar ook verantwoordelijk voor. Veel soorten planten en dieren zijn al uitgestorven en nog meer worden bedreigd met uitsterven. Dat mogen we niet laten gebeuren. We dienen ons te realiseren dat dit vooral voor rekening komt van de geïndustrialiseerde landen op het noordelijk halfrond komt. Dat geeft Quakers wonend in dat deel van de wereld een bijzondere verantwoordelijkheid om er toe bij te dragen die negatieve ontwikkelingen te keren.

Het is dus nodig een ander economisch beleid en een duurzame levensstijl te ontwikkelen met het oog op de toekomst van de aarde.

In Overwegingen en Vragen wordt het zo gezegd:

Probeer sober te leven. Een vrijwillig gekozen eenvoudige levensstijl kan een bron van kracht zijn. Laat je niet ompraten om te kopen wat je niet nodig hebt, en zeker niet wat je je niet kunt veroorloven. Houd je je op de hoogte van de gevolgen die jouw levensstijl kan hebben voor de economie en het milieu wereldwijd?
(O&V, nr. 41)

De wereld behoort niet aan ons en de schatten van deze aarde zijn niet de onze om er naar willekeur over te beschikken. Behandel alle schepselen met liefdevolle eerbied. Probeer de schoonheid en verscheidenheid in de wereld te behouden. Werk eraan dat onze toenemende macht over de natuur op een verantwoorde manier en met eerbied voor het leven wordt uitgeoefend. Verheug je in de glorie van Gods voortgaande schepping.

(O&V, nr. 42)

De schoonheid en verscheidenheid van de natuur, de oneindigheid van de ruimte en de opeenvolging van de jaargetijden en van dag en nacht laten niet na telkens weer diepe indruk op ons mensen te maken.
Britse JV, 1925.

Erkennend dat wij deel uitmaken van een samenleving waarvan wij genieten en die in zeker mate ons dagelijks leven bepaalt, voelden wij toch de noodzaak van kritiek op de wijdverbreide consumptieve levenshouding, een kritiek die perspectief kan openen op een meer wezenlijke vrijheid.

Laten wij kieskeurig zijn in de behoeften die we willen bevredigen, opdat we ruimte krijgen om onze opdracht beter te vervullen.Want de ware discipline is het streven een beter discipel van Jezus te zijn, en anderen te helpen op die weg.
Zendbrief Nederlandse Jaarvergadering, 1971.

Het zijn de economische verhoudingen, die de oorzaak zijn van veel van het onrecht in de wereld, het zijn de belangen van onze industrieën waarvoor volkeren verdrukt worden, waarvoor we water en lucht vervuilen, ons milieu kapot maken. Geld, ogenschijnlijk een neutraal ruilmiddel, speelt een enorme rol. Geld is macht.
In dit licht bezien is het geen wonder dat er velen zijn, zowel in ons genootschap als in andere jaarvergaderingen en kerkgenootschappen, die verontrust zijn over de wijze waarop wij geld beheren en verkrijgen. Dit is geen kwestie van financiële deskundigen alleen – het is niet eerlijk deze verantwoordelijkheid alleen op hun schouders te laden – dit is iets waarvoor iedere Vriend persoonlijk verantwoordelijk is. Het is verdrietig te zien hoe onvriendelijk wij tegenover elkaar komen te staan als dit probleem aan de orde is. Ook dat behoort dus tot de macht van het geld; onenigheid zaaien tussen vrienden.
Peter Spreij, 1974 .

Zonder er bij stil te staan plegen wij roofbouw op de aarde en “exploiteren” wij elkaar. Zodoende reduceren wij de natuur en onze medemensen tot object. Steeds duidelijker tekenen de met deze levensstijl samenhangende vernietigende tendensen zich af: de alarmerend toenemende milieuaantasting, de schrijnend toenemende inkomensverschillen, de door bewapening schokkend toenemende kapitaalsvernietiging. Daarbij dienen we ons vooral te realiseren dat deze “ontwikkelingen” complexe samenhangen vertonen én in strijd zijn met de roeping waardoor wij ons gegrepen zouden moeten weten. Navolging van Jezus betekent dat wij ons moeten bekeren van deze heilloze weg van (zelf)vernietiging, dat wij ons moeten verzetten tegen deze ontheiliging van Gods scheppingswerk.

Kees Nieuwerth, 1988

Ons overnemen van de oproep van de Wereldraad van Kerken tot Gerechtigheid, Vrede en Heelheid van de Schepping komt voort uit ons geloof en kan er niet van gescheiden worden. Dit daagt ons uit om opnieuw naar onze levensstijl te kijken en onze prioriteiten te stellen en doet ons de waarheid van Gandhi’ s woorden beseffen: ‘Zij die zeggen dat religie niets met politiek van doen heeft weten niet wat religie betekent.’ De natuurlijke hulpbronnen van de aarde moeten bewaard en evenwichtiger gedeeld worden en, omdat wij een integraal deel van de schepping zijn, is dit onze verantwoordelijkheid’.

Britse JV, 1989

In antwoord op Gods liefde houden wij ons bezig met de herbezinning op onze eeuwenoude Quaker getuigenissen, in voorbereiding op de Triennial in Birmingham.
Meer dan ooit roept deze tijd ons op die getuigenissen in ons persoonlijk en maatschappelijk leven waar te maken.

Gezien de actualiteit van de zorgwekkende ontwikkelingen op het gebied van natuur en milieu in deze eeuw, willen we naast waarheid, gelijkheid, vredelievendheid, eenvoud van leven en sociale gerechtigheid “duurzame ontwikkeling” aan onze getuigenissen toevoegen.
Zendbrief Nederlandse Jaarvergadering, 1997 (redactie)

In 1988 nam de Nederlandse Jaarvergadering een minuut aan waarin onze vertegenwoordiger de Driejaarlijkse wereldbijeenkomst in Japan de dringende vraag te stellen om het thema van het oecumenisch conciliair proces – Gerechtigheid, Vrede en de Heelheid van de Schepping – een belangrijk onderdeel te maken van de activiteiten van FWCC voor de komende jaren. Wie zijn wij dat we deze werken van God dreigen te vernietigen? Ze behoren niet aan ons, maar wij maken er deel van uit. Wij zijn een deel van de door God gegeven schepping. Wij zijn geroepen tot goed rentmeesterschap teneinde de heelheid van de Schepping in stand te houden..

Peter Spreij, 1997.

Wij doen een beroep op in het bijzonder Vrienden in de geïndustrialiseerde wereld:

  • te overwegen hoe wij onze levensstijl zouden moeten veranderen. Laten we eraan denken dat wij verrijkt kunnen worden door een eenvoudiger en minder verspillende manier van leven. In het bijzonder om:
  • te helpen de atmosfeer te beschermen door ons gebruik van fossiele brandstoffen aanmerkelijk te beperken;
  • ons gebruik van natuurlijke hulpbronnen te beperken tot datgene wat werkelijk duurzaam is. We realiseren ons dat dit voor velen van ons zal betekenen dat we onze materiele consumptie aanmerkelijk verminderen. Peter Spreij, 1998. Wij geloven dat het van vitaal belang is dat we de bedreiging van het leven op aarde door de aantasting van het milieu aan de orde stellen. We geloven dat we een verplichting tot verantwoord rentmeesterschap hebben voor Gods schepping, alhoewel we erkennen dat we daarin niet altijd volledig slagen. Wanneer we de natuurlijke omgeving en haar schepselen schade toebrengen, beschadigen we Gods schepping. Eerbied voor menselijk leven kan niet gescheiden worden van het handhaven van de integriteit en gezondheid van de ecologie van onze planeet.

Concurrentie om land, water en andere kostbare grondstoffen leidt tot oorlogen en ecologische rampen. Roofbouw op en misbruik van natuurlijke hulpbronnen is niet duurzaam
Wij roepen alle volkeren en regeringen van de wereld op de gelijkwaardigheid van alle mensen en de integriteit van de natuur te erkennen en samen te werken voor het algemeen belang van de hele wereldgemeenschap.

We besluiten om naar aanleiding van de behoeften van de hele aarde om met Gods hulp onze levensstijl te onderzoeken en samen te werken bij het nemen van stappen naar een duurzaam leven voor allen.
Driejaarlijkse wereldbijeenkomst, Dublin, 2007.

Posted on