Religieus Genootschap der Vrienden

Moedig en hoopvol worden

Gedachten door Thea Droog

Overweging 29

“Ben je in staat het ouder worden moedig en hoopvol te benaderen?
Tref, indien mogelijk, tijdig maatregelen voor je verzorging, opdat je anderen niet onnodig belast. Ouderdom kan in toenemende mate gebreken en vereenzaming met zich meebrengen, maar de oude dag kan ook rust, onthechting en wijsheid brengen. Bid dat je ook in je laatste levensjaren in staat mag zijn nieuwe wegen te ontdekken om Gods liefde te ontvangen en uit te stralen.”

Ben ik in staat het ouder worden moedig en hoopvol tegemoet te treden? Ik ben nogal laconiek: que sera, sera. En als het sera overgaat in het nu, stap ik er met beide voeten in, zonder schroom, zonder te proberen het “lot” om te buigen.
Is dat moedig? Het lijkt me eerder naïef – wat niet fout is, toch?
En hoopvol heeft er niets mee te maken. Omdat ik al oud ben, weet ik ongeveer wat de neerwaartse spiraal in petto heeft.

Que sera dus maar!!

Que Sera, Sera (Wat zijn moet, zal zo zijn) is een populair lied uit 1956, geschreven door Jay Livingston (muziek) en Ray Evans (tekst).

Het lied werd het eerst gebruikt in de film The Man Who Knew Too Much van Alfred Hitchcock uit 1956,

met in de hoofdrollen Doris Day en James Stewart. Day nam het lied op en scoorde er een hit mee in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Van 1968 tot 1973 was Que Sera, Sera het themanummer van de sitcom The Doris Day Show.

Posted on

Zondagochtend

Het is zondagochtend en ik zit op de bank. 
Via Zoom aangesloten bij een Quakerbijeenkomst. 
Op afstand maar toch met elkaar verbonden. 
Warm, comfortabel en veilig. 
En in de stilte waarin wij Gods leiding zoeken,
malen de woorden van een lied door mijn hoofd;
“Er spoelen mensen aan…” 

2016 was het toen Kiki Schippers met dit lied de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied won. Vijf jaar later zijn we nu, vijf jaar… en nog steeds is dit lied actueel. 
Hoe dan God? 
In hemelsnaam, hoe dan? 

Wij zien toch de ellende van onze medemensen? 
Wij zien toch hun nood, hun honger, hun angst, hun wanhoop? 
Hoe is de mensheid zo ver afgedwaald van uw ideaal God? 
Hoe is naastenliefde een mooi, hypothetisch streven geworden
in plaats van dagelijkse werkelijkheid? 

En wat voel ik mij dan klein. 
Ik ben maar één mens, een simpel mens. 
Ik ben geen minister-president of miljonair, wiens invloed ver reikt. 
En zelfs al zou ik al mijn spaargeld geven of jaren van mijn leven,
dan nog zou het een druppel op een gloeiende plaat zijn. 

De woorden van het lied snijden door mijn ziel en in de stilte zoek ik uw Liefde. 
Help mij toch om mijn medemensen te helpen,
mijn broeders en zusters die alleen geen kans maken. 
Help mij toch om een verschil te kunnen maken,
voor hen die nauwelijks nog hoop hebben. 
Help mij toch om moed te houden, om niet op te geven,
om niet te denken dat er geen beginnen aan is. 

God, ik bid u, laat uw Liefde stromen door mijn handen. 
Uw Liefde spreken door de woorden uit mijn mond. 
Laat uw Liefde mijn voeten daar leiden
waar uw werk gedaan moet worden. 
Laat uw Liefde mijn inspiratie zijn voor elke beslissing
die ik maak en elke actie die ik onderneem. 
En help mij God, om in de waan van de dag en in het lawaai van ons leven,
toch uw innerlijke leiding te horen en er gevolg aan te geven. 

Want dan weet ik dat er hoop is. 
Dat wanneer wij leren te leven vanuit uw Liefde, er toekomst is. 
En ik bid u God, om bij een ieder van ons te zijn
en om onze harten te openen voor uw Liefde,
zodat wij samen bouwen aan een toekomst
waarin geen enkel mens ooit meer zijn toevlucht hoeft te zoeken
tot een gevaarlijke reis in een gammel bootje voor een menswaardig bestaan. 

Posted on

Programma AV 2021 – voorlopig

Je moet inloggen om deze inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Nog geen lid? Meld je aan
Posted on

Spirituele gaven, de geliefde gemeenschap en het verbond.

Door Emily Provance Pendle Hill Pamphlet 461, febr. 2020. Vertaling Frieda Oudakker

2. Grote Vleugels – Onze spirituele gaven en ‘Naamgeving’.

‘’Als God van ons vraagt om te bouwen aan het koninkrijk van God, dan heeft God ons waarschijnlijk grote vleugels gegeven.”

De musical waarbij ik werkte heet ‘Archipelago’, van LeeAnne Hill Adams. Daarin zegt hij dat engelen “lijken op de zon die door een kristal schijnt”. Licht door een prisma. Dat is het Religieus Genootschap der Vrienden en al de verbondsgemeenschappen daarbinnen. We hebben allemaal het Licht in ons, maar het schijnt door ieder van ons verschillend. We hebben het rood en het oranje en het geel en groen, blauw, indigo en het violet. Natuurlijk is dat prachtig. Het zijn allemaal geweldige manifestaties van het Licht, allemaal weer anders. Als ze allemaal samenkomen zie je het complete spectrum. Klinkt dat niet leuk?

Behalve, in werkelijkheid is het vaak nogal zweterig en smerig. Het kost veel moeite en we stoeien wat af met elkaar. We neigen naar een gevecht over wie de groene en wie gele is – en hebben we indigo wel nódig – en wat ís dat trouwens, indigo? We raken van streek, vallen over elkaar heen en schaven ‘het vel van onze knieën’.

“Ze schitteren en dansen en spelen. Het is prachtig om hen te zien. Hun vleugels zijn als regenbogen, stralend en kleurrijk…… Ze haasten zich naar je toe, handen klappend en hun grote vleugels tonend. “

Wij zijn niet altijd zo goed in het tonen van onze grote vleugels. Nou weet ik wel dat deze passage gaat over de hemel en de engelen. En niemand zei ooit dat wij engelen zijn. Maar het Quakerisme vertelt ons dat het koninkrijk van God op aarde er nú kan zijn, dat wij kunnen en moeten bouwen aan dit koninkrijk.
Theologen noemen dat de ‘gerealiseerde voleinding der wereld’: het idee dat we niet hoeven te wachten dat het koninkrijk er vandáág kan zijn. En als God van ons vraagt om te bouwen aan dat koninkrijk van God, dan heeft God ons waarschijnlijk grote vleugels gegeven.

Dus wat zijn die vleugels? Hoe zijn we verschillend? Hoe manifesteert het Licht van God zich in ieder van ons verschillend? Sommigen van ons zijn organisatoren. Sommigen van ons zijn bidders en sommigen zijn werkers, zorgers, vernieuwers, provocateurs en sommigen zijn healers. En sommigen hebben een geweldig vermogen om lief te hebben.

Jan Wood, een evangelische Vriendin, heeft een groot deel van haar leven besteed aan workshops geven over spirituele gaven. Ik dank veel van mijn begrip van gaven en gemeenschap-zijn aan mijn werk bij Jan. Zij benoemt gaven in Bijbelse taal. Ze noemt er in het totaal ongeveer vierentwintig. Hierbij een paar van mijn favorieten:

Genade. Het vermogen en verlangen om lijden te verlichten. Dat is mijn vriendin Heather. Zij pleegt mij angst aan te jagen door hongerige mannen, die zij op straat tegenkomt, uit te nodigen voor een maaltijd in het lokale fastfood restaurant. Haar drang om hun eenzaamheid en honger te verlichten weegt zwaarder dan de zorg voor haar eigen veiligheid.

Geven. Het verlangen om bezit te delen. Dat is mijn vriendin Sara, die liever alles weggeeft dan het zelf te houden. Hoeveel ze er zelf ook van houdt, het weggeven geeft haar meer voldoening.

Exorcisme. Het vermogen om te bevrijden van systemische onderdrukking. Dat zal Lisa zijn. Zij heeft de gave om patronen van een onderdrukkend systeem zo helder te benoemen, dat zij hele groepen mensen in staat stelt samen te werken aan de opheffing ervan.

En tenslotte helpen. O.a. het vermogen om mensen op leiderschapsposities te ondersteunen. Dat moet Joe zijn. Hij ondersteunt zó voortdurend en in stilte, dat hij zelf bijna nooit opgemerkt wordt.

Er zijn zes stappen in het goed gebruik maken van onze spirituele gaven binnen een gemeenschap. Dat zegt Lloyd Lee Wilson in ‘Essays on the Quaker Vision of Gospel Order’ (Philadelphia Friends Gen. Conf. 2001). De eerste stap is naamgeving, eenvoudig benoemen welke kwaliteiten we bij iemand zien. Dat brengt mij bij een verhaal van Madeleine L’Engle “A Wind in the Door”. Meg, de hoofdpersoon, keert terug naar haar middelbare school en ontmoet haar oude directeur, mr. Jenkins. Alleen is er niet één Mr Jenkins, er zijn er drie. Eén is de echte en de andere twee zijn gevallen engelen, vermomd als Mr. Jenkins. En Meg wordt uitgedaagd om de echte te identificeren.
Eén mr. Jenkins is buitengewoon vriendelijk. Hij haalt alles uit de kast om het haar naar de zin te maken. Een andere mr. Jenkins is streng en ronduit grof. Hij eist dat Meg hem aanwijst als de enige echte mr. Jenkins. Hij is buitengewoon geërgerd als Meg dat niet meteen doet. De derde mr. Jenkins maakt contact en is betrokken bij het gesprek. Hij is erg zichzelf, en dat wil zeggen iemand die niet erg warm en gevoelig is. Dit is, zoals we zullen zien, de echte Mr. Jenkins. Het doet er niets toe dat Meg niet zo houdt van mr. Jenkins. Hij is veeleisend en ongeduldig en erg weinig invoelend. En hij is nooit erg vriendelijk geweest tegen de familie van Meg. Meg zou er zelf niet voor gekozen hebben om met hem om te gaan. Maar dat doet er niet toe. Want op dat moment is het Meg’s taak om mr. Jenkins te zíen, echt te zien. En dat dóet ze. Ze ziet hem, noemt hem bij zijn Naam, met een hoofdletter N, en de gevallen engelen vliegen weg.

De eerste keer dat ik keek naar de lijst van spirituele gaven van mijn vriendin Jan, noemde ze mij bij mijn Naam. Ze hoefde het niet eens aan mij uit te leggen. Het was genoeg dat ze zwart op wit schreef: apostelschap: het vermogen en de natuurlijke autoriteit om voor groepen en organisaties van geloofsgemeenschappen te zorgen en die te leiden. Tot dan toe dacht ik dat iedere Quaker zich persoonlijk verantwoordelijk voelde voor het hele Religieuze Genootschap van Vrienden. Op dat moment, de definitie van apostelschap lezend, wist ik wie ik was.

Heb je ooit die ervaring gehad, dat je bij je Naam genoemd werd? Het gebeurt niet altijd in het kader van spirituele gaven. We kunnen bij onze Naam genoemd worden als iemand ziet hoe we in elkaar zitten. Of als iemand onze pijn herkent, of liefde voor ons uitdrukt. Voor ons als geheel. Niet één aspect van ons, of voor wat we voor ze kunnen dóen, maar voor ons wezen. Dat ze houden van wie we zijn. Dat is een krachtige Naamgeving! Ik heb het over het moment dat iemand zegt: ik weet wie jij bent. Op deze manier gekend te worden is essentieel voor ons welbevinden. Er is er Eén die ons altijd kent, en dat is God. We kunnen teruggaan naar het boek Jeremia 1:5

“Voor ik je vormde in de buik van je moeder kende ik je, en voordat je geboren werd heiligde ik je”.

God maakte ons, heiligde ons en heeft ons grote vleugels gegeven.

Posted on

Leven na de dood?

(2e deel)

Ingezonden en vertaald door Martin Touwen, naar aanleiding van de gespreksgroep van Deventer op 17 mei. Uit Diana Lampen ́Facing Death’ 1979. Weergave van de bijdragen, door de redactie.

Ik zou het zeker niet leuk vinden als het volgende leven een soort gelukkig vakantiedorp
was voor de deugdzamen. In gelijkenissen of poëtische termen, zou ik het me liever voorstellen als in een van de chassidische verhalen; daarin staat: “Wanneer een goed persoon naar de hemel gaat, is hij zo doodgevroren dat God hem duizend jaar in zijn handen moet verwarmen voordat zijn ziel zich kan openen naar het paradijs.” Maar als iemand meer zekerheid nodig heeft omdat hij in wanhoop verkeert, lijkt het er vaak op dat het meer er is en hij het kan vinden, hoewel het niet aan iedereen op dezelfde manier zal worden gegeven.

We kunnen bijvoorbeeld lichtflitsen uit de eeuwigheid ontvangen in zeer hechte menselijke banden als we het gevoel hebben dat ze behoren tot een dimensie die verder/dieper gaat dan het dagelijkse leven. Voor Ossip Mandelstam, de Russische dichter, die een van Stalins slachtoffers werd, was “het voorbijgaande moment, het hier en nu, een groot geschenk dat hij nooit met minachting wilde afwijzen, vooral sinds het hier en nu hem de vreugde van de eeuwigheid gaf” meldt zijn weduwe Nadezhda.

Veel mensen – en dat is mij ook overkomen – ervaren van tijd tot tijd een plotseling en intens besef van iemand die is overleden. Het komt ongevraagd. C.S. Lewis beschrijft het als volgt: “Alleen al de indruk dat haar ziel even naar de mijne keek. Er was geen emotie voor nodig. De intieme vertrouwdheid was compleet, tegelijkertijd versterkend en genezend.”

Een Quaker-vrouw die haar zoon verloor schreef: “In de dagen onmiddellijk na de dood van onze zoon voelde ik zijn aanwezigheid meer dan eens overweldigend. Maar in reactie op mijn verontwaardiging dat ik hem terug wilde, was ik ook verrast om hem te horen zeggen dat hij niet terug wilde gaan, dat het goed met hem ging. Dat was het laatste wat ik had verwacht, maar ik twijfel niet aan de realiteit van de ervaring.”

Ik zou soortgelijke ervaringen kunnen noemen, allen zo onverwacht van aard. Dus als we weer bij onszelf komen vanuit onze aanvankelijke droefheid en schok, kunnen we opmerken dat de dood in zekere zin niet het einde was van een hechte relatie, omdat liefde deel uitmaakt van het eeuwige. Onze topervaringen hebben iets van tijdloosheid. Mandelstam, de Russische dichter, overtuigde zijn vrouw ervan dat “een dergelijke harmonie die op aarde kan worden gecreëerd, de openbaring is van de Geest die in de eeuwigheid leeft. Met andere woorden, zelfs als poëzie en muziek in deze wereld worden vernietigd, kunnen geen van beide ooit verloren gaan, omdat ze voor alle eeuwigheid zijn gevormd in een persoon die dient als een vat van harmonie.” Ik kan zeggen dat ik dit ook voel, vooral onder de indruk van de natuur en muziek. Vreugde en nieuw leven kunnen uit pijn opbloeien.
De beelden die we gebruiken om deze ervaringen te beschrijven, kunnen soms onhandig klinken – een echt gevoel kan tenslotte een slecht gedicht inspireren. Hoewel we mogen toegeven dat het hoe, wanneer, zelfs het wat van dit alles niet precies kan worden uitgedrukt, schuilt er iets van een gemeenschappelijke waarheid achter alle pogingen. Namelijk dat de essentie van het menselijk leven niet in enkelvoudige van geboorte tot dood te vatten is. Isaac Penington heeft hierover iets gezegd dat mij bijzonder dierbaar is: “De tijd is nabij, waarin de tijd niet langer zal zijn; en dan zal alles wat in de tijd een wezen had, niet meer zo blijven. We moeten allemaal naar het graf kijken, naar het stof; we moeten allemaal een eeuwige slaap slapen als de laatste nacht komt: als we al onze ruzies begraven en ontwaken in een volmaakt leven en liefde: en dan zullen we voor onszelf en voor elkaar zijn wat we nu slechts verlangen. ” William Penn vertelde over de dood van George Fox: “Zoals hij leefde, stierf hij; hij voelde in zijn laatste ogenblikken dezelfde kracht die hem had geroepen en bewaard. Hij was zo zelfverzekerd dat hij de dood overwon, en tot het laatst zo sereen in zijn geest dat de dood nauwelijks de moeite waard was om opgemerkt of genoemd te worden.

Ook nu weer een hele mooie uitwisseling van ervaringen van verlies van een partner, een kind, een geliefde, waar we nauwelijks over praten. De stilte tussen de bijdragen verdiepen de uitwisseling van onze ervaringen. Indrukwekkend om deze bijdragen te delen.

  • •..  Na de dood van mijn partner voelde ik heel sterk het contact, het was goed.
  • •..  Dit is voor mij de kern van mijn geloof.
  • •..  Indrukwekkend wat William Penn schrijft over hoe George Fox omging met zijn eigen dood, wat een sterk, kracht gevend geloof!
  • •..  Het is voor mij onmogelijk om me voor te stellen hoe het zou zijn zonder tijd. Het is juist daarom een opening voorbij mijn voorstellingsvermogen.
  • •..  Hoe belangrijk is het om rust te voelen in deze wereld. Wij hebben als levenden geen onbeperkte tijd, maar na de dood wel.
  • •..  Met dit inzicht kan ik meer loslaten. Ik accepteer mijn tekort schieten.
  • •..  Schilderen zonder schaduw kan niet, leven zonder dood bestaat niet.
  • •..  Ik kan ondanks de beperkingen van deze aarde, toch de ervaring van liefde voelen.
  • •..  Bij de Quakers voel ik dit sterk. Het is een school om ervaringen op te doen die mij een ́dag-energie ́ geven.
Posted on

Berichtenblad mei 2021

Je moet inloggen om deze inhoud te bekijken. Alsjeblieft . Nog geen lid? Meld je aan
Posted on

Leef avontuurlijk!

door Erik Dries en Sytse Tjallingii, als begin van een inspiratiesnoer, waarin Vrienden opschrijven wat een overweging bij hem of haar inspireert

Leef avontuurlijk! (Overweging 27, blz 16 van het kleine groene boekje): Als er keuzes gemaakt moeten worden, kies je dan de weg die de meeste mogelijkheden biedt om je gaven in dienst te stellen van God en de gemeenschap?
Laat je leven spreken. Als er beslissingen genomen moeten worden, ben je dan bereid samen met anderen naar helderheid te zoeken, om Gods leiding te vragen en elkaar met raad en daad bij te staan?

Sytse:

Deze raadgeving spreekt me heel erg aan. Bij het lezen ervan komt de vraag boven hoe ik dit ‘avontuurlijk’ wil toepassen in mijn leven.
Er komen herinneringen boven van mijn besluit toen ik 22 was en nog geen Quaker was, om naar India te liften om daar vrijwilligers werk in verschillende projecten te doen.

Ook denk ik aan ons besluit in een Quaker meeting om met ons gezin naar Mozambique te gaan om les te geven en mee te werken aan een samenleving van meer eerlijke verdeling en betere omstandigheden voor iedereen. Dit zijn ingrijpende keuzes en spannende, avontuurlijke beslissingen.

Ik heb er toen niet bewust aan gedacht om mijn gaven in dienst te stellen van God en de gemeenschap. Maar wel om tijdens mijn leven zo te kiezen dat ik mijn idealen van een meer rechtvaardige en eerlijker wereld echt om kan zetten in de praktijk.

Avontuurlijk kan voor mij ook beteken dat ik dingen doe die niet zo in het patroon van ‘normaal’ passen, maar tegen de heersende opvattingen in kan gaan. Ik kijk natuurlijk wel of ik ook medestanders kan krijgen

Erik:

Leef avontuurlijk! Helaas. Ik heb geen grote avonturen opgezocht of meegemaakt. Soms loop ik wel eens expres een paar uur met een losse veter. En ik zeg wel eens dat ik geen avonturen nodig heb omdat ik avonturen in mijn hoofd beleef. Elke les, elke tekening is een avontuur voor mij. Maar dan devalueer ik dat woord. Nee, geen avonturen voor mij.

Avontuur in het Opequon Quaker Kamp van de Britse Quakers

Stel ik mijn gaven in dienst van God en de gemeenschap? Als verpleegkundige en docent en kunstenmaker heb ik dat wel geprobeerd. Er staan vier ingewikkelde woorden in die vraag: ik, gaven, god en gemeenschap.
Over alle vier is iets te zeggen. Ik beperk me tot ‘ik’. Die onvermijdelijke, onoverkomelijke illusie. ‘Ik’ als de verzameling herinneringen en verhalen die mijn lijf en ik bij elkaar hebben gefabriceerd. En de illusie dat ik uniek ben. Hetgeen ik natuurlijk ook ben. Er had maar één van de biljoenen zaadcellen van één van mijn honderden, duizenden voorouders anders moeten zwemmen en deze ‘ik’ was er niet geweest. Dan was deze zin niet geschreven, dit kind niet geboren, deze gave niet ingezet. Sjongejonge, wat moet ik dan toch belangrijk zijn. Ja.
Nee. Ja. Elk mens is zo uniek als een sneeuwvlok, als een blad aan een boom, als een grasspriet op de steppe. En kan iets veranderen in het leven van een andere grasspriet. De belangrijkste gave van elke sneeuwvlok, boomblaadje en grasspriet is vriendelijkheid. Want we zijn niets en alles. Om over God nog maar te zwijgen.

Posted on

Liefde of Angst

Door: Elizabeth Kübler-Ross[1]Elisabeth Kübler-Ross & David Kessler uit “Life Lessons: Two Experts on Death and Dying Teach Us About the Mysteries of Life and Living”, ingeleid door Peter van Leeuwen

Elizabeth Kübler-Ross

“Liefde laat geen ruimte voor angst. Volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf.” Een prachtige zin uit de bijbel (1 Johannes 4:18, NBV). Dat niet samengaan van liefde en angst hielp/helpt mij bijvoorbeeld me geen zorgen (=angst) te maken over corona.

Ik vond op internet prachtige inzichten hierover van Elizabeth Kübler-Ross en David Kessler, die in een boek levenslessen trekken uit hun jarenlange studie naar het stervensproces. Graag laat ik ze hier zelf aan het woord:

“Als we letterlijk bij jou kunnen reiken en al jouw angsten kunnen wegnemen – allemaal – hoe anders zou je leven zijn? Denk eens na: Als niets je ervan weerhoudt je dromen te volgen, zou je leven waarschijnlijk heel anders zijn. Dit is wat de stervenden leren. Sterven zorgt ervoor dat onze ergste angsten naar voren komen om direct onder ogen te zien. Het helpt ons het andere leven te zien dat mogelijk is en in die visie neemt het de rest van onze angsten weg.

Helaas, tegen de tijd dat de angst weg is, zijn de meesten van ons te ziek of te oud om de dingen te doen, die we eerder zouden hebben gedaan, als we niet bang waren geweest. […] Zo wordt één les duidelijk: we dienen onze angsten te overstijgen, terwijl we nog steeds die dingen kunnen doen, waarvan we dromen. Om angst te overstijgen, moeten we emotioneel ergens anders heen gaan; we moeten liefde ingaan.

Geluk, angst, vreugde, wrok – we hebben veel woorden voor de vele emoties die we tijdens ons leven ervaren. Maar diep vanbinnen, in onze kern, zijn er slechts twee emoties: liefde en angst. Alle positieve emoties komen uit liefde, alle negatieve emoties uit angst. Uit liefde vloeien geluk, tevredenheid, vrede en vreugde voort. Uit angst komt woede, haat, bezorgdheid en schuldgevoel voort.

Het is waar dat er maar twee primaire emoties zijn: liefde en angst. Maar het is nauwkeuriger om te zeggen dat er alleen liefde óf angst is, want we kunnen deze twee emoties niet tegelijkertijd voelen. Het zijn tegenpolen. Als we bang zijn, bevinden we ons niet op een plek van liefde. Als we op een plek van liefde zijn, kunnen we niet op een plek van angst zijn. Kun jij denken aan een tijd waarin je tegelijkertijd zowel in liefde als in angst bent geweest? Het is onmogelijk.

We moeten een beslissing nemen om op de ene of de andere plek te zijn. Hierin is geen neutraliteit. Als je niet actief voor liefde kiest, kom je terecht op een plek van angst of een van de gevoelens die daarbij horen. Elk moment biedt de keuze om het een óf het ander te kiezen. En we moeten deze keuzes voortdurend maken, vooral in moeilijke omstandigheden waarin onze toewijding aan liefde, in plaats van angst, op de proef wordt gesteld.

Voor liefde gekozen hebben, betekent niet dat je nooit meer bang zult zijn. In feite betekent het dat veel van je angsten naar boven zullen komen om daar uiteindelijk genezen te worden. Dit is een continu proces. Onthoud dat je bang zult worden nadat je voor liefde hebt gekozen, net zoals we honger krijgen nadat we hebben gegeten. We moeten voortdurend voor liefde kiezen om onze ziel te voeden en angst weg te jagen, net zoals we eten om ons lichaam te voeden en honger te verdrijven.

References

References
1 Elisabeth Kübler-Ross & David Kessler uit “Life Lessons: Two Experts on Death and Dying Teach Us About the Mysteries of Life and Living”
Posted on

Een prachtige lijn – impressie van een online wijdingssamenkomst

Impressie van de Quaker Online Wijdingssamen- komst zondag 11 april 2021

Door Marlies Tjallingii

Aan het begin van ons uur samen lees ik overweging 26 voor:

“Zie je en onderken je de behoeften, maar vooral ook de gaven van ieder gezinslid, jezelf niet uitgezonderd?
Probeer van je huis een thuis te maken. Een plek van liefde vriendschap en vreugde, waar ieder die er woont of komt vrede en verkwikking mag vinden.”

Deze overweging laat zien dat het gaat om de kleine kring, ons eigen huis, ook al wonen we alleen, dan nog kunnen we van ons huis een plek maken waar wij onszelf en ook onze gasten zich thuis voelen.

Een van ons deelt over zuurdesem, dat ze aanmaakt met water, meel en dan laat staan om er starter van te maken om brood te bakken. Ze vertelt dat ieder desem weer anders is omdat het zich aanpast aan de omgeving. Zo kan ook ieder brood dat door iemand anders gebakken wordt, ook anders worden. Is dat ook niet zo met geloof en spiritualiteit?

Een andere vriend vertelt dat er een samenkomst was van alle verschillende koren van Amsterdamse kerken die aangesloten zijn bij de Raad van Kerken. Wat een mooie samenkomst van verschillen die er allemaal zijn. Ieder koor vanuit een eigen kerkelijk huis.

Bij het opruimen en verpotten van planten bleven er veel over en via de weggeefhoek kwamen er mensen stekjes halen. Wat een vreugde om dit door te geven en later aan de eerste gever van een Aloë Vera te vertellen hoe blij de ontvangers waren met de nakomelingen van de plant die ik van haar kreeg.

Het plantenverhaal gaat verder: bij verhuizing van Engeland naar Nederland bleven de planten achter bij vrienden. Wat een vreugde om te horen hoe ze groeien in de verschillende huizen. Zo is er toch een verbinding. Zo komt de overweging over onze huizen terug in het zuurdesem en in de planten.
Na ons uur stilte vertelt een vriend over het overlijden van een bevriend echtpaar in Amerika die werkten voor AFSC, zij zijn overleden aan Covid 19.

Ook komt de herdenking van de genocide in Rwanda in onze aandacht en de herdenking van de holocaust.

Sytse en ik vertellen over de indrukwekkende bijeenkomst zaterdagavond, georganiseerd door FWCC met als thema: “Dienen wij de economie of dient de economie ons?” (deze bijeenkomst is hier na te kijken) Joachim Monkelbaan geeft hier een inleiding over. We zijn met 73 vrienden uit de hele wereld. Wat een verbinding de wereld rond: een Japanse Quakervriendin vertelt dat ze om 3 uur in de ochtend is opgestaan om erbij te zijn. In kleine groepjes wisselen we uit: iemand van Reading, iemand uit Mexicostad, iemand uit Japan en Ecuador. We zien ook Australië, Costa Rica en verschillende staten in Amerika langskomen naast de deelname uit Europa. Jonathan Woolley vertelt over QUNO in Geneva. Wat een betrokken mensen!

Oud Quaker Meeting huis in Adams, Massachusetts, VS

(Zie voor een verslag elders in de Vriendenkring).

Posted on