"Hoe kunnen we als kleine mensen invloed uitoefenen op grote wereldvraagstukken?".
Presentatie voor de Nederlandse Jaarvergadering , 29 mei 2010Goedemorgen, Vrienden. Het is mij een grote vreugde om hier bij jullie te zijn. Ik wil jullie dan
ook bedanken dat jullie mij gevraagd hebben hier te komen spreken. Ik zeg dit om een aantal
redenen:
Ten eerste omdat ik het leuk vind terug te zijn in dit land. Het spijt me te moeten toegeven
dat ik dit verhaal niet in het Nederlands kan houden, hoewel ik 20 jaar geleden een tijd in dit
land heb gewoond. Desondanks heb ik veel goede herinneringen aan mijn tijd hier en is het
heerlijk om even terug te zijn. Ten tweede is het goed om in dit Woodbrookershuis te zijn. Ik
werkte bijna 10 jaar lang in Woodbrooke, Birmingham, in de 70-er en 80-er jaren en daar
ontdekte ik de sterke band van Nederlandse Vrienden met Woodbrooke in de eerste jaren
van zijn bestaan en de manier waarop dit huis en andere zich ontwikkelden dankzij
Woodbrookes voorbeeld. (Trouwens, in Woodbrooke ontmoette ik Kees en Hylkia. Kees
was de allereerste persoon die ik er tegenkwam op mijn eerste dag daar in 1978! En in
Woodbrooke ontmoette ik Hadewijch, die zo nu en dan op mijn dochter Hannah paste, toen
ze nog maar een baby was).Ten derde, omdat gedurende mijn hele werktijd voor QUNO, nu
15 jaar, we bijna ieder jaar zeiden dat we eens naar de Nederlandse Jaarvergadering wilden
komen; het heeft dus al die 15 jaar geduurd voor dat eindelijk is gelukt. En tenslotte omdat ik
binnenkort begin aan mijn laatste jaar bij QUNO (volgend jaar juni ga ik met pensioen), dus
dit zal één van mijn laatste lezingen zijn voor Vrienden in mijn hoedanigheid als directeur van
QUNO. Het is dus een eer om hier te mogen zijn.
Jullie vroegen me te spreken over het thema "Hoe kunnen we als kleine mensen invloed
uitoefenen op grote wereldvraagstukken?" en daarbij om dit te illustreren met voorbeelden
van hoe een individueel concern van een individuele Vriend werd getest en gefiltreerd door
de verschillende Quakergroepen om een QUNO-actie of –project te worden.
Ik zal dit proberen te doen op de volgende manier:
1. Ik begin met een paar gedachten in het algemeen over dit onderwerp en mijn eigen
"veranderingstheorie".
2. Ik vervolg met een aantal gedachten over hoe werk bij de Verenigde Naties hierbij
aansluit.
3. Ik geef toelichting op hoe wij werken.
4. Tenslotte noem ik een paar voorbeelden van de soort, die jullie me vroegen, nl. over hoe
concerns van individuele Vrienden uiteindelijk op ons bordje van werk voor de Verenigde
Naties kunnen belanden.
I. Een persoonlijke veranderingstheorie
Laat me dus beginnen met de vraag die jullie stelden, het thema van deze algemene
vergadering. Dit zijn persoonlijke gedachten, die wellicht mijn eigen "veranderingstheorie"
weergeven, maar het is deze persoonlijke "theorie" die mijn manier van denken over ons
werk als Vrienden bij de Verenigde Naties beïnvloedt.
Echte verandering teweeg brengen met betrekking tot "wereldproblemen" moet wel een
proces zijn, dat tijd neemt en moet op veel niveaus plaatsvinden. Ja, wereldwijde politieke
beslissingen (en belangrijk,) acties worden verlangd. Maar fundamentele verandering treedt
pas op als individuen veranderen. Dus, wezenlijk kunnen wij, als kleine mensen, invloed
hebben door te beginnen bij onszelf, door te werken in onze gemeenschappen, door
betrokken te raken bij landelijke verandering en ja, door te proberen invloed uit te oefenen op
de beslissingen die op wereldniveau worden genomen. Al deze stappen zijn nodig om tot
werkelijke verandering te komen.2
Dus hoewel wij maar "kleine mensen" zijn, kunnen we echt tot op zekere hoogte invloed
hebben op wereldniveau, vooral als we dat samen met anderen doen. De gedachtesprong
maken van mij, als "individuele Vriend" met mijn concerns voor de wereld naar ons, als
collectieven van Vrienden, verspreid en klein op verschillende plekjes op aarde, naar op de
een of andere manier grote verschuivingen op wereldniveau is misschien een te grote
sprong voor ons voorstellingsvermogen (tenminste in één gedachte en op dezelfde tijd).En
toch, we hoeven maar te denken aan hoe het geweten het gedrag van individuele Vrienden
beïnvloedde m.b.t. slavernij en vervolgens tot gezamenlijke actie leidde en toen tot de
uiteindelijke enorme verandering die over de gehele wereld plaatsvond (desondanks als een
voortdurende strijd) om te zien hoe dit kan werken. Daarom is het mijn overtuiging dat wij
een invloed kunnen hebben en inderdaad hebben op "wereldproblemen", een invloed die ver
uitrijst boven ons numerieke aantal en dit komt, omdat er iets is dat veel belangrijker is dan
aantallen. Het is fundamentele overtuiging, persoonlijk commitment, als voorbeeld leven en
effectief met anderen samenwerken dat maakt dat we een echt verschil kunnen maken.
Goed, dit was bij wijze van inleiding. Quakers hebben eeuwenlang gewerkt op deze manier.
Als we kijken naar de huidige wereldproblemen, kan dat waarschijnlijk tamelijk ontmoedigend
voelen. Welke vraag je ook stelt op een bepaald moment, hij kan nogal overdonderend
aanvoelen. Ik voel dit tegenwoordig vaak zo als het gaat over milieuvragen. Echter, als we in
de geschiedenis kijken naar de verbeteringen die opgetreden zijn in het welzijn van mensen,
naar de processen van internationale samenwerking die er bestaan, naar de normen die een
groot deel van het menselijke en nationale gedrag sturen – en als we kijken onder de paraplu
van deze positieve veranderingen – dan zien we dat ze niet zomaar gebeurden. Ze waren
het resultaat van acties op grond van principes van individuen (inclusief Vrienden), die hun
eigen gedrag veranderden en samen met anderen eraan werkten hun wereld te verbeteren.
Zoals ik zei is het dit "veranderingsmodel" dat ten grondslag ligt aan mijn eigen werk bij de
Verenigde Naties, werk dat bij tijden inderdaad soms overweldigend en ontmoedigend
aanvoelt, maar dat, als ik het in samenhang met de tijd en over een langere tijdspanne
bekijk, minder teneerdrukkend voelt. Ik geef een paar voorbeelden.
II. Vrienden en de Verenigde Naties
Als je erover nadenkt is het nogal stoutmoedig van Vrienden om te denken dat simpelweg
aanwezig zijn bij de Verenigde Naties op een of andere manier verschil zou kunnen maken.
Een piepklein kantoortje (op z'n hoogst 7 personen in Genève en net zo in New York)
tegenover een gigantische bureaucratie, en dan denk ik nog niet eens aan de enorme
verschillen in belangstelling en macht van meer dan 190 nationale regeringen!!!??? Is dit
werkelijk een realistische onderneming?
Als Vrienden koesteren we altijd grote hoop en hoge verwachtingen. We zijn een ongeduldig
volkje met passie. We willen veranderen om te verbeteren en we willen dat liever nu dan
straks. Met liefde verwerpen we die factoren, die vreedzame relaties tussen volkeren
verhinderen en onrecht doen voortbestaan. Dit is op zich al een tamelijk onbeschaamde
houding naar de wereld. Deze houding heeft van het begin af aan het werk voor echte
verandering in de relaties tussen landen gedreven.
De basis van het Quaker werk bij de Verenigde Naties in de huidige uitvoering is de
belangstelling voor en de betrokkenheid van Vrienden bij wat een eerdere directeur van
QUNO, Duncan Wood, beschreef als "het bouwen van vredesinstituten". Dit idee gaat terug
op William Penn en zijn "Essay on the present and future peace of Europe" waarin hij een
plan uiteenzette voor een wereldwijd (toen Europawijd) vredessysteem. Er was grote
belangstelling bij Vrienden voor de Volkenbond na de Eerste Wereldoorlog en er werd toen
al een vertegenwoordiging in een aantal "hoofdsteden" opgezet om de vrede in Europa te
helpen waarborgen. Het vond zijn vervolg in de hoge verwachtingen die Vrienden hadden
toen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog de Verenigde Naties werd opgericht. De
kantoren in New York en Genève werden ongeveer in dezelfde tijd gesticht, in 1947/1948.3
De Verenigde Naties nu is erg anders dan het was in de tijd van de oprichting, met meer dan
190 lidstaten en een heel systeem van organisaties eromheen die de Verenigde Naties
Familie vormen. Maar het Quakerwerk bij de Verenigde Naties is blijven doorgaan in de
veranderingsperiode naar de tegenwoordige, onderling-afhankelijke wereld en Vrienden
hebben dit werk onafgebroken en trouw gesteund. In de nu meer dan 60 jaar van zijn
bestaan heeft het Quakerwerk bij de Verenigde Naties zich wel moeten aanpassen in reactie
op de behoeften en veranderingen in de wereld. Als dat niet was gebeurd, was het werk van
QUNO al lang geleden irrelevant geworden.
Bij QUNO is het werk basaal niet anders dan bij enig ander maatschappelijk georiënteerd
werk, waarbij Quakers gezamenlijk of individueel betrokken zijn. Het is werk dat is gebaseerd
op het geloof dat er iets van God in allen is, dat we ieder individu moeten waarderen en
moeten proberen om het vonkje van het goede, de visie, of de bereidheid tot risico, dat in
ieder persoon aanwezig is, te bereiken. Het geloof dat je veel kunt doen om conflicten te
reduceren en verzoening tussen verschillen te bevorderen door te voorzien in een veilige
ruimte om te luisteren en te praten; dat ons werk helder zichtbaar gefundeerd moet zijn in
onze grotere visies. Dit betekent dat, hoewel het werk voor de Verenigde Naties eigen
karakteristieken heeft die passen bij het werk voor deze organisatie, dat JULLIE werk voor
de Verenigde Naties een levend onderdeel is van de geloofsdraad die door al het
Quakerwerk in de wereld loopt.
III. Het beste uit onszelf naar boven halen en wat we te bieden hebben: een paar
begeleidende uitgangspunten
Quakerwerk bij de Verenigde Naties kan een beetje mysterieus lijken. Het is belangrijk dat
geheimzinnige weg te halen, omdat het de individuele Vriend in zijn/haar omgeving een
groter gevoel van betrokkenheid kan geven bij wat er gebeurt in Genève of New York.
We hebben altijd veel verwacht en doen dat nog steeds van het kostbare Verenigde
Natiessysteem en dat is terecht. Maar we zijn ook klein in aantal. Onze mogelijke
"aanwezigheid" moet noodzakelijkerwijs bescheiden zijn niet alleen t.o.v. de mega-
problemen waarvoor we ons gesteld zien, maar ook t.o.v. de machtige instellingen die het
probleem veroorzaken, en die tegelijk ook deel moeten zijn van de oplossing. We moeten
keuzes maken in wat we willen doen. Straks vertel ik meer over de manier waarop we tot die
keuzes komen. Beperkte middelen en capaciteiten moeten gefocussed worden. We moeten
bondgenoten zoeken en contact met hen onderhouden. Dit was altijd onderdeel van het werk
voor de Verenigde Naties. Tegenwoordig is het echter nog meer van belang, nu we als
resultaat van de globalisering en de aanwezigheid van honderden gedreven
maatschappelijke organisaties, slechts één van velen zijn.
Hoe kunnen we het best de Vrienden vertegenwoordigen, als we deze beperkende factoren
in het achterhoofd houden?
Hier volgen een paar wat ik "begeleidende uitgangspunten" noem, die niet alleen onze
werkstijl vormgeven, maar ook de keuzes die we maken over onze werkgebieden.
In een hele ware zin is al ons werk in New York en Genève "vredeswerk" in de breedste zin
van dat woord: of het nu gaat om ons economisch werk dat een eerlijker aandeel zoekt voor
de ontwikkelingslanden in handelsbesprekingen, of om ons mensenrechtenwerk dat probeert
basale mensenrechtenprincipes te versterken en te implementeren of juist aandacht vraagt
voor bijzonder verwaarloosde gebieden als vrouwen in de gevangenis, of als het gaat om
ons ontwapeningswerk – al dit werk is, gezien in de geschiedenis van QUNO, fundamenteel
als het gaat om het vestigen van duurzame vrede. Deze brede benadering van vrede heeft
het ons mogelijk gemaakt op een aantal fronten tegelijk te werken, en naar we hopen, met
wederzijds versterkend effect.4
Maar: binnen deze brede benadering moeten we specialiseren, we kunnen niet alles doen.
Waarop zijn onze keuzen gebaseerd?
Een aantal factoren geven onze beslissingen vorm:
a. Is het een concern van Vrienden dat bij ons is gekomen via Quakerkanalen?
Hier is de kern van het onderwerp dat jullie me vroegen te behandelen in deze lezing. In ons
werk proberen we de concerns van Vrienden te vertegenwoordigen en begeleid te worden
door Vrienden. Alles waaraan we hebben gewerkt of waaraan we nu werken is dus tot ons
gekomen via de weg, die begint met een concern van een enkele Vriend, getest door
zijn/haar quakergroep, en via de formele en informele wegen die wij hebben (en we zijn een
erg gedecentraliseerde familie), bij QUNO aangekomen als speciaal verzoek aan QUNO.
Op deze manier begon ons werk omtrent kindsoldaten. Een plaatselijke Vriend uit Genève
bracht haar concern naar de meeting in Genève en via de Zwitserse Jaarvergadering en
tenslotte naar een FWCC Triennial (= 3-jaarlijkse bijeenkomst), die QUNO vroeg met dit
thema aan de slag te gaan. Dat deden we en met groot effect: een aantal jaren lang nam
QUNO wereldwijd het voortouw voor dit vraagstuk, tot het moment waarop dit concern kon
worden overgenomen door meer toegeruste organisaties, of zoals in dit geval, door een
"Coalition to End the Use of Child Soldiers". In dit geval is er dus niet een heel rechtstreekse
relatie tussen concern en reactie door QUNO, ook andere factoren spelen een rol.
b. Gerelateerd aan het eerste "principe": werken er al Vrienden aan dit onderwerp, hebben
ze een speciaal concern of kunnen ze speciale expertise leveren, of worden ze direct
getroffen door dit onderwerp?
Dit is waarschijnlijk een vaker voorkomend kenmerk van hoe we werken. Op deze manier,
bijvoorbeeld, raakte ons historische ontwapeningswerk ingebed in een langbestaand concern
van Vrienden om oorlogen te stoppen en ontwapening te bevorderen. Maar het speciale
werk dat wij zouden doen voor een onderwerp als dit, wordt sterk medebepaald door andere
factoren, niet alleen eenvoudigweg door het feit dat sommige Vrienden het als concern
hebben of er mee bezig zijn (Vrienden werken aan bijna ieder denkbaar menselijk concern).
Ook ondersteunen we werk bij de Verenigde Naties, dat grotendeels op andere niveaus door
Quakers wordt gedragen, ofwel individueel, ofwel gezamenlijk. Zo werken bijvoorbeeld onze
beide kantoren mee aan het project dat gaande is voor de rechten van inheemse volkeren,
maar wij leiden het werk niet.
Een ander actueel voorbeeld is werk dat we doen m.b.t. de Commissie voor Vredesopbouw
van de Verenigde Naties (UN Peace Building Commission, de PBC). Burundi is één van de
eerste twee landen waarop de Commissie voor Vredesopbouw zich richt. Niet alleen zijn de
Quakers in Burundi ernstig getroffen door de conflicten, zij hebben ook een bijzondere vorm
van vredeswerk ontwikkeld – AVP, "trauma healing" (omgaan met trauma's), plaatselijke
vredescommissies – in een bijzonder passende vorm als je kijkt naar de uitdagingen
waarvoor vredeswerk in dat land zich gesteld ziet. Het is onze taak bij QUNO deze
ervaringen en expertise naar de Commissie voor Vredesopbouw te brengen en ook naar
andere relevante vredeswerkkanalen binnen het systeem van de Verenigde Naties.
Waarschijnlijk gaan jullie me iets vragen over milieu- en klimaatveranderingsvraagstukken.
Daarom ga ik daar nu even op in. Vrienden zijn erg bezorgd over deze problemen en er op
veel manieren bij betrokken. De FWCC Triennial (3-jaarlijkse bijeenkomst) in Dublin in 2008
raadde QUNO sterk aan zich met dit onderwerp te gaan bezighouden, maar in dit geval was
er niet sprake van een directe lijn voor QUNO om daadwerkelijk met dit onderwerp aan de
slag te gaan. In plaats daarvan zoeken we manieren om dit concern op verschillende wijzen
te integreren in de soorten werk die we bij QUNO doen.
Hieraan denkend kun je als volgend begeleidend principe formuleren:5
c. Kunnen we ergens een hoekje ontdekken, waarin onze capaciteiten, werkstijl en ervaring
van nut kunnen zijn? Is er een behoefte waaraan anderen nog niet werken of waaraan wij
iets bijzonders kunnen bijdragen?
Ter illustratie: gedurende de afgelopen tien jaar heeft QUNO gewerkt aan "small arms"
("lichte wapens")projecten, door bij te dragen aan het naar boven schuiven van dit onderwerp
op de agenda van concerns bij de internationale gemeenschap. We hadden al vroeg in de
gaten dat er een aspect was dat te weinig aandacht kreeg. Dit is wat wij noemen de
"vraagkant" van de onderwerpen – als we effectief actie willen voeren in het beheersen van
"lichte wapens", dan moeten we ook die factoren leren begrijpen en adresseren, die ervoor
zorgen dat individuele mensen en groepen lichte wapens proberen te bemachtigen, bezitten,
misbruiken. Onze bemoeienis met deze aspecten was heel effectief, omdat dit een
natuurlijke vraag is voor Vrienden: we weten dat controle op wapenbezit niet genoeg is,
duurzame vrede is pas mogelijk als ook de onderliggende oorzaken van wapenbezit
weggenomen zijn.
En langzaam maar zeker heeft dit werk zich ontwikkeld tot wat nu een opvallende en
belangrijke beweging is op het gebied van "gewapend conflict" en "ontwikkeling", met
bijzondere nadruk dit jaar op de relatie tussen gewapend conflict en het bereiken of juist niet
bereiken van de zgn. Millenium Development Goals (Millenium Ontwikkelingsdoelen).
d. Bestaat er binnen de Verenigde Naties al een procedure of structuur waarbinnen we
kunnen werken?
We werken in Genève. Vredeswerk moet van nature altijd op verschillende niveaus
gebeuren, van plaatselijk tot wereldwijd, maar de speciale manier waarop dit werk vorm kan
krijgen wordt sterk bepaald door de setting waarin wij werken. Bij ons is dat zo:
• Ons kantoor in New York, dat sterker betrokken is bij de VN Veiligheidsraad (UN Security
Council) en cruciale politieke organen binnen de Verenigde Naties, heeft haar huidige
werk over gewelddadige conflictpreventie en vredeswerk zo vorm gegeven dat het
gedaan kan worden binnen de setting van de Verenigde Naties. Om die reden heeft
QUNO New York een aantal jaren geleden het verschrikkelijke geweld in Noord-Oeganda
als onderwerp op zich genomen en samengewerkt met Quakerorganisaties en andere
NGO's en betrokken regeringen, opdat dit onderwerp op de agenda van de VN
Veiligheidsraad kwam.
• Genève is het thuisfront voor de Conferentie over Ontwapening (Conference on
Disarmament). Veel andere ontwapeningsonderwerpen worden ook in Genève
behandeld, zoals het overzichtsproces over de Biologische Wapens Conventie
(Biological Weapons Convention). Veel Missies bij de VN hebben daarom een staf die
gespecialiseerd is in ontwapeningswerk. Wij maken gebruik van deze gemeenschap in
Genève om tot actie te proberen aan te zetten voor onderwerpen die formeel niet in
Genève of ergens anders behandeld worden. Zo hebben we bijvoorbeeld leiding
gegeven aan de oprichting van een voortgaand informeel overlegkader in Genève, dat
we het "Genève Proces" noemen, gevormd door regeringsvertegenwoordigers, VN-
agentschapsstafleden en organisaties uit de burgermaatschappij die specialist zijn op het
gebied van lichte wapens, om te proberen de implementatie van het VN-Actieprogramma
inzake handvuurwapens en lichte wapens (UN Programme of Action on Small Arms) te
verbeteren. Dit doen we ondanks het feit dat er geen formele organisatievorm over het
onderwerp "lichte wapens" bestaat in Genève. Dit is een manier waarop QUNO soms kan
helpen Vrienden voor te gaan en op deze manier is QUNO toch dicht verbonden met het
concern dat veel Vrienden in de wereld delen, de wapenhandel en het werk voor een
nieuw Wapenhandelsverdrag (Arms Trade Treaty).6
e. Kunnen we op manieren werken, ondanks of misschien juist dankzij onze kleine
afmetingen, die betekenisvol bijdragen aan de ontwikkeling van gezamenlijk werk aan
wereldproblemen?
Dit zijn factoren die gerelateerd zijn aan de werkstijl, die zo kenmerkend is voor Vrienden in
het algemeen en die constant gebleven is in alle jaren dat we voor de Verenigde Naties
werken, onafhankelijk van het onderwerp:
• Ruimte bieden. Het gebruik van Quaker House als de setting voor onofficiële en
andersoortige ontmoetingen is een constant kenmerk van ons werk. Quaker House
biedt een voortgaande en zeer gewaardeerde beeld van wie we zijn in ons getuigenis in
Genève. En dit geldt ook voor New York en Brussel. In mijn eigen werk over de jaren, op
het gebied van landmijnen, small arms en vredeswerk, is het Quaker House een
belangrijke omgeving geweest voor veel activiteiten die daarmee te maken hadden. Bij
het vragen stellen kan ik jullie daarvan veel voorbeelden geven, al is er maar eentje een
persoonlijke ervaring. Dankzij onze zeer gewaardeerde onofficiële
ontmoetingsmogelijkheid bood Quaker House in 1996 gastvrijheid aan een essentiële
bijeenkomst van gelijkgezinde regeringen, die een katalyserend effect had op de
ontwikkeling van het Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de opslag, productie en
overdracht van antipersoonsmijnen (Anti-personnel mine ban convention).
• Vasthouden aan een onderwerp tot duidelijk is dat onze eigen toegevoegde waarde niet
langer van belang of noodzakelijk is.(Soms stoppen we wel eens met een onderwerp!!)
Werk bij de Verenigde Naties kan ongelofelijk langzaam zijn, of het duurt jaren en jaren
voor enige echte vooruitgang kan plaatsvinden of voor je kunt zien dat er vooruitgang
was. We kunnen onderwerpen niet oppakken en weer laten vallen en intussen
verwachten dat we effect hebben. De consistentie van ons werk in de tijd, onze
bereidheid in de lange duur te investeren is een kenmerk van hoe we vrede "najagen",
en dit wordt gewaardeerd. Het decennia lang werken aan het recht op dienstweigering is
hiervan een voorbeeld.
• "Small is beautiful" Onze afmetingen vergeleken met veel andere organisaties zijn klein,
maar door onze relatieve kleinheid kunnen we juist "machtig" zijn. We worden niet als
bedreiging gezien. We hebben geen zelfzuchtige bijbedoelingen bij ons werk. We krijgen
vertrouwen.
• Bereidheid met anderen in een coalitie samen te werken – en dit werk te ondersteunen in
en vanuit Genève. Vandaar dat QUNO een centrale rol had in het helpen stichten van de
Coalitie tegen het gebruik van kindsoldaten (Coalition to end the use of Child Soldiers) en
de oprichting van het International Action Netwerk Lichte Wapens (International Action
Network on Small Arms). Bovendien waren we essentieel bij het helpen ontstaan van het
Genève Platform van organisaties die zich bezighouden met vredeswerk.
Jullie vraag was hoe wij als individuele Vrienden, hoe wij als "kleine mensen" invloed kunnen
hebben op grote wereldvraagstukken. Ten eerste heb ik jullie hopelijk laten zien dat onze
activiteiten op ieder niveau van belang zijn, niet alleen op de hoge niveaus. Ten tweede heeft
het Quakerwerk bij de Verenigde Naties wegen geopend waarlangs zelfs wij als een kliene
groep mensen invloed kunnen uitoefenen op resultaten, misschien nooit zo fundamenteel als
we hoopten, maar onze stapjes en die van anderen kunnen een verschil uitmaken. En een
langere termijn perspectief kan laten zien hoe belangrijk die kleine stapjes waren als het gaat
om het veranderen van richting in besluitname. Ik denk in het bijzonder aan al het werk dat
Vrienden over de jaren deden op het gebied van verzoenings- en bemiddelingsprocessen,
die gebruikelijk zijn geworden op zoveel niveaus en deel van het basale werk in het
overwinnen van geweld en vijanddenken.
Ik zou nog veel meer kunnen zeggen, maar we kunnen uitgebreider op allerlei onderwerpen
in gaan in de discussietijd. Ik zou nu graag willen eindigen met twee citaten van twee
Quakers, die erg belangrijk waren in het "buitenwerk" van de Vrienden.
Het eerste komt van Sydney Bailey, die niet alleen een poos werkte bij QUNO New York,
maar ook actief betrokken was bij veel andere dimensies van internationaal Quakerwerk,
zoals conflictbemiddeling. In zijn nog altijd o zo actuele Swarthmore Lecture van 1993, met
de titel "Vrede is een proces" gaf hij de volgende overweging, waarvan ik denk dat hij heel
erg relevant is voor het begrijpen van Quakerwerk bij de Verenigde Naties, maar ook op
andere niveaus:
"Vrienden vragen vaak om een vergroting van het morele element in internationale
besluitvorming en daar hebben ze natuurlijk gelijk in. Tegelijkertijd zouden we ons ervan
bewust moeten zijn dat voor de geteisterde buitenlandse minister of ambassadeur het
verschil tussen het pragmatische en het ethisch verantwoorde vaak tamelijk duister
geworden is. De meest effectieve Quakers in internationale aangelegenheden zijn niet
diegenen die ministers en diplomaten als schurken of dwazen zien, maar diegenen die zich
vriendelijk begeven in de pijnlijke dilemma's en moeilijke keuzen, waarvoor de nationale
besluitvormers zich gesteld zien. Soms wordt dit haast een pastorale rol."
1)Het tweede citaat is een overdenking die geformuleerd is in de vorm van een vraag, met de
bedoeling ons allen die zo druk bezig zijn de wereld te veranderen, te helpen herinneren dat
daarvoor meer nodig is dan alleen actie. Het komt van Stephen Cary, die zijn levenlang zich
inzette voor Quakerwerk, in het bijzonder bij het Amerikaanse Hulpfonds, AFSC. Ik eindig
mijn verhaal met deze vraag:
"Heb ik, in al mijn vurige geestdrift om te handelen, te weinig aandacht besteed aan de
macht die is in het zijn? Herinneren wij ons wel dat het de geest van onze dienstbaarheid is
het aura dat er omheen hangt, de vriendelijkheid en het geduld dat haar aanduidt, de
zichtbaar gemaakte liefde die haar afdwingt, dat deze geest de werkelijk onderscheidende
kwaliteit is die Quakerwerk verheft boven lobbyen, pressie en dwang, en dat het deze geest
is die de twijfelaar inspireert en het hart van de tegenstander bereikt?"
2)David Atwood
QUNO Genève
1) Sydney D. Bailey, Peace is a process, Swarthmore Lecture 1993, Quaker Home Service andWoodbrooke College, 1993, p.110.
2) Stephen G. Cary, The Intrepid Quaker: One Man's Quest for Peace, Pendle Hill Publications, 2003,265-6.