De presentielijst.
Dit waar gebeurde verhaal werd tijdens de meeting op de Algemene Vergadering door Johan Westra voorgelezen. Het bijzondere was dat de auteur, Jan Arriens daarbij aanwezig was
Het nieuw meisje was maar acht. Zij was van Frankrijk gekomen. Zij kwam aan in Ierland met een heel klein koffertje en was zenuwachtig en schuw.
De dag voordat zij aankwam sprak John Brigham, het jonge hoofd van de Quaker internaat in Waterford tegen de kinderen van de school na de afroeping van de presentielijst.
"Lieve kinderen, een nieuw meisje komt er morgen aan. Zij heet Anna en is Frans. Anna is een Hebreeuwse naam. Het betekent goedheid, en genade. Hij stopte even. "Anna werd levend gevonden in één van de concentratie kampen aan het eind van de oorloog enkele maanden geleden. Zij was het enige van haar gezin die de oorloog overleefde. Zij heeft de laatste tijd doorgebracht bij een Quaker gezin in Engeland. Wanneer zij een beetje anders lijkt dan jullie zullen jullie weten waarom dat zo is. Ik heb vertrouwen in jullie dat jullie heel lief en attent voor haar zullen zijn."
In het begin was Anna dun, triest en verlegen maar de andere kinderen deden hun best om haar op te nemen in alles wat ze deden, terwijl ze tegelijkertijd probeerden om haar op haar het gevoel te geven dat ze daarbij hoorde en niet anders was. Ze namen haar door het bos naar de plaats waar het mogelijk was om over de beek te komen door van het een naar het andere steen te springen. Ze namen haar de heuvel op waarvan zij in de verte de zee konden zien. Zij deed mee met ren-spelletjes en hield van handwerk. Haar Engels werd snel beter. In plaats van verlegen werd ze één van de levendigste meisjes van de school, altijd heen en weer rennend pret aan het hebben. Er leek geen eind te zijn aan haar energie.
In het begin zouden de kinderen soms vragen naar waar zij had gewoond voordat zij naar Newtown School kwam. Zij vertelde dat zij oorspronkelijk uit een bergachtige provincie in het zuiden van Frankrijk kwam, maar dan zouden ze stoppen. De kinderen wilden heel graag weten over de oorloog en de kampen, maar wanneer ze vroegen werd haar gezicht opeens bleek en toen zou ze meteen iets vol energie beginnen te doen, zoals hun leiden in een ingewikkeld spel verstoppertje of tikkertje.
De kinderen leerden snel om niet meer te vragen en Anna werd snel geaccepteerd en kwam hetzelfde over als ieder ander kind op de school.
Behalve één ding. Iedere ochtend werd de presentielijst uitgeroepen. De hele school moest aanwezig zijn op het plein voordat de schooldag begon. De namen van alle kinderen zouden voorgelezen worden een voor een door de klassenvertegenwoordiger. Soms als het heel nat was zou de naamafroeping plaatsvinden in de gymzaal.
Iedere keer was Anna niet in staat om te beantwoorden toen haar naam geroepen werd. Zij was duidelijk van slag, hoewel ze dit probeerde te verbergen. Zij zou snel bijkomen maar John Brigham besefte dat de naamafroeping haar terug zou nemen naar de oefenterrein van de concentratie kamp waar de gevangenen iedere ochtend moesten staan terwijl hun nummers afgeroepen zouden worden door een bewaker.
Toen John probeerde om met Anna hierover te praten werd haar gezicht bleek. Hij vertelde haar dat hij het goed zou vinden als ze niet meer naar de naamafroeping zou komen, maar ze schudde haar hoofd en bleef komen.
Nog steeds was het voor Anna onmogelijk om antwoord te geven als haar naam afgeroepen werd. Andere kinderen begonnen dat ook te merken. John sprak met de andere leraren, maakte de afroeping zo kort mogelijk en probeerde weer met Anna te praten. Zijn vrouw, Pat, praatte ook met haar. Niks hielp. Uiteindelijk benaderde hij de klassenvertegenwoordiger. John vertrouwde hem; die was een school met weinige regels, waardoor iedereen zich gewaardeerd voelde en iedereen verantwoordelijkheid nam om goed gedrag te handhaven. Er was geen kloof tussen de leraren en de leerlingen maar een gevoel dat iedereen samen werkten in hun verschillende manieren.
"Ik weet niet wat ik het best kan doen voor Anna," zei hij. "De afroeping van de presentielijst is voor haar nog steeds zeer moeilijk. Misschien zouden we moeten stoppen met die af te roepen, maar dat zou nog meer aandacht op haar richten."
"Laat mij iets proberen," zei de klassenvertegenwoordiger nadat zij voor een tijd hadden gesproken.
De volgende ochtend was het Anna die voor de rijen kinderen stond. Eerst weifelend, maar steeds sterker, riep zij de namen af.
Jan Arriens
Bron: Journeys in the Light