Religieus Genootschap der Vrienden

3.11 Quakers en andere godsdiensten

Door hun afkeer van dogmatiek en theologiseren en de nadruk op ethiek, en de rol van stilte in hun samenkomsten, staan Quakers wellicht meer dan andere christenen open voor andere godsdiensten. Dat heeft van oudsher geleid tot intensieve onderlinge contacten.

George Fox schreef brieven aan een moslimleider in Algiers, daarbij vrijelijk citerend uit de Koran. Margaret Fell correspondeerde met Joden in Amsterdam, citerend uit het Oude Testament. In die zin zou men van zendingsijver kunnen spreken. De eerste Quakers probeerden zo van meet af aan het universele Licht ‘dat ieder mens verlicht’( Johannes 1:9) in volgelingen van andere godsdiensten aan te spreken. Ook zijn sommige Soefi teksten over het Licht voor Quakers heel herkenbaar.
De Quakers die zich vestigden in Amerika, met name het door William Penn gestichte Pennsylvania, zochten een goede verstandhouding met de oorspronkelijke bewoners. Hierbij speelde ook het wederzijds respect voor elkaars godsdienst een belangrijke rol. De ‘Indianen’ namen soms zelfs deel aan de Quaker Stille Samenkomsten. Zij herkenden daarin de aanbidding van de ‘Grote Geest’.

Als gevolg van een concern van de Amerikaanse Quaker Douglas Steere is indertijd in Japan een dialoog ontstaan tussen christenen en zenboeddhisten. Tijdens de Vietnamoorlog werkten Quakers en Boeddhisten zij aan zij aan noodleniging en bezochten elkaars religieuze bijeenkomsten.

Dergelijke contacten vinden tegenwoordig nog steeds plaats, niet uit zendingsijver, maar uit de behoefte de onderlinge verstandhouding te verbeteren.
Er wordt ook, van beide kanten, wezenlijke verwantschap en inspiratie gevoeld. Dat betreft dan vooral de mystieke richtingen binnen andere godsdiensten, waarin dogma en ritueel minder centraal staan: Soefi in Islam, Mindfulness in Boeddhisme en Zenboeddhisme.

Zo heeft de Vietnamese Boeddhist Thich Nhat Hanh met Quakers in Parijs gewerkt; zijn pad van liefde, het begrijpen en de vreugde van het volle bestaan is aan ons gedachtengoed zeer verwant. Niemand weet immers meer over God dan iemand…
De nederige, zachtmoedige, genadige, rechtvaardige, vrome en toegewijde zielen behoren overal dezelfde God toe. Wanneer de dood het masker af heeft genomen, zullen ze elkaar kennen, hoewel de verschillende kledij die ze hier dragen hen vreemden voor elkaar maakt. William Penn, 1693, QF&P 19.28

O God geef mij Licht in mijn hart, Licht in mijn tong, Licht in mijn gedrag, Licht in mijn zien, Licht in mijn gevoel, Licht in ieder deel van mijn lichaam, Licht voor mij en Licht achter mij. Geef mij, ik smeek u, Licht aan mijn rechterhand en Licht aan mijn linkerhand, Licht boven mij en Licht beneden mij. O Heer, laat het Licht groeien in mij, geef mij Licht en verlicht mij. Soefi-gebed.

De grootste openbaring is de Stilte.

Lao Tse.

Door de Quakers ben ik in aanraking gekomen met mensen van verschillende religie en inzicht, die echter eenzelfde geweldloze instelling hebben.
Het zijn geen passieve mensen, maar integendeel zeer bewust levenden, die kiezen voor liefde en gerechtigheid, maar met middelen die passen bij het doel waarvoor ze zich inzetten.

Inge Herrebout, 1981.

Henoch wandelde met God Jezus wandelde met zijn Vader Met wie wandel jij? Wij proberen als Quakers te wandelen met onze naasten en zodoende met God. Als je wandelt gaat het veel beter als je een kaart bij je hebt.
Wij vragen ons al enige tijd af, welke kaarten en gids gebruiken wij?

Zijn het geschriften van George Fox en de oude Quakers – is het de Bijbel? Welke hedendaagse gidsen gebruiken wij?
Kunnen en mogen we ook putten uit de gidsen van andere religies?
Zendbrief Nederlandse Jaarvergadering, mei 1986.

De geestelijk leider van de Tibetaanse Boeddhisten, de Dalai Lama, zegt:
“Men kan van het geestelijk pad geen enkele fase overslaan en slechts geleidelijk vorderen. Wie bij mediteren te snel succes wil raakt innerlijk verward of wordt teleurgesteld. Zoek eerst de vrede en harmonie in het dagelijks leven en tracht de geest van welgezindheid en vrede in de wereld te doen toenemen.”
Leuntje Kuipers,1987

Een aantal Joden, waarvan sommigen het Joodse geloof praktiseren, zijn leden en bezoekers van Quaker groepen, hier en elders. Vrijzinnige Joden erkennen Jezus als een belangrijke profeet. Ik kan goed leven met dat perspectief. Jezus was door en door Joods. Ik denk niet dat Jezus een christen was; de ontwikkeling van de christelijke theologie komt voort uit de interpretaties van Paulus en anderen. Jezus was de belangrijkste leraar in mijn leven. Vele Joden hebben passie voor rechtvaardigheid, wat in overeenstemming met de profetische traditie. Als een Joodse vriend het eens tegen me zei: Quakers en Joden geloven beide dat we de verantwoordelijkheid hebben voor ‘tikun olam’; het repareren van de wereld. Dat concept is verbonden met het vrijzinnige Joodse concept van de ‘Messias’, niet geïdentificeerd als persoon, maar als een volwassen worden van vrede en gelijkwaardigheid wanneer alle volkeren naar de berg van Jahweh komen.

Helen Gould, 1992
In: This We Can Say – Australian Quaker Life, Faith and Thought, 1.67, 2004

Thema van onze Jaarvergadering is: ‘Luisteren naar, Spreken tot, Handelen met elkaar”. Het is dus de ernst en de zorgvuldigheid waarmee John Woolman ons de trits van Luisteren, Spreken en Handelen voorleefde die de essentie onzer bezinning is tijdens onze Jaarvergadering. Het valt op dat wij hier een thema hebben dat ook elders sterk leeft, de exponent is van een actuele spirituele stroming. Ik denk daarbij allereerst aan Thich Nhat Han, de boeddhistische

Zen-leraar, die een tijd lang ‘onderrichtte’ op het Parijse Quaker Centrum en na een verblijf in Amerika een retraiteoord heeft in de Dordogne. Centraal in zijn boodschap staat een begrip: ‘Mindfulness’, het aandacht hebben voor alle kleine details in het hier en nu, aandacht met betrekking tot ons zelf, tot de natuur, tot de anderen om ons heen. En wat is deze ‘mindfulness’ anders dan het thema: Luisteren naar, Spreken tot en Handelen met elkaar?

Daarnaast denk ik aan Raymond Panikkar, zoon van een Indiase vader en een Spaanse moeder, godsdienstfilosoof, puttend uit Indiase en Christelijke bronnen. In zijn boek “Heilige eenvoud” houdt hij een pleidooi ons leven zo eenvoudig mogelijk te houden, zodat we in nauw contact kunnen blijven met de Goddelijke bron. Hij ziet hierin het wezen van de roeping tot het monnik zijn; dus niet de celibataire staat of in een klooster gaan, maar in de eenvoud des levens, zoals John Woolman ons deze voorleefde.
Anton van de Wissel, 1999

Quakerzijn houdt een relatie tot Christus in, waarvan ook Fox, Fell en anderen getuigden, aldus Michael Langford. Zeggen dat het Quakergeloof universeel is, betekent nog niet dat iedereen het zou moeten accepteren. Hij gelooft niet dat er zoiets zou kunnen of moeten zijn als één enkele wereldgodsdienst of een theologie voor iedereen.

De grootste godsdiensten hebben veel ideeën en ethische principes gemeen. Ze zetten zich allemaal in voor de menselijke waardigheid, maar vragen van hun aanhangers een toewijding, die veel Vrienden niet lijken te willen geven, aldus Michael.
Veronderstellen dat aanhangers van andere godsdiensten zich zouden kunnen vinden in een overkoepelende filosofie of ethisch systeem waarvoor ten onrechte de naam “Quakerisme” gebruikt wordt, getuigt van weinig respect en is niet bevorderlijk voor waarachtige dialoog. Wanneer – vervolgt Michael – Quakers beter in staat zouden zijn te getuigen van hun eigen verstaan van het christelijke evangelie, zouden wij beter samen kunnen leven met aanhangers van andere godsdiensten.

Marianne IJspeert, 2003, in een bespreking van een artikel van Michael Langford “A Theology for Quakers”, In The Friend, januari 2003.

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.10  Oecumenische samenwerking
Volgende: 4.1  Bouwers met God ==>

Posted on

3.10 Oecumenische samenwerking

Vanaf de oprichting in 1948 van de Raad van Kerken in Nederland is de Nederlandse Jaar- vergadering al lid. Maar dit is een uitdaging én een uitzondering. Want de meeste andere Jaarvergaderingen zijn doorgaans geen lid van de Raad van Kerken in hun land. Veelal vormt het Quakergetuigenis tegen vastomlijnde geloofsbelijdenissen een struikelblok. In veel gevallen hebben nationale Raden van Kerken statuten waarin een inleidende tekst op- genomen is die heel dicht tegen een geloofsbelijdenis aan ligt. Ook in de Wereldraad van Kerken is de Quakerdeelname niet groot. Een aantal Amerikaanse Jaarvergaderingen verenigd in de koepelorganisaties Friends United Meeting en Friends General Conference, alsmede de Canadese Jaarvergadering zijn lid van de Wereldraad. Het Wereldcomité van de Quakers (Friends World Committee for Consultation – FWCC) wordt door de Wereld- raad niet gezien als kerk maar als een der wereldwijde geloofsgemeenschappen (net zoals de Lutherse Wereldfederatie of de Wereld Alliantie van Gereformeerde Kerken) en heeft op die basis een waarnemersstatus. Toch is de kleine Quakerpresentie merkbaar: met name op voorstel van de Quakers is het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken onlangs overgegaan tot het nemen van besluiten op basis van consensus.

Dat het deelnemen aan oecumenische samenwerkingsverbanden gevoelig ligt, heeft alles te maken met de geloofstraditie, de visie en de structuur van het Religieus Genootschap der Vrienden. Het is een traditie die veel nadruk legt op de “stille omgang met God”, die wars is van dogmatiek en die geen ambten, hiërarchische structuur en uiterlijke sacramen- ten kent. Een traditie die we zouden kunnen omschrijven als een “theologie-van-het-le- ven” met een rijke en lange geschiedenis van vooral hulp- en dienstbetoon, vredes- en verzoeningswerk. Met een nadruk op het ‘getuigenis in dienst’. Essentieel voor echte oe- cumenische ontmoetingen is voor ons Quakers dan ook dat we elkaar ontmoeten op basis van ieders “zelfverstaan als kerk”. 1) Overeenkomstig een afspraak in de internationale oecumene dat we samenwerken op basis van ieders zelfverstaan als kerk. We verschillen van andere kerkgenootschappen in die zin dat wij historisch gezien onmiskenbaar christelijk zijn, maar weigeren ons verstaan van wat het betekent een navolger van Jezus te zijn te verbinden aan een verbale formule of een vastgelegde wijze waarop mensen heil en genade kunnen vinden. Tegelijkertijd spoort de Quakertraditie ons aan te zoeken naar ‘waar woorden vandaan komen’, 2) Reactie van Opperhoofd Papunehang van de Delaware op de bijdragen in de Stille Samenkomst die hij bijwoonde, vertaald voor John Woolman: “I love to hear where words come from”, Journal and major essays of John Wool- man,1971 naar de bron, de inspiratie, de diepere betekenis achter woorden, dus ook die van vertegenwoordigers van andere geloofsgemeenschappen.

Tegen die achtergrond ervaren vele Quaker Jaarvergaderingen de preambule van de (Wereld)Raad van Kerken toch als een barrière. De Nederlandse Jaarvergadering heeft zich indertijd over die aarzeling heen gezet en participeert actief in de Raad en zijn Be- raadgroepen. Bij een herziening van de statuten van de Raad in 1968 werd er omwille van het Genootschap een voetnoot opgenomen. Hierin werd bepaald dat kerkgenootschap- pen die, omdat zij geen omschreven geloofsbelijdenis kennen, de bewoordingen van de preambule niet konden onderschrijven, maar wel het geloof daarin uitgedrukt delen, toch lid kunnen zijn van de Raad. Overigens is ook de Britse Jaarvergadering op grond van een soortgelijke uitzonderingsclausule lid van de nationale Raad van Kerken in het Verenigd Koninkrijk.

Als Quakers proberen we op onze geheel eigen wijze kerk te zijn, maar we beseffen dat we niet de gehele kerk zijn. Wij voelen ons dus geroepen samen met anderen te zoeken naar Gods wil; te leren welk getuigenis Jezus van ons verwacht. Wij zijn geroepen samen met anderen te bouwen aan het Koninkrijk van God hier en nu. In die zin vinden wij het “ be- raad over en het gestalte geven aan de samenwerking en eenheid van de kerken in getuige- nis en dienst” (Statuten RvK, art. 2 a) een wezenlijke uitdaging.

Quakers voelen zich echter minder aangesproken door wat in de oecumene wel genoemd wordt de ‘zonde van de verdeeldheid van de kerk’. George Fox hield ons voor dat “het Licht één is en ons tot eenheid leiden zal…” Wezenlijke vraag is dus hoe onderling verdeel- de gelovigen op een geloofwaardige wijze aan vrede en verzoening in deze wereld kunnen werken.

Vrienden zien andere kerken vaak als een statisch geheel, terwijl ook andere kerkgenoot- schappen zich voortdurend ontwikkelen. Vrienden die bewust een andere kerk verlieten en Quaker werden, denken soms dat hun oorspronkelijke geestelijke thuis blijft zoals het was toen zij het verlieten. Juist de rijke verscheidenheid in de oecumene kan ook ons Qua- kers verrijken en inspireren. Zo is de Raad van Kerken in Nederland de afgelopen jaren versterkt en verrijkt doordat ook geloofsgemeenschappen als de Zevende Dags-Adventis- ten en enkele Orthodoxe kerken lid zijn geworden.

Eenheid in verscheidenheid houdt voor ons in dat wij elkaar blijven uitdagen in plaats van de verschillen te laten voor wat ze zijn. We kunnen het waar nodig ‘liefdevol oneens zijn met elkaar’, zoals wij dat in onze Quakertraditie soms noemen. Bijvoorbeeld waar het de fundamentele gelijkheid van allen, man en vrouw binnen de geloofsgemeenschap betreft.

Voor Quakers gaat echter de ‘gevoelde’ eenheid vooraf aan, ja zelfs vóór de ‘geformuleer- de’ eenheid. Wij kunnen – ondanks verschillen in geschiedenis, leer en organisatiestruc- tuur – bij vertegenwoordigers van andere geloofsgemeenschappen binnen de bredere christelijke kerk voelen dat wij allen geleid worden door dezelfde Geest Gods bij het getuigenis in woord en daad. Wij zijn één in de navolging, alleen verschillend in de wijze waarop wij daaraan vormgeven. De Nederlandse Quakers hebben daarom het Conciliair Proces voor ‘Gerechtigheid, Vrede en Heelheid van de Schepping’ voluit gesteund en zelfs onder de aandacht van het Wereldcomité van de Quakers (FWCC ) gebracht. Ook het oecumenisch decennium ‘ Geweld niet gewild’ (‘Decade to Overcome Violence’) ligt ons na aan het hart.

Dus in plaats van de oecumenische samenwerking telkens ter discussie te stellen, zijn
wij er van overtuigd dat de praktische voordelen van samenwerking met andere kerkge- nootschappen en geloofsgemeenschappen rond de grote uitdagingen van onze tijd het deelnemen aan de (wereld)oecumene meer dan rechtvaardigen. Het is urgent dat we ons gezamenlijk concentreren op vragen die de toekomst van de hele mensheid, van de hele wereld aangaan, dat we ons gezamenlijk verzetten tegen de tweedeling in de wereld, tegen oorlog en geweld, tegen vervuiling, vernietiging en verspilling van de natuurlijke bestaansbronnen.

In een verslag van een gesprek tussen een delegatie van de toenmalige Sectie Geloofsvra- gen, de secretaris van de Raad van Kerken en een vertegenwoordiging van het Religieus Genootschap der Vrienden en het Leger des Heils in 1982 kwam destijds al naar voren dat wij vanuit deze beide tradities grote moeite hebben met de wijze waarop in de oecumene telkens weer de eenheid van de kerk als gemeente van Jezus naar ons gevoel gereduceerd wordt tot een groep van gedoopte mensen die het sacrament van het avondmaal prakti- seren. Er is telkens sprake van een sterke veruiterlijking van geloof en sacraal leven, dit terwijl beide genoemde tradities meer leven vanuit de verinnerlijking daarvan.

Het Leger des Heils schreef in een reactie op het rapport Baptism, Eucharist and Mi- nistry (BEM) onder meer dat ‘het voortdurende bestaan van het Leger des Heils en het Genootschap der Vrienden een dergelijke definitie (van de kerk) ongeldig maken’ en dat het ‘betreurenswaardig is dat de oprechte overtuiging van non-sacramentele christenen genegeerd worden’. 3) Churches respond to BEM, volume 4, reactie Leger des Heils, blz. 231

In het door alle deelnemers goedgekeurde gespreksverslag van 1982 staat als een van de conclusies dat: ‘de kerken die aan de sacramenten veel waarde hechten moeten zich laten gezeggen door het protest van SF (de Quakers) tegen het ritualisme en de veruiterlijking die de sacramentele praktijk aankleven.’ 4) Zie ook: Churches respond to BEM, volume 3, reactie Nederlandse Jaarvergadering, blz.289-299 Vanuit onze geloofstraditie, waarin wij vastomlijnde geloofsbelijdenissen en dogma’s afwijzen, uiterlijke sacramenten als doop en avondmaal verinnerlijkt hebben, geen bijzondere ambten kennen, herkennen wij ons wél in het gemeenschappelijk bouwen aan Gods Koninkrijk op aarde en kunnen we alleen reageren door te stellen dat het onze overtuiging is dat de eenheid van de kerk eenvoudigweg gege- ven is in het ja-zeggen tegen de navolging van Jezus.’

In dezelfde geest schreven de Canadese Quakers in hun reactie op het BEM-rapport: ‘Wij zien verschillen in theologische uitdrukkingsvormen en in het praktiseren (van ons geloof ) als een bron van groei en een gelegenheid om onze eigen spirituele ervaring te verrijken. Wij geven er de voorkeur aan de voortdurende diversiteit te vieren, waarbij we allen vrij kunnen gaan daar waar de Geest ons leidt. Voor ons moet eenheid gevonden worden en zal ze verder groeien in het vieren en werken samen en door het delen van onze individuele spirituele zoektochten’. 5) Churches respond to BEM, volume 4, blz. 300-302

Wat betreft de Toronto-verklaring dat kerken met elkaar in dialoog zijn op basis van ieders ‘zelfverstaan als kerk‘ moet ons dus tegen de achtergrond van het voorgaande van het hart dat er tot dusverre niet echt goed geluisterd is naar onze eerdere pogingen ons zelfverstaan als Quakers in de vorm van reacties op notities van de Raad en in het oe- cumenisch gesprek. Er is zelfs nooit een poging gedaan om het minderheidsstandpunt van het Leger des Heils en de Quakers in deze in notities van de Raad op te nemen en te verduidelijken. Het is juist de ‘sociaalgeëngageerde oecumene’, het werken aan gerech- tigheid, vrede en heelheid van de Schepping als kerk en als gelovigen, die onze leden het meest aanspreekt.

Voor ons is dat werken aan gerechtigheid, vrede en heelheid van de Schepping inderdaad een geloofszaak, zo u wilt, een kwestie van belijden. Daarbij gaat het zowel om de trans- formatie van de internationale economische en rechtsorde, als het zich lokaal inzetten voor onze medemensen. Wat het eerste betreft zetten de Quakers zich al jaren in als erkende non-gouvernementele organisatie bij zowel de Verenigde Naties als de Europese Unie voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de Schepping Wat het laatste betreft zijn de meeste van onze leden in hun dagelijks leven maatschappelijk actief.

U stelt de vraag of spiritualiteit en engagement wel bijeen te houden zijn. Voor ons zijn het zoeken naar de stille omgang met God in onze samenkomsten en het van daaruit geïnspi- reerde engagement om te bouwen aan het Koninkrijk Gods in deze wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Uit: Reactie Nederlandse Jaarvergadering op de notitie ‘Het doel is de weg’ van de Raad van Kerken in Nederland, 2009.

Onze groep sluit zich echter niet af voor de bewuste beïnvloeding door niet-Quakers, die wellicht een ander deel van Gods openbaring aan de mensheid beter gezien hebben dan wij. Dit achten wij de grote kans op correctie voor onszelf, want wij weten zeer goed dat wij niet volmaakt zijn noch volmaakt kunnen begrijpen of beschrijven. Wij moeten open blijven staan om tot een beter en zuiverder verhouding tot God te kunnen komen.

Daan Daamen, 1935

In onze besprekingen kwamen wij steeds tot het punt dat onze essentiële verantwoordelijkheid, die aan al onze praktische problemen ten grondslag ligt en haar verenigt, onze verhouding tot God is, de liefhebbende Vader van de gehele mensheid. Alle ware religie is gebaseerd op een innerlijke ervaring van God, die door ons wil werken en die ons de kracht wil geven om aan zijn wil te gehoorzamen. Zo kunnen wij de vreugde ervaren van in harmonie met God en zijn hele Schepping te zijn en hierin uitdrukking van ons geloof vinden. Zowel door ons persoonlijk leven als die gemeenschappelijke activiteiten kunnen wij wederzijds begrip, verzoening en samenwerking bewerkstelligen tussen botsende groepen en enkelingen

Zendbrief van de Jonge Vrienden, 1948

Nauw voelen wij ons verbonden met onze medechristenen, toen wij besloten een waarne- mer naar de Oecumenische Raad der kerken te zenden, ten einde zo nauw als dat met onze ondogmatische grondslag verenigbaar is met de Wereldraad der Kerken samen te werken tot wederzijdse geestelijke verrijking en tot leniging van de nood der wereld..
Zendbrief Nederlandse Jaarvergadering, 1955

Als Quaker respecteer ik dat van God in iedere geloofsgemeenschap, geef ik anderen niet alleen de ruimte hun geloof op de hun eigen wijze te uiten, maar zoek ik de ervaringsuitwisseling om daarvan te kunnen leren. Als ik niet open sta voor hen, waarom zou ik dan verwachten – nee hopen – dat andersdenkende medegelovigen zich iets door ons erfgoed laten gezeggen?

Zo ben ik – op jullie verzoek – midden in de Raad van Kerken gaan staan, waar onze partici- patie op hoge prijs wordt gesteld. Ook de Doopsgezinde Sociëteit, de Remonstrantse Broeder- schap, Het Leger des Heils, de Nederlandse Protestanten Bond en de Basisbeweging zouden zich m.i. academische vragen kunnen stellen of zij een sekte of een kerk zijn, zonder aan de wezenlijke vraag wat zij als geloofsgemeenschap voor deze wereld zijn, toe te komen. Zij allen participeren – godzijdank – actief in de Raad. Zodoende mogen we leren van elkaar wat het betekent kerk te zijn in de wereld van vandaag.

Kees Nieuwerth, 1984

Moeten we als Dopers en Quakers ons niet nog intensiever inzetten om het militarisme écht op de agenda van de (Wereldraad van) kerken te krijgen? Willen we straks op de Wereldconvo- catie geloofwaardig overkomen, dan dienen wij ons in de komende jaren aantoonbaar tegen de onrechtvaardigheid, het militarisme en de vernietiging van het milieu door en in ons eigen land te verzetten!

Kees Nieuwerth, 1988

<== Vorige: 3.9  Houding ten aanzien van sacramenten
Volgende: 3.11  Quakers en andere godsdiensten ==>

References

1. Overeenkomstig een afspraak in de internationale oecumene dat we samenwerken op basis van ieders zelfverstaan als kerk.
2. Reactie van Opperhoofd Papunehang van de Delaware op de bijdragen in de Stille Samenkomst die hij bijwoonde, vertaald voor John Woolman: “I love to hear where words come from”, Journal and major essays of John Wool- man,1971
3. Churches respond to BEM, volume 4, reactie Leger des Heils, blz. 231
4. Zie ook: Churches respond to BEM, volume 3, reactie Nederlandse Jaarvergadering, blz.289-299
5. Churches respond to BEM, volume 4, blz. 300-302
Posted on

3.9 Houding ten aanzien van sacramenten

Een religie probeert de realiteit die onder het gewone leven ligt te bereiken: de unieke innerlijke ervaring die aanvoelt als genade, een niet uit te drukken waarheid. Door de
tijd heen hebben kerken geworsteld om mensen te helpen om dat buitengewone in het gewone te herkennen, of zoals Quakers het zeggen: dat van God te vinden in hun dage- lijkse leven. Die beleving en herkenning proberen veel kerken op te roepen door bepaalde omstandigheden te scheppen. In religieuze taal worden deze uiterlijke woor-den, symbo- len en handelingen, die tekenen zijn van een innerlijke ervaring of genade, ‘sacramenten’ genoemd.

De Quakertraditie kent geen uiterlijke sacramenten. Voor de meeste kerken zijn de sa- cramenten wezenlijk verbonden met de geloofsbeleving van hun leden. Zo zijn doop en de eucharistie of avondmaalsviering van oudsher door de kerken opgevat als exclusieve tekenen van de vereniging van Christus met de gemeenschap van gelovigen: de kerk. De elementen van water, brood en/of wijn zijn onlosmakelijk onderdeel van die vieringen. Quakers zijn een andere weg gegaan. Quakers zeggen niet dat de viering van de sacramen- ten verkeerd is, wel menen zij dat die viering niet essentieel is voor een oprecht discipel- schap van Jezus en het ervaren van Gods nabij-zijn.

Quakers hebben er moeite mee als het sacrament als voorwaarde wordt gesteld voor het volledig deelnemen aan de geloofsgemeenschap. Zij vinden dat de werkelijkheid van Gods aanwezigheid ervaren kan worden zonder die uiterlijke tekenen. Zij willen die aanwezig- heid ervaren in een stil wachten en hun diepste mystieke beleving met anderen delen als een gemeenschap in Gods Geest. De Geest die ons aanspoort te leven voor een wereld waarin vrede en gerechtigheid geweldloos werkelijkheid worden. Zo is het hele leven sacrament.

Het begin van de Quakergeloofsgemeenschap ligt in het verlangen van de aanwezigen naar de vertrouwelijke omgang met God (Psalm 25:14) en het geloof dat in ieder mens het vermogen schuilt om gehoor te geven aan Gods opdracht het goede te kennen en te doen, zoals Jezus van Nazareth ons dat heeft voorgeleefd.

Want het is geen uiterlijke zaak of uiterlijk doen dat baten kan.(…) Nee, o nee: het is het verborgen leven, een verborgen tempel, een verborgen dienst en dat in Gods tijd. Ja, het is een verborgen maan, een verborgen avondmaal.
William Penn, 1677.
In: De Oude Waarheyd Ontdekt, Rotterdam, 1684, blz. 41.

Echt geloven (echte vroomheid, godsvrucht) beweegt mensen niet zich van de wereld af te keren, maar maakt het hen mogelijk beter in de wereld te leven en stimuleert hun pogingen de wereld te verbeteren.
William Penn, 1682, QF&P 21.17

De ideale daadkracht ontstaat pas, als ik de levende relatie voel met de omringende wereld. Een gevoel van verbondenheid met al wat leeft, dat in mij het besef wakker roept verant- woordelijk te zijn voor het grote Leven, dat ik ook als mijn leven voel. Dit gevoel van relatie is, althans in mij, niet altijd levend. Moet ik nu alle werk achterwege laten en wachten tot die ervaring zich herhaalt? Neen, want het een vloeit uit het andere voort. De moeilijkheid begint pas, als we die relatie missen en onze taak niet meer duidelijk voor ogen staat.
Aad van Oosten, 1957

Het luisteren naar de stem in ons, het afsteken naar de diepte, het met niets durven wagen, zoals George Fox, die een zoeker was en alle uiterlijkheden als hulpmiddel, als niet ter zake doende afwees, dat vraagt van ons een bereidheid en toewijding die we als het ware elke dag moeten veroveren. Maar ieder mens die het grote moment van de ontmoeting en de overgave heeft gekend, weet waar Jan Luyken de dichter over sprak toen hij schreef:

Ik meende ook de Godheid woonde verre,
in enen troon, hoog boven de maan en sterre,

en hefte menigmaal mijn oog,
met diep verzuchten naar omhoog.

Maar toen gij u beliefde t’ openbaren, toen zag ik niets van boven nedervaren,

maar in de grond van mijn gemoed,
daar werd het lieflijk en zoet,
daar kwaamt gij uit der diepte uitwaarts dringen en als een bron mijn dorstig hart bespringen, zodat ik u o God bevond, te zijn
den grond van mijnen grond.

( Jan Luyken 1649 – 1712)

Die ontdekking dat na het afstropen van uiterlijkheden iets heel bijzonders als cel, als kern geboren wordt en dat er niemand buiten jezelf en dat van God nodig is, dat is een kernpunt. Miep Lieftinck, 1982.

Om een goed begrip te krijgen van Quakers met betrekking tot de sacramenten is het zinvol een blik op de geschiedenis van de Quakers te werpen. De eerste Quakers vonden elkaar niet in een nieuwe interpretatie van de sacramenten of het kerk-zijn in ecclesiologische zin, maar in de existentiële geloofservaring en het getuigenis van Gods verbond met mensen, de herkenning van zijn vernieuwende geest in Jezus. Tussen de andere christenen willen Quakers een beschei- den weg zoeken zonder de uiterlijke zekerheden van dogma’s en sacramenten. Daar waar instituties, rituelen, vormen van exclusiviteit en machtsstructuren in de gevestigde kerken belemmeringen gingen vormen voor een persoonlijke geloofservaring, kozen Quakers voor een ingetogen, gezamenlijk in stilte, wachten op God, zonder orde van dienst. Zonder voorganger of ambtsdrager, zonder gemeentezang, zonder formuliergebeden en zonder sacramenten.
Het begin van de geloofsgemeenschap ligt niet bij de sacramenten als heilsinstellingen of sym- bolen, maar bij het diepe verlangen naar en de ervaring van de gemeenschap, de verborgen omgang met God.
Als wij zeggen dat de Quakers de sacramenten van doop en avondmaal kennen in hun inner- lijke betekenis dan verwijst dit naar de ervaring van vernieuwing en gemeenschap in Gods Geest als een onbemiddeld gebeuren. Zij hebben dat niet naar de letter uit het evangelie leren kennen, maar in hun persoonlijk leven en in de gemeente (geloofsgemeenschap) in een levend getuigenis ervaren. Zonder de waarde van de verschillende tekenen zoals die voor vele chris- tenen onverbrekelijk met hun geloof verbonden zijn te ontkennen, vinden Quakers elkaar in een geloofsbeleving die zich onthoudt van rituelen die vóór de geloofservaring uit kunnen gaan of deze in een onbedoelde veruiterlijking gevangen zouden kunnen houden. In het breken en eten van brood kan na het laatste avondmaal dat Jezus met zijn discipelen had altijd het per- spectief liggen van het herstel van de gemeenschap van God met de mens en de gemeenschap van mensen onderling (communio). De tafel waaraan de mensen aanzitten en hun dagelijks brood nuttigen wordt ook de ‘tafel des Heren’ als zij brood breken en (wijn) drinken te zijner gedachtenis. De Quakers hebben gebroken met de kerkelijke gewoonte om de ‘tafel des Heren’
te beperken tot een rituele c.q. sacrale exclusiviteit en/of de verplichting van een wekelijkse of jaarlijkse deelname.
Over het ambt zegt een Quaker geschrift uit 1944: ‘Quakers wilden dat iedere stap en tussen- station van zaligheid en eredienst een levend proces waren. Zij zijn beducht voor formules die een verondersteld heilig effect hebben. Zij hoeden er zich voor formele ambtsdragers te hebben die tot een speciale klasse behoren en geacht worden over bijzondere krachten te beschikken die anderen missen’ (Rufus Jones, geciteerd door Gerald Hibbert in “Friends and the Sacra- ments”. Dit laatste geeft aan waarom Quakers het ambt niet kennen. Er is sprake van een volledig priesterschap der gelovigen. Het is de logische consequentie van de afwezigheid van de uiterlijke sacramenten. De samenkomsten vinden dan ook plaats op basis van dit ‘priester- schap’ van de gelovigen en in volledige gelijkwaardigheid van ieder om daaraan uitdrukking te geven.

Uit: Reactie Nederlandse Jaarvergadering op het rapport ‘Doop, Avondmaal en Ambt’ (BEM-rapport) van de Wereldraad van Kerken, 1985.

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.8  Houding ten aanzien van geloofsbelijdenissen
Volgende: 3.10  Oecumenische samenwerking ==>

Posted on

3.8 Houding ten aanzien van geloofsbelijdenissen

Van oudsher hebben mensen hun religieuze ervaringen en opvattingen zowel mondeling als schriftelijk onder woorden gebracht en daarmee een bijdrage geleverd aan de vorming van geloofsgemeenschappen en hun geschiedenis. Ook zijn zulke teksten individuen tot steun geweest om hun weg in het leven te vinden.

Maar laten we niet vergeten dat woorden en geschriften slechts de afspiegeling zijn van wat we als de essentie van geloven ervaren. Met de menselijke taal beschikken we weliswaar over de mogelijkheid onze gevoelens en ervaringen te ordenen en rationeel inzichtelijk te maken, maar woorden kunnen mensen zowel verbinden als scheiden. Soms krijgen zij een dwingend karakter in de vorm van leerstelligheden of een dogma, daarbij onrecht doend aan het proces waarin waarheid zich ontvouwen kan.

De Quaker traditie getuigt van een zekere schroom voor “het laatste woord”. Quakers willen afzien van de toe-eigening van een finale waarheid zoals vastgelegd in dogma’s. Juist vanuit de persoonlijke ervaringen ontstaat de verscheidenheid die karakteristiek is voor de Quaker gemeenschap door de eeuwen heen. In de stilte, het zwijgen, wordt de ruimte gevonden om als individu en gemeenschap de grond van ons bestaan, God, Gods Licht, te zoeken en te ervaren.
Quakers zien het belijden van geloof niet als leerstelligheid, maar als geleefd en beleefd geloven. Zij willen openstaan voor voortgaande openbaring, nieuw licht, zoals Jezus dat gedaan heeft.
Respect voor het uniek zijn van ieder mens en “dat van God in ieder mens” verwijst naar de onvervreemdbare eigen verantwoordelijkheid van ieder mens voor geloven en werken.

En waarde Vrienden wees teder over de Waarheid Gods en over de heilige naam des Heren die door ons beleden wordt opdat niet alleen een belijdenis van de waarheid mag worden gemaakt door woorden, maar dat wij mogen beleven hetgeen wij in woorden belijden: zulks dat het onderscheid tussen ons en anderen niet alleen mag bestaan in woorden en belijdenissen, maar dat ons leven en omgang onze belijdenis mag versieren en kronen en dat het allervoornaamste onderscheid tussen ons en hen mag bestaan in onze omgang en wandeling, zodat die tot anderen mogen prediken en dat onze dagelijkse conversatie onze belijdenis versieren en onze woorden uitdrukken mag. Want dat is hetgeen waarop de Heer ziet; en niet op gedaante, noch wat beleden wordt, maar op hetgeen beleefd wordt.
Stephen Crisp, 1674
Uit: “Een Zendbrief aan de Vrienden in Holland, Friesland, Embden, Holstein,
Hamburg, Dantzig, de Pfalz en elders”
In: De Oude Waarheyd Ontdekt, Rotterdam, 1684, blz. 129

Wij ervaren wanneer wij samenkomen met liefde in ons hart en de oprechte wens om te trachten ons van het kleinmenselijke te ontdoen, dat God ons dan veelal de kracht schenkt om elkaar daadwerkelijk te steunen, te troosten en meer licht te geven, soms ook door een woord, dat een van ons zich in oprechtheid gedrongen voelt te spreken.
We stellen ons geenszins tegenover kerkgang of preek, maar voor ons persoonlijk leven putten wij grote kracht uit deze stille, scheppende gemeenschap met God, die ons in onze beste ogenblikken geschonken wordt.
Eerste vlugschrift van de Nederlandse Jaarvergadering, 1931.

Ons religieus leven is naar (van) buiten gezien zeer eenvoudig, en vraagt daarom van ons
een voortdurend bewust zijn van God. Dat is zeker voor vele mensen moeilijk. Maar wij, wij Vrienden als groep en als individu moeten meer en meer trachten minder zelfbewust te worden, maar bescheiden naar anderen zien en vooral moeten wij nooit vergeten dat het niet onze boodschap is maar die van God.
Karl Heinz Pollatz, 1939.

Godsdienstig streven dat tot handelen leidt heeft zijn wortels in overtuiging, ons door inzicht geopenbaard en waaraan onwrikbaar wordt vastgehouden. Dat noemen we gewoonlijk “geloof ”. Dat komt op de eerste plaats. ‘Het geloof nu is de zekerheid der dingen die men hoopt en het bewijs der dingen die men niet ziet’ (Hebr. 11:1)

Het ware geloof wordt gekenmerkt door zijn duurzame aard, geboren uit een persoonlijke ervaring van het bestaan van de levende God, hoe onvolkomen en beperkt dat inzicht ook moge wezen. Voor ons allen is het zowel onvolmaakt als beperkt in zijn zuiverheid.
Het ware geloof noopt ons te streven naar verdieping van ons inzicht en versterking van onze overtuiging. Hierop is veelal ons gebed gericht, in onze binnenkamer zowel als samen met anderen in onze openbare eredienst. Beide vormen van aanbidding hebben hun betekenis in het leven van de meesten onzer.
Frank Blackwell, 1983.

Elke omschrijving schiet tekort; de belevenis blijft primair en onaantastbaar.Eg van Meer, 1986.

De eerste te beantwoorden vraag is: ‘Wat geloven Quakers over geloof?’ Quakers zien Christen-zijn niet als een verzameling leerstellingen of traditionele gebruiken, maar in essentie als een ervaring en een levensweg gebaseerd op die ervaring. Het centrale doel van de vroege Vrienden in het midden-zeventiende eeuwse Engeland was de Kerk terug te brengen van

een christendom van ideeën (die zij ‘noties’ noemden) en uiterlijke vormen naar een levende ervaring die tot uiting komt in een levenswijze. Zij betoogden ook dat de mogelijkheid van die ervaring openstond voor iedereen en niet alleen voor een uitverkoren, een bevoorrechte kleine groep. Geloofsbelijdenissen zijn een poging om ervaring te formuleren en te beschrijven, terwijl rituelen een poging zijn om de wijze waarop ervaring gecommuniceerd kan worden vast te leggen. Het is gemakkelijk, zelfs al te gemakkelijk, te veronderstellen dat onze woorden Gods Woord zijn.

William Oats, 1990
In: This We Can Say – Australian Quaker Life, Faith and Thought, 1.65, 2004

De nieuwe betekenis van ‘geloven’ werd voor mij geformuleerd tijdens een internationale vredeskerkbijeenkomst waar ik was namens de Jaarvergadering: iemand beantwoordde mijn vraag wat ‘geloven’ eigenlijk inhield met: ‘vertrouwen’. Geloven is vertrouwen op God, op
de beschikbaarheid van goddelijke leiding!, combineerde ik. Daarmee viel dat begrip uit de Quakerliteratuur op zijn plaats.
Wim Nusselder, 1996

Het opschrijven in een paar regels van wat ik nu eigenlijk vind en geloof bleek voor mij een enorme opgave. Maar uiteindelijk kwam er het navolgende uit: Vragen als “waar kom ik vandaan en waar wil ik naar toe?” en “Wat is de zin van alles?” behoren tot de diepste menselijke vragen. De oorzaak en de zin van het bestaan kun je door een bijzondere inspiratie direct in jezelf ervaren. Het gaat om een innerlijke gids waardoor het goede zich aan je openbaart. Erik Hummels, 2001.

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.7  Quakers en Jezus
Volgende: 3.9  Houding ten aanzien van sacramenten ==>

Posted on

3.7 Quakers en Jezus

Omdat Quakers een ondogmatische geloofsgemeenschap vormen, is de verwoording van de betekenis die Jezus in het persoonlijk leven van Quakers inneemt zeer verscheiden.
De betekenis van Jezus van Nazareth wordt in Quakerkringen aangegeven met uiteenlopende theologische noties. George Fox zei: “Christus zegt dit en de apostelen zeggen dit, maar wat kan jij zeggen? Ben jij een kind van het Licht en heb jij in het Licht gewandeld? En wat je zegt is dat een ingeving van God?” 1)Een aanhaling van de woorden van George Fox in een brief van Margareth Fox-Fell, de vrouw van George Fox. Daarmee wil hij zeggen dat geloven niet gegrondvest is op het nazeggen van woorden of godsdienstige teksten, maar dat het Bijbelse verhaal over Jezus pas tot zijn recht komt als wij daarover kunnen spreken vanuit het inwaartse Licht. In de Quakertraditie streven wij ernaar de aanmaning “Wees spaarzaam met je woorden”2) Prediker 5:1 ter harte te nemen. Als onze woordenstroom tot staan komt zwijgt de oude wereld en kan de nieuwe wereld geboren worden. De Quaker traditie maakt ons<\p>

duidelijk dat de mystieke ervaring in de stilte ons niet alleen tot hoorders van het woord gaat maken maar ons ook er toe kan brengen ons ernaar te gedragen 3) Jacobus 1:22 . Of met de woorden van William Penn: ‘Ware heiligheid keert mensen niet van de wereld af, maar stelt ze in staat daarin een beter leven te leiden en wekt hen op pogingen te ondernemen deze te verbeteren.’4) William Penn (1682)

Het verhaal van Jezus’ leven wijst een weg hoe wij God in ons leven kunnen verstaan en antwoorden. Wij proberen zijn voorbeeld steeds voor ogen te houden. Zijn leer wordt voor ons het kernachtigst samengevat in Mattheüs 5 en 6 – de Bergrede.

In Mattheüs 18:20 lezen we:
‘Want daar waar twee of drie mensen in mijn naam bij elkaar zijn, ben ik zelf in hun midden’ (Statenvertaling).

En in Johannes 15:13-17:
‘Mijn opdracht aan jullie is: heb elkaar lief, zoals ik jullie heb liefgehad. Je kunt je vrienden niet méér liefhebben dan wanneer je je leven voor hen geeft. En jullie zijn mijn vrienden, als je doet wat ik je opdraag. Ik noem jullie niet langer knechten, want een knecht weet niet wat zijn heer doet. Nee, ik noem jullie vrienden, omdat ik jullie alles heb bekend gemaakt wat ik van mijn Vader gehoord heb. Jullie hebben niet mij, maar ik heb jullie uitgekozen, en ik heb jullie opgedragen erop uit te gaan.
Jullie moeten vrucht dragen en je opbrengst aan vruchten niet verloren laten gaan.’

Ik heb jullie mijn Vrienden genoemd. Van wie zijn wij dus eigenlijk als Vrienden vrienden? Zijn wij altijd Zijn Vrienden? Nee, kennelijk alleen zolang wij vanuit dat medeweten (ik heb jullie alles bekend gemaakt, weet dus wat je doet) proberen te doen wat Hij ons opdraagt en voorleeft: God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf.

Kees Nieuwerth, 1986

Want de geboorte van Jezus is geen nuchter feit.
Laten wij toch bese
ffen dat de Schrijvers van de kerstverhalen zo overtuigd waren van het wonderbare, het eenmalige van Jezus, dat zij zijn geboorte niet anders konden zien dan als een wonder en dat zij in hun eenvoud het Wonder dat Jezus heet in stoffelijke en zichtbare beelden beschreven en zich ermee omringden omdat zij voor de geestelijke werkelijkheid van God in Jezus geen woorden wisten.
Anton Kalff, 1988

Kerstfeest is en blijft een ingewikkeld feest. Het roept bij veel mensen tegenstrijdige gevoelens op….Misschien symboliseert het kerstverhaal een oerdroom van mensen. In gedachten zien we de kerststal.

In de stal wordt een kind geboren. De meeste kinderen die in deze nacht ter wereld komen, zullen neergelegd worden in een voerbak, een sinaasappelkistje of op wat bananenbladeren in een hut. Dat merkt het kind niet, het slaapt en droomt toch wel. Maar ieder mensenkind dat geboren wordt vervult onze ziel met hoop. En het herinnert ons aan het kind dat wij waren, dat wij zijn.
…Dromen maken ons weerbaar tegen het kwaad in de wereld. Zo reëel en nuchter is de droom van kerstmis.
Henk Ubas, 1992

Dat de Schepping nochtans niet af is, komt omdat God de mens mede zelf de voltooiing in handen heeft gegeven, zoals uit het door Jezus gegeven voorbeeld is af te leiden. Jezus is in dit opzicht als een baken in zee en als een wijzer op je weg, de weg naar Gods Koninkrijk, een koninkrijk waarin de ander anders is.

Henk Ubas, 1996

Wat mij inspireert en sterk vasthoudt, is de kracht van de levende Geest, de universele Christus, die in alle mensen aanwezig is, en die alle verschillen tussen religies overstijgt. Die kracht was overduidelijk de inspiratie van de historische Jezus, en in die zin is Jezus’ leer voor mij persoonlijk enorm belangrijk
Irene Visser, 2002.

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.6  Quakers en hun visie op de Bijbel
Volgende: 3.8  Houding ten aanzien van geloofsbelijdenissen ==>

References

1. Een aanhaling van de woorden van George Fox in een brief van Margareth Fox-Fell, de vrouw van George Fox.
2. Prediker 5:1
3. Jacobus 1:22
4. William Penn (1682)
Posted on

3.6 Quakers en hun visie op de Bijbel

Gedurende de eerste 150 jaar van de Quakergeschiedenis waren de Vrienden eensgezind in hun Bijbelopvatting. Men accepteerde algemeen de goddelijke inspiratie van de Schriften, zo blijkt uit de talrijke publicaties die van de hand van Vrienden in die periode het licht zagen. Daarin verschilden ze niet van hun medechristenen. Quakers onderscheidden zich echter van de grote kerkelijke gemeenschappen in de manier waarop zíj met de Bijbel omgingen. Essentieel was voor hen de persoonlijke ervaring van het “Inwaartse Licht” dat het “uitwendig” geschreven woord (de dode letter) tot een verinnerlijkt woord kan maken.

In zekere zin lijkt Barclay’s Apolog 1) Verweerschrift daarop een uitzondering te zijn. In zijn Apology ‘The True Christian Divinity, as the same is held forth and preached by the people in scorn, called Quakers 2) De ware christelijke godsdienst, zoals deze wordt uitgedragen en gepredikt door het volk dat veracht wordt, de zogenoemde Quakers Barclays, prop. III maakt Barclay ook gebruik van een traditioneel Bijbelse exegese om te overtuigen. In zijn tekst wijst hij er ook op dat de Schriften in Quaker ogen een secondaire autoriteit zijn omdat zij slechts een ‘beschrijving van de bron zijn en niet de bron zelf ’’.17 De Bijbelse boeken ontsluiten hun waarheid als we ze lezen vanuit het directe (inwaartse) getuigenis van Gods geest. Het bijzondere van de Bijbel houdt voor Quakers niet in dat het profetische getuigenis met de Bijbelse boeken afgesloten is.

In de loop van de negentiende en twintigste eeuw kreeg men ook in Quakerkringen oog voor het verschil in karakter van de boeken die samen de Bijbel vormen: historische verhalen, profetische geschriften, morele aansporingen, poëtische lofprijzingen, preken, brieven, apocalyptische teksten, en tenslotte ook diep menselijke verhalen over liefde, barmhartigheid, angst, eenzaamheid, jaloezie, agressie en schuld. De historische samenhang waarin de Bijbelse geschriften ontstonden, plaatsten de verhalen in een niet uitsluitend religieus daglicht.
Ettelijke keren in de Quaker geschiedenis is de positie van de Bijbel naast die van het Inwaartse Licht reden tot meningsverschil geweest. Ook nu nog is de positie van de Bijbel niet bij alle Quakers dezelfde. Evangelisch georiënteerde Quakers, bijvoorbeeld, houden vast aan de eenheid van de Bijbelse boeken en de onverbrekelijke samenhang van het zo genoemde Oude en Nieuwe Testament. Van zorg vervuld waarschuwen zij dat het primaat van het innerlijk Licht en de directe openbaring van de Geest kan leiden tot een bijna grenzeloze pluriformiteit en een geloofsleven waarin voor de Bijbel nauwelijks nog plaats is.

Voor sommige Quakers in de Nederlandse Jaarvergadering zal de betekenis die zij aan de Bijbel toekennen mede bepaald zijn door hun oorspronkelijke kerkelijke achtergrond. Voor anderen kan de Bijbel buiten hun gezichtsveld gelegen hebben, wat de kennismaking met dit ingewikkelde en voor hen misschien ontoegankelijke geschrift kan bemoeilijken.

Wat de Quaker traditie, ook in de Nederlandse Jaarvergadering, kenmerkt is het besef dat de Bijbel niet voor ons ligt als een gesloten filosofisch systeem dat door één persoon is geconstrueerd. Evenmin is er sprake van een theologisch verantwoord bolwerk waarbinnen we ons zouden moeten terugtrekken. De Bijbel kan voor ons een open boek zijn. Indachtig het Inwaartse Licht zegt Barclay daarover: ‘Het is geen dode letter en ook geen uiterlijke wet die van buiten wordt opgelegd, maar een innerlijke geestelijke wet, die in het hart is gegrift, de wet van de Levensgeest, het woord dat na aan het hart en in de mond ligt.’3) Prop. III,2 Apology

Toen George Fox het “Inwaartse Licht” ontdekte, zich van de realiteit bewust werd, kon hij alles loslaten om het vernieuwd terug te ontvangen; alles weggeven en rijker worden; alles waardelozer achten, zelfs z’n Bijbel en daarna alles hoger – want ontdaan van wettelijke opgedrongen waarden – waarderen.

Rien Buter, 1938

In onze Stille Samenkomst… geleidelijk terugkerend vanuit onze eigen gedachten en beslommeringen ervaren wij dan dat het een bijeenkomst is in Zijn naam, waar Hij temidden van ons is, zoals Hij heeft beloofd. Een verwijzing naar een aantal voor de eerste Vrienden wezenlijke Bijbelpassages. Hedendaagse Vrienden doen dat – ik zou haast zeggen – schoorvoetend. Bovendien brengen zij in dit verband vaak in herinnering dat George Fox zijn gehoor voorhield: ‘Jij zegt: Christus zegt dit en de apostelen zeggen dat… maar wat zeg jijzelf?’ Alsof dit zo mag en kan uitgelegd worden dat Fox bedoelde dat wat ik hier-en-nu zelf zeg belangrijker zou zijn dan het getuigenis van Jezus en de apostelen. Integendeel, Fox roept ons daarmee juist op tot een anders én opnieuw verstaan en ervaren van dat getuigenis, zodat het door mag klinken in ons leven, wanneer wij dat voorbeeld volgen door te proberen te leven gevoed vanuit diezelfde levende bron.

Kees Nieuwerth, 1986

Het Quakerisme heeft de controverse tussen wetenschap en godsdienst op de onwezenlijke voorpostgevechten nooit behoeven te maken, want het heeft zich van zijn ontstaan af niet in de letter van de Bijbel of in kerkelijke machtspolitiek verschanst. Het is meteen gaan staan op het standpunt van de directe ervaring van God, heeft van daaruit de Bijbel gelezen en er de wezenlijke punten uitgehaald, wetende dat wie de Bijbel leest zonder de leiding van de Heilige Geest, er zowel de rechtmatigheid van de inquisitie tegen Galilei als de rechtmatigheid der slavernij en rassendiscriminatie, de verdedigbaarheid van de oorlog en de onderdrukking van de vrouw uit distilleren kan.
Het is niet de schuld van de Bijbel, maar van de mensen, die, om met George Fox te spreken, “de profeten lezen, zonder de Geest der profeten te hebben”.
Geraldina L. van Dalfsen, geciteerd in De Vriendenkring, 1995.

Overal wordt oorlog gevoerd: je kunt niet naar de radio luisteren of je hoort onraad. Op de televisie word je er zelfs ooggetuige van gemaakt: plundering, moord en roof. En waarvoor? Alleen maar om de macht, om te heersen.
Slachto
ffers worden niet geholpen maar verjaagd naar vreemde streken met een vreemde taal. Mensen die niet verstaan worden, worden niet geholpen. Zij krijgen nog meer ellende.

Of God is almachtig, maar wreed en hardvochtig of niet almachtig, maar rechtvaardig, medelijdend en liefdevol.
Als ik dan kiezen moet, kies ik voor de laatste van deze twee. De mensheid zal dan zelf moeten zorgen voor recht en vrede, door middel van tact en overleg. God geve hun de kracht om hiervoor te werken, te verdragen en te helpen door liefde en geduld. Want dat kan God wel: ons de kracht van de liefde geven, die nooit aflaat. Het is een geweldig werk om dit vol te houden; daar kunnen we best een beetje hulp bij gebruiken. God zij met ons!

Mien Riedel, 2000

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.5 Wat Quakers verstaan onder een roeping (‘concern’)
Volgende: 3.7  Quakers en Jezus ==>

References

1. Verweerschrift
2. De ware christelijke godsdienst, zoals deze wordt uitgedragen en gepredikt door het volk dat veracht wordt, de zogenoemde Quakers Barclays, prop. III
3. Prop. III,2 Apology
Posted on

3.5 Wat Quakers verstaan onder een roeping (‘concern’)

Ons Genootschap is meer dan een willekeurige groep mensen die regelmatig bij elkaar komt. We komen samen omdat we geloven dat, wanneer we in de Stille Samenkomst in de Geest verenigd zijn, we in staat zijn tot meer helderheid van visie dan mogelijk is voor ons als individuen.
Gedurende de geschiedenis van het Religieus Genootschap der Vrienden hebben we ervaren dat het voor ieder van ons mogelijk is op wat voor tijdstip in het leven dan ook, een sterke, innerlijke roeping te voelen om een bepaalde taak of dienst uit te voeren. Deze roeping wordt gekenmerkt door een gevoel door God geroepen te zijn en dat het geboden is om op grond daarvan te handelen.
Al heel vroeg in het leven van ons Genootschap werd duidelijk dat een minimale vorm van structuur en gezag nodig zijn om de authenticiteit van een roeping te testen. Uit de wereldgeschiedenis kennen we maar al te goed het gevaar dat er in naam van God wordt gehandeld zonder dat die roeping wordt getoetst.
Vrienden die zich geroepen voelen om iets onder de morele of financiële verantwoorde- lijkheid van ons Genootschap te doen, wordt gevraagd dit ter beoordeling voor te leggen aan hun lokale groep. Dit is een uitdrukking van wederzijdse verplichtingen: die van de Vriend om de roeping te toetsen aan de plaatselijke groep en die van de groep om samen Gods leiding te zoeken en tot een besluit te komen. Een echte roeping is een gave Gods. De Vriend die geroepen is weet door een innerlijke ervaring dat er iets is dat de Geest van hem of haar verlangt, hoe vreemd en hoe onzeker dat vanuit onze menselijke waarneming eerst mag lijken. Wanneer de roeping aan de plaatselijke groep wordt voorgelegd is er gelegenheid tot het stellen van vragen en voor verdere verheldering. Terwijl de roeping door de groep overwogen wordt, is het de gewoonte dat de Vriend die zich geroepen voelt zich terugtrekt uit de beraadslaging.
Als de roeping erkend wordt door de groep, krijgt de Vriend die zich geroepen voelt een bevestiging in de vorm van een ‘Minuut’, waarmee de roeping voorgelegd kan worden aan andere Quaker organisaties waar dat nodig is. Acties, getuigenissen of projecten mogen immers alleen uitgevoerd worden in naam van de Quakers met toestemming van de plaat- selijke groep of Jaarvergadering waarvan de Vriend lid is.

Want mijn waarde Vrienden, wij zijn niet geroepen om onszelf te dienen en onze eigen zin en wil te volgen, maar om de Heer te dienen, zijn wil onderworpen te zijn en hem in zijn Licht na te volgen. Elizabeth Hendriks, 1683.
In: De Oude Waarheyd Ontdekt, Rotterdam, 1684, blz. 535

Toen besefte ik opnieuw de betekenis van de drie woorden ‘Uw wil geschiede’, die me laatst op een meeting als een voor mij nieuwe goddelijke waarheid werd geopenbaard; niet passief gedacht, maar actief; niet het fatalistische “ja, ik moet het leven aanvaarden zoals het is, ik kan er tóch niets aan doen’, maar bereid zijn om alles te doen wat God van je vraagt, in ruil voor alles, wat Hij je schenkt.

Laura van der Hoek, 1936

Ook wie bereid is het Licht in alle opzichten te volgen, kan tastend zijn weg moeten gaan. Niet omdat het Licht zelf onzeker is, maar omdat diegene nog niet voldoende geoefend is in het ontvangen van het Licht.
Dina van Dalfsen, 1936.

Het laboratorium waarin de Quaker experimenteert is het leven van alledag. In driehonderd jaar hebben Vrienden hun geloof in het innerlijk Licht getest en bewezen gezien.
Quaker zijn betekent niet alleen mystiek opgaan in God, maar betekent in het dagelijks leven verantwoordelijkheid voelen voor alle eisen die de Bergrede ons stelt.

Manfred Pollatz, 1936, overgenomen uit Der Quaeker, mei 1975.

Het Quakerisme is een vorm, een uiting van Christelijk geloofsleven, die het verstaan van gees- telijke opdrachten haast onbelemmerd mogelijk maakt. Ik zeg ‘haast’ omdat wij toch altijd tot op zekere hoogte onszelf in de weg staan, er zelden in slagen ons geheel over te geven.
Als dat eens het geval was dan zouden wij werkelijk de bergen der onoverkomelijkheden kunnen verzetten.

Wij schijnen een enkele keer daarin te kunnen slagen en dan beseffen wij hoezeer overgave en gehoorzaamheid, stil zijn en luisterend vermogen onmisbaar zijn om God in ons te laten werken.
Jim Lieftinck, 1938.

Het komt voor dat mensen zich verbeelden iets te horen wat achteraf niet de stem van God blijkt geweest te zijn. Het gevaar van dit subjectivisme is het grootst bij de enkeling. Daarom hebben wij Vrienden dan ook de mooie controle van het groepsleven. Daardoor blijft er geen plaats voor individuele eigenwil.

Karl Heinz Pollatz, 1939.

In onze wijdingssamenkomst leren we begrijpen dat een leven dat waarlijk onder Gods leiding staat een leven moet zijn, eenvoudig en geordend. Geordend van binnenuit.
Het leven van een Quaker groep komt voort uit het gemeenschappelijke ervaren van Gods aanwezigheid in de wijdingssamenkomst. Wij geloven dat die ervaringen van dezelfde aard zijn als die welke in de Bijbel beschreven zijn. Dat betekent ook dat net als toen ook aan ons een opdracht gegeven wordt die we moeten uitvoeren in de wereld.

In de loop van de geschiedenis zijn er enkele sprekende voorbeelden geweest van Quakers die door hun roeping te volgen bijgedragen hebben tot veranderingen in het gehele maatschappe- lijke leven. Een daarvan is de strijd tegen de slavernij, die weer nauw verband hield met het vredesgetuigenis.

Alles tezamen genomen geloof ik dat wij vooral nuchter moeten blijven en beseffen dat het werk dat ons te doen staat niet noodzakelijkerwijs spectaculair hoeft te zijn. Het hoeft even- min altijd juist in of samen met onze (kleine) Quaker groep gedaan te worden om een teken te zijn van het leven van die groep.
Mien Schreuder, 1960.

Als we naar elkaar luisteren en in stilte kunnen horen waar de woorden vandaan komen,

weten we dat we hoe zeer onze wegen uiteen lopen, samen voort kunnen gaan in een enkele richting terwijl we in onze woorden en in ons leven de liefde van Christus verkondigen die uit gaat naar en aan het werk is in het hart van ieder levend mens.
Piet Engelsman, geciteerd door Marianne Boelsma en Pieter Ketner, 1992

Ik realiseer me, al mijmerend in de trein naar huis, hoe traditie en organisatie altijd een geweldig gevaar voor ons ‘geloven en handelen uit ervaring’ vormen. Ook in ons Genootschap misbruiken we soms onze traditie en organisatorische beperktheid om elkaars bevlogenheid de kop in te drukken. Zijn we misschien bang om door bevlogenheid van anderen geconfronteerd te worden met onze eigen geestelijke zelfgenoegzaamheid?…..
Ik blijf hopen dat we samen als Vrienden in een geloofsgemeenschap meer kunnen betekenen voor die wereld dan we elk voor onszelf kunnen.
Hans Weening, 1993.

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.4 – Getuigenissen
Volgende: 3.6  Quakers en hun visie op de Bijbel ==>

Posted on

3.4 Getuigenissen

Johannes vertelt in zijn evangelie ( Johannes 1:9) dat hijzelf er was om te getuigen van: “het ware licht dat ieder mens verlicht en dat naar de wereld kwam”. Quakers verstaan hieronder dat er “iets van Gods licht”, of anders gezegd: “dat van God” is in ieder mens. Dit verstaan van de wijze waarop God werkt in het leven van mensen, heeft bij de Vrienden geleid tot de inzichten dat iedereen gelijk is voor God, dat we anderen lief horen te hebben als onszelf, dat we op een eenvoudige en duurzame wijze dienen te leven, opdat anderen eenvoudigweg kúnnen leven, dat we de natuurlijke hulpbronnen van onze planeet eerlijker gaan delen en dat we zullen bouwen aan de vrede in onze wereld.

Deze innerlijke leiding, dit inzicht, wordt door Quakers aangeduid als ‘getuigenis’. Er zijn getuigenissen waarnaar Vrienden proberen te leven. De ene Vriend legt meer nadruk op een bepaald getuigenis en een andere weer op een ander getuigenis. Deze getuigenissen hebben in de loop der tijd verschillende prioriteiten en andere bewoordingen gekregen, mede vanwege de maatschappelijke actualiteit. En ook nu is het ene getuigenis wezenlijker voor de één, waar een ander vooral leeft naar een ander, maar ze grijpen in elkaar en zijn aan elkaar verwant omdat ze allemaal voortkomen uit dezelfde innerlijke leiding.

Enkele voorbeelden van Quakergetuigenissen zijn: integriteit, vrede en geweldloosheid, eenvoud van leven, gelijkwaardigheid van allen, het vermijden van gokken, het weigeren de eed af te leggen, verzet tegen de doodstraf, het bevorderen van sociale en economische rechtvaardigheid en een eerlijk delen van de natuurlijke hulpbronnen.

Hierna worden enkele van deze getuigenissen iets meer in detail besproken.

Vrede:

Quakers geloven dat oorlog niet in overeenstemming is met dat wat Jezus ons leert: “Heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten” (Lucas 6:27). De eerste Quakers probeerden de wortels van conflicten en oorlog te ontdekken en te handelen in een geest die alle aanleiding tot gewapende conflicten en oorlogvoering wegneemt. Het Vredesgetuigenis
is altijd een bron van inspiratie geweest voor de Vrienden door de eeuwen heen, want het wijst een weg naar een manier van leven die goede relaties tussen alle mensen, ja zelfs alle schepselen, insluit. Als religieuze gemeenschap hebben wij ons gezamenlijke getuigenis tegen oorlog en geweld gedurende onze hele geschiedenis altijd gehandhaafd. Zo hebben Quakers veel gedaan om het verbieden van de inzet van landmijnen en kindsoldaten op de internationale agenda te krijgen.

Voor veel Quakers is dit vredesgetuigenis een van de meest fundamentele Quaker-getuigenissen. Zij zijn zich er van bewust dat het vredesgetuigenis een zware verantwoordelijkheid met zich meebrengt, omdat ook de keuze voor geweldloosheid geen schone handen belooft.

Voor sommigen echter, vooral wanneer zij in situaties leven waarin zij dagelijks geconfronteerd worden met onderdrukking, onrechtvaardigheid en geweld, kan het een moeilijk getuigenis zijn, een ideaal zwaar om naar te leven. Dit is bijvoorbeeld het geval voor Quakers in een aantal Afrikaanse landen. Toch worden Vrienden ook in dergelijke omstandigheden geroepen om voort te gaan op de weg van het vredesgetuigenis.

En die weg houdt in: de kant van de slachtoffers kiezen en tegelijkertijd ‘dat van God’ in de daders blijven zien.

Eenvoud:

De Vrienden hebben elkaar altijd aangemoedigd om zo eenvoudig mogelijk te leven. De eerste Quakers geloofden dat de verleidingen van luxe en zelfingenomenheid de geestelijke ontwikkeling van een persoon in de weg konden staan, reden waarom zij zich inspanden om zich op een eenvoudige wijze te kleden en uit te drukken en waarom zij waar- schuwden tegen het aangaan van schulden. Dit getuigenis van ‘eenvoudig leven’ laat zich nu goed combineren met de oproep tot ‘duurzaam leven’, die tot doel heeft de Schepping zorgvuldig te beheren en te bewaren. Vrienden verzetten zich ook tegen ongeremde eco- nomische groei, in een samenleving die steeds meer materialistisch en egoïstisch wordt, waardoor mensen verleid worden steeds meer aan te schaffen.

Gelijkwaardigheid van allen:

Quakers geloven in ‘dat van God in iedereen’: dat alle mensen gelijk zijn voor God, onge- acht geslacht, ras of leeftijd. Zo konden bijvoorbeeld vanaf de eerste Quaker-samenkom- sten mannen, vrouwen en kinderen getuigen.
Het getuigenis van gelijkwaardigheid heeft Vrienden er steeds toe aangezet om te strijden voor verandering in volgens hen onrechtvaardige situaties. Onderwerpen waarvoor zij zich ingezet hebben én nog steeds inzetten: hervorming van het gevangeniswezen, de afschaffing van de doodstraf, de beweging tegen de slavernij, sociale woningbouw, vredes- werk, overheidsbeleid inzake immigratie en kinderbescherming.

Armoede, onrechtvaardigheid en uitsluiting zijn vaak de diepere oorzaken voor geweld- dadige conflicten en oorlog binnen en tussen staten. Dit is waar het getuigenis van de gelijkwaardigheid samenkomt met het vredesgetuigenis en dat van eenvoudig en duurzaam leven.
Dit brengt ons dichter bij de ervaring van de vroege Vrienden die geen scherpe grenzen trokken tussen de verschillende Quakergetuigenissen, maar deze zagen als één samenhan- gende uiting in de geest van Jezus en voor wie geloven en handelen altijd één waren.

Deze Algemene Vergadering herbevestigt zijn sterke bezwaren tegen het afleggen van de eed in gerechtshoven en bij andere gelegenheden, niet alleen omdat het zweren van een eed verboden is door Jezus Christus, maar ook omdat het een dubbele standaard van waarheid inhoudt. Het veronderstelt stilzwijgend dat een persoon niet gehouden is de waarheid te spreken, tenzij hij onder ede verklaart.

Australia General Meeting, 1929.

Waar onze wil en onze begeerten nog altijd het hoogste woord willen hebben, kan Gods wil in ons en door ons niet geschieden.
Rob Limburg, 1937.

Het is belangrijk te erkennen dat angst en agressie twee factoren zijn, waar ieder in eigen leven onder lijdt.
Door nog meer stilte tot een onderdeel van ons leven te maken, nog meer ons open te stellen voor het Innerlijk Licht, zal een deel van die angst en agressie kunnen worden overwonnen en omgezet worden in vrede in jezelf.

Zendbrief Nederlandse Jaarvergadering, 1977

Quakerisme zonder daden is ondenkbaar. Maar zonder onze mystieke Godservaring is het evenzeer ondenkbaar. We kunnen het in twee woorden samenvatten: “praktische mystiek”. Laten we daarmee verder gaan.
Anton Kalff, 1988

De materiële welvaart die wij verworven hebben heeft ons niet gelukkiger gemaakt en tegelij- kertijd realiseren wij ons dat het een geweldige luxe is dat wij zo sceptisch over onze welvaart kunnen doen.
Het leven van Jezus was een leven zonder zel
fbeveiliging. Maar dan kunnen wij de dingen ook niet laten voor wat ze zijn. Wie voor deze God kiest, omdat Hij voor de mens gekozen heeft, kiest daarmee wat deze God hoog zit. Het gevecht tegen uitbuiting en lijden, tegen geweld en zinloze mensvernietiging, tegen hopeloosheid en berusting, tegen hoogmoed en zelfzucht. Geloven brengt onvermijdelijk met zich mee dat wij stap voor stap onze fundamentele keuze proberen te vertalen in ons handelen. Ondanks ons falen en in al zijn betrekkelijkheid kan ons leven een plek worden waar de hoop gestalte krijgt.

Maria van Everdingen, 1989

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.3 – Inkeer en gebed
Volgende: 3.5 – Wat Quakers verstaan onder een roeping (‘concern’) ==>

Posted on

3.3 Inkeer en gebed

De eerste Vrienden voelden al aan dat één Stille Samenkomst per week te weinig is voor het geloofs- en gemeenschapsleven. Daarom kwamen de Vrienden vroeger ook midden in de week samen voor een wijdingssamenkomst.
Tegenwoordig is er slechts één dienst per week en zelfs dan is lang niet iedereen in staat die elke zondag bij te wonen.

De leiding van het Licht dringt zich, in tegenstelling tot de (ver)leiding van de wereld en het ego, niet op aan de mens, maar moet actief gezocht worden. Daarom is het belangrijk om God te zoeken in momenten van stilte en inkeer.
Dat kan op vele manieren. Hiervoor zal de één zich terugtrekken in de natuur, terwijl de ander gewoon in stilte gaat zitten. Weer anderen zullen de Bijbel pakken of een ander inspirerend boek, om van daaruit de weg gewaar te worden die men heeft te gaan of om zich dichter bij God te voelen. Ook de Overwegingen en Vragen (zie hoofdstuk 10) kunnen als hulpmiddel worden gebruikt om het eigen leven tegen het Licht te houden.

Door afstand te nemen van zichzelf en als ‘buitenstaander’ het eigen functioneren te beschouwen komt men tot dieper inzicht in innerlijke roerselen en motieven. Zo kan men zich door inkeer niet alleen boven het alledaagse verheffen, maar ook tot zelfonderzoek komen. Het zoeken naar het Licht brengt ons vaak op de goede weg. Wij ontdekken wie wij zelf zijn en krijgen steun om ons te helpen in waarachtigheid te leven vanuit “het Licht dat ieder mens verlicht”.

De momenten van stilte en inkeer wekken op onnaspeurbare wijze het verlangen in ons naar het Koninkrijk van Vrede en stimuleren ons de medemens als partner en niet als hinderpaal of tegenstrever te zien. Een actief individueel geloofsleven en de gezamenlijke Stille Samenkomst versterken elkaar in hun positieve invloed op de kwaliteit van leven van het individu en op dat van de gemeenschap als geheel.

‘Laat af en wordt je bewust dat ik God ben’

Psalm 46, vers 11

Judith, een zeer bijzondere en begaafde vrouw, die van Doopsgezind Quaker was geworden en tot haar dood in 1664 alle Quakergroepen in ons land o.a. in Alkmaar, Haarlem, Leiden, Rotterdam geregeld bezocht schreef eens: “…en als gij te eniger tijd weinig opwekking gevoelt, denkt dan niet dat God zich niet om u bekommert; maar keer in tot u zelf, tot het zuivere Licht, en laat dit uw rustpunt zijn. Dan kan het wezen dat gij de oorzaak zult ontdekken waarom het besef van de Tegenwoordigheid van God u tijdelijk had verlaten, zodat gij, de oorzaak daarvan verwijderende, God weer zult beleven tot uw eigen vertroosting.” Judith Zinspenning, 1660-er jaren.

Wacht niet alleen dagelijks mijn dierbare Vrienden, maar wacht zelfs alle uren op God. Ach, hoe dikwijls spreekt David van het wachten op God? (….)Vertrek daarom naar uw heilige binnenkamers, zijn Stilte, en de Heer zal u troostend toespreken.
Gezegend zijn degenen die op hem wachten.

William Penn, 1677.
In: De Oude Waarheyd Ontdekt, Rotterdam, 1684, blz. 66

Alleen wie zelf stil kán zijn, kan het zelf beleven van “God-verwachtende stilte” doormaken. Wel is een ieder ertoe instaat, doch velen komen slechts zelden tot het beleven van deze Godgewijde stilte, en soms wordt deze stilte niet als zodanig herkend door de persoon die ze beleeft. Wij moeten onszelf op dat punt waakzaam houden, ja het met ernst zoeken d.w.z. het rumoer weten te ontgaan.

Daan Daamen, 1938

Laten wij het vooral aandurven, stil te zijn, niet alleen in de wijdingssamenkomst, maar ook in onze eigen kamer, en om tijd te hebben voor een gebed.
Lyd van Andel, 1957.

Wat gebeurt er in het heelal?
Ignatius van Loyola heeft eens gezegd:
“Ik kom van God, behoor aan God, en ik ga naar God terug”.
Deze drie getuigenissen zijn excellente onderwerpen voor een meditatie.
Zij veronderstellen wat alle christelijke gebeden veronderstellen: dat wij niet bidden in een vacuüm.
Als ik bid is het meest belangrijke dat ik tot die diepe innerlijke realisatie kom van wat er plaatsvindt in de kosmos.
Er is een proces van kostbare verzoening gaande in het hier en nu.
Het bevestigt dat God de grond van ons bestaan is en dat Hij de liefdevolle helper is voor iedere man en vrouw die in deze wereld komt.
God kwam tot ons zichtbaar in de persoon van Jezus Christus. Dat gaat nog steeds door. Deze bevrijdende liefde kan elke scheiding verzoenen, elke tweedracht, elke onenigheid. Wanneer ik bid, begin ik niet met dat proces. Dat is reeds aanwezig, dat zette mij aan tot bidden.

“Je zou mij niet zoeken, als je mij niet reeds gevonden had.”
Wanneer ik bid, ontwaak ik, ik luister en ontdek dat het vertrouwen in mijn gebed opgenomen werd in een kracht machtiger dan ik mij had kunnen voorstellen, als ik dat niet zelf ervaren had.
Douglas Steere in: ‘Prayer in the Contemporary World

Bidden is jezelf relativeren. Leven kan bidden zijn als je voldoende ruimte laat voor zelfrelativering, voor spel.
Een bijdrage in de wijdingssamenkomst tijdens de Algemene Vergadering, 1998

Spiritueel leven betekent: leven vanuit je hart, je geest, je lichaam, je omgeving – vanuit een heelheid. ‘Ik kwam zodat zij zouden leven’, zo zegt Jezus, ‘zodat zij ten volle zouden leven’ ( Joh. 10:10).
Zo vormt spiritualiteit de weg naar heelheid van mensen, natuur, milieu, van de Schepping.
Henk Ubas, 2000

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.2 Bijzondere stille samenkomst
Volgende: 3.4 Getuigenissen==>

Posted on

3.2 Bijzondere Stille Samenkomsten

Bij speciale gelegenheden kan een plaatselijke groep gevraagd worden om deze momenten te markeren door het houden van een bijzondere Stille Samenkomst, bijvoorbeeld bij huwelijk, overlijden of jubilea.
Zo kunnen partners een huwelijk of andere duurzame relatie willen bevestigen in een Stille Samenkomst. Maandvergaderingen zullen op verzoek een bijzondere Stille Samenkomst houden om te vieren dat twee mensen besloten hebben samen door het leven te gaan. Zij dienen hiertoe een schriftelijk verzoek bij de Schrijver van de Maandvergadering (plaatselijke groep) in. Ten minste één van de twee partners dient lid te zijn van het Genootschap, dan wel regelmatig de samenkomsten te bezoeken. De Maandvergadering overweegt het verzoek en wijst twee Bezoekende Vrienden aan, die met de partners in een gesprek nagaan wat hun verwachtingen zijn. De Maandvergadering kan vervolgens besluiten tot het houden van een bijzondere Stille Samenkomst om die duurzame relatie te bevestigen.

In die samenkomst staan beide partners op en beloven elkaar trouw in zelfgekozen bewoordingen. Het is gebruikelijk dat na afloop alle aanwezigen met hun handtekening op het trouwdocument bevestigen dat zij getuigen zijn geweest van het uitspreken van de beloften.

Evenzo kan een Maandvergadering gevraagd worden om een bijzondere Stille Samenkomst te houden om een overleden Vriend of trouwe bezoeker van de samenkomsten te herdenken. Tijdens een sobere bijeenkomst kunnen de Vrienden dan in stilte samen, in dankbaarheid voor het leven van de overledene, Gods aanwezigheid ervaren.

Omdat bijzondere samenkomsten vaak worden bijgewoond door bezoekers die niet vertrouwd zijn met Quakersamenkomsten is het aan te bevelen dat de Schrijver of een andere Vriend een korte inleiding houdt over de wijze waarop onze samenkomsten gehouden worden.

Geen dominee of ambtenaar heeft hun huwelijk ingezegend of bevestigd. Het huwelijk is hun geschenk van God aan elkaar, en een geschenk van de Samenkomst aan hen beiden. En nadat ze dat geschenk gegeven hebben, zullen ze, vanaf die dag, verenigd en onderling afhankelijk zijn. Hun huwelijksceremonie, gebaseerd als ze is op zelfvertrouwen, eenvoud en gelijkwaardigheid, wordt zo een metafoor voor het hele Quaker leven.

Robert Lawrence Smith: A Quaker Book of Wisdom. London 1998.

Quakerhuwelijken zijn vaak bijzonder mooie gebeurtenissen en Stille Samenkomsten tegelijk. De gasten worden verwelkomd door een Vriend die uitlegt hoe het bij Quakers toegaat
– voor velen zal dit hun eerste ervaring zijn – en de ruimte vult zich langzaam met die diepe, bekende stilte. Als ze voelen dat het moment daar is, staan de mensen die gaan trouwen op, en spreken hun verklaring uit. De Samenkomst valt terug in de stilte. Tijdens die stilte kunnen gasten spreken om hun liefdevolle steun te uiten.
Geoffrey Durham, Being a Quaker, a Guide for Newcomers. Oxford 2011

Terug naar inhoudsopgave

<== Vorige: 3.1 Stille samenkomst
Volgende: 3.3 Inkeer en gebed ==>

Posted on